Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

In onze gemeente proberen we het oude van de traditie in verbinding te brengen met het nieuwe van nu. De Nieuwe Psalmberijming sluit daar perfect bij aan. Op deze manier kunnen we met jong en oud de psalmen blijven zingen. Lees meer »

Ds. E. de Jong | Doopsgezinde Gemeente te Ouddorp

Ds. E. de Jong
Doopsgezinde Gemeente te Ouddorp

Lees alle quotes

Psalm 33

De nieuwe psalmberijming

1. Juich, wie de HEER van harte eren;
laat horen dat je vrolijk bent.
Bewijs Hem eer, ga musiceren,
bespeel bezield je instrument.
Zing bij de akkoorden
vreugdevolle woorden
met je hart en stem.
Maak unieke klanken
om de HEER te danken;
speel vol vuur voor Hem.

2. De HEER zal nooit zijn woorden breken;
het is betrouwbaar wat Hij zegt.
Zijn werken op de aarde spreken
van goedheid, liefde, trouw en recht.
Zijn bevel bepaalde
dat het zonlicht straalde.
Land en oceaan
heeft de HEER gescheiden.
Zeeën en getijden
zijn door Hem ontstaan.

3. Laat wie op aarde wonen beven
vol eerbied en ontzag voor God: 
één woord sprak Hij en er was leven; 
uit niets kwam iets op zijn gebod.
Wat de volken samen
zonder God beramen
wordt door Hem gestuit.
Niets kan Hem beletten
plannen voort te zetten
volgens zijn besluit.

4. Het volk dat met de HEER wil leven
is rijk: het mag zijn natie zijn.
Hij kijkt, hoog op zijn troon verheven,
naar alle mensen, groot en klein.
Wat zij overleggen,
nog gaan doen of zeggen,
weet de HEER meteen.
Hij die hen creëerde
en uit niets boetseerde
kijkt door alles heen.

5. Een koning kan geen oorlog winnen
dankzij een grote legermacht;
met paarden kan hij niets beginnen,
al hebben ze nog zoveel kracht -
maar God zal bevrijden
wie zijn naam belijden.
Wie in hongersnood
hulp van Hem verwachten
krijgen nieuwe krachten.
Hij redt van de dood.

6. Verlangend staan wij uit te kijken
naar Hem, de redder, onze HEER.
Als schild zal Hij niet van ons wijken;
vol liefde ziet Hij op ons neer.
Al zijn zegeningen
zullen wij bezingen;
ja, Hij maakt ons blij.
HEER, wil aan ons denken,
ons uw zegen schenken.
U verwachten wij.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Juich, wie de HEER van harte eren;
laat horen dat je vrolijk bent.
Bewijs Hem eer, ga musiceren,
bespeel bezield je instrument.
Zing bij de akkoorden
vreugdevolle woorden
met je hart en stem.
Maak unieke klanken
om de HEER te danken;
speel vol vuur voor Hem.

2. De HEER zal nooit zijn woorden breken;
het is betrouwbaar wat Hij zegt.
Zijn werken op de aarde spreken
van goedheid, liefde, trouw en recht.
Zijn bevel bepaalde
dat het zonlicht straalde.
Land en oceaan
heeft de HEER gescheiden.
Zeeën en getijden
zijn door Hem ontstaan.

3. Laat wie op aarde wonen beven
vol eerbied en ontzag voor God: 
één woord sprak Hij en er was leven; 
uit niets kwam iets op zijn gebod.
Wat de volken samen
zonder God beramen
wordt door Hem gestuit.
Niets kan Hem beletten
plannen voort te zetten
volgens zijn besluit.

4. Het volk dat met de HEER wil leven
is rijk: het mag zijn natie zijn.
Hij kijkt, hoog op zijn troon verheven,
naar alle mensen, groot en klein.
Wat zij overleggen,
nog gaan doen of zeggen,
weet de HEER meteen.
Hij die hen creëerde
en uit niets boetseerde
kijkt door alles heen.

5. Een koning kan geen oorlog winnen
dankzij een grote legermacht;
met paarden kan hij niets beginnen,
al hebben ze nog zoveel kracht -
maar God zal bevrijden
wie zijn naam belijden.
Wie in hongersnood
hulp van Hem verwachten
krijgen nieuwe krachten.
Hij redt van de dood.

