Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

De Geneefse Psalmen liggen me na aan het hart, maar de huidige vertaling uit het Gereformeerd Kerkboek is sterk verouderd. Soms is dat niet erg, want herkenbaarheid is voor ouderen erg belangrijk. Maar vanaf de kansel zie ik jongeren en masse hun mond houden; ze weten niet meer wat ze zingen. Lees meer »

Matthijs van der Welle| Kandidaat binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt

Matthijs van der Welle
Kandidaat binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt

Lees alle quotes

Psalm 130

De nieuwe psalmberijming

1. Vanuit het diepe duister
vind ik geen uitweg, HEER.
Ik schreeuw om redding; luister,
geef aandacht, reageer.
Wie kan er voor U leven
wie doet er niets verkeerd?
Maar U wilt graag vergeven,
daarom wordt U geëerd.

2. Ik blijf de HEER verwachten.
Steeds kijk ik uit naar Hem.
Zijn woord vult mijn gedachten,
ik hunker naar zijn stem.
De HEER laat van zich horen,
wacht hoopvol, Israël!
Eens zal de morgen gloren
van redding en herstel.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Vanuit het diepe duister
vind ik geen uitweg, HEER.
Ik schreeuw om redding; luister,
geef aandacht, reageer.
Wie kan er voor U leven
wie doet er niets verkeerd?
Maar U wilt graag vergeven,
daarom wordt U geëerd.

2. Ik blijf de HEER verwachten.
Steeds kijk ik uit naar Hem.
Zijn woord vult mijn gedachten,
ik hunker naar zijn stem.
De HEER laat van zich horen,
wacht hoopvol, Israël!
Eens zal de morgen gloren
van redding en herstel.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

Alternatieve melodieën

Deze psalm kan ook gezongen worden op de melodie van:
- Psalm 128
- LvdK 20 'Laat ons nu vrolijk zingen'
- LvdK 90 'Is God de Heer maar voor mij'
- LvdK 115 'Die op de troon zat zeide'
- LvdK 117 'Hoe zal ik U ontvangen'
- LvdK 183 'O hoofd vol bloed en wonden'
- LvdK 285 'Geef vrede. Heer, geef vrede'
- LvdK 301 'Wij moeten Gode zingen'
- LvdK 303 'De ware kerk'
- LvdK 427 'Beveel gerust uw wegen'
- LvdK 448 'Soms groet een licht van vreugde'
- LvdK 465 'Van U zijn alle dingen'
- Volkslied 'De winter is vergangen'

1. Uit diepten van ellenden
Roep ik, met mond en hart,
Tot U, die heil kunt zenden;
O HEER', aanschouw mijn smart;
Wil naar mijn smeekstem horen;
Merk op mijn jammerklacht;
Verleen mij gunstig' oren,
Daar 'k in mijn druk versmacht.

2. Zo Gij in 't recht wilt treden,
O HEER', en gadeslaan
Onz' ongerechtigheden;
Ach, wie zou dan bestaan?
Maar neen, daar is vergeving
Altijd bij U geweest;
Dies wordt Gij, HEER', met beving,
Recht kinderlijk gevreesd.

3. Ik blijf den HEER' verwachten;
Mijn ziel wacht ongestoord;
Ik hoop, in al mijn klachten,
Op Zijn onfeilbaar woord;
Mijn ziel, vol angst en zorgen,
Wacht sterker op den HEER',
Dan wachters op den morgen;
Den morgen, ach, wanneer?

4. Hoopt op den HEER', gij vromen;
Is Israel in nood,
Er zal verlossing komen;
Zijn goedheid is zeer groot.
Hij maakt, op hun gebeden,
Gans Israel eens vrij
Van ongerechtigheden;
Zo doe Hij ook aan mij.

1. Uit de diepten, o Heere,
Mijner benauwdheid groot,
Roep ik tot U gaar zere,
In mijnen angst en nood.
Heer, wil mijn stem verhoren;
Want het nu tijd zijn zal;
Laat komen tot Uw oren
Mijn klachtig bidden al.

2. Wilt Gij met ernst de zonden
Toerekenen voortaan;
Wie kan t' eniger stonden
In Uw oordeel bestaan?
Maar Gij wilt, Heer, vergeven
De zonden minst en meest;
Dies zijt Gij in dit leven
Zeer bemind en gevreesd.

3. Den Heer wil ik verwachten,
Mijn ziel staat altijd voort
Op Hem; met ganse krachten
Hoop ik vast op Zijn woord.
Mijn ziel verwacht lankmoedig
Van d' een nachtwake zwaar,
Totdat d' ander komt spoedig,
En de dag opstaat klaar.

4. Dat Israël vast bouwe
Op God de hope zijn;
Want vol genaad' en trouwe
Is de Heer en God mijn.
Hij is 't, Die onbezweken
Israël gans bevrijdt
Van zonden en gebreken,
Die Hij meteen scheldt kwijt.

1. Uit diepten van ellende
roep ik tot U, o Heer.
Gij kunt verlossing zenden,
ik werp voor U mij neer.
O Laat uw oor zich neigen
tot mij, tot mijn gebed.
Laat mij gehoor verkrijgen,
red mij, o Here, red!

2. Zoudt Gij indachtig wezen
al wat een mens misdeed,
wie zou nog kunnen leven
in al zijn angst en leed?
Maar Gij wilt ons vergeven,
Gij scheldt de schulden kwijt,
opdat wij zouden vrezen
uw goedertierenheid.

3. Ik heb mijn hoop gevestigd
op God de Heer die hoort.
Mijn hart, hoezeer onrustig
wacht zijn verlossend woord.
Nog meer dan in de nachten
wachters het morgenlicht,
blijf ik, o Heer, verwachten
uw lichtend aangezicht.

4. Gij al Gods bondgenoten,
ziet naar zijn toekomst uit!
De Heer is vast besloten,
tot goedertierenheid!
Hoort aan de goede tijding;
Hij geeft in zijn geduld
aan Israël bevrijding
van onrecht en van schuld.

1. Uit diepten van ellende
roep ik tot U, o Heer,
tot U die hulp kunt zenden,
ik buig mij voor U neer.
Heer, neig tot mij uw oren
en wil mijn klacht verstaan,
wil mijn gebed verhoren,
ontferm U, zie mij aan.

2. Als U ons overtreden,
o Heer, blijft gadeslaan,
de ongerechtigheden -
Heer, wie zal dan bestaan?
Maar nee, daar is vergeving
bij U altijd geweest,
opdat U in ons leven
eerbiedig wordt gevreesd.

3. Ik blijf de Heer verwachten
en hopen op zijn woord.
Ik wacht in al mijn klachten
op Hem, tot Hij mij hoort.
Mijn ziel, vervuld van zorgen,
wacht sterker op de Heer,
dan wachters op de morgen -
de morgen, o wanneer!