Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Ik ben alweer acht jaar verbonden aan een zorginstelling voor mensen met een verstandelijke beperking. In die zetting is het belangrijk om het evangelie in eenvoudige bewoordingen te verkondigen zonder dat het kinderachtig wordt. Lees meer »

Ds. Dennis Verboom | Geestelijk verzorger bij 's Heeren Loo

Ds. Dennis Verboom
Geestelijk verzorger bij 's Heeren Loo

Lees alle quotes

Psalm 147

De nieuwe psalmberijming

1. Wat is het goed om God te eren,
om blij voor Hem te musiceren.
De HEER maakt van zijn stad van vrede
de mooiste stad van alle steden.
Zijn volk, van huis en haard verdreven,
zal Hij een nieuwe toekomst geven.
Hij zal de diep bedroefden helpen,
het bloeden van hun wonden stelpen.

2. Hij telt de sterren en planeten,
weet waar ze staan en hoe ze heten.
Wijs is de Heer en oppermachtig.
Wat Hij geschapen heeft is prachtig!
Hij ondersteunt wie onrecht lijden;
met liefde staat Hij hun terzijde.
Maar trotse mensen moeten zwichten;
de HEER zal hen te gronde richten.

3. Zing om de beurt om God te danken.
Haal uit de harp de mooiste klanken.
Prijs Hem die luchten laat betrekken,
het blauw met wolken kan bedekken.
Prijs Hem die regen neer laat stromen,
zodat het gras weer op kan komen.
Prijs Hem die dieren voer zal geven.
Hij houdt de jonge raaf in leven.

4. De HEER hecht helemaal geen waarde
aan de robuuste kracht van paarden.
Hij wordt niet vrolijk van soldaten
die paraderen door de straten.
Maar Hij wordt blij van wie Hem eren,
van mensen die Hem respecteren.
Hij houdt van wie op Hem vertrouwen
en altijd op zijn liefde bouwen.

5. Jeruzalem, prijs God, je koning,
vanuit je hart, vanuit zijn woning.
De HEER zal jou, zijn stad, besturen.
Hij stut je poort, versterkt je muren.
Zijn zegen zal Hij aan je geven:
zijn volk mag weer in vrede leven.
Wie in je woont, zal Hij behoeden;
met heerlijk brood zal Hij hen voeden.

6. God stuurt zijn woord, snel als een sprinter;
dan komt er sneeuw en wordt het winter.
Hij strooit met rijp op gure dagen.
Wie kan zijn vrieskou ooit verdragen?
Wanneer de Heer opnieuw gaat spreken
verdwijnt de witte, wollen deken.
Als Hij de warme wind laat komen
begint het water weer te stromen.

7. Hij laat zijn wijze woorden horen
aan wie uit Jakob zijn geboren.
Hij onderhoudt met deze natie
een heel bijzondere relatie:
zijn wet, zorgvuldig opgeschreven,
heeft Hij aan Israël gegeven.
Zo zal de Heer zijn volk regeren.
Kom, laten wij die koning eren!

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Wat is het goed om God te eren,
om blij voor Hem te musiceren.
De HEER maakt van zijn stad van vrede
de mooiste stad van alle steden.
Zijn volk, van huis en haard verdreven,
zal Hij een nieuwe toekomst geven.
Hij zal de diep bedroefden helpen,
het bloeden van hun wonden stelpen.

2. Hij telt de sterren en planeten,
weet waar ze staan en hoe ze heten.
Wijs is de Heer en oppermachtig.
Wat Hij geschapen heeft is prachtig!
Hij ondersteunt wie onrecht lijden;
met liefde staat Hij hun terzijde.
Maar trotse mensen moeten zwichten;
de HEER zal hen te gronde richten.

3. Zing om de beurt om God te danken.
Haal uit de harp de mooiste klanken.
Prijs Hem die luchten laat betrekken,
het blauw met wolken kan bedekken.
Prijs Hem die regen neer laat stromen,
zodat het gras weer op kan komen.
Prijs Hem die dieren voer zal geven.
Hij houdt de jonge raaf in leven.

4. De HEER hecht helemaal geen waarde
aan de robuuste kracht van paarden.
Hij wordt niet vrolijk van soldaten
die paraderen door de straten.
Maar Hij wordt blij van wie Hem eren,
van mensen die Hem respecteren.
Hij houdt van wie op Hem vertrouwen
en altijd op zijn liefde bouwen.

