Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Ik ben alweer acht jaar verbonden aan een zorginstelling voor mensen met een verstandelijke beperking. In die zetting is het belangrijk om het evangelie in eenvoudige bewoordingen te verkondigen zonder dat het kinderachtig wordt. Lees meer »

Ds. Dennis Verboom | Geestelijk verzorger bij 's Heeren Loo

Ds. Dennis Verboom
Geestelijk verzorger bij 's Heeren Loo

Lees alle quotes

Psalm 14

De nieuwe psalmberijming

1. De dwazen doen alsof God niet bestaat
terwijl ze zijn gebod met voeten treden.
De HEER kijkt uit de hemel naar beneden
en zoekt of er een mens is die het kwaad
hartgrondig haat.

2. Maar allen zijn zij bij Hem weggegaan.
Waar is het inzicht van de goddelozen?
Zij gaan, zonder verblikken of verblozen,
hun eigen gang en trekken zich niets aan
van Gods bestaan.

3. Angst maakt al snel een einde aan hun spot;
de HEER is met hen die rechtvaardig leven.
Jij dwaas, lach hen maar uit, ja, lach nog even;
Hij redt hen en verijdelt je complot. 
Hij is hun God.

4. Ach, keerde toch voor Israël het tij,
zodat de mensen weer in vrede leven.
Als God uit Sion eerherstel zal geven,
is Israëls gevangenschap voorbij,
juicht Jakob blij.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. De dwazen doen alsof God niet bestaat
terwijl ze zijn gebod met voeten treden.
De HEER kijkt uit de hemel naar beneden
en zoekt of er een mens is die het kwaad
hartgrondig haat.

2. Maar allen zijn zij bij Hem weggegaan.
Waar is het inzicht van de goddelozen?
Zij gaan, zonder verblikken of verblozen,
hun eigen gang en trekken zich niets aan
van Gods bestaan.

3. Angst maakt al snel een einde aan hun spot;
de HEER is met hen die rechtvaardig leven.
Jij dwaas, lach hen maar uit, ja, lach nog even;
Hij redt hen en verijdelt je complot. 
Hij is hun God.

4. Ach, keerde toch voor Israël het tij,
zodat de mensen weer in vrede leven.
Als God uit Sion eerherstel zal geven,
is Israëls gevangenschap voorbij,
juicht Jakob blij.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

Alternatieve melodieën

Deze psalm heeft dezelfde melodie als Psalm 53

1. De trotse dwaas zegt in zijn boos gemoed:
"Daar is geen God". Zij doven 't licht der rede,
En maken zich, door gruwelijke zeden,
Afschuwelijk, daar is geen mens, die goed
Op aarde doet.

2. De grote God, die 't recht verdedigt, sloeg
Van 's hemels troon Zijn ogen naar beneden;
Op Adams kroost, doorzocht hun hart en zeden.
Hij zag, of zich geen mens verstandig droeg,
En naar Hem vroeg.

3. Hij zocht alom, maar ach, Hij vond er geen.
Want alle vlees is trouw'loos afgeweken.
Het land is vol van stinkende gebreken.
Geen sterveling wil 't pad der deugd betreen.
Ja, zelfs niet een.

4. Heeft dan dit volk, dat groeit in euveldaan,
Geen kennis ? Neen, thans durven die ontzinden
Met gulzigheid mijn volk als brood verslinden.
Zij roepen, op hun godvergeten paan,
Den HEER' niet aan.

5. Daar valt de vrees hen aan, en breekt hun kracht,
En pijnigt hen met dodelijke nepen;
Zij worden door vervaardheid aangegrepen;
Want God is bij 't rechtvaardige geslacht,
Dat op Hem wacht.

6. Gij spot vergeefs, beschimpende den raad
Van 't arme volk, dat, midden in d' ellenden,
Naar 's hemels troon gewoon is 't oog te wenden;
En zich, in zijn bedrukten jammerstaat
Op God verlaat.

7. Och daalde 't heil uit Sion spoedig neer.
Voor lsrael. Als God Zijn volk uit lijden
En banden redt, zal Jakob zich verblijden,
En Israel al juichend geven d' eer :
Aan zijnen HEER'.

