Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

In onze gemeente proberen we het oude van de traditie in verbinding te brengen met het nieuwe van nu. De Nieuwe Psalmberijming sluit daar perfect bij aan. Op deze manier kunnen we met jong en oud de psalmen blijven zingen. Lees meer »

Ds. E. de Jong | Doopsgezinde Gemeente te Ouddorp

Ds. E. de Jong
Doopsgezinde Gemeente te Ouddorp

Lees alle quotes

Psalm 53

De nieuwe psalmberijming

1. De dwazen doen alsof God niet bestaat
terwijl ze zijn gebod met voeten treden.
God kijkt vanuit de hemel naar beneden
en zoekt of er een mens is die het kwaad
hartgrondig haat.

2. Maar allen zijn zij bij Hem weggegaan.
Waar is het inzicht van de goddelozen?
Zij gaan, zonder verblikken of verblozen,
hun eigen gang en trekken zich niets aan
van Gods bestaan.

3. Er komt een eind aan hun lichtzinnigheid;
snel zal een grote angst hen overvallen.
God straft de vijand en kleineert hen allen.
Hun botten worden na een felle strijd
door Hem verspreid.

4. Ach, keerde toch voor Israël het tij,
zodat de mensen weer in vrede leven.
Als God uit Sion eerherstel zal geven,
is Israëls gevangenschap voorbij, 
juicht Jakob blij.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. De dwazen doen alsof God niet bestaat
terwijl ze zijn gebod met voeten treden.
God kijkt vanuit de hemel naar beneden
en zoekt of er een mens is die het kwaad
hartgrondig haat.

2. Maar allen zijn zij bij Hem weggegaan.
Waar is het inzicht van de goddelozen?
Zij gaan, zonder verblikken of verblozen,
hun eigen gang en trekken zich niets aan
van Gods bestaan.

3. Er komt een eind aan hun lichtzinnigheid;
snel zal een grote angst hen overvallen.
God straft de vijand en kleineert hen allen.
Hun botten worden na een felle strijd
door Hem verspreid.

4. Ach, keerde toch voor Israël het tij,
zodat de mensen weer in vrede leven.
Als God uit Sion eerherstel zal geven,
is Israëls gevangenschap voorbij, 
juicht Jakob blij.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

Alternatieve melodieën

Deze psalm heeft dezelfde melodie als Psalm 14

1. De trotse dwaas zegt in zijn boos gemoed:
"Daar is geen God." Zij doven 't licht der rede,
En maken zich door gruwelijke zeden
Afschuwelijk; daar is geen mens, die goed
Op aarde doet.

2. God, die het recht met kracht verdedigt, sloeg
Van 's hemels troon Zijn ogen naar beneden,
Op Adams kroost' doorzocht hun hart en zeden.
Hij zag of zich geen mens verstandig droeg,
En naar Hem vroeg.

3. Hij zocht alom, maar ach; Hij vond er geen;
Want alle vlees is trouw'loos afgeweken;
Het land is vol van stinkende gebreken.
Geen sterveling wil 't pad der deugd betreen,
Ja, zelfs niet een.

4. Heeft dan dit volk, dat groeit in euveldaan,
Geen kennis ? Neen, thans durven die ontzinden
Met gulzigheid Mijn volk als brood verslinden;
Zij roepen op hun godvergeten paan,
Zelfs God niet aan.

5. Op 't onverwachts zijn zij in angst gebracht,
Want God heeft uw belegeraars doen vluchten,
Hun beend'ren zelfs verstrooid, die u deen zuchten,
Hebt gij beschaamd; want God verwerpt, veracht
Dit boos geslacht.

6. Och daalde 't heil uit Sion spoedig neer
Voor lsrael ! Als God Zijn volk uit lijden
En banden redt, zal Jakob zich verblijden,
En lsrael, al juichend, geven d' eer
Aan zijnen HEER'.

