Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Eindelijk! Taal verandert razendsnel. Toch was de jongste officiële psalmberijming al dik 50 jaar oud. Voor de gemiddelde jongere een bijna onbegrijpelijk taalkleed. Super dat naast initiatieven als 'Psalmen voor Nu' en 'Levensliederen' er nu dit initiatief is. Lees meer »

Ds. K. de Vries | Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, Tituskapel te Amsterdam Zuid/West

Ds. K. de Vries
Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, Tituskapel te Amsterdam Zuid/West

Lees alle quotes

Psalm 23

De nieuwe psalmberijming

1. Mijn herder is de HEER, zijn hand behoedt mij.
Ik heb genoeg, want zijn genade voedt mij.
Beschermd door Hem en onder zijn geleide
geniet ik van een frisse bron en weide.
Hij geeft mij nieuwe kracht en blijft mij leren
om in zijn spoor te gaan en Hem te eren.

2. Zelfs als ik door een donker dal moet lopen,
blijf ik beslist op uw bescherming hopen.
Met U erbij heb ik geen kwaad te vrezen,
maar alle reden om getroost te wezen:
wanneer de wilde dieren mij belagen,
zult U ze met uw stok en staf verjagen.

3. Door U genodigd eet ik met U samen.
Mijn vijand ziet het en hij moet zich schamen.
U zalft mijn hoofd en vult royaal mijn beker.
Ik krijg meer dan ik aankan. Dit is zeker:
U wilt mij levenslang uw liefde tonen.
Voorgoed zal ik in uw nabijheid wonen.

Tekst: Arie Maasland

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Mijn herder is de HEER, zijn hand behoedt mij.
Ik heb genoeg, want zijn genade voedt mij.
Beschermd door Hem en onder zijn geleide
geniet ik van een frisse bron en weide.
Hij geeft mij nieuwe kracht en blijft mij leren
om in zijn spoor te gaan en Hem te eren.

2. Zelfs als ik door een donker dal moet lopen,
blijf ik beslist op uw bescherming hopen.
Met U erbij heb ik geen kwaad te vrezen,
maar alle reden om getroost te wezen:
wanneer de wilde dieren mij belagen,
zult U ze met uw stok en staf verjagen.

3. Door U genodigd eet ik met U samen.
Mijn vijand ziet het en hij moet zich schamen.
U zalft mijn hoofd en vult royaal mijn beker.
Ik krijg meer dan ik aankan. Dit is zeker:
U wilt mij levenslang uw liefde tonen.
Voorgoed zal ik in uw nabijheid wonen.

Tekst: Arie Maasland

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

1. De God des heils wil mij ten Herder wezen.
'k Heb geen gebrek, 'k heb geen gevaar te vrezen.
Hij zal mij zacht, in liefelijke weiden,
Aan d' oevers van zeer stille waat'ren leiden.
Hij sterkt mijn ziel; richt, om Zijn Naam, mijn treden
In 't effen spoor van Zijn gerechtigheden.

2. Ik vrees niet, neen, schoon ik door duis'tre dalen,
In doodsgevaar bekommerd om moest dwalen.
Gij blijft mij bij in alle tegenspoeden;
Uw stok en staf zal mij altoos behoeden.
Gij troost mijn ziel, en richt, in mededogen,
De tafel aan, voor mijner haat'ren ogen.

3. Gij zalft mijn hoofd, Gij doet mijn blijdschap groeien,
En van Uw heil mijn beker overvloeien,
Het zalig goed, mij door Uw gunst gegeven,
Verlaat mij niet, maar volgt mij al mijn leven.
Zodat ik in het heilig huis des HEEREN,
Een lange reeks van dagen, blijf verkeren.

1. Mijn God voedt mij als mijn Herder geprezen;
Dies zal ik genes dings behoeflijk wezen.
In 't groene gras zeer lieflijk Hij mij weidet,
En aan dat zoet water Hij mij geleidet. 
Hij verkwikt mijn ziel, die zeer is verslegen;
Om Zijns Naams wil leidt Hij mij in Zijn wegen.
 
2. Al waar 't schoon dat ik in 't dal des doods ginge, 
En dat mij des doods schaduwe omvinge, 
Ik vreze niet, Gij zijt bij mij gestadig,
En Gij troost mij met Uwen staf genadig.
Gij maakt rijk met goeden zeer veler handen,
Mijn tafel, voor d' ogen mijner vijanden.
 
3. Gij zalft mijn hoofd met riekend' olie goedig
En schenkt mij den beker vol overvloedig. 
Gij zult doen dat Uwe gunst, o Heer krachtig, 
Mijn leven lang bij mij steeds blijft eendrachtig;
Zodat ik hoop eeuwiglijk vast te wonen
In Godes huis, 't welk niet is om verschonen.

1. Ik wil van God als van mijn Herder spreken.
Onder zijn hoede zal mij niets ontbreken.
Groen is het land waarin Hij mij doet komen,
fris is de bron die hij voor mij doet stromen.
Hij sterkt mijn ziel en wijst mij rechte wegen,
opdat ik Hem zal prijzen om zijn zegen.

2. Zelfs door een dal van diepe duisternissen
waar ik het licht der levenden moet missen,
vrees ik geen kwaad, want Gij zijt aan mijn zijde
met stok en staf, tot troost en tot geleide.
Onder het oog van hen die mij verraden
richt Gij mij toe het nachtmaal der genade.

3. Gij zalft mijn hoofd met d' olie van uw vrede,
Gij vult mijn kelk met gelukzaligheden.
Ja, zaligheid en liefde en welbehagen
zullen mij volgen al mijn levensdagen.
Ik zal het welkom horen van mijn koning
en jaar aan jaar verblijven in zijn woning.

1. De Here wil mijn trouwe herder wezen,
geen ding ontbreekt mij, ik heb niets te vrezen.
Hij schenkt mij rust in frisse groene weiden,
aan stromen waar zijn hand mij heen zal leiden.
Hij sterkt mijn ziel, verkwikt mij met zijn zegen,
leidt om zijn naam mij op de rechte wegen.

2. Zelfs in een dal vol dreigende gevaren
vrees ik geen kwaad, want U zult mij bewaren.
U staat mij bij in liefdevol ontfermen,
uw stok en staf vertroosten en beschermen.
Een rijke dis zult U mij toebereiden
voor't oog van wie mij haten en bestrijden.

3. U zalft mijn hoofd, U doet mijn blijdschap groeien
en van uw heil mijn beker overvloeien.
Uw rijke gunst, mij in uw trouw gegeven,
verlicht mijn gang, omringt mij heel mijn leven,
zodat ik in het heilig huis des Heren
mijn leven lang vol vreugde blijf verkeren.