Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Ik ben alweer acht jaar verbonden aan een zorginstelling voor mensen met een verstandelijke beperking. In die zetting is het belangrijk om het evangelie in eenvoudige bewoordingen te verkondigen zonder dat het kinderachtig wordt. Lees meer »

Ds. Dennis Verboom | Geestelijk verzorger bij 's Heeren Loo

Ds. Dennis Verboom
Geestelijk verzorger bij 's Heeren Loo

Lees alle quotes

Psalm 142

De nieuwe psalmberijming

1. Wanhopig schreeuw ik tot de HEER
mijn zorgen werp ik voor Hem neer. 
Ik smeek om hulp, ik roep Hem luid;
mijn klachten stort ik voor Hem uit.

2. Toen ik geen kracht meer over had 
was U bij mij, U kent mijn pad. 
Maar op dat pad dreigt het gevaar: 
er ligt een valstrik voor me klaar.

3. Vertwijfeld kijk ik om mij heen, 
maar niemand helpt, ik ben alleen. 
Er is geen mens die mij ziet staan, 
geen schuilplaats waar ik heen kan gaan.

4. Ik roep tot U, ik blijf erbij: 
U bent het toevluchtsoord voor mij. 
U bent mijn deel, mijn een en al, 
zolang mijn leven duren zal.

5. Verlos mij, want ik word belaagd, 
door tegenstanders opgejaagd. 
Ik ben verzwakt, hun macht is groot. 
Verhoor mij, red mij uit de nood!

6. Laat mij in vrijheid verdergaan, 
dan hef ik weer een loflied aan 
te midden van wie eerlijk leeft: 
U bent het die verlossing geeft.

Tekst: Adriaan Molenaar

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Wanhopig schreeuw ik tot de HEER
mijn zorgen werp ik voor Hem neer. 
Ik smeek om hulp, ik roep Hem luid;
mijn klachten stort ik voor Hem uit.

2. Toen ik geen kracht meer over had 
was U bij mij, U kent mijn pad. 
Maar op dat pad dreigt het gevaar: 
er ligt een valstrik voor me klaar.

3. Vertwijfeld kijk ik om mij heen, 
maar niemand helpt, ik ben alleen. 
Er is geen mens die mij ziet staan, 
geen schuilplaats waar ik heen kan gaan.

4. Ik roep tot U, ik blijf erbij: 
U bent het toevluchtsoord voor mij. 
U bent mijn deel, mijn een en al, 
zolang mijn leven duren zal.

5. Verlos mij, want ik word belaagd, 
door tegenstanders opgejaagd. 
Ik ben verzwakt, hun macht is groot. 
Verhoor mij, red mij uit de nood!

6. Laat mij in vrijheid verdergaan, 
dan hef ik weer een loflied aan 
te midden van wie eerlijk leeft: 
U bent het die verlossing geeft.

Tekst: Adriaan Molenaar

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

Alternatieve melodieën

Deze psalm heeft dezelfde melodie als Psalm 100 en 131

Deze psalm kan ook gezongen worden op de melodie van:
- LvdK 192 'O kostbaar kruis, o wonder Gods'
- LvdK 237 'Kom Schepper, Geest, daal tot ons neer'
- LvdK 239 'Kom Schepper God, o Heil'ge Geest'
- Lvdk 281 'Jezus zal heersen waar de zon'
- LvdK 375 'De trouw en goedheid van de Heer'
- LvdK 380 'Ontwaak, o mens, de dag breekt aan'
- LvdK 386 'De nacht, de moeder van de rust'
- LvdK 387 'O Heer mijn God, ook deze nacht'
- LvdK 437 'Vernieuw Gij mij, o eeuwig licht'
- Avondzang 'O grote Christus, eeuwig licht'
- Herv Bundel 24 'Dit is de dag die God ons schenkt'
- Joh de Heer 25 'Daar juicht een toon, daar klinkt een stem'

1. 'k Riep tot den HEER' met luider stem;
Ik smeekt' en riep vol angst tot Hem.
'k Heb, voor Zijn aangezicht, mijn klacht
In mijn benauwdheid voortgebracht.

2. Als mij geen hulp of uitkomst bleek,
Wanneer mijn geest in mij bezweek,
En overstelpt was door ellend',
Hebt Gij, o HEER', mijn pad gekend.

3. Zij hebben vol arglistigheid
Een strik op mijnen weg gespreid.
'k Zag uit, in nood, ter rechterhand,
Maar vond noch vriend, noch onderstand.

