Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Eindelijk! Taal verandert razendsnel. Toch was de jongste officiële psalmberijming al dik 50 jaar oud. Voor de gemiddelde jongere een bijna onbegrijpelijk taalkleed. Super dat naast initiatieven als 'Psalmen voor Nu' en 'Levensliederen' er nu dit initiatief is. Lees meer »

Ds. K. de Vries | Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, Tituskapel te Amsterdam Zuid/West

Ds. K. de Vries
Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, Tituskapel te Amsterdam Zuid/West

Lees alle quotes

Psalm 19

De nieuwe psalmberijming

1. De hemelkoepel spreidt
Gods macht en majesteit
ten toon van dag tot dag.
Ook door de stille nacht
weerklinkt Gods scheppingskracht:
een loflied vol ontzag.
God heeft de zon gemaakt
die ’s morgens vroeg ontwaakt
om zijn parcours te lopen.
Stralend is zijn gezicht.
Voor al zijn hitte ligt
de aarde kwetsbaar open.

2. De wet van onze HEER
zet aan tot ommekeer
en Hij misleidt ons niet.
Het is een zuiver licht
dat ons betrouwbaar zicht
en levensvreugde biedt.
Gods woord houdt eeuwig stand.
Puur goud of diamant
heeft lang niet zoveel waarde.
Honing smaakt minder zoet
en doet ons minder goed
dan Gods gebod op aarde.

3. HEER, door uw goede raad
vermijdt uw knecht het kwaad.
Gehoorzaamheid brengt loon.
Helaas, wie is oprecht?
Wie kent zijn fouten echt?
Maak mij hartgrondig schoon.
Leer mij bescheidenheid.
Dan word ik niet verleid
tot zaken die niet deugen.
Laat alles wat ik zeg
of zwijgend overleg,
mijn redder, U verheugen.

Tekst: Arie Maasland

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. De hemelkoepel spreidt
Gods macht en majesteit
ten toon van dag tot dag.
Ook door de stille nacht
weerklinkt Gods scheppingskracht:
een loflied vol ontzag.
God heeft de zon gemaakt
die ’s morgens vroeg ontwaakt
om zijn parcours te lopen.
Stralend is zijn gezicht.
Voor al zijn hitte ligt
de aarde kwetsbaar open.

2. De wet van onze HEER
zet aan tot ommekeer
en Hij misleidt ons niet.
Het is een zuiver licht
dat ons betrouwbaar zicht
en levensvreugde biedt.
Gods woord houdt eeuwig stand.
Puur goud of diamant
heeft lang niet zoveel waarde.
Honing smaakt minder zoet
en doet ons minder goed
dan Gods gebod op aarde.

3. HEER, door uw goede raad
vermijdt uw knecht het kwaad.
Gehoorzaamheid brengt loon.
Helaas, wie is oprecht?
Wie kent zijn fouten echt?
Maak mij hartgrondig schoon.
Leer mij bescheidenheid.
Dan word ik niet verleid
tot zaken die niet deugen.
Laat alles wat ik zeg
of zwijgend overleg,
mijn redder, U verheugen.

Tekst: Arie Maasland

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

Alternatieve melodieën

Deze psalm kan ook gezongen worden op de melodie van:<br />-&nbsp;NLB 689 'Wat altijd is geweest'

1. Het ruime hemelrond
Vertelt, met blijden mond,
Gods eer en heerlijkheid.
De held're lucht en 't zwerk,
Verkondigen Zijn werk,
En prijzen Zijn beleid,
Dus kan ons dag bij dag,
Tot roem van Gods gezag,
Zijn wonderen verhalen.
Dus weet ons nacht bij nacht
Zijn onbegrensde macht.
En wijsheid af te malen.

2. Hoe goddelijk en schoon,
Luidt deze hemeltoon!
Daar is geen spraak, of oord;
Daar is geen volk bekend;
Dat, zelfs tot 's werelds end,
Der heem'len stem niet hoort.
Hun evenredigheid,
Heeft zich zo wijd verspreid;
Hun rede klinkt zo krachtig,
Dat z' al, wat d' aard' bewoont,
Het merk eens Scheppers toont,
Zo gunstrijk als almachtig.

3. God heeft voor 't grote licht,
De zon, een tent gesticht,
Van waar z' in 't blinkend kleed,
En met een blij gelaat,
Gelijk een bruigom gaat,
Die uit zijn slaapzaal treedt.
Z' is vrolijk, als een held,
Die in 't bestemde veld
Zijn vuur en vaart doet blijken;
Zij heeft haar zwaai en spoor
Den gansen hemel door;
Niets kan haar gloed ontwijken.

