Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

In onze gemeente willen we graag de psalmen blijven zingen. Het zijn prachtige liederen waarin allerlei aspecten van het leven met God bezongen worden. Helaas was de mooie inhoud soms in lastige of ouderwetse taal verstopt. De Nieuwe Psalmberijming helpt om te begrijpen wat we zingen. Lees meer »

Ds. E.C. Vreugdenhil | Gereformeerde Kerk Katwijk aan Zee

Ds. E.C. Vreugdenhil
Gereformeerde Kerk Katwijk aan Zee

Lees alle quotes

Psalm 127

De nieuwe psalmberijming

1. Geploeter voor je huis en haard
zonder de HEER heeft echt geen zin.
Als Hij niet bouwt is het niets waard,
want mensenwerk stort eenmaal in.
De stad blijft voor gevaar behoed
wanneer de HEER zijn ronde doet.

2. Al sta je op voor dag en dauw,
al zwoeg je hele dagen door,
al ben je ’s avonds nog in touw,
voor God stelt je getob niets voor.
Zijn lievelingen zegent Hij.
Hij zorgt voor hen, al slapen zij.

3. Gelukkig ben je als de HEER
je kinderen geeft op zijn tijd.
Een flinke zoon is als een speer
die krachtig doel treft in de strijd.
Hij staat je bij met raad en daad,
zodat je niet te schande staat.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Geploeter voor je huis en haard
zonder de HEER heeft echt geen zin.
Als Hij niet bouwt is het niets waard,
want mensenwerk stort eenmaal in.
De stad blijft voor gevaar behoed
wanneer de HEER zijn ronde doet.

2. Al sta je op voor dag en dauw,
al zwoeg je hele dagen door,
al ben je ’s avonds nog in touw,
voor God stelt je getob niets voor.
Zijn lievelingen zegent Hij.
Hij zorgt voor hen, al slapen zij.

3. Gelukkig ben je als de HEER
je kinderen geeft op zijn tijd.
Een flinke zoon is als een speer
die krachtig doel treft in de strijd.
Hij staat je bij met raad en daad,
zodat je niet te schande staat.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

Alternatieve melodieën

Deze psalm heeft dezelfde melodie als Psalm 117

Deze psalm kan ook gezongen worden op de melodie van:
- LvdK 48 'O onze Vader, trouwe Heer'
- LvdK 205 'Nu triomfeert de Zoon van God'
- LvdK 467 'O eeuwge vader, sterk in macht'
- Christmas Carol 'On christmas night all christians sing'
- NLB 479 'Een lied weerklinkt in deze nacht'
- EG 5 'O allerhoogste majesteit'

1. Vergeefs op bouwen toegelegd,
Vergeefs, om 't huis voltooid te zien,
Gezwoegd, gezweet, o arbeidslien,
Zo God Zijn hulp aan 't werk ontzegt,
Vergeefs, o wachters, is uw vlijt,
Zo God niet zelf de stad bevrijdt.

2. Vergeefs van 's morgens vroeg geslaafd
Tot 's avonds, en het brood der smart
Gegeten, met een angstig hart;
Vergeefs den gansen dag gedraafd;
God geeft het, hoe een ander schraap',
Dien Hij bemint, als in den slaap.

3. Zo gaat het elk, dien God bemint.
Wie kind'ren voortbrengt tot Gods eer,
Verkrijgt een erfdeel van den HEER';
Wie zich met kroost gezegend vindt,
Dat zich oprecht en dankbaar toont,
Ziet al zijn zorg naar wens beloond.

4. Gelijk de pijlen in de hand
Eens sterken helds, die, fier en blij,
Door hunne kracht zijn weerpartij
Doet zwichten voor zijn tegenstand;
Zo zijn ook, tot der vaad'ren vreugd,
De brave zonen hunner jeugd.

5. Welzalig hij, die als een held,
Deez' pijlen in zijn koker gaart,
En zijne zonen ziet gespaard.
Zij zullen, schaamrood noch ontsteld,
Het hoofd den weerpartijd'ren bien
En in de poort voor hen niet vlien.

1. Zo God niet Zelf dat huis oprecht,
Tevergeefs is de arbeid al
Desgenen die dat bouwen zal.
Dat waken is gaar niet en slecht,
Zo God naar Zijn vaderlijk' aard
De stad niet Zelf hoedt en bewaart.

2. Het is vergeefs zo vroeg opstaan,
En te waken tot 's nachts zeer spaad',
En spaarlijk t' eten in dien staat
Zijn brood, met zorgen zwaar belaan.
Want God schier al slapende geeft
Zulks dengenen, die Hij lief heeft.

3. Als de mens bekomt een kind klein,
Om te erven zijn goed al t' zaam,
Zulks is Gods gave zeer bekwaam.
De vrucht des lichaams is allein
Een vrij geschenk des Heeren goed,
't Welk Hij Zijnen kinderen doet.

4. Gelijk als een reuze met kracht
Naar zijnen wille van hem schiet
De pijlen snel, daar men op ziet;
Zo worden onz' kind'ren geacht,
Als zij jonge gezellen fijn,
En sterk en groot geworden zijn.

5. Wel hem, die zijnen koker groot
Vol heeft van die pijlen vernaamd,
Die zal nimmermeer zijn beschaamd
In tegenheid noch ander nood;
Maar zijne vijanden hij zal
Ter schande brengen en ten val.

1. Wanneer de Heer het huis niet bouwt,
is, alle metselwerk ten spijt,
de opbouw niets dan ijdelheid.
Wanneer de Heer de wacht niet houdt,
geen wachter, die de vijand keert,
geen stadsmuur die zijn aanval weert.

2. Voor dag en dauw reeds op te staan
en op te zijn tot 's avonds laat,
hard werken voor slechts weinig baat
en schamel brood, 't is niets dan waan.
Hij geeft het immers wie Hij mint,
als in de slaap, als aan een kind.

3. Zie, kind'ren zijn een gave Gods,
waarmee de moeder wordt beloond,
waarmee de vader wordt gekroond.
Als scherpe pijlen waar, vol trots,
een weerbaar man zich op verheugt,
zo zijn de zonen van de jeugd.

4. Gelukkig hij die in de strijd
zijn koker vol met pijlen draagt.
Gelukkig hij, die wordt geschraagd
door zonen, tot zijn hulp bereid.
Al pocht de vijand in de poort,
vrijmoedig staat hij hem te woord.

1. Wanneer de Heer het huis niet bouwt,
is, alle metselwerk ten spijt,
de opbouw niets dan ijdelheid.
Wanneer de Heer de wacht niet houdt,
geen wachter, die de vijand keert,
geen stadsmuur die zijn aanval weert.

2. Voor dag en dauw reeds op te staan
en op te zijn tot 's avonds laat,
hard werken voor slechts weinig baat
en schamel brood, 't is niets dan waan.
Hij geeft het immers wie Hij mint,
als in de slaap, als aan een kind.

3. Zie, kindren zijn een gave Gods,
waarmee de moeder wordt beloond,
waarmee de vader wordt gekroond.
Als scherpe pijlen waar, vol trots,
een weerbaar man zich op verheugt,
zo zijn de zonen van de jeugd.

4. Gelukkig hij die in de strijd
zijn koker vol met pijlen draagt.
Gelukkig hij, die wordt geschraagd
door zonen, tot zijn hulp bereid.
Al pocht de vijand in de poort,
vrijmoedig staat hij hem te woord.