Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

In onze gemeente proberen we het oude van de traditie in verbinding te brengen met het nieuwe van nu. De Nieuwe Psalmberijming sluit daar perfect bij aan. Op deze manier kunnen we met jong en oud de psalmen blijven zingen. Lees meer »

Ds. E. de Jong | Doopsgezinde Gemeente te Ouddorp

Ds. E. de Jong
Doopsgezinde Gemeente te Ouddorp

Lees alle quotes

Psalm 16

De nieuwe psalmberijming

1. Schenk mij bescherming God, ik schuil bij U.
U bent mijn meester, niets gaat U te boven.
De namaakgoden van het hier en nu
geven hun dienaars nooit wat ze beloven.
Mijn eerbetoon zullen zij niet meer krijgen.
Ik zal hun slechte naam voortaan verzwijgen.

2. U vult mijn beker, wat een overvloed.
U geeft mij levensruimte, wat een zegen.
Zelfs geeft U mij Uzelf, HEER, U bent goed!
U wijst mij dag en nacht de juiste wegen.
Ik stel mezelf voortdurend U voor ogen.
U staat mij bij, dus sta ik onbewogen.

3. Ik ben zo blij, ik weet mijzelf beschermd.
Wat zou mij ooit nog doodsangst kunnen geven?
HEER, omdat U zich over mij ontfermt
is niet het graf het einddoel van mijn leven:
U zult mij tot de volle glorie leiden.
Royaal mag ik genieten aan uw zijde.

Tekst: Arie Maasland

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Schenk mij bescherming God, ik schuil bij U.
U bent mijn meester, niets gaat U te boven.
De namaakgoden van het hier en nu
geven hun dienaars nooit wat ze beloven.
Mijn eerbetoon zullen zij niet meer krijgen.
Ik zal hun slechte naam voortaan verzwijgen.

2. U vult mijn beker, wat een overvloed.
U geeft mij levensruimte, wat een zegen.
Zelfs geeft U mij Uzelf, HEER, U bent goed!
U wijst mij dag en nacht de juiste wegen.
Ik stel mezelf voortdurend U voor ogen.
U staat mij bij, dus sta ik onbewogen.

3. Ik ben zo blij, ik weet mijzelf beschermd.
Wat zou mij ooit nog doodsangst kunnen geven?
HEER, omdat U zich over mij ontfermt
is niet het graf het einddoel van mijn leven:
U zult mij tot de volle glorie leiden.
Royaal mag ik genieten aan uw zijde.

Tekst: Arie Maasland

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

1. Bewaar mij toch, o alvermogend God.
'k Betrouw op U; schenk hulp, verhoor mijn smeken.
O mijne ziel, gij hebt vrijmoedig tot
Uw God en HEER', uw Bondgod, durven spreken:
"Gij zijt de HEER', ik zal U nooit verzaken,
Ofschoon tot U mijn goedheid niet kan raken."

2. Maar 't heilig volk, dat op deez' aarde leeft,
Dat heerlijk volk, mijn lust, ontvangt al 't voordeel.
De snode schaar, die rijke giften geeft,
Aan and're goon, verzwaart de smart in 't oordeel.
'k Zal op 't altaar hun offerbloed niet plengen,
Noch ooit hun naam op mijne lippen brengen.

3. Getrouwe HEER', Gij wilt mijn goed, mijn God,
Mijn erfenis en 't deel mijns bekers wezen.
Gij onderhoudt gestaag het heuglijk lot,
Dat Gij, zo mild, voor mij hebt uitgelezen.
De schoonste plaats mat Gij met ruime snoeren;
O heerlijk erf, gij kunt mijn ziel vervoeren.

4. Ik zal den HEER', die mij getrouwen raad
Gegeven heeft, met psalmgezangen prijzen,
Daar 't Godd'lijk licht mij toestraalt vroeg en laat,
Mijn nieren zelfs bij nacht mij onderwijzen.
Ik stel dien HEER' gedurig mij voor ogen,
Zijn rechterhand zal nooit mijn val gedogen.

5. Daarom heeft zich mijn kwijnend hart verblijd.
Mijn tong, mijn eer, zingt Godgewijde tonen,
Ook zal mijn vlees, thans afgesloofd, ten spijt
Des vijands in den grafkuil zeker wonen.
Gij zult mijn ziel niet in de hel vergeten,
Uw heil'ge zal van geen verderving weten.

6. Gij maakt eerlang mij 't levenspad bekend,
Waarvan in druk 't vooruitzicht mij verheugde.
Uw aangezicht, in gunst tot mij gewend,
Schenkt mij in 't kort verzadiging van vreugde.
De lieflijkheen van 't zalig hemelleven
Zal eeuwiglijk Uw rechterhand mij geven.

1. Bewaar mij, Heer, wees toch mijn toeverlaat;
Op U betrouw ik vast met harte reine.
Dies spreekt mijn ziel tot U in dezen staat:
Gij hebt, Heer, over mij de macht alleine;
Doch en komt uit mijn werken uitgelezen
Gans gene nut tot U, Heer hoog geprezen.

