Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Hoe breng je de liefde voor de oude psalmen het beste over? Door ze in de taal van nu te laten zingen! Psalmen worden zo herontdekt. Lees meer »

Ds. A. van der Veer | Christelijke Gereformeerde Kerk te Zwolle

Ds. A. van der Veer
Christelijke Gereformeerde Kerk te Zwolle

Lees alle quotes

Psalm 41

De nieuwe psalmberijming

1. Gelukkig wie aan arme mensen denkt
en zwakken helpt in nood.
Weet dat de HEER je dan zijn zegen schenkt:
Hij redt je van de dood.
Al ben je ziek, de vijand heeft geen macht;
de HEER is om je heen.
Hij ondersteunt, Hij geeft je nieuwe kracht
en helpt je op de been.

2. Ik riep: ‘Genees mij, wees genadig, HEER!
Ik deed wat U verbood.’
Mijn vijanden gaan vreselijk tekeer,
verlangend naar mijn dood.
Ze komen langs en vragen voor de schijn
meelevend hoe het gaat.
Hun hart spreekt pas als ze de deur uit zijn:
hun spotlach klinkt op straat.

3. Hoor hoe mijn vijand fluisterend vertelt:
‘Die komt nooit meer uit bed.
Een dodelijke kwaal heeft hem geveld;
geen kans dat hij het redt!’
Zelfs hij in wie ik veel vertrouwen had,
mijn vriend, mijn kameraad,
met wie ik samen aan één tafel at,
heeft nu een hart vol haat.

4. HEER, wees genadig, help mij overeind,
dan wreek ik mij op hen!
Ik weet, als eens hun vals gelach verdwijnt,
dat ik de uwe ben.
U laat, omdat ik trouw ben aan uw wet,
mij niet te gronde gaan.
Ik ben er zeker van dat U mij redt;
dan mag ik voor U staan.

5. Geprezen zij in alle eeuwigheid
Israëls God, de HEER.
Zing mee en laat het klinken voor altijd:
amen, aan Hem de eer!

Tekst: Adriaan Molenaar

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Gelukkig wie aan arme mensen denkt
en zwakken helpt in nood.
Weet dat de HEER je dan zijn zegen schenkt:
Hij redt je van de dood.
Al ben je ziek, de vijand heeft geen macht;
de HEER is om je heen.
Hij ondersteunt, Hij geeft je nieuwe kracht
en helpt je op de been.

2. Ik riep: ‘Genees mij, wees genadig, HEER!
Ik deed wat U verbood.’
Mijn vijanden gaan vreselijk tekeer,
verlangend naar mijn dood.
Ze komen langs en vragen voor de schijn
meelevend hoe het gaat.
Hun hart spreekt pas als ze de deur uit zijn:
hun spotlach klinkt op straat.

3. Hoor hoe mijn vijand fluisterend vertelt:
‘Die komt nooit meer uit bed.
Een dodelijke kwaal heeft hem geveld;
geen kans dat hij het redt!’
Zelfs hij in wie ik veel vertrouwen had,
mijn vriend, mijn kameraad,
met wie ik samen aan één tafel at,
heeft nu een hart vol haat.

4. HEER, wees genadig, help mij overeind,
dan wreek ik mij op hen!
Ik weet, als eens hun vals gelach verdwijnt,
dat ik de uwe ben.
U laat, omdat ik trouw ben aan uw wet,
mij niet te gronde gaan.
Ik ben er zeker van dat U mij redt;
dan mag ik voor U staan.

5. Geprezen zij in alle eeuwigheid
Israëls God, de HEER.
Zing mee en laat het klinken voor altijd:
amen, aan Hem de eer!

Tekst: Adriaan Molenaar

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de psalmen van De Nieuwe Psalmberijming binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren.

Wij verwachten wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Melodie

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

1. Welzalig hij, die zich verstandig draagt
Bij een ellendig mens.
De HEER' zal hem, wanneer hij treurt en klaagt,
Bevrijden naar zijn wens;
Behoeden en doen leven hier op aard',
In vree en zaligheid,
Nooit van zijn God verlaten, maar bewaard
Voor 's vijands boos beleid.

