Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

In onze gemeente proberen we het oude van de traditie in verbinding te brengen met het nieuwe van nu. De Nieuwe Psalmberijming sluit daar perfect bij aan. Op deze manier kunnen we met jong en oud de psalmen blijven zingen. Lees meer »

Ds. E. de Jong | Doopsgezinde Gemeente te Ouddorp

Ds. E. de Jong
Doopsgezinde Gemeente te Ouddorp

Lees alle quotes

Psalm 122

De nieuwe psalmberijming

1. Wat was ik blij toen mij een stem
uitbundig riep om mee te gaan.
Huis van de HEER, ik kom eraan -
ik sta al klaar, Jeruzalem! 
Vol vrolijkheid ga ik op pad.
Mijn lied zwelt aan als ik de stad
met eigen ogen kan bekijken.
We gaan verheugd de poorten door.
De lofzang van het pelgrimskoor
weerklinkt tot wij Gods huis bereiken.

2. Jeruzalem toont mij haar pracht:
een oogverblindend meesterwerk.
De stadsmuur is massief en sterk,
een teken van Gods trouw en macht.
De stammen komen ieder jaar
naar Gods bevel hier bij elkaar
om Hem te danken en te eren.
Hier is de zetel neergezet
om recht te spreken naar zijn wet;
van hieruit wil Hij ons regeren.

3. Bid dat de HEER zijn vrede geeft,
Jeruzalem van rust geniet
en dat haar muur bescherming biedt,
zodat de stad in welvaart leeft.
Het is om elk familielid
dat ik voor deze Godsstad bid,
de mooiste stad van alle steden.
Maar om Gods huis is het vooral
dat ik voor Sion bidden zal
om voorspoed, veiligheid en vrede.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Wat was ik blij toen mij een stem
uitbundig riep om mee te gaan.
Huis van de HEER, ik kom eraan -
ik sta al klaar, Jeruzalem! 
Vol vrolijkheid ga ik op pad.
Mijn lied zwelt aan als ik de stad
met eigen ogen kan bekijken.
We gaan verheugd de poorten door.
De lofzang van het pelgrimskoor
weerklinkt tot wij Gods huis bereiken.

2. Jeruzalem toont mij haar pracht:
een oogverblindend meesterwerk.
De stadsmuur is massief en sterk,
een teken van Gods trouw en macht.
De stammen komen ieder jaar
naar Gods bevel hier bij elkaar
om Hem te danken en te eren.
Hier is de zetel neergezet
om recht te spreken naar zijn wet;
van hieruit wil Hij ons regeren.

3. Bid dat de HEER zijn vrede geeft,
Jeruzalem van rust geniet
en dat haar muur bescherming biedt,
zodat de stad in welvaart leeft.
Het is om elk familielid
dat ik voor deze Godsstad bid,
de mooiste stad van alle steden.
Maar om Gods huis is het vooral
dat ik voor Sion bidden zal
om voorspoed, veiligheid en vrede.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

1. Ik ben verblijd, wanneer men mij
Godvruchtig opwekt: "Zie wij staan
Gereed, om naar Gods huis te gaan.
Kom, ga met ons, en doe als wij."
Jeruzalem, dat ik bemin;
Wij treden uwe poorten in;
Daar staan, o Godsstad, onze voeten.
Jeruzalem is wel gebouwd,
Wel saamgevoegd: wie haar beschouwt,
Zal haar voor 's Bouwheers kunstwerk groeten.

2. De stammen, naar Gods Naam genoemd,
Gaan derwaarts op; waar elk zich buigt
Naar d' ark, die van Gods gunst getuigt,
Waar elk Zijn Naam belijdt en roemt;
Want d' achtb're zetel van 't gericht,
Is daar voor Davids huis gesticht,
De rechterstoelen staan daar binnen.
Bidt, met een algemene stem,
Om vrede voor Jeruzalem.
Het ga hun wel, die u beminnen.