6. Verlangend staan wij uit te kijken
naar Hem, de redder, onze HEER.
Als schild zal Hij niet van ons wijken;
vol liefde ziet Hij op ons neer.
Al zijn zegeningen
zullen wij bezingen;
ja, Hij maakt ons blij.
HEER, wil aan ons denken,
ons uw zegen schenken.
U verwachten wij.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

Alternatieve melodieën

Deze psalm heeft dezelfde melodie als Psalm 67

1. Zingt vrolijk, heft de stem naar boven,
Rechtvaardigen, verheft den HEER'.
Het past oprechten, God te loven;
Zingt Zijnen groten Naam ter eer.
Prijst Hem in uw psalmen,
Met de schoonste galmen;
Roept Zijn weldaan uit.
Laat de keel zich paren,
Met den klank der snaren;
Looft Hem met de luit.

2. Roemt nu met nieuwe lofgezangen
De nieuwe blijken van Zijn gunst.
Het speeltuig moet dien toon vervangen.
Heft vrolijk aan, wijdt Hem uw kunst.
Alles moet Hem eren,
Want het woord des HEEREN,
't Richtsnoer Zijner daan,
Is volmaakt rechtvaardig,
Al onz' achting waardig;
Eeuwig zal 't bestaan.

3. Hij schept in 't heilig recht behagen,
Zijn wijsheid is alom verspreid;
Men hoort al 't wereldrond gewagen
Van Zijne goedertierenheid.
's HEEREN alvermogen
Bracht de hemelbogen,
Door Zijn woord in 't licht.
Heeft de flonkervuren,
Die den tijd verduren,
Door Zijn Geest gesticht.

4. Hij doet de grote waat'ren zwellen,
Te zaam vergaad'ren tot een hoop,
En naar den diepen afgrond snellen,
Daar zij beperkt zijn in hun loop.
Laat al d' aard' Hem vrezen,
Die als 't Opperwezen,
't Al heeft voortgebracht.
Laat de wereld schrikken,
Laat z' all' ogenblikken,
Sidd'ren voor Zijn macht.

5. Geen ding geschiedt er ooit gewisser,
Dan 't hoog bevel van 's HEEREN mond:
Zijn Godd'lijk' almacht spreekt, en 't is er,
Zijn wil gebiedt, en 't wordt terstond.
Schoon de heid'nen samen,
List op list beramen;
God verbreekt hun raad.
Schoon de mogendheden
Snood, ontwerpen smeden,
Hij belacht haar haat.

6. Maar d' altoos wijze raad des HEEREN,
Houdt eeuwig stand, heeft altoos kracht.
Niets kan Zijn hoog besluit ooit keren,
't Blijft van geslachte tot geslacht!
Zalig moet men noemen,
Die hun Maker roemen
Als hun HEER' en God.
't Volk, door Hem tevoren
Gunstig uitverkoren
Tot Zijn erv' en lot.

7. De grote Schepper aller dingen
Ziet, uit het ongenaakbaar licht,
Het gans gedrag der stervelingen:
Niets is bedekt voor Zijn gezicht.
Uit Zijn vaste woning,
Daar Hij heerst als Koning,
Daar Zijn lof, Zijn eer,
Klinkt door al de bogen,
Zien Zijn Godd'lijk' ogen
Op al 't mensdom neer.

8. 't Is God, aan tijd noch plaats verbonden
Wiens toezicht over alles gaat,
Die 't harte vormt en kan doorgronden,
Die aller werken gadeslaat.
Schilden, bogen, dolken,
Dapp're oorlogsvolken,
Wijsheid, moed noch kracht,
Kunnen ooit in 't strijden,
Enig vorst bevrijden,
Zonder 's HEEREN macht.

9. Het briesend paard moet eind'lijk sneven,
Hoe snel het draav' in 't oorlogsveld;
't Kan niemand d' overwinning geven;
Zijn grote sterkte baat geen held.
Neen, de HEER' der heren,
Doet ons triomferen;
Hij, geducht in macht,
Slaat elk gunstig gade,
Die op Zijn genade
In benauwheid wacht.

10. Zijn machtig arm beschermt de vromen,
En redt hun zielen van den dood;
Hij zal hen nimmer om doen komen
In duren tijd en hongersnood.
In de grootste smarten,
Blijven onze harten
In den HEER' gerust;
'k Zal Hem nooit vergeten,
Hem mijn Helper heten,
Al mijn hoop en lust.

11. Laat ons alom Zijn lof ontvouwen:
In Hem verblijdt zich ons gemoed,
Omdat wij op Zijn Naam vertrouwen,
Dien Naam, zo heilig, groot en goed.
Goedertieren Vader,
Milde zegenader,
Stel Uw vriend'lijk hart,
Op Wiens gunst wij hopen,
Eeuwig voor ons open;
Weer steeds alle smart.

1. Weest nu verheugd, al gij oprechten,
In God den Heer u al verblijdt;
Dat lof in den mond Zijner knechten
Is heerlijk en schoon t' allen tijd.
Met harpen vol snaren
Wilt nu openbaren
Zijnen prijs en eer;
Dat psalters en kelen
Nu zingen en spelen
Onzen God en Heer.

