Bundel De NieuwepsalmberijmingBESTEL DE BUNDEL:

Bestel de bundel met 30 nieuw berijmde psalmen. De psalmen in deze bundel zijn geschreven door de dichters Jan Pieter Kuijper, Arie Maasland, Adriaan Molenaar, Jan Boom en Arjen Vreugdenhil.

52 pagina's, paperback
ISBN: 9789023970392

 

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

In onze gemeente proberen we het oude van de traditie in verbinding te brengen met het nieuwe van nu. De Nieuwe Psalmberijming sluit daar perfect bij aan. Op deze manier kunnen we met jong en oud de psalmen blijven zingen. Lees meer »

Edwin de Jong

Ds. E. de Jong
Doopsgezinde Gemeente te Ouddorp

Lees alle quotes

Psalm 1

De nieuwe psalmberijming

1. Gelukkig wie verkeerd gezelschap mijdt,
wie niet het pad kiest dat tot zonde leidt,
wie weigert om met spotters op te trekken.
Gelukkig wie de rijkdom wil ontdekken
van wat de HEER hem in zijn wetten leert,
wie daar verheugd steeds over mediteert.

2. Hij is een boom in goede grond geplant,
die is geworteld aan de waterkant.
Als het zijn tijd is zal hij vruchten dragen.
Zijn blad verdort zelfs niet op hete dagen.
Hij groeit en bloeit bij alles wat hij doet.
Wat hij ook onderneemt, het gaat hem goed.

3. Het zal de wettelozen slecht vergaan:
zij kunnen in het oordeel niet bestaan.
Zoals de wind het kaf scheidt van het koren,
zo blaast God weg wie niet bij Hem wil horen.
De HEER beveiligt wie rechtvaardig is;
de zondaar eindigt in de duisternis.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© 2017 Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Gelukkig wie verkeerd gezelschap mijdt,
wie niet het pad kiest dat tot zonde leidt,
wie weigert om met spotters op te trekken.
Gelukkig wie de rijkdom wil ontdekken
van wat de HEER hem in zijn wetten leert,
wie daar verheugd steeds over mediteert.

2. Hij is een boom in goede grond geplant,
die is geworteld aan de waterkant.
Als het zijn tijd is zal hij vruchten dragen.
Zijn blad verdort zelfs niet op hete dagen.
Hij groeit en bloeit bij alles wat hij doet.
Wat hij ook onderneemt, het gaat hem goed.

3. Het zal de wettelozen slecht vergaan:
zij kunnen in het oordeel niet bestaan.
Zoals de wind het kaf scheidt van het koren,
zo blaast God weg wie niet bij Hem wil horen.
De HEER beveiligt wie rechtvaardig is;
de zondaar eindigt in de duisternis.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© 2017 Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

1. Welzalig hij, die in der bozen raad,
Niet wandelt, noch op 't pad der zondaars staat,
Noch nederzit, daar zulken samenrotten,
Die roekeloos met God en godsdienst spotten;
Maar 's HEEREN wet blijmoedig dag en nacht
Herdenkt, bepeinst en ijverig betracht.

2. Want hij zal zijn gelijk een frisse boom,
In vetten grond geplant bij enen stroom,
Die op zijn tijd met vruchten is beladen,
En sierlijk pronkt met onverwelkte bladen.
Hij groeit zelfs op in ramp en tegenspoed.
Het gaat hem wel, 't gelukt hem wat hij doet.

3. Gans anders is 't met hem, die 't kwaad bemint:
Hij is als kaf, dat wegstuift voor den wind.
Geen zondaar zal 't gewis verderf ontkomen,
Als in 't gericht door God wordt wraak genomen.
Hij, die van deugd en godsvrucht is ontaard,
Zal niet bestaan, waar 't vrome volk vergaart.

4. De HEER' toch slaat der mensen wegen ga,
En wendt alom het oog van Zijn gena,
Op zulken, die, oprecht en rein van zeden,
Met vasten gang het pad der deugd betreden.
God kent hun weg, die eeuwig zal bestaan,
Maar 't heilloos spoor der bozen zal vergaan.

1. Die niet en gaat in der godlozen raad,
Die op den weg der zondaars niet en staat,
En niet en zit bij de spotters onreine;
Maar dag en nacht heeft in Gods wet alleine
Al zijnen lust, ja spreekt daarvan eenpaar;
Die mens is welgelukzalig voorwaar.

2. Hij zal gelijk zijn enen schonen boom,
Geplant bij enen klaren waterstroom,
Die zijn vruchten geeft in bekwame tijden,
Van welken geen droge blad valt bezijden.
Zo zal die mense zalig zijn bekend,
Met al zijn doen, tot welken hij hem wendt.

3. Maar zo en is 't met de godlozen niet,
Die als kaf verstrooid werden daar men 't ziet;
't Welk van den wind hier en daar werd gedreven;
Zo zullen zij in Gods gerichte beven
En niet bestaan; maar haast vergaan beschaamd
Met den vromen werden zij niet genaamd.

4. God kent den weg en der vromen gemoed,
Hij draagt zorge voor hen en voor haar goed.
Dies zullen zij welgelukzalig wezen,
Maar nademaal dat onze God geprezen,
Op der godd'lozen wegen niet en acht,
Zij en haar doen werden tot niet gebracht

1. Gezegend hij, die in der bozen raad
niet wandelt, noch met goddelozen gaat,
noch zich met spotters in de kring laat noden,
waar ieder lacht met God en zijn geboden,
maar die aan 's Heren wet zijn vreugde heeft
en dag en nacht met zijn geboden leeft.

2. Hij is een groene boom die staat gepland
waar waterbeken vloeien door het land.
Zijn loof behoeft de droogte niet te duchten,
te goeder tijd geeft hij zijn rijpe vruchten
Gezegend die zich aan Gods wetten voedt:
het gaat hem wel in alles wat hij doet.

3. Gans anders zal 't de goddelozen gaan:
zij zijn het kaf dat wegwaait van het graan.
Zij kunnen zich voor God niet staande houden,
er is geen plaats voor hen bij zijn vertrouwden.
God kent die wandelt in het rechte spoor,
wie Hem verlaat gaat dwalende teloor.

1. Welzalig wie niet volgt der bozen raad,
niet op de weg der goddelozen staat,
wie ook niet zit waar spotters samenscholen,
maar wandelt op de weg door God bevolen,
wie 's Heren wet zijn vreugde acht,
haar dankbaar overdenkt bij dag en nacht.

2. Hij is gelijk een altijd groene boom,
die men geplant heeft aan een waterstroom,
die op zijn tijd zijn rijke vrucht zal dragen,
geen blad verwelkt in hete zomerdagen.
De Here zegent hem met overvloed,
zijn voorspoed blijkt in alles wat hij doet.

3. Zo niet de man wiens hart het kwaad bemint,
hij is als kaf, dat wegwaait door de wind.
Hij houdt geen stand als het gericht zal komen
en heeft geen plaats te midden van de vromen.
God kent de weg van wie rechtvaardig is,
maar bozen komen om in duisternis.