Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

In onze gemeente proberen we het oude van de traditie in verbinding te brengen met het nieuwe van nu. De Nieuwe Psalmberijming sluit daar perfect bij aan. Op deze manier kunnen we met jong en oud de psalmen blijven zingen. Lees meer »

Ds. E. de Jong | Doopsgezinde Gemeente te Ouddorp

Ds. E. de Jong
Doopsgezinde Gemeente te Ouddorp

Lees alle quotes

Psalm 143

De nieuwe psalmberijming

1. HEER, toon uw trouw en hoor mij smeken.
Gun mij alsnog een levensteken.
Klaag mij, uw dienaar, toch niet aan.
Als u het recht wilt laten spreken,
dan kan geen mens voor U bestaan.

2. Door haters word ik voortgedreven.
Hun harde hiel vertrapt mijn leven.
Al bijna woon ik in de dood.
Vanbinnen blijf ik angstig beven.
Ik ben verward, in diepe nood.

3. Ik mijmer over vroeger dagen.
Toen heeft uw liefde mij gedragen.
Uw hand bracht wonderen tot stand.
Hier ben ik, HEER, met al mijn vragen,
zo uitgedroogd als dorstig land.

4. HEER, houd uw oren voor mij open.
Geef mij weer reden om te hopen,
voor ik verdrink in diep verdriet.
Wijs mij de weg die ik mag lopen.
Ik zoek naar U, verlaat mij niet.

5. Bescherm mij, HEER, wil mij bevrijden
van wie mij kwellen en bestrijden.
Maak mij gehoorzaam, door en door.
God, laat uw goede Geest mij leiden
in het door U gebaande spoor.

6. Laat mij niet hulpeloos verkwijnen.
Bevrijd mij, HEER, van zware pijnen.
Bewijs uw trouw en doe mij recht.
Zorg dat mijn vijanden verdwijnen.
Verlos mij, want ik ben uw knecht.

Tekst: Arie Maasland

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. HEER, toon uw trouw en hoor mij smeken.
Gun mij alsnog een levensteken.
Klaag mij, uw dienaar, toch niet aan.
Als u het recht wilt laten spreken,
dan kan geen mens voor U bestaan.

2. Door haters word ik voortgedreven.
Hun harde hiel vertrapt mijn leven.
Al bijna woon ik in de dood.
Vanbinnen blijf ik angstig beven.
Ik ben verward, in diepe nood.

3. Ik mijmer over vroeger dagen.
Toen heeft uw liefde mij gedragen.
Uw hand bracht wonderen tot stand.
Hier ben ik, HEER, met al mijn vragen,
zo uitgedroogd als dorstig land.

4. HEER, houd uw oren voor mij open.
Geef mij weer reden om te hopen,
voor ik verdrink in diep verdriet.
Wijs mij de weg die ik mag lopen.
Ik zoek naar U, verlaat mij niet.

5. Bescherm mij, HEER, wil mij bevrijden
van wie mij kwellen en bestrijden.
Maak mij gehoorzaam, door en door.
God, laat uw goede Geest mij leiden
in het door U gebaande spoor.

6. Laat mij niet hulpeloos verkwijnen.
Bevrijd mij, HEER, van zware pijnen.
Bewijs uw trouw en doe mij recht.
Zorg dat mijn vijanden verdwijnen.
Verlos mij, want ik ben uw knecht.

Tekst: Arie Maasland

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

1. O HEER, wil mijn gebeden horen;
Neig tot mijn smeken gunstig' oren,
Verhoor ', o Oppermajesteit,
Om Uwe trouw, aan mij gezworen,
Verhoor m' om Uw gerechtigheid.

2. Wil Uwen knecht, door schuld verslagen,
O HEER', niet voor Uw vierschaar dagen;
Want niemand zal in dat gericht,
Daar zelfs zijn hart hem aan moet klagen,
Rechtvaardig zijn voor Uw gezicht.

3. Ik zie mijn ziel vervolgd door snoden;
Ik zie, voor 's vijands haat gevloden,
Mijn leven in het stof vertreen.
Ik lig, helaas, gelijk de doden,
Omringd van nare duisterheen.

4. Dit overstelpt mijn geest met rouwe:
Als ik mijn deerlijk lot beschouwe,
Bezwijkt mijn afgefolterd hart.
Gij weet, dat ik op U betrouwe;
Algoede God, genees mijn smart.

5. Ik denk, in 't midden der gevaren,
Nog aan Uw gunst van vroeger jaren;
Ik tracht Uw werken na te gaan:
O God, wie kan U evenaren?
Hoe heerlijk zijn Uw wonderdaan!