1. De dwaas die spreekt in zijn harte zeer kwaad:
Daar is geen God; en hij verwoest met dezen
Zijn leven gans door zijn gruwelijk wezen;
Daar is niet één, die met woord ofte daad
Wat goeds begaat.

2. God des hemels de wereld overziet,
Ende bemerkt de mensen in den lande,
Of daar een is, die met goeden verstande,
Om Gods goedheid te zoeken in 't verdriet,
Hem toch bevliet.

3. Alles gemerkt, Hij vindt dat z' in 't gemeen
Al afwijken en gaan op boze wegen;
Zij zijn gruw'lijk, ja tot kwaad gans genegen;
Die wat goeds werkt, en is onder hen geen,
Ja niet tot een.

4. Zijn dan de bozen zo dwaas al te zaam,
Dat ze niet dan kwaad doen zonder afkeren;
Die mijn arm volk als dat brood gans verteren?
Zij zijn om 't aanroepen des Heeren Naam,
Zeer onbekwaam.

5. Zij zullen hen verwonderen voorwaar,
Als zij haast beangst zijnde zullen beven;
Want God, Wiens goedheid zeer hoog is verheven,
Is met den vromen, die Hem voor en naar
Liefheeft eenpaar.

6. Gij mens ongelukkig, dit toch verstaat,
Gij die bespot 't voornemen van den vromen,
't Welk God in zijn hart goediglijk laat komen;
Die alleen is des vromen toeverlaat,
Dien gij versmaadt.

7. Och! dat de hulp over Israël, Heer!
Kwam uit Sion, en dat God uit 't verlangen
Wilde verlossen Zijn arm volk gevangen;
Israël en Jakob zouden in eer
Verblijd zijn zeer.

1. De dwaas zegt in zijn hart: "Er is geen God",
en ieder doet wat goed is in zijn ogen.
't Gebinte van het leven wordt bewogen,
de zonde woekert, ieder drijft de spot
met Gods gebod.

2. De Heer ziet uit de hemel, of nog een
de wijsheid heeft om naar zijn woord te horen,
of een Hem zoekt. Geen mens wil zich aan Hem storen.
Geen mens die goed doet in de wereld, neen,
God vindt er geen.

3. Is er op aarde geen spoor van inzicht meer
bij hen die in het kwaad behagen vinden,
hen die mijn volk als was het brood verslinden?
Zij roepen God niet aan, zij roven d' eer
van God de Heer.

4. Zie hoe de schrik hen eensklaps overmant:
God treedt in 't krijt voor hen die naar Hem vragen,
Hij maakt te schande wie zijn volk belagen;
her blijft verdrukt, bedreigd van alle kant,
maar in Gods hand.

5. Breng, Here, breng een keer in 't aards bestel,
kom toch van Sion uit uw volk bevrijden.
Wend, Heer, ons lot, stel paal en perk aan 't lijden,
dan brengt U vrolijk lof met zang en spel
heel Israël.

1. De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God.
De mensen zijn bedreven in het kwade,
zij plegen niets dan gruwelijke daden;
niemand doet goed en ieder drijft de spot
met Gods gebod.

2. Hoog uit de hemel ziet de Here neer
of iemand wijs is, luistert naar zijn spreken.
Zij allen zijn ontaard en afgeweken,
er is niet één die Hem erkent als Heer,
nee, niemand meer.

3. Zal dan dit boos geslacht het nooit verstaan?
Hoe kunnen zij in kwaad-doen vreugde vinden,
zij die mijn volk, als at men brood, verslinden?
De naam des Heren roepen zij niet aan,
vol eigenwaan.

4. Daar overvalt de schrik hen onverwacht,
want God staat zijn rechtvaardigen terzijde.
Hun toevlucht is de Heer te allen tijde;
hoeveel verdrukking hen dan ook nog wacht,
Hij is hun kracht.

5. O Here, toon uw macht aan Israël!
Kom toch van Sion uit uw volk bevrijden.
Wendt U zijn lot, dan zal het zich verblijden:
dan jubelt Jakob, ja, heel Israël
prijst uw bestel.