4. 'k Wou vluchten, maar kon nergens heen,
Zodat mijn dood voorhanden scheen,
En alle hoop mij gans ontviel,
Daar niemand zorgde voor mijn ziel.

5. Ik riep tot U, ik zeid': o HEER',
Gij zijt mijn toevlucht, sterkt' en eer;
Gij zijt, zolang ik leef, mijn deel,
Mijn God, Wien ik mij aanbeveel.

6. Hoor mijn geschrei! 'k Ben uitgeteerd,
Door mijn vervolgers overheerd;
Ai, help en red mij uit den nood,
Want hunne macht is mij te groot.

7. Voer mij uit mijn gevangenis,
Tot roem Uws Naams, die heerlijk is.
Dat mij 't rechtvaardig volk omring'
En vrolijk van Uw weldaan zing'.

1. Ik roepe God met harte aan,
Ik smeke Hem gans onderdaan ;
Ik storte voor Hem uit mijn hart,
En vertelle Hem al mijn smart.

2. Als mijn geest en mijn hart met nood
Gans bezwaard is, en met angst groot;
Nog weet Gij Heer, in dezen al,
Hoe ik daaruit verlost zijn zal.

3. Zij hebben mij strikken bereid,
En mij te vangen toegeleid.
Als ik mij alzins heb gewend,
Der vrienden geen heeft mij gekend.

4. Geen middelen mij nu voorstaan,
Om enigszins hen te ontgaan;
Daar is niemand in mijn geslacht,
Die mij te helpen zij bedacht.

5. Ik roepe Heer tot U allein;
Gij zijt altijd mijn hope rein;
Ter wereld en is nu niemand,
Waarvan ik verwachte bijstand.

6. Aanhoor toch Heer, al mijn geklag,
Want ik voortaan niet meer en mag;
Hoed mij voor de vervolgers mijn,
Die mij nu veel te machtig zijn.

7. Uit dezen kuil diep mij bevrijd,
Dat ik U prijze tallen tijd.
Bij mij zijnde, Gods kindren vroed,
Zullen zient goed, dat Gij mij doet.

1. Tot God den Heer hief ik mijn stem,
ik riep tot God, ik smeekte Hem.
Alles, alles wat mij benauwt
heb ik den Here toevertrouwd.

2. Wanneer mijn geest in mij versmacht
kent Gij mijn pad, staat Gij op wacht.
Al mijn beweging gaat Gij na,
waar ik ook ga, waar ik ook sta!

3. Gij weet van de verborgen strik,
de hulpeloosheid en de schrik;
dat niemand, niemand naar mij vraagt,
en dat ik steeds word voortgejaagd.

4. Tot U roep ik dat Gij, o Heer,
mijn schuilplaats zijt, mijn tegenweer,
mijn deel, mijn erve in het land
der levenden, mijn onderpand.

5. Sla op mijn zwakke smeken acht
en red mij van de hete jacht.
Die mij vervolgen in de strijd
geven geen ogenblik respijt.

6. Red mij van wie te sterk mij is,
voer mij uit zijn gevangenis,
dat ik U, Heer, dat ik U dan
mijn Heer en God weer loven kan.

7. Al uw getrouwen roep ik saam
als Gij mij zo hebt welgedaan,
zij zullen horen hoe ik zing
uw naam en uw rechtvaardiging.

1. Tot God, de Here, roep ik luid,
mijn klachten stort ik voor Hem uit.
Ik smeek de Heer met luide stem,
Mijn noden leg ik neer voor Hem.

2. Terwijl mijn geest in mij versmacht,
kent U mijn pad en hoort mijn klacht.
Een strik heeft men voor mij gezet,
men wil mij vangen in een net.

3. Waarheen ik zie of mij ook wend,
geen sterveling die mij nog kent.
Geen mens die naar mij omziet, Heer,
ik vind geen enkle toevlucht meer.

4. Ik roep in nood tot U, o Heer.
U bent mijn schuilplaats, altijd weer.
In 't land der levenden bent U
mijn erfdeel, Heer; verhoor mij nu.

5. Sla, Here, op mijn smeken acht,
ik ben verzwakt, ik heb geen kracht.
Maak mij van mijn vervolgers vrij,
want zij zijn veel te sterk voor mij.

6. Leid mij uit mijn gevangenis,
dan prijs 'k uw naam, die heilig is.
't Rechtvaardig volk zal om mij staan
en juichen: God heeft welgedaan.