2. Mijn begeert' is den vromen bij te staan,
Die geroemd zijn om haar godzalig leven,
Maar straf op straffe moet hen komen aan,
Die hen tot den afgoden vals begeven,
Bij haar bloedoff'ren ben ik niet gevonden,
Ja haar namen en zal ik niet vermonden.

3. God is mijn deel, Die mij bewaart nu voort.
Op U staat mijn rente gegrondet, Heere!
Dit heerlijk erfdeel, dat mij toebehoort,
Is mij in 't schoonste geworden met ere.
Ja 't beste deel, dat gevonden kan wezen,
Is mij recht toegevallen Heer geprezen.

4. Geloofd zij God! Die mij altijd wil zijn
Een Raadsheer, Die mij zo wel heeft beraden.
Want de nieren en de gedachten mijn,
Hebben mij 's nachts onderricht vroeg en spade.
Ik heb God voor ogen in mijn bezwaren
Die mij bijstaat en mij wel wil bewaren.

5. Ziet daarom is mijn hart alzo verheugd,
Mijn tonge lacht, mijn vlees rust hier beneven.
Wetende dat Gij niet en wilt noch meugt,
O Heer! in 't graf laten vergaan mijn leven:
Gij zult Uwen Heilige groot van waarde,
Gans niet laten verrotten in de aarde.

6. In den weg zult Gij doen gaan Uwen knecht,
Die hem brengt in 't leven vrij uit benauwen.
Want daar is geen volkomen vreugd oprecht,
Dan in Uwes aanschijns heerlijk aanschouwen.
In Uwe hand is en blijft ook gestadig.
De volheid aller blijdschap, Heer genadig.

1. Bewaar mij, want ik schuil bij U, o God,
Gij zijt mijn Heer, en mijn geluk is zeker.
Gij maakt bestendig mijn voorspoedig lot,
Gij zijt mijn heil, mijn erfdeel en mijn beker.
Gij deelt mij toe zo lieflijke landouwen
dat mijn hart in mij opspringt bij 't aanschouwen.

2. In de gemeente die U trouw betuigt,
't geheiligd volk, vind ik mijn welbehagen,
maar 't boos geslacht, dat voor afgoden buigt,
vermeerdert zelf zijn smarten en zijn plagen.
Ik volg hen niet waar zij hun offers plengen
en nimmer zal mijn mond hun naam uitbrengen.

3. Ik prijs de Heer; Hij heeft mijn hart verlicht,
dat in de nacht zelfs blijft van Hem gewagen.
Ik houd bestendig naar zijn aangezicht
mijn ogen vol vertrouwen opgeslagen.
Ik wankel niet, want aan mijn rechterzijde
staat God, mijn Heer, die mij tot hiertoe leidde.

4. Daarom verheug ik mij van harte zeer,
want zelfs mijn vlees zal hier behouden wonen.
Naar 't rijk des doods zendt Gij uw vriend niet neer,
Gij zult U tegen 't graf een helper tonen.
Het pad des levens doet Gij mij betreden
en overvloed van vreugde schenkt uw vrede.

1. Bewaar mij, Heer, mijn toeverlaat zijt Gij!
Ik zeg tot U: Gij zijt mijn God, mijn Here.
Ja, buiten U is er geen goed voor mij,
er is geen ander die ik wil vereren.
Mijn blijdschap is uw heilig volk op aarde:
hen acht ik hoog, hen houd ik steeds in waarde.

2. Hoe worden zij door smart op smart verteerd
die om de gunst van andre goden vragen.
Hun offerdienst, bij hen zo hoog geëerd,
begeer ik niet, ik kan die niet verdragen.
Hoe zou ik ooit in vreemde goden roemen?
Mijn lippen zullen zelfs hun naam nooit noemen.

3. Getrouwe Heer, Gij zijt mijn enig goed,
Gij zijt mijn heil, mijn erfdeel en mijn beker.
Wat Gij mij toewenst, wordt door U behoed,
ik weet bij U mijn toekomst eeuwig zeker.
Het meetsnoer viel voor mij in schone dreven:
het erfdeel tot bekoring mij gegeven.

4. Ik prijs de Heer, die mij heeft onderricht,
mijn hart blijft mij ook 's nachts nog inzicht geven.
Ik stel de Heer steeds voor mijn aangezicht
en wankel niet, want Hij beschermt mijn leven.
Dus zal ik juichend U mijn vreugde tonen,
ja, zelfs mijn vlees zal immer veilig wonen.

5. Gij, die mijn ziel van dood en graf bevrijdt,
behoedt mij als uw gunstgenoot voor 't sterven:
ik zal, door U op 't levenspad geleid,
de vreugde van uw aangezicht beërven.
Voor immer zal uw rechterhand bevatten
een overvloed van kostelijke schatten.