Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

In onze gemeente proberen we het oude van de traditie in verbinding te brengen met het nieuwe van nu. De Nieuwe Psalmberijming sluit daar perfect bij aan. Op deze manier kunnen we met jong en oud de psalmen blijven zingen. Lees meer »

Ds. E. de Jong | Doopsgezinde Gemeente te Ouddorp

Ds. E. de Jong
Doopsgezinde Gemeente te Ouddorp

Lees alle quotes

Psalm 26

De nieuwe psalmberijming

1. Doe recht, HEER, spreek mij vrij.
U vindt geen kwaad in mij;
altijd heb ik op U vertrouwd.
Doorzoek mijn hart zorgvuldig,
toets mij - ik ben onschuldig.
Ik zie hoeveel U van mij houdt.

2. Ik mijd de leugenaars,
ontwijk de huichelaars
en laat geen schurken in mijn huis.
Ik wil integer leven,
U, HEER, mijn liefde geven.
Waar U verblijft, voel ik mij thuis.

3. Verwerp mij, HEER, toch niet
met hem die bloed vergiet;
U weet dat ik geen mens dupeer.
Ik volg de goede paden.
Red mij, gun mij genade.
Met heel zijn volk prijs ik de HEER.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Doe recht, HEER, spreek mij vrij.
U vindt geen kwaad in mij;
altijd heb ik op U vertrouwd.
Doorzoek mijn hart zorgvuldig,
toets mij - ik ben onschuldig.
Ik zie hoeveel U van mij houdt.

2. Ik mijd de leugenaars,
ontwijk de huichelaars
en laat geen schurken in mijn huis.
Ik wil integer leven,
U, HEER, mijn liefde geven.
Waar U verblijft, voel ik mij thuis.

3. Verwerp mij, HEER, toch niet
met hem die bloed vergiet;
U weet dat ik geen mens dupeer.
Ik volg de goede paden.
Red mij, gun mij genade.
Met heel zijn volk prijs ik de HEER.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

1. O HEER', doe Gij mij recht.
Ik wandel als Uw knecht,
En vind mijn lust in Uw gebod,
Ik blijf op U betrouwen;
Op U, mijn rotssteen, bouwen.
Ik zal niet wank'len, grote God.

2. Beproef vrij, van omhoog,
Mijn hart, dat voor Uw oog;
Alwetende, steeds open lag.
Doorzoek mij, toets mijn gangen.
Doorgrond al mijn verlangen,
En stel mijn oogmerk in den dag.

3. Uw goedertierenheid,
Die zich alom verspreidt,
Is t' allen tijd', voor mijn gezicht.
Ik houd oprecht van handel,
Daar 'k in Uw waarheid wandel,
Mijn schreden naar Uw wet gericht.

4. Hij, die vol ijdelheid,
Een spoorloos leven leidt,
Wordt met mijn vriendschap niet vereerd;
En huich'laars, die hun vlekken,
Schijnheiliglijk bedekken,
Zijn van mijn omgang ver geweerd.

5. Mijn hart verfoeit en haat
De werkers van het kwaad,
Bij wie ik mijnen voet niet zet,
Ik zit bij geen godd'lozen!
'k Ontwijk de plaats der bozen,
Zo word ik niet door hen besmet.

6. Ik was, aan U verpand,
In onschuld mijne hand,
Mijn hart springt in mij op, o HEER',
Wanneer ik, met Uw scharen,
Verschijn voor Uw altaren,
En U met offergaven eer.

7. Daar wordt Uw lof verbreid,
O Oppermajesteit,
Door mij, die U bemin en acht.
Daar zal mijn stem U prijzen,
Voor al de gunstbewijzen,
Voor al de wond'ren Uwer macht.

8. Wat blijdschap smaakt mijn ziel,
Wanneer ik voor U kniel,
In 't huis, dat Gij U hebt gesticht!
Hoe lief heb ik Uw woning,
De tent, o Hemelkoning,
Die G', U ter eer, hebt opgericht!

9. Wanneer G' Uw arm verheft,
Den snoden zondaar treft;
Wees Gij dan, HEER', mijn toeverlaat.
Doe mij met hem niet sneven;
O neen, behoed mijn leven,
Als Gij den man des bloeds verslaat.

10. Doe mij niet mee vergaan
Met hen, die U weerstaan;
Wier hart steeds schand'lijk misdrijf kweekt;
Die trouw en plicht verachten,
En 't recht om goud verkrachten,
Als d' onschuld om bescherming smeekt.

11. Maar ik, ik ben oprecht;
Verlos dan Uwen knecht,
Van 't ongeval, dat hem genaakt,
Wil mij in gunst gedenken,
Mij Uw genade schenken.
Zo wordt door U mijn heil volmaakt.

12. Nu stap ik rustig aan;
'k Betreed een effen baan:
Mijn God verhoort nu mijn gebed,
'k Zal Hem, met blijde klanken,
In Zijn vergaad'ring danken,
Wanneer Zijn gunst mij heeft gered.