6. Ik hef mijn handen naar den hogen;
Mijn ziel is voor Uw alziend' ogen,
Gelijk een dor, een dorstig land,
Dat sedert lang ligt uit te drogen,
Verkwijnend, in dien doodsen stand.

7. HEER', doe mij spoedig ademhalen;
Wil mijn bezweken geest bestralen;
Verberg m' Uw vriend'lijk aanschijn niet;
Ik zal eerlang ten grave dalen,
Indien Gij mij geen bijstand biedt.

8. Laat mij Uw dierb're goedheid prijzen,
Wanneer ik 't morgenlicht zie rijzen;
'k Betrouw op U in mijn ellend';
Wil mij het ware heilspoor wijzen;
Mijn ziel heeft zich tot U gewend.

9. O HEER', mijn toevlucht, hoor mij klagen;
Verlos mij uit des vijands lagen;
Red mij van hen, die mij vertreen;
Ik schuil, in mijn benauwde dagen,
Bij U, mijn God, bij U alleen.

10. Leer mij, o God van zaligheden,
Mijn leven in Uw dienst besteden;
Gij zijt mijn God, vat Gij mijn hand;
Uw goede Geest bestier' mijn schreden,
En leid' mij in een effen land.

11. Laat Uwe gunst mij niet begeven;
Schenk mij, om Uwes Naams wil, leven.
Laat mijne ziel, die tot U schreit,
Van haar benauwdheid zijn ontheven.
Red mij om Uw gerechtigheid.

12. Laat nooit mijns vijands wens gelukken .
Roei z' allen uit, die mij doen bukken,
Om Uwe gunst, mij toegezegd.
Verdelg hen, die mijn ziel verdrukken,
Want ik, o HEER', ik ben Uw knecht.

1. Wil mijn gebed, o Heer, verhoren,
Laat toch komen tot Uwe oren
Mijn smeken en mijn treurigheid;
En naar Uwe goedheid alvoren
Antwoord mij in mijn tegenheid.

2. Wil Heer met Uwen knecht niet treden
In 't recht naar Uw gerechtigheden,
Dat hij niet koom' in straf en pijn;
Want Heer, geen mense hier beneden
En kan voor U onschuldig zijn.

3. Mijn vijand vervolgt mij gaar zere,
Om mij neder te werpen, Heere,
Hij laat het niet blijven daarbij:
Maar in enen kuil met onere,
Als waar ik dood, verbergt hij mij.

4. Daardoor is mijn ziel zeer beladen
Met benauwdheid vroeg ende spade;
Ik schijne verlaten met haast;
Dies door deez' tegenheid en schade
Is mijn hart beroerd en verbaasd.

5. In dezen duisteren kuil klachtig,
Ben ik des ouden tijds gedachtig,
En Uwer werken, Heer, zeer goed;
Ik verhaal t' mijner trooste klachtig,
Die groot' daden, die Uw hand doet.

6. Daar zucht ik zeer in zulke standen,
En strekke tot U Heer, mijn handen;
Mijn ziel is door 't roepen gelijk
Den dorren uitgedroogden landen,
En als een zeer dorstig aardrijk.

7. Verhoor mij nu haast, o Heer goedig;
't Hart is flauw, ik ben schier kleinmoedig;
En verberg mij Uw aanschijn niet,
Of ik moet hun gelijk zijn spoedig,
Die men in de graven diep schiet.

8. Laat mij vroeg Uw genaad' aanschouwen,
Op U staat mijn hoop in 't benauwen;
Maak mij toch den rechten weg kond,
Dien ik gaan moet; want, Heer vol trouwe,
Tot U hef ik op hart en mond.

9. O God! mijn hopening zeer reine,
Verlos mij uit den nood niet kleine
Mijner vijanden wreed en fel.
Gij zijt, Heer, mijn toevlucht alleine,
Ja Gij, o God, en niemand el.

10. Leer mij Heer, naar Uw welbehagen
Wandelen recht zonder versagen;
Want Gij toch zijt mijn God voorwaar.
Dat Uwe Geest alle mijn dagen
Mij leid' in Uwen weg eerbaar.

11. O Heer, wil toch door Uwen Name
Mijn ziele verkwikken bekwame,
Ende levendig maken blij;
Verlos mij uit nood, angst en blame,
Door Uwe gerechtigheid vrij.

12. Mijn vijanden, die mij bestrijden,
Doe Heer, teniet tot deze tijden;
Door Uw goedheid verderf ook slecht
Hen, die mijn ziel aandoen groot lijden;
Want ik ben Uw getrouwe knecht.

