Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

De Geneefse Psalmen liggen me na aan het hart, maar de huidige vertaling uit het Gereformeerd Kerkboek is sterk verouderd. Soms is dat niet erg, want herkenbaarheid is voor ouderen erg belangrijk. Maar vanaf de kansel zie ik jongeren en masse hun mond houden; ze weten niet meer wat ze zingen. Lees meer »

Matthijs van der Welle| Kandidaat binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt

Matthijs van der Welle
Kandidaat binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt

Lees alle quotes

Psalm 126

De nieuwe psalmberijming

1. Uitbundig lachten wij, want God
hielp ons en keerde Sions lot.
Als in een droom werd ons verdriet
veranderd in een vrolijk lied.
Toen konden we Gods grote dingen
zielsblij uit volle borst bezingen.
Het is geen heidenvolk ontgaan
dat Hij een wonder had gedaan!

2. Iets indrukwekkends deed de HEER:
Hij bracht een grote ommekeer.
HEER, sta ons net als toen weer bij,
herstel ons land en keer het tij.
Laat in de droogte waterstromen
verkwikkend uit de hemel komen.
Wil, als een beek in de woestijn,
ook dit keer levensreddend zijn.

3. Wie met een volle buidel zaad
verdrietig naar de akker gaat
en daar vooral zijn tranen zaait,
zal zeker zingen als hij maait.
U loont ons slaven en ons sloven
met rijk gevulde korenschoven.
De droefheid is verleden tijd:
we komen thuis vol vrolijkheid.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Uitbundig lachten wij, want God
hielp ons en keerde Sions lot.
Als in een droom werd ons verdriet
veranderd in een vrolijk lied.
Toen konden we Gods grote dingen
zielsblij uit volle borst bezingen.
Het is geen heidenvolk ontgaan
dat Hij een wonder had gedaan!

2. Iets indrukwekkends deed de HEER:
Hij bracht een grote ommekeer.
HEER, sta ons net als toen weer bij,
herstel ons land en keer het tij.
Laat in de droogte waterstromen
verkwikkend uit de hemel komen.
Wil, als een beek in de woestijn,
ook dit keer levensreddend zijn.

3. Wie met een volle buidel zaad
verdrietig naar de akker gaat
en daar vooral zijn tranen zaait,
zal zeker zingen als hij maait.
U loont ons slaven en ons sloven
met rijk gevulde korenschoven.
De droefheid is verleden tijd:
we komen thuis vol vrolijkheid.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

Alternatieve melodieën

Deze psalm kan ook gezongen worden op de melodie van:
- Psalm 148

1. Wanneer de HEER', uit 's vijands macht,
't Gevangen Sion wederbracht,
En dat verlost' uit nood en pijn,
Scheen 't ons een blijde droom te zijn.
Wij lachten, juichten; onze tongen
Verhieven 's HEEREN Naam en zongen.
Toen hieven zelfs de heid'nen aan:
"De HEER' heeft hun wat groots gedaan."

2. God heeft bij ons wat groots verricht;
Hij zelf heeft onzen druk verlicht;
Hij heeft door wond'ren ons bevrijd;
Dies juichen wij, en zijn verblijd.
Breng, HEER', al Uw gevang'nen weder;
Zie verder op Uw erfvolk neder;
Verkwik het, als de watervloed,
Die 't zuiderland herleven doet.

3. Die hier bedrukt met tranen zaait,
Zal juichen, als hij vruchten maait;
Die 't zaad draagt, dat men zaaien zal,
Gaat wenend voort, en zaait het al;
Maar hij zal, zonder ramp te schromen,
Eerlang met blijdschap wederkomen,
En met gejuich, te goeder uur
Zijn schoven dragen in de schuur.

1. Als God Sions gevang'nen al
Saam verlost heeft naar Zijn geval,
Zo waren wij verheugd alt'zaam,
Gelijk zij die dromen bekwaam.
Onze mond is gans vol gewezen
Van vreugd en lofzangen geprezen;
Dan sprak 't volk alleszins: Welaan,
God heeft Zijn volk wat groots gedaan.

2. God Die heeft op dit maal voorwaar
Bij ons gedaan een werk zeer klaar,
Daarin dat wij tot dezen tijd
Hartelijk vro zijn en verblijd.
Heer, wil genadelijk afwenden
Onz' gevangenis en ellenden,
Dat wij mogen wezen gelijk
Een schoon wel gewaterd aardrijk.

3. Zij die met tranen en verdriet
Haar goed zaad zaaien, zo men ziet,
Zullen wederkeren met vreugd,
En dat maaien, zijnde verheugd.
Zij zaaien haar goed zaad met wenen,
En zullen haast groot ende klenen
Komen, en brengen met vreugd groot
Haar volle schoven in den schoot.

1. Toen God de Heer uit 's vijands macht
Sions gevang'nen wederbracht
en ons verlost' uit nood en pijn,
scheen het een blijde droom te zijn.
Wij lachten, juichten, onze tongen
verhieven 's Heren naam en zongen.
Toen hieven zelfs de heid'nen aan:
"De Heer heeft hun wat groots gedaan".

2. Gij hebt, o Heer, ons bijgestaan
en grote dingen ons gedaan.
Gij hebt uw stad opnieuw gesticht,
wij juichen in het morgenlicht.
Laat alle ballingen nu keren
en juichen in het huis des Heren.
Wend thans ons lot, maak ons verblijd
als steppen in de regentijd.

3. Wat men hier nu met tranen zaait,
wordt eenmaal met gejuich gemaaid.
Wie 't zaad draagt dat hij zaaien zal,
gaat wenend voort en zaait het al.
Maar bij het feest der eerstelingen
zal hij verheugd het oogstlied zingen.
Dan keert hij weer te goeder uur
en draagt zijn schoven in de schuur.

1. Toen God ons weer naar Sion bracht
uit ballingschap en lijdensnacht,
toen was het ons als droomden wij,
wij lachten weer, wij waren vrij.
Verlost van heimwee en verlangen,
zong heel ons volk zijn jubelzangen.
Toen hieven zelfs de heidnen aan:
De Heer heeft hun iets groots gedaan.

2. De Heer heeft ons iets groots gedaan:
Hij liet zijn volk in vrijheid gaan.
Het kende toen geen droefheid meer,
God schonk aan ons de vreugde weer.
Heer, breng terug wie achterbleven,
wend U ons lot, doe ons herleven,
zoals in 't Zuiderland een vloed
de droge beek weer stromen doet.

3. Wie moeizaam hier met tranen zaait,
zal juichen als hij eenmaal maait.
Dan telt hij smart en moeite niet,
zijn klacht wordt tot een jubellied.
Wel gaat hij wenend langs de akker,
maar God roept het gezaaide wakker.
Dan keert de maaier blij naar huis,
hij brengt zijn gouden schoven thuis.