4. Des HEEREN wet nochtans,
Verspreidt volmaakter glans,
Dewijl zij 't hart bekeert,
't Is Gods getuigenis,
Dat eeuwig zeker is,
En slechten wijsheid leert.
Wat Gods bevel ons zegt,
Vertoont ons 't heiligst recht,
En kan geen kwaad gedogen.
Zijn wil, die 't hart verheugt,
Eist zuiverheid en deugd;
Verlicht de duist're ogen.

5. Des HEEREN vrees is rein;
Zij opent een fontein
Van heil, dat nooit vergaat,
Zijn dierb're leer verspreidt,
Een straal van billijkheid;
Daar z' all' onwaarheid haat.
Z' is 't mensdom meerder waard,
Dan 't fijnste goud op aard'.
Niets kan haar glans verdoven.
Zij streeft in heilzaam zoet,
Tot streling van 't gemoed,
Den honig ver te boven.

6. Dus krijg ik van mijn plicht,
O God, een klaar bericht.
Wat is 't vooruitzicht schoon:
Hij, die op U vertrouwt,
Uw wetten onderhoudt,
Vindt daarin groten loon.
Maar, HEER', wie is de man,
Die op 't nauwkeurigst kan,
Zijn dwalingen doorgronden?
O bron van 't hoogste goed,
Was, reinig mijn gemoed,
Van mijn verborgen zonden.

7. Weerhoud, o HEER', Uw knecht,
Dat hij zijn hart niet hecht,
Aan dwaze hovaardij,
Heerst die in mij niet meer,
Dan leef ik tot Uw eer,
Van grote zonden vrij,
Laat U mijn tong en mond,
En 's harten diepsten grond,
Toch welbehaag'lijk wezen!
O HEER', die mij verblijdt,
Mijn rots en losser zijt,
Dan heb ik niets te vrezen!

1. De hemelen zeer klaar
Verkonden openbaar
Des Heeren macht zeer groot.
't Firmament vastgesteld
Ons dagelijks vertelt
't Werk Zijner handen bloot.
D' een dag voor, d' ander naar,
Geeft getuig'nis eenpaar
Ons van God onzen Heere.
De nachten algemeen,
Steeds volgend achtereen,
Van Gods wijsheid ons leren.

2. Daar is voorwaar niemand,
Geen sprake noch geen land,
Daar men niet merkt en hoort
De leringe zeer schoon,
Die elk uit 's hemels troon
Ontvangt voort en voort.
's Hemels loop overal
Gaat met een groot geschal
Door de wereld in 't ronde;
God daarin gemaakt heeft
Een woning, die Hij geeft
Der zonne t' aller stonde.

3. Daaruit rijst zij zeer klaar,
Als een bruigom eerbaar,
Die uit zijn kamer gaat.
Zij is als een sterk held,
Die hem tot lopen stelt,
En daarvan prijs ontvaat.
Zij loopt en van 't een end
Zij haar tot 't ander wendt
Des hogen hemels spoedig;
Daar kan hem (zo men ziet)
Ter wer'ld verbergen niet
Voor haar hitt' overvloedig.

4. De wet des Heeren doet
Dat hart in overvloed
Verblijd zijn en verheugd.
Zijn getuig'nis gewis,
Den ongeleerden is
Een lering aller deugd.
Heer, Uw geboden recht
Verkwikken Uwen knecht,
En doen zijn hart verblijden.
Zij zijn louter en goed,
Die der blinden gemoed
Verlichten t' allen tijden.

5. De vreze Gods allein
Is zuiver ende rein.
En zal eeuwig bestaan.
Zijn rechten allegaar,
Zijn oprecht ende waar,
Die niet zullen vergaan.
Zij zijn beter dan goud.
In 't getal menigvoud,
Ja dan goud uitgelezen;
Honing is niet zo zoet,
Noch honingraten goed,
Als Uw woord, Heer, geprezen.

6. Ook waar Uw knecht hem keert,
Hij werd daardoor geleerd
Tot Uwen dienst, o Heer!
Zo wie dezelve houdt
Van harten met eenvoud,
Heeft groten loon en eer.
Wie zal toch zijn de man,
Die recht bemerken kan,
Zijn feilen niet om gronden?
Maak mij zuiver en klaar,
Van mijn gebreken zwaar
En mijn verborgen zonden.

7. Uwen knecht toch bewaart,
Dat hij niet zij bezwaard
Met moedwilligheid kwaad,
Dat zulks niet over mij
Heerse, maar dat ik zij
Rein van zulk een misdaad.
Al wat ik spreken zal,
En mijn gedachten al,
Laat U, Heer, wel behagen!
Ja U, Die mijn troost zijt,
Die mij verlost altijd
Uit al mijn kwade dagen.