1. O Here, hoor naar mijn gebeden,
zie mij als smeek'ling tot U treden,
verhoor mij, God, die trouw betoont,
die ieder richt naar recht en reden,
die boven ons als koning troont.

2. Ik nader U, het hoofd gebogen.
Gij kunt, o Heer, geen kwaad gedogen,
ga met uw knecht niet in 't gericht,
doe hem niet weg van voor uw ogen;
wie is rechtvaardig in uw licht?

3. De vijand staat mij naar het leven,
heeft tegen mij de hiel geheven.
O God, ik ben in nood en pijn.
Wil niet mijn leven overgeven
aan 't donker waar de doden zijn.

4. Verward, o Heer, zijn mijn gedachten.
Ik ben aan 't einde van mijn krachten
en alle moed ontzonk mijn hart.
Als Gij niet luistert naar mijn klachten,
dan is het duister dicht en zwart.

5. Ik denk, o Heer, aan vroeger dagen,
toen Gij de vijand hebt geslagen.
hoe waart Gij toen uw volk nabij.
Gij hebt het door de dood gedragen
en door uw hand werd Israël vrij.

6. Ik strek naar U mijn beide handen.
Maak in mijn nood mij niet te schande
voor 't oog van wie mijn ziel benart.
Als dorstig land, het zonverbrande,
zo smacht naar U, o Heer, mijn hart.

7. Snel mij te hulp, wil mij verhoren.
Doe mij uw aangezicht weer gloren
voordat ik reddeloos bezwijk,
voordat ik word als wie verloren
afdaalden in het dodenrijk.

8. Laat 's morgens uw genade dagen,
voor ogen die het donker zagen.
Ik bouw op U en anders geen.
Wijs mij de weg van uw behagen,
mijn ziel wacht het van U alleen.

9. Gij zijt mijn God, sta mij ter zijde,
mijn toevlucht als zij mij bestrijden.
Leer mij uw wil, reik mij uw hand.
Uw goede Geest zij mijn geleide;
voer mij in een geëffend land.

10. Heer, om uws naams wil, laat mij leven!
Wil in uw trouw mij niet begeven.
Verdelg hem die mij lagen legt,
weersta hen die mij wederstreven,
want, Heer mijn God, ik ben uw knecht.

1. O Here, hoor naar mijn gebeden,
zie mij als smeek'ling tot U treden,
verhoor mij, God, die trouw betoont,
die ieder richt naar recht en reden,
die boven ons als koning troont.

2. Ik nader U, het hoofd gebogen.
Gij kunt, o Heer, geen kwaad gedogen,
ga met uw knecht niet in 't gericht,
doe hem niet weg van voor uw ogen;
wie is rechtvaardig in uw licht?

3. De vijand staat mij naar het leven,
heeft tegen mij de hiel geheven.
O God, ik ben in nood en pijn.
Wil niet mijn leven overgeven
aan 't donker waar de doden zijn.

4. Verward, o Heer, zijn mijn gedachten.
Ik ben aan 't einde van mijn krachten
en alle moed ontzonk mijn hart.
Als Gij niet luistert naar mijn klachten,
dan is het duister dicht en zwart.

5. Ik denk, o Heer, aan vroeger dagen,
toen Gij de vijand hebt geslagen.
hoe waart Gij toen uw volk nabij.
Gij hebt het door de dood gedragen
en door uw hand werd Israël vrij.

6. Ik strek naar U mijn beide handen.
Maak in mijn nood mij niet te schande
voor 't oog van wie mijn ziel benart.
Als dorstig land, het zonverbrande,
zo smacht naar U, o Heer, mijn hart.

7. Snel mij te hulp, wil mij verhoren.
Doe mij uw aangezicht weer gloren
voordat ik reddeloos bezwijk,
voordat ik word als wie verloren
afdaalden in het dodenrijk.

8. Laat 's morgens uw genade dagen,
voor ogen die het donker zagen.
Ik bouw op U en anders geen.
Wijs mij de weg van uw behagen,
mijn ziel wacht het van U alleen.

9. Gij zijt mijn God, sta mij ter zijde,
mijn toevlucht als zij mij bestrijden.
Leer mij uw wil, reik mij uw hand.
Uw goede Geest zij mijn geleide;
voer mij in een geëffend land.

10. Heer, om uws naams wil, laat mij leven!
Wil in uw trouw mij niet begeven.
Verdelg hem die mij lagen legt,
weersta hen die mij wederstreven,
want, Heer mijn God, ik ben uw knecht.