3. Dat vreed', en aangename rust,
En milde zegen u verblij';
Dat welvaart in uw vesting zij,
In uw paleizen vreugd' en lust.
Om vriend en broed'ren spreek ik nu:
"De vrede zij en blijv' in u,
Nooit moet haar nijd of twist verkloeken.
Om 's HEEREN huis, in u gebouwd,
Waar onze God Zijn woning houdt,
Zal ik het goede voor u zoeken."

1. Zo haast als ik hore spreken:
Welaan, laat ons allen zeer zaan
In dat huis onzes Heeren gaan,
Met vreugd is mijn hart ontsteken,
Dat ons voeten zullen hiernaar
Staan binnen de poorten eerbaar
Van Jeruzalem wel gestichtet.
Jeruzalem is gebouwd vast,
En door vrede samengepast,
En tot een stad Gods fijn gerichtet.

2. Daar zal dat volk komen te zaam,
De stammen Israëls meteen,
Om God te prijzen in 't gemeen.
Naar Zijn lieflijk gebod bekwaam.
Dat is de plaatse, die God goed
David geeft, en wil dat men doet
Recht en gerechtigheid daar binnen.
Laat ons wensen Jeruzalem
Geluk; het moet ook welgaan hem,
Die onzes Gods stad zal beminnen.

3. Binnen Uw muren wonen zal
Liefde, vrede met enigheid.
De huizen en paleizen breid
Zijn vol van Gods zegening al.
Om den wil der broederen mijn,
En der vrienden die binnen zijn,
Wens ik u vreed' in alle hoeken,
Omdat ook Gods tempel zeer rein
Staat binnen uw muren niet klein,
Wil ik steeds uwen voorspoed zoeken.

1. Hoe sprong mijn hart hoog op in mij,
toen men mij zeide: "Gord u aan
om naar des Heren huis te gaan!
Kom ga met ons en doe als wij!
Jeruzalem, dat ik bemin,
wij treden uwe poorten in,
u, Godsstad, mogen wij ontmoeten!
Jeruzalem, van ver aanschouwd,
wel saamgevoegd en welgebouwd,
o schone stede, die wij groeten.

2. Hoe zijn de stammen opgegaan!
Hier gingen ons de voeten voor
der pelgrims, die de Heer verkoor,
hier, waar uw heil'ge muren staan!
Jeruzalem, dat ik bemin,
wij treden uwe poorten in
naar 's Heren woord, om zijns naams ere!
Zo is het Israël gezegd;
hier zijn de zetels van het recht,
de troon, waar David zal regeren!

3. Bidt heil toe aan dit Vredesoord;
dat die u mint bevredigd zij,
dat vrede in uw wallen zij,
gezegend zij uw muur en poort!
Jeruzalem, dat ik bemin,
wij treden uwe poorten in
om u met vrede te ontmoeten!
Om al mijn broeders binnen u,
om 's Heren tempel wil ik u,
o stad van God, met vrede groeten.

1. Ik was verheugd, toen men mij zei:
Laat ons naar 't huis des Heren gaan,
om voor Gods aangezicht te staan.
Kom, ga met ons en doe als wij.
Jeruzalem, dat ik bemin,
nu treden wij uw poorten in.
Daar staan, o Godsstad, onze voeten.
Jeruzalem is hecht gebouwd,
wel saamgevoegd, wie haar aanschouwt
zal haar als stad van vrede groeten.

2. De stammen, naar Gods naam genoemd,
gaan daarheen op, naar zijn bevel.
Een voorschrift is voor Israël,
dat elk des Heren naam daar roemt.
Jeruzalem, dat ik bemin,
nu treden wij uw poorten in.
Uw vrede moge ons geleiden.
Want ook de zetels van het recht
van 't huis van David, 's Heren knecht,
staan daar om onrecht te bestrijden.

3. Vraagt vrede voor Jeruzalem.
Dat wie u liefheeft en bemint,
binnen uw muren vrede vindt.
Rust zij er in uw burcht voor hem.
Jeruzalem, dat ik bemin,
nu treden wij uw poorten in.
Gods vrede moge u bezoeken:
om vriend en broeder spreek ik nu.
Om 's Heren tempel binnen u
wil ik het goede voor u zoeken.