5. Jeruzalem, prijs God, je koning,
vanuit je hart, vanuit zijn woning.
De HEER zal jou, zijn stad, besturen.
Hij stut je poort, versterkt je muren.
Zijn zegen zal Hij aan je geven:
zijn volk mag weer in vrede leven.
Wie in je woont, zal Hij behoeden;
met heerlijk brood zal Hij hen voeden.

6. God stuurt zijn woord, snel als een sprinter;
dan komt er sneeuw en wordt het winter.
Hij strooit met rijp op gure dagen.
Wie kan zijn vrieskou ooit verdragen?
Wanneer de Heer opnieuw gaat spreken
verdwijnt de witte, wollen deken.
Als Hij de warme wind laat komen
begint het water weer te stromen.

7. Hij laat zijn wijze woorden horen
aan wie uit Jakob zijn geboren.
Hij onderhoudt met deze natie
een heel bijzondere relatie:
zijn wet, zorgvuldig opgeschreven,
heeft Hij aan Israël gegeven.
Zo zal de Heer zijn volk regeren.
Kom, laten wij die koning eren!

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

1. Laat 's HEEREN lof ten hemel rijzen;
Hoe goed is 't, onzen God te prijzen!
't Betaamt ons, psalmen aan te heffen,
Die lief'lijk zijn, en harten treffen.
De HEER' wil ons in gunst aanschouwen,
Hij wil Jeruzalem herbouwen,
Vergaren en in vree doen leven,
Hen, die uit Isrel zijn verdreven.

2. Hij heelt gebrokenen van harte,
En Hij verbindt z' in hunne smarte,
Die, in hun zonden en ellenden,
Tot Hem zich ter genezing wenden.
Hij telt het groot getal der starren,
Die 't scherpst gezicht op aard' verwarren.
Hij roept dat talloos heir te zamen
En noemt die alle bij haar namen.

3. Zeer groot is onze HEER', vol krachten;
Onpeilbaar diep zijn Gods gedachten,
Daar Zijn verstand, nooit af te meten,
Ver overtreft al wat wij weten.
Zachtmoedigen wil Hij bewaren,
Hij houdt ze staand' in hun gevaren,
Maar goddelozen doet Hij bukken,
Bezwijken onder d' ongelukken.

4. Zingt beurtelings en dankt den HEERE;
Zingt psalmen onzen God ter ere,
Dien God, die, voor het oog der volken,
De heem'len dekt met dikke wolken,
Die d' aarde kroont met gunst en zegen
En haar besproeit met vruchtb'ren regen,
Die 't gras, door mild' en frisse droppen,
Doet groeien op de heuveltoppen.

5. God wil al 't vee steeds spijzen, laven;
Hij hoort de stem der jonge raven.
Hij heeft geen lust aan 's mensen krachten,
Aan hen, die daaruit heil verwachten.
De macht van 't paard en 's mans vermogen
Zijn beide nietig in Zijn ogen;
Aan die vertrouwen op hun benen,
Wil Hij geen gunst of hulp verlenen.

6. De HEER' betoont Zijn welbehagen
Aan hen, die need'rig naar Hem vragen,
Hem vrezen, Zijne hulp verbeiden,
En door Zijn hand zich laten leiden;
Die, hoe het ook moog' tegenlopen,
Gestadig op Zijn goedheid hopen.
O Salem, roem den HEER' der heren;
Wil Uwen God, o Sion, eren!

7. Hij wil in gunst uw heil bewerken,
De grendels uwer poorten sterken,
En zegent in uw land uw kind'ren.
Hij doet geen krijg uw wasdom hind'ren;
Hij deelt den liefelijken vrede,
Zelfs aan Uw verste grenzen mede;
Met vette tarw' wil Hij u spijzen,
En kronen met Zijn gunstbewijzen.

8. Hij zendt op aarde Zijn bevelen;
Zijn woord loopt snel door 's werelds delen.
Hij geeft de sneeuw om 't land te dekken,
En tot een zachte wol te strekken;
Wier wond're vlokken voor elks ogen
Gods macht en wijsheid klaar betogen,
Of strooit weer, ten bekwamen stonde,
Den rijm, als stuivend' as, in 't ronde.

9. Wie zou niet voor Gods grootheid bukken?
Hij werpt Zijn ijs daarheen als stukken;
Wie zal bestaan voor Zijne koude?
Daar niemand die verduren zoude,
Moet rijm en ijs weer met elkand'ren,
Op Zijn bevel, in vocht verand'ren;
Want, waait Zijn wind, de waat'ren vloeien,
Rivier en beek begint te groeien.