2. De HEER' zal hem, op 't ziekbed neergestort,
Versterken door Zijn kracht;
Gij maakt, dat zelfs zijn ganse leger wordt,
Veranderd door Uw macht.
Ik heb tot God geroepen om gena;
'k Zei in mijn angst en leed:
"Genees mij, HEER', die bij U schuldig sta,
En tegen U misdeed."

3. In plaats van troost, vervolgt mij 's vijands blaam.
Zij zeggen tot elkaar:
"Waar blijft zijn dood, wanneer vergaat zijn naam?"
Komt iemand van die schaar,
Om mij te zien, dan spreekt hij vals, en smeedt
Mij kwaad, zoveel hij kan;
Als hij terug van mij naar buiten treedt,
Spreekt hij er and'ren van.

4. Zij momp'len saam, vervuld met bitt'ren haat;
Van raadslaan nimmer moe,
Bedenken zij een goddeloos verraad.
Men zegt: "Gods geselroe
Treft hem gewis, een schenddaad kleeft hem aan;
Hij ligt voor eeuwig neer;
Nu zult gij hem niet weder op zien staan,
Hersteld gelijk weleer."

5. Zelfs hij, op wien ik heb vertrouwd,
Mijn vree en disgenoot,
Verhief zijn hiel, en sloeg mij fier en stout,
Terwijl hij at mijn brood.
Maar Gij, o HEER', schiet tot mijn hulpe toe;
Bewijs gena, en red,
En richt mij op; dat ik vergelding doe,
En d' ontrouw palen zett'.

6. Ik ken Uw gunst, ik ken Uw trouw hieraan,
Dat zich mijn vijand niet
Beroemen zal, noch ik te gronde gaan;
Wijl Gij mij bijstand biedt,
Mij onderhoudt in mijn oprechtigheid,
En, voor Uw aangezicht,
Met teed're zorg en trouwe hulp geleidt
Naar 't eeuwig zalig licht.

7. Looft lsrels God; roept, door all' eeuwigheen,
Des HEEREN grootheid uit;
Dat elk met mij zijn lofzang en gebeen,
Met Amen, Amen sluit'.

1. Wel hem, die recht oordeelt van dat kruis groot
Des armen in den nood;
God zal die lieflijk vertroosten voorwaar
In al zijn lijden zwaar
En hem laten zijn wel fraai en gezond,
Ja bloeien t' allen stond;
Hij zal hem naar den wil der bozen niet
Verlaten in 't verdriet.

2. Als 't schijnt, dat hij op 't bed in 't kruis verstikt,
Van God werd hij verkwikt.
Hij zal verkeren alle zijn krankheid
In een gezondigheid.
In mijn lijden sprak ik, Heer, tot U vrij,
Ontferm U over mij,
Genees mijn ziel, o God, ik heb misdaan
En mij groot'lijks ontgaan.

3. Mijn vijanden wensen mij plagen boos
In haar harten zeer loos.
Zij spreken: Zal hij sterven nimmermeer,
Ja vergaan met oneer?
Mij troostende maakten zij groot gerel,
En verbergden zeer wel
Haar listen, maar gaande van mij met pracht,
Zij hebben mij veracht.

4. Die mij haten, houden over mij raad
En morren t' zaam zeer kwaad;
Een ieder woude dat ik waar' versmacht
En gans tot niet gebracht.
Zij spreken: Hij leidt in zulk enen staat
Om zijn grote misdaad;
Hij is zo mat, dat hij niet kan opstaan,
Noch dit lijden ontgaan.

5. Ja zelfs mijn naaste vriend, dien ik ook weet,
Die wist al mijn secreet,
Mijn vriend, die met mij at mijn brood zeer goed,
Heft tegen mij den voet,
Maar heb toch meed'lijden met mij, o Heer!
Die nu benauwd ben zeer;
Help mij, zo wordt hun vergolden zeer koen
't Kwaad, dat ze mij aandoen.