1. De dwaas die spreekt in zijn harte zeer kwaad:
Daar is geen God; en hij verwoest mits dezen
Zijn leven gans door zijn gruwelijk wezen;
Daar is niet één, die met woord ofte daad
Wat goeds begaat.

2. God des hemels de wereld overziet,
Ende bemerkt de mensen hier te lande;
Of daar géén is, die met goeden verstande,
Om Gods goedheid te zoeken hem bevliet;
't Welk niet geschiedt.

3. Alles gemerkt, Hij vindt dat z' in 't gemeen
Al afwijken en gaan op boze wegen;
Grouw'lijk zijn zij, ja tot kwaad gans genegen;
Die wat goeds werkt en is onder hen geen,
Ja niet tot één.

4. Zijn dan de bozen zo dwaas al te zaam,
Dat ze niet dan kwaad doen zonder afkeren!
Die mijn arm volk als dat brood gans verteren,
En altijd om t' aanroepen 's Heeren Naam
Zijn onbekwaam.

5. Zonder reden zijn ze bevreesd gaar zeer.
Want God die breekt aller vijanden benen,
Dewijl dat Hij die al veracht met enen;
Gij zult hen nog aandoen o Sion teer!
Schand' en oneer.

6. Och dat de hulp over Israël, Heer!
Kwam uit Sion, en dat God uit 't verlangen
Wilde verlossen Zijn arm volk gevangen!
Israël en Jakob zouden in eer
Verblijd zijn zeer.

1. De dwaas zegt in zijn hart: "Er is geen God",
en ieder doet wat goed is in zijn ogen.
't Gebinte van het leven wordt bewogen,
de zonde woekert, ieder drijft de spot
met Gods gebod.

2. De Heer ziet uit de hemel, of nog een
de wijsheid heeft om naar zijn woord te horen,
of een Hem zoekt. Geen wil zich aan Hem storen.
Geen mens die goed doet in de wereld, neen,
God vindt er geen.

3. Is er op aard geen spoor van inzicht meer
bij hen die in het kwaad behagen vinden,
hen die mijn volk als was het brood verslinden?
Zij roepen God niet aan, zij roven d' eer
van God de Heer.

4. Maar eensklaps grijpt een wilde schrik hen aan
terwijl er niets is dat hen aan komt randen,
want God verstrooit de kracht van zijn vijanden.
Hij maakt beschaamd, Hij doet verloren gaan
wie Hem weerstaan.

5. Breng, Here, breng een keer in 't aards bestel,
kom toch van Sion uit uw volk bevrijden.
Wend, Heer, ons lot, stel paal en perk aan 't lijden,
dan brengt u vrolijk lof met zang en spel
heel Israël.

1. De dwaas zegt bij zichzelf in overmoed:
Er is geen God. - 't Is onrecht wat zij plegen,
zij wandelen op gruwelijke wegen.
Nee, er is niemand die nog enig goed
bedenkt of doet.

2. God ziet vanuit de hoge hemel neer:
zal bij de mensen één verstandig blijken,
één die God zoekt en niet van Hem wil wijken?
Allen zijn afgeweken van de Heer,
geen dient Hem meer.

3. Hoe heeft het onverstand hen in zijn macht!
Hoe kunnen zij in kwaad-doen vreugde vinden,
zij die mijn volk, als at men brood, verslinden?
Geen roept tot God, niet één die van Gods kracht
nog iets verwacht.

4. Heel onverwacht verschrikt hen Gods gericht,
want God verstrooit hen die u thans verdrukken.
U zelf beschaamt hen, doet hen voor u bukken,
want God verwerpt hen van zijn aangezicht
en dooft hun licht.

5. Dat toch uit Sion redding werd bereid!
Als God het lot voor Israel doet keren,
dan zal, al juichend, Jakob Hem vereren,
heel Israël Hem loven, zeer verblijd,
door Hem bevrijd.