Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Eindelijk! Taal verandert razendsnel. Toch was de jongste officiële psalmberijming al dik 50 jaar oud. Voor de gemiddelde jongere een bijna onbegrijpelijk taalkleed. Super dat naast initiatieven als 'Psalmen voor Nu' en 'Levensliederen' er nu dit initiatief is. Lees meer »

Ds. K. de Vries | Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, Tituskapel te Amsterdam Zuid/West

Ds. K. de Vries
Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, Tituskapel te Amsterdam Zuid/West

Lees alle quotes

Psalm 148

De nieuwe psalmberijming

1. Zing halleluja, prijs de HEER.
Hemelbewoners, geef Hem eer.
Zing, engelen, aan één stuk door;
herauten, voeg je bij dat koor.
Laat ook de wolkenlucht Hem loven,
met heel de sterrenpracht daarboven.
Hef, zon en maan, een loflied aan, 
want jullie zijn door Hem ontstaan.

2. Zing, aardbewoners, allen mee.
Prijs Hem wat leeft diep in de zee.
Bliksem en regen, prijs de HEER,
en felle sneeuwstorm, geef hem eer.
Laat elke heuveltop Hem prijzen,
het bladerdak Hem eer bewijzen.
Roep, alle dieren, samen luid
uitbundig halleluja uit.

3. Zing, leiders, voor de HEER en prijs
Hem, koningen, in je paleis.
Al ben je jong of hoogbejaard,
bezing zijn naam, Hij is het waard: 
Hij is de schepper van het leven.
Hoewel Hij groot is en verheven,
is Hij voor Israël dichtbij.
Zing halleluja en wees blij.

Tekst: Jan Pieter Kuijper/Klaas Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Zing halleluja, prijs de HEER.
Hemelbewoners, geef Hem eer.
Zing, engelen, aan één stuk door;
herauten, voeg je bij dat koor.
Laat ook de wolkenlucht Hem loven,
met heel de sterrenpracht daarboven.
Hef, zon en maan, een loflied aan, 
want jullie zijn door Hem ontstaan.

2. Zing, aardbewoners, allen mee.
Prijs Hem wat leeft diep in de zee.
Bliksem en regen, prijs de HEER,
en felle sneeuwstorm, geef hem eer.
Laat elke heuveltop Hem prijzen,
het bladerdak Hem eer bewijzen.
Roep, alle dieren, samen luid
uitbundig halleluja uit.

3. Zing, leiders, voor de HEER en prijs
Hem, koningen, in je paleis.
Al ben je jong of hoogbejaard,
bezing zijn naam, Hij is het waard: 
Hij is de schepper van het leven.
Hoewel Hij groot is en verheven,
is Hij voor Israël dichtbij.
Zing halleluja en wees blij.

Tekst: Jan Pieter Kuijper/Klaas Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

Alternatieve melodieën

Deze psalm kan ook gezongen worden op de melodie van:
- Psalm 126

1. Looft God, zingt eeuwig 's HEEREN lof,
Gij, die in 't glansrijk hemelhof,
Die in de hoogste plaatsen woont.
Waar God u Zijn nabijheid toont;
Looft Hem, gij eng'len, legermachten,
Die op Zijn wil en wenk blijft wachten
Looft, held're sterren, maan en zon,
Looft d' Almacht, looft der lichten bron.

2. Verbazend hof van d' Opperheer,
Gij, hoogste hemel, zing Zijn eer;
Gij, wateren, die uit de lucht,
Uw dropp'len stort op veld en vrucht,
Looft allen, looft Hem met gezangen,
Hem, die u 't wezen deed ontvangen,
Die u een perk, niet t' overtreen,
Gesteld heeft door all' eeuwen heen.

3. Loof, aarde, loof Gods wonderdaan;
Gij, walvis, grond'looz' oceaan;
Gij, sneeuw en hagel, damp en gloed;
Gij, stormwind, die Zijn last voldoet;
Gij, bergen, heuvels, landen, stromen;
Gij, dierd're vrucht- en cederbomen ;
Looft, looft des Scheppers oppermacht,
Die u uit niets heeft voortgebracht.

4. Looft, kruipend wild en tam gediert';
Looft, vogels, Hem, die 't al bestiert!
Gij, koningen en rechters, saam,
Gij, vorsten, volken, roemt Gods Naam.
Gij, maagden, en gij, jongelingen,
Laat nimmer af Zijn lof te zingen.
Eerwaarde grijsheid, frisse jeugd,
Weest in den God uws heils verheugd!

5. Looft, looft, met waar' erkentenis
Zijn Naam, die hoog verheven is;
Dewijl Zijn wond're Majesteit
Door aard' en hemel is verspreid.
Hij wou den hoorn, zo vol vermogen,
Den roem van Israel verhogen.
Dat woont bij Hem, 't heeft zingensstof:
Looft God, zingt eeuwig 's HEEREN Lof!

1. Gij, hemelse creaturen,
Looft God fijn tot deze uren;
Gij, inwoners des hemels rein,
Zingt Zijn eer lieflijk in 't gemein.
Gij, engelen, looft Zijnen Name;
Gij, Zijn heirkracht, looft Hem te zamen;
Gij, zon en mane, looft Hem fijn;
Gij, sterren, prijst den Name Zijn.