10. Hij gaf aan Jakob Zijne wetten,
Deed Isrel op Zijn woorden letten.
Hij leerde z' in Zijn wegen wand'len.
Zo wou Hij met geen volken hand'len:
Die moesten Zijn getuigenissen
En Zijn verbondsgeheimen missen.
Laat dan Gods lof ten hemel rijzen;
Laat al wat adem heeft Hem prijzen!

1. Looft God, het zijn heerlijke dingen,
Dat men onzen God prijst met zingen;
Het is kostelijk en zeer schone,
Dat men God prijst met zoeten tone.
Dewijl dat Hij 't is, Die genadig
Jeruzalem bouwet allene;
Hij zal ook saambrengen gestadig
't Verstrooid Israël in 't gemene.

2. Hij helet de gebroken harten,
Die vol zijn van lijden en smarten,
En zal op haar wonden vol pijnen
Gebruiken goede medicijnen,
Want der sterren allen te zamen
Weet hij dat getal uit te spreken;
Hij kan ook alle die met namen
Eigenlijk noemen onbezweken.

3. Voorwaar! God is groot, hoog geprezen,
De Sterkste, Die daar konde wezen;
Zijn kracht is groot niet om vermonden,
Zijn wijsheid is niet om doorgronden.
De Heer verkwikt ende versterket,
Die benauwd zijn ende beladen;
Maar dat geslacht, 't welk boosheid werket,
Werpt Hij te grond zonder genade.

4. Dies wilt met gezang den Heer prijzen,
Met psalmen wilt Hem lof bewijzen,
Die den hemel met nevel dekket,
Ende met wolken overstrekket;
Die den regen lieflijk laat vallen,
Om 't gras zeer zoet te doen voortkommen.
Met druppelen fijn over allen,
Op bergen, dalen en alommen.

5. Den vee wil Hij zijn spijze geven;
Ook den jongen raven daarneven,
Die tot Hem schreien vroeg en spade,
Zijnde met honger zeer beladen.
Geen gevallen heeft de Heer goedig,
Aan de sterkte des paards in 't strijden,
Noch aan des lopers kracht hoogmoedig,
Noch aan zijn benen t' allen tijden.

6. Maar Hij heeft een zeer groot behagen
Aan een benauwd harte verslagen
Dat op Gods goedigheid en krachten
Hem verlaat en daarop wil wachten.
Gij Jeruzalem uitverkoren,
Uwes Gods lof wil nu voortbringen;
En gij Sion! laat in u horen
Godes lof, in Hem wil ontspringen.

7. Hij sterkt uwe poorten zeer krachtig
Met ijzeren grendelen machtig;
Hij zegent in de stad zeer spoedig
Uwe kinderen overvloedig;
En maakt, dat gij hebt altijd vrede
In uwen land, aan alle zijden;
En veel goede tarwe hiermede
Geeft Hij u, om u te verblijden.

8. Hij zendt Zijn woord hier op de aarde,
Ende Zijn wet van grote waarde;
Die sneller dan enige dingen
Overal krachtiglijk doordringen.
Hij bedekt de bergen en velden
Met sneeuw, wit als de wolle reine;
Den nevel Hij uitstrooit niet zelden,
Recht alsof 't asse waar zeer kleine.

9. Hij werpt den hagel t' allen steden
Als grote stukken ijs beneden;
Wie is zo hard, dat hij kan dragen
Den scherpen vorst en koude dagen?
Maar dat ijs smelt zonder beklijven,
Zo haast als Hij een woord uitspreket;
Hij laat den wind waaien en drijven,
Zo scheurt dat ijs, 't welk haast'lijk breket.

10. Hij is 't die Jakob openbaret
Zijn woord en Zijn wetten verklaret;
Die Israël heeft onderwezen
Zijn wetten en rechten geprezen.
Zo en heeft Hij aan alle volken,
Die daar wonen onder de wolken,
Niet gedaan, noch hen laten weten
Zijns woords zeer heerlijke secreten.

1. Lof zij den Heer, goed is het leven
als 's Heren lof wordt aangeheven.
Lieflijk en recht te allen tijde
is 't onze God ons lied te wijden.
Hij bouwt de stad, door Hem verkoren,
het volk in ballingschap verloren
brengt Hij er samen, heelt hun wonden,
hoezeer hun harten zijn geschonden.