2. Zingt den Heere, zijnde met vreugden,
Nieuw' lofzangen lieflijk en zoet;
Op den psalter Zijn lof, Zijn deugden
Spelet en maakt geneugte goed.
Want 't bevel des Heeren,
Dat Hij ons wil leren,
Is recht en eerbaar.
Zijn woorden en werken,
Zijn zo men kan merken,
Zeker en gans waar.

3. Hij bemint zeer tot allen tijden
Dat recht en de gerechtigheid;
D' aard' is ook vol aan alle zijden
Van Zijn grote barmhartigheid.
God, door 't Woord geprezen,
Schiep (alzo wij lezen)
Dat hemelse plein;
Door Zijnen Geest krachtig
Maakte Hij waarachtig
's Hemels krachten rein.

4. God vergaderd' in 't meer te zame,
Als in een vat, dat water al;
Hij bewaarde dat zeer bekwame
In 't afgrondische diepe dal.
Dies moet nu elk vruchten,
God vrezen en duchten,
Die 't al maakt' uit niet;
Dat een iegelijke,
God in krachten rijke
Vreez' als hij dit ziet.

5. Want al wat de Heer heeft gesproken,
Is haastelijk geweest gedaan.
Zijn gebod heeft niemand gebroken,
Maar 't is geschied van stonden aan.
Der heid'nen raadslagen,
Die Hem niet behagen;
Hij zeer haast verstoort.
Der volken gedachten,
En ook al haar krachten
Verwerpt Hij nu voort.

6. Maar de voorzichtigheid des Heeren
Doet Zijn voornemen vast bestaan;
Dat Hij eens besluit t' Zijner ere
Zal zonder hindering voortgaan.
Welzalig moet wezen
't Volk, dat God met dezen
Houdt voor zijnen Heer,
Welzalig al voren
Zijn ze, die verkoren
Zijn tot Godes eer.

7. God ziet nederwaarts vroeg en spade
Uit den hemel in de wer'ld groot.
De mensen al slaat Hij wel gade,
Zij zijn all' voor Zijn ogen bloot,
God uit Zijnen trone,
Die vast is en schone,
Met vlijt ook acht geeft
Op den mens ellendig,
En wat hier behendig
Hem beweegt en leeft.

8. Want God, door Zijn kracht hoog verheven
Maakte des mensen hart allein;
Dies weet Hij allerbest daarneven,
Dat zijn werken gaar zijn onrein.
Krijgsknechten met hopen
In stormen en lopen
Kunnen door haar macht,
Koningen noch helden
Helpen in de velden
Door haar sterke kracht.

9. Hij dwaalt zeer, die daar meent te wezen
Beschermd door zijn paard sterk en groot;
Door zijn kracht werd niemand genezen;
Noch geholpen uit strijd en nood.
Maar God wil bewaren
Alle Zijn dienaren,
Die Hem vruchten vroed,
En die in 't benauwen,
Op Hem vast betrouwen,
En op Zijn woord goed.

10. Hij zal wel bevrijden haar leven,
Als hun de dood zal doen geweld;
En zal hun ook haar spijze geven,
Als zij met honger zijn gekweld.
Dat ons hart Hem prijze
En ere bewijze
Met hoop onbezorgd;
Op Hem wij ons gronden,
Hij is t' allen stonden
Onze schild en borcht.

11. In Hem zullen wij ons verheugen
Van harten naar Zijn godd'lijk woord;
Want op Zijn kracht en vermeugen
Alleen staan, alzo dat behoort.
O mijn God almachtig,
Maak ons toch deelachtig
Uwer goedigheid;
Want wij op U rusten
En hopen met lusten
In der eeuwigheid.

1. Komt nu met zang en roert de snaren,
gij volk, dat leeft van 's Heren recht.
Hijzelf heeft zijn getrouwe scharen
een lofzang in de mond gelegd.
Word' als nooit tevoren
door wie Hem behoren
't feestlied ingezet!
Meldt de blijde mare
bij de klank der snaren,
steekt de loftrompet.

2. Zingt al wie leeft van Gods genade,
want waarheid is al wat Hij zegt.
Op trouw gegrondvest zijn zijn daden,
op liefde rust zijn heilig recht.
Die zich openbaarde
overal op aarde,
alles spreekt van Hem.
Heem'len hoog verheven,
vol van blinkend leven
schiep Hij door zijn stem.

3. Hij stuwt het water op tot muren,
de zee staat als een sterke wand.
Hij sluit de oervloed in zijn schuren
en weert ze van het vaste land.
Laat in heilig beven
wie op aarde leven
vrezen voor Gods raad.
Hij hoeft maar te spreken,
Hij geeft maar een teken:
wat Hij wil ontstaat.