1. Bewaar, o Heer, mijn recht;
Want voorwaar Uwe knecht
Wandelt in onschuld nu voortaan.
Op U staat mijn betrouwen,
In al mijn zwaar benauwen,
Daarom en zal ik niet vergaan.

2. Heer! doorzoek mijn gemoed,
Proef mij in tegenspoed
Aan den proefsteen, in mijn ellend',
Mijn hart en ook mijn nieren
Proef toch, Heer! met den vieren,
Opdat ik recht werde bekend.

3. Want Heer! de ogen mijn
Vast'lijk geslagen zijn
Op Uwe genaad' en goedheid;
En ik leide mijn leven
Naar den regel voorschreven.
Ik wandel in Uwe waarheid.

4. Der leugensprekers boos
Verzameling zeer loos,
Ik altijd, o Heer! haten zal.
Met schalke mensen listig,
Die vals zijn ende twistig.
Heb ik niets gemeens overal.

5. Heer! der godd'lozen kerk,
Haar ergheid en haar werk
Haat ik altijd uit 's harten grond;
Bij de schalken en bozen,
Noch ook bij de godd'lozen
En zit ik, Heer! tot genen stond.

6. Ik was mijn handen rein
Met onschuld in 't gemein;
Ik geve mij tot 't goed eenpaar,
En God, tot Uw off'randen
Schoon en zeer velerhanden
Die men doet op Uwen altaar.

7. Opdat ik daar Uw eer
En heerlijkheid, o Heer!
Zingen mag overluid en klaar;
En Uwe wonderwerken
Zeer groot, zo men kan merken,
Mag verkonden in 't openbaar.

8. Ik heb, Heere! bemind
En hartelijk bezind
Uw schoon huis, waar Gij wonen wilt;
De plaats daar men verkondet,
En ook altijd vermondet
Uwen lof en prijs, Heere mild.

9. Laat mij niet zijn geteld,
Geplaagd, noch ook gekweld
Met de boosdoeners obstinaat;
Neem toch niet weg mijn leven
Met die, die hen begeven
Tot bloed storten uit nijd en haat.

10. De verraders vol nijd,
Uit listen, haat en spijt,
Verklagen mij met onrecht groot;
Zij lopen en slaven
Om geschenken en gaven,
Die hen haast brengen tot der dood.

11. Maar ik wil, Heere! gaan
Vromelijk en bestaan
In eenvoud met een oprecht hart.
Wees mij toch nu genadig,
O mijn God zeer weldadig!
Verlos mij uit angst ende smart.

12. Ik zie Heer! dat Gij mij
Hebt opgericht en vrij
Gesteld op Uwen weg eerbaar;
Dies wil ik U, Heer! prijzen,
Zingen en eer bewijzen,
In 't midden Uwes volks eenpaar.

1. O Heer, op wie ik pleit,
in mijn eenvoudigheid
heb ik geleefd, U toegewend.
Op U is al mijn hopen.
Ik leg mij voor U open,
die mij in hart en nieren kent.

2. Mijn oog ziet, waar ik ga,
uw trouw en uw gena.
Ik ben niet in de kring gegaan
der valsen en verraders,
bij listig' euveldaders
en leugenaars zat ik niet aan.

3. Ik was mijn handen rein,
dat ik bij hen mag zijn,
die in een stoet om uw altaar
uw wond'ren zingend eren,
want ik heb lief, o Here,
uw hoge woning wonderbaar!

4. O Heer, verstoot mij niet
als een die bloed vergiet,
of die zijn handen heeft gevuld
met schandelijke handel.
Onstraf'lijk is mijn wandel:
verlos mij, stel mij buiten schuld.

5. Verenigd in uw naam
met allen die tezaam
U dienen met oprecht gemoed,
zal ik uw lof verheffen.
Mijn weg is recht en effen:
ik treed U zingend tegemoet.

1. O, Here, doe mij recht!
In onschuld leeft uw knecht,
mijn wandel is naar uw gebod.
Ik blijf op U vertrouwen,
op U, mijn rotssteen, bouwen;
ik wankel niet, o Heer, mijn God.

2. O, Here, toets mijn weg,
beproef mijn overleg.
Ik leg mijn leven voor U neer.
Uw trouw en mededogen
houd ik mij steeds voor ogen.
Ik wandel in uw waarheid, Heer.

3. Heer, nooit heb ik geleefd
met volk dat zich begeeft
tot leugen en lichtzinnigheid.
Ik haat het doen der bozen,
de kring van goddelozen,
't gezelschap dat tot kwaad verleidt.

4. Mijn handen was ik rein,
als ik voor U verschijn
en zingend om uw altaar schrijd.
Ik zal uw wondren noemen,
met liefde zal ik roemen
de woonplaats van uw Heerlijkheid.

5. Laat, Heer, mij niet vergaan
met hen die U weerstaan,
wier hand bezoedeld is met bloed.
Zij willen voor geschenken
het recht der armen krenken
en rijk zijn door gestolen goed.

6. Maar ik, Heer, ben uw knecht,
mijn wandel is oprecht.
Wees mij genadig, red mij, Heer.
Ik ga op effen wegen,
U prijs ik om uw zegen
in uw gemeente, U ter eer.