2. Hij telt het leger van de sterren,
Hij roept bij name hen van verre.
Groot is de Here, groot in krachten,
er is geen grens aan zijn gedachten.
Die zich ootmoedig aan Hem geven,
schenkt Hij een overvloed van leven.
Maar Hij vernedert goddelozen,
die trots hun eigen weg verkozen.

3. Zingt, zingt om beurt om Hem te danken,
ontlok de lier de schoonste klanken
voor onze God, Hem die in luister
de hemel dekt met wolkenduister,
de aarde drenkt met milde regen,
het gras doet spruiten allerwegen,
de dieren zegent met zijn gaven
en hoort de roep der jonge raven.

4. Voor God is alle kracht van paarden
en macht van mensen zonder waarde.
Het snoeven van wie wapens dragen
is niet naar 's Heren welbehagen.
Zijn welbehagen zal slechts wezen
met allen die Hem need'rig vrezen,
die met hun harten voor Hem open
op zijn genade en liefde hopen.

5. Jeruzalem, gewijde woning,
prijs Sion, prijs den Heer uw Koning.
Als u een vijand aan wil randen
sluit Hij de poort met eigen handen.
Hij doet uw kind'ren veilig wonen,
vervult met heldenmoed uw zonen.
Uw daag'lijks brood geeft Hij u heden.
Ja, altijd schenkt Hij u zijn vrede.

6. De aarde hoort Gods heilig spreken.
Zijn woord snelt voort door alle streken.
De Heer spreidt sneeuw als wollen vachten,
strooit rijp als as in winternachten.
Hagel zendt Hij in barre vlagen.
Wie kan zijn bitt're kou verdragen?
Hij spreekt: de zuidenwinden komen;
dan smelt het ijs: de waat'ren stromen.

7. De Heer heeft Jakob uitverkoren
om naar zijn heilig woord te horen.
Aan Israël heeft Hij ten leven
zijn rechten en zijn wet gegeven.
Zo deed Hij aan geen and're volken.
Laat ons des Heren lof vertolken.
De kracht, de heerlijkheid, de ere
zijn Hem, die eeuwig zal regeren.

1. Lof zij den Heer, goed is het leven
als 's Heren lof wordt aangeheven.
Lieflijk en recht te allen tijde
is 't onze God ons lied te wijden.
Hij bouwt de stad, door Hem verkoren,
het volk in ballingschap verloren
brengt Hij er samen, heelt hun wonden,
hoezeer hun harten zijn geschonden.

2. Hij telt het leger van de sterren,
Hij roept bij name hen van verre.
Groot is de Here, groot in krachten,
er is geen grens aan zijn gedachten.
Die zich ootmoedig aan Hem geven,
schenkt Hij een overvloed van leven.
Maar Hij vernedert goddelozen,
die trots hun eigen weg verkozen.

3. Zingt, zingt om beurt om Hem te danken,
ontlok de lier de schoonste klanken
voor onze God, Hem die in luister
de hemel dekt met wolkenduister,
de aarde drenkt met milde regen,
het gras doet spruiten allerwegen,
de dieren zegent met zijn gaven
en hoort de roep der jonge raven.

4. Voor God is alle kracht van paarden
en macht van mensen zonder waarde.
Het snoeven van wie wapens dragen
is niet naar 's Heren welbehagen.
Zijn welbehagen zal slechts wezen
met allen die Hem need'rig vrezen,
die met hun harten voor Hem open
op zijn genade en liefde hopen.

5. Jeruzalem, gewijde woning,
prijs Sion, prijs den Heer uw Koning.
Als u een vijand aan wil randen
sluit Hij de poort met eigen handen.
Hij doet uw kind'ren veilig wonen,
vervult met heldenmoed uw zonen.
Uw daag'lijks brood geeft Hij u heden.
Ja, altijd schenkt Hij u zijn vrede.

6. De aarde hoort Gods heilig spreken.
Zijn woord snelt voort door alle streken.
De Heer spreidt sneeuw als wollen vachten,
strooit rijp als as in winternachten.
Hagel zendt Hij in barre vlagen.
Wie kan zijn bitt're kou verdragen?
Hij spreekt: de zuidenwinden komen;
dan smelt het ijs: de waat'ren stromen.

7. De Heer heeft Jakob uitverkoren
om naar zijn heilig woord te horen.
Aan Israël heeft Hij ten leven
zijn rechten en zijn wet gegeven.
Zo deed Hij aan geen and're volken.
Laat ons des Heren lof vertolken.
De kracht, de heerlijkheid, de ere
zijn Hem, die eeuwig zal regeren.