4. Wat ook de volkeren beramen,
Hij slaat het stuk met sterke hand.
Hij zal hun trots beraad beschamen,
zijn raadsbesluit houdt eeuwig stand.
Heel het mensenleven,
aller volken streven
rust in Gods beleid.
Zalig die Hem eren,
't volk, het erf des Heren,
nu en voor altijd.

5. Van waar Hij woont, in 't licht verheven,
ziet God op deze aarde neer.
Al wat door mensen wordt bedreven,
een open boek is 't voor de Heer.
Woord voor woord te lezen
is voor Hem hun wezen,
want Hij vormt hun hart.
Wat zij ook verzinnen,
heimelijk beginnen,
wordt door Hem ontward.

6. Geen vorst, al gordt hij zich ten strijde,
geen legermacht behoudt het veld.
God zal de nederlaag bereiden
aan hen die bouwen op geweld.
Zij die zich vermeten,
hoog te paard gezeten,
bijten in het zand.
Nederlaag en zege
zijn alleen gelegen
in des Heren hand.

7. Heil hem, die hoopt in vrees en beven
op Gods genadig aangezicht.
Wie op zijn gunst vertrouwt zal leven,
God houdt het oog op hem gericht.
Ja, Hij kent de zijnen,
Hij laat niet verkwijnen
wie zijn hulp verbeidt.
Koninklijk van gaven
wil de Here laven
wie ontbering lijdt.

8. Wij wachten stil op Gods ontferming,
ons hart heeft zich in Hem verheugd.
Hij komt te hulp en geeft bescherming,
zijn heil'ge naam is onze vreugd.
Laat te allen tijde
uwe liefd' ons leiden,
uw barmhartigheid.
God, op wien wij wachten,
geef ons moed en krachten
nu en voor altijd.

1. Zingt vrolijk, looft de naam des Heren,
rechtvaardigen, brengt God uw dank.
Het past oprechten Hem te eren
met een nieuw lied bij citerklank.
Laten stem en snaren
tot die lof zich paren.
Looft Hem, prijst de Heer.
Psalmzingt, jubelt allen,
laat bazuinen schallen,
juichend tot Gods eer.

2. Het woord des Heren is waarachtig.
God is getrouw in wat Hij doet.
Zijn recht is rein, zijn oordeel krachtig.
Hij eist oprechtheid van gemoed.
Ieder moet Hem eren,
want de gunst des Heren
is alom verspreid.
Overal aanschouwen
zij die op Hem bouwen,
zijn goedgunstigheid.

3. God sprak en op zijn woord ontstonden
de hemelen en al hun Heer.
Hij heeft de watervloed gebonden,
legt die in voorraadkamers neer.
Wie op aarde leven
moeten voor Hem beven.
Hij spreekt, zie, het staat.
Hij gebiedt en't is er.
Niets is er gewisser
dan des Heren raad.

4. Al wat de volken ook bedenken,
de Heer verbreekt hun aller raad.
Maar niemand kan Gods raad ooit krenken,
die over alle tijden gaat.
Zalig wie Hem eren,
't volk voor wie de Here
God der goden is;
't volk dat Hij tevoren
voor Zich heeft verkoren
als zijn erfenis.

5. De grote Schepper aller dingen
beziet vanuit het hemels licht
de gang van alle stervelingen,
niets is bedekt voor zijn gezicht.
Hij vormt alle harten,
kent hun vreugd en smarten,
weet hoe mensen zijn.
Hij doorgrondt hun daden,
weet wat zij beraden,
kent hen, groot en klein.

6. Geen koning kan zichzelf bevrijden
door legermacht of door geweld.
Geen paard, hoe sterk ook bij het strijden,
geeft overwinning aan een held.
Maar het oog des Heren
ziet hen die Hem eren,
't volk dat Hem verwacht.
Allen die Hem vrezen,
zal Hij altijd wezen
tot een steun en kracht.

7. Zijn sterke arm beschermt de vromen,
God redt hun zielen van de dood.
Hij zal hen nimmer om doen komen,
zelfs niet in tijd van hongersnood.
In de grootste smarten
blijven onze harten
in de Heer gerust.
'k Zal Hem nooit vergeten,
Hem mijn helper heten,
al mijn hoop en lust.

8. Laat ons des Heren lof ontvouwen.
In Hem verblijdt zich ons gemoed,
omdat wij op zijn naam vertrouwen,
die naam, zo heilig, groot en goed.
Zend, o grote Koning,
uit uw hemelwoning
uw genade neer.
Wij, die U belijden,
ons in U verblijden,
hopen op U, Heer.