6. Maar ik merkte door dit lijden niet klein,
Tot mij Uw liefde rein.
Want mijn vijanden hebben gans'lijk niet
Om spotten, zo men ziet.
Gij onderhoudt mij door Uw goedigheid,
In mijne vromigheid;
En zult mij ook in toekomende tijd
Eeuwig maken verblijd.

7. Geprezen zij de God van Israël
Met eeuwig lof en spel.
In eeuwigheid worde gezongen, Heer,
Uwen prijs en Uw eer.

1. Heil hem die den geringe helpt in nood,
hem helpt in nood de Heer.
De Heer bewaart zijn leven voor de dood,
herstelt hem in zijn eer.
Wat deert hem of zijn vijand hem bespot,
als Gij de redder zijt?
De Heer is hem een groot en helpend God
op 't bed der bitterheid.

2. Ik zei: Genees mij, Heer, door uw gena.
Ik zondigde voor U.
Maar maak dat deze valsaard van mij ga,
van wiens bezoek ik gruw.
"Sterft hij niet haast, en gaat zijn naam voorbij?"
Zo denkt hij in zijn hart,
en veinst wel aan mijn sponde medelij,
maar hoont mij op de markt.

3. Zij fluist'ren saam, de horde die mij haat:
"Hij ligt, hij ligt voorgoed!
Op hem is uitgestort onzalig kwaad,
hij heeft de dood in 't bloed!"
De vriend zelfs, die ik spijsde met mijn brood,
de gunst'ling van mijn ziel,
heult reeds met hen die loeren op mijn dood,
hief tegen mij de hiel.

4. Maar Gij, Heer, richt mij op, dat ik het weet
hoe Gij mij gunstig zijt,
dat het vergolden wordt als om mijn leed
mijn vijand zich verblijdt.
Hebt Gij mij ook niet voortijds opgericht
om mijn eenvoudigheid?
O Heer, Gij stelt mij voor uw aangezicht
tot in all' eeuwigheid.

5. Looft nu den Heer, zingt Isrels God verblijd,
prijs Hem voor zijn gena
van eeuwigheid tot in all' eeuwigheid!
Ja, waarlijk, amen, ja!

1. Heil hem die den geringe helpt in nood,
hem helpt in nood de Heer.
De Heer bewaart zijn leven voor de dood,
herstelt hem in zijn eer.
Wat deert hem of zijn vijand hem bespot,
als Gij de redder zijt?
De Heer is hem een groot en helpend God
op 't bed der bitterheid.

2. Ik zei: Genees mij, Heer, door uw gena.
Ik zondigde voor U.
Maar maak dat deze valsaard van mij ga,
van wiens bezoek ik gruw.
'Sterft hij niet haast, en gaat zijn naam voorbij?'
Zo denkt hij in zijn hart,
en veinst wel aan mijn sponde medelij,
maar hoont mij op de markt.

3. Zij fluistren saam, de horde die mij haat:
'Hij ligt, hij ligt voorgoed!
Op hem is uitgestort onzalig kwaad,
hij heeft de dood in 't bloed!'
De vriend zelfs, die ik spijsde met mijn brood,
de gunstling van mijn ziel,
heult reeds met hen die loeren op mijn dood,
hief tegen mij de hiel.

4. Maar Gij, Heer, richt mij op, dat ik het weet
hoe Gij mij gunstig zijt,
dat het vergolden wordt als om mijn leed
mijn vijand zich verblijdt.
Hebt Gij mij ook niet voortijds opgericht
om mijn eenvoudigheid?
O Heer, Gij stelt mij voor uw aangezicht
tot in all' eeuwigheid.

5. Looft nu den HEER, zingt Isrels God verblijd,
prijst Hem voor zijn gena
van eeuwigheid tot in all' eeuwigheid!
Ja, waarlijk, amen, ja!