2. Gij hemel hoog looft Hem eenpaar,
Doet zulks wolken en water klaar;
Dat alle hemelse dingen
Den lof Zijnes Naams voortbringen;
Want door Zijn woord sterk ende krachtig
Werd alle ding gemaakt eendrachtig.
Hij heeft alles alzo besteld,
Dat het vast blijft door Zijn geweld.

3. Zij hebben een bevel ontvaan,
Daarover durven zij niet gaan.
Gij walvissen en afgronden,
Wilt nu Zijnen lof verkonden.
Vuur, hagel, sneeuw en ijs zeer koude.
Wind en tempeest niet om weerhouden,
Die den wille Gods volbrengt goed,
Looft Hem in alles wat gij doet.

4. Prijst Hem, bergen en heuvels al,
Vruchtbaar' bomen, 't ganse getal
Der ceed'ren en des vees meteen,
Wilde dieren groot ende kleen;
Vliegende vogels groot van waarde,
Dieren kruipende langs de aarde;
Gij koningen en volken rijk,
Vorsten en rechters al gelijk.

5. Gij jongens, dochters, jong en oud,
Zingt Zijn lof om best in eenvoud;
Want hoger is Zijnes Naams eer,
Als hemel en aard' immermeer.
Den hoorn Zijns volks heeft Hij verheven
Tot Zijne eer; zulks is gegeven
Israël, Zijn volk zeer gewis,
't Welk Zijn bemind eigendom is.

1. Halleluja! Prijst God en zingt,
gij fiere hemel die daar blinkt,
gij legioen dat naar Hem hoort,
gij engelen die draagt zijn woord,
zonlicht en maan en alle sterren,
hemel der hemelen van verre,
peilloos verschiet boven ons hoofd;
de naam des Heren zij geloofd!

2. Naam van den Heer die heilig zijt,
geprezen uw aanwezigheid.
Want Gij hebt met uw stem en macht
heel dit bestel tot stand gebracht.
Gij laat uw schepping nimmer vallen,
Gij roept uw creaturen alle.
Gij hebt getemd het sterk geweld,
Gij hebt het paal en perk gesteld.

3. Halleluja! Prijst God en zingt,
gij watervloeden die Hij dwingt;
gij monsters uit het diep der zee,
speelt voor den Heer en weest gedwee!
Hagel en vuur en regenwolken,
stormwinden die zijn stem vertolken,
sneeuw die de bergen blank bekleedt;
weest alle tot zijn dank gereed!

4. Al wat op berg en heuvels leeft,
gij bomen die uw vruchten geeft,
gij bossen met uw opgaand hout,
gij wild en vee in veld en woud,
vogels die onbezwaard kunt zingen,
mensen en dieren, stervelingen,
alles wat levensadem heeft,
weest nu verblijd omdat gij leeft!

5. Koningen die op aarde troont,
en natieën die rondom woont,
gij rechters met uw ambt bekleed,
gij vorsten tot het recht gereed,
gij jongemannen en gij maagden,
gij kinderen en hoogbedaagden,
mensen in ouderdom en jeugd,
verhoogt den Heer en weest verheugd!

6. Naam van den Heer die heilig zijt,
gezegend uw aanwezigheid.
Ver boven aard' en hemel gaat
de luister van uw hoge staat.
God is nabij en zeer verheven,
Hij doet zijn volk in ere leven.
Daarom gij schepping wijd en zijd,
verhoogt den Heer en weest verblijd!

1. Looft, halleluja, looft de Heer,
hoog in de hemel van zijn eer.
Looft Hem, die in de hoge troont,
gij engelen, die bij Hem woont.
Looft Hem, des Heren legermachten,
gij die Hem dient met al uw krachten.
Gij zon en maan, looft nu de Heer,
gij sterrenlichten, geeft Hem eer.

2. Geef, hoogste hemel, lof en prijs
aan God, de Heer, in zijn paleis.
Looft Hem, gij wateren, zo hoog
verzameld boven 's hemels boog.
Dat zij de naam en grootheid eren
van God, die schiep en blijft regeren.
Zijn hoog bevel bracht hen tot stand,
hun plaats en baan zijn in zijn hand.

3. Looft op de aarde dan de Heer.
Geeft, monsters van de zee, Hem eer.
Gij sneeuw en hagel, damp en gloed,
gij storm, die zijn bevelen doet.
Juicht, heuvels, bergen met uw stromen.
Juicht, alle vrucht - en cederbomen.
Gij wilde dieren en het vee
en al wat kruipt en vliegt, juicht mee.

4. Looft God, gij vorsten overal,
looft, volken, Hem die heersen zal.
Gij koningen, bekleed met macht,
gij richters, die het recht betracht.
Looft, jonge mannen, looft de Here,
looft, jonge vrouwen, brengt Hem ere.
Looft Hem, gij ouden met de jeugd,
weest samen in de Heer verheugd.

5. Looft, halleluja, looft te zaam
des Heren hoogverheven naam.
De luister van zijn majesteit
ligt over alles uitgespreid.
Hij heeft zijn volk een hoorn verheven,
een lofzang Israël gegeven.
Dit volk is steeds nabij de Heer.
Looft halleluja, geeft Hem eer.