1. De hemel roemt den Heer,
het firmament geeft eer
Hem, die 't heelal volbracht.
De dag spreekt tot de dag
van wat zijn hand vermag,
de nacht meldt het de nacht.
Er is geen taal, geen woord,
toch wordt alom gehoord
een wijd verbreide mare.
Geen stem gaat van hen uit,
maar overal verluidt
hetgeen zij openbaren.

2. God heeft de tent gemaakt,
waarin de zon ontwaakt
fier als een bruidegom,
die blinkend van gewaad
het bruidsvertrek verlaat
en licht verspreidt alom.
Zo, vrolijk als een held
die tot de zege snelt,
roept hij de nieuwe morgen;
hij trekt zijn glanzend spoor
de ganse hemel door:
zijn gloed laat niets verborgen.

3. Volmaakt is 's Heren wet,
die ons verkwikt en redt,
waarbij de ziel herleeft.
Getrouw en gans gewis
is Gods getuigenis,
dat dwazen wijsheid geeft.
Des Heren woord is goed,
wie zijn bevelen doet,
zijn hart wordt opgetogen.
Recht is het woord van God
en louter zijn gebod,
een licht voor onze ogen.

4. Des Heren vrees is rein,
zo zal ik zeker zijn
van d' allergrootste schat.
Al wat waarachtig is,
bestendig en gewis,
is in zijn wet vervat.
Die wet is 't hoogste goed,
meer kostelijk en zoet
dan 't edelst van de honing;
begeerlijker dan goud,
blijft dit ons laatst behoud:
het woord van onze Koning.

5. Zo blijft Gij, God, uw knecht,
en houdt zijn paden recht
in 't spoor door U gewild.
Wie uw geboden acht,
wie trouw uw wet betracht
beloont Gij ruim en mild.
Maar zonder U, o Heer,
verdwaal ik altijd weer
op zelfgekozen wegen.
O, reinig metterdaad
mij van 't verborgen kwaad,
en leid mij met uw zegen!

6. Als Gij uw knecht behoedt,
o Heer, zal overmoed
niet heersen over mij.
Legt Gij mijn drift in toom,
dan leef ik recht en vroom,
van grote zonden vrij.
Breng mij uw aangezicht
mijn wens en woord in 't licht
door al mijn levensdagen.
Verlosser, zie mij aan,
mijn Steenrots, doe mij staan
in uw groot welbehagen.

1. Het ruime firmament
maakt wijd en zijd bekend
Gods werk en grote macht.
De dag meldt aan de dag
al wat Gods hand vermag;
de nacht zegt dit de nacht.
Dit wonderschoon verhaal
klinkt niet in mensentaal,
verbreidt zich zonder woorden.
Toch gaat, naar Gods besluit,
daarvan een boodschap uit
tot in de verste oorden.

2. Aan 's hemels hoog gewelf
wees eens de Schepper zelf
de zon zijn woning aan.
Zoals een bruidegom
blij uit zijn kamer komt,
gaat hij zijn wijde baan.
Hij jubelt als een held,
die juichend voorwaarts snelt;
zo rijst hij elke morgen.
Hij trekt zijn vaste spoor
tot aan de einder door:
zijn gloed laat niets verborgen.

3. Volkomen is Gods woord.
't Verkwikt elk die het hoort
en deze wet begeert,
daar Gods getuigenis
hem die nog inzicht mist,
de ware wijsheid leert.
Hoort naar het woord van God.
Volmaakt is zijn gebod,
betrouwbaar rein en heilig.
Zijn woord, dat ons verlicht
en onze voeten richt,
geleidt ons vast en veilig.

4. De dienst van God de Heer
verheugt het hart steeds meer
en duurt in eeuwigheid.
Rechtvaardig is de wet
die God heeft ingezet
en die ten leven leidt.
Zijn woord, dat ons behoudt,
maakt rijker dan fijn goud,
is zoeter nog dan honing.
Wie daarin zich verheugt,
vindt in dat woord zijn vreugd,
zijn rijkdom, zijn beloning.

5. Het woord van uw vermaan
neem ik gehoorzaam aan;
het is mijn richtsnoer, Heer.
Elk die op U vertrouwt,
zich aan uw wetten houdt,
zal leven tot uw eer.
Maar, Heer, wie kent de maat
van zijn verborgen kwaad,
wie kan zichzelf doorgronden?
Verlos en heilig mij,
o Here, spreek mij vrij
van mijn verborgen zonden.

6. Houd alle overmoed,
die mij licht struiklen doet,
toch altijd ver van mij.
Maak mij ootmoedig, Heer;
dan leef ik tot uw eer,
van grove zonden vrij.
O, laat al wat ik zeg
en wat ik overleg,
U welgevallig wezen.
U, Heer, die mij verblijdt
en die mijn rotssteen zijt,
Verlosser, hoog geprezen!