Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Eindelijk! Taal verandert razendsnel. Toch was de jongste officiële psalmberijming al dik 50 jaar oud. Voor de gemiddelde jongere een bijna onbegrijpelijk taalkleed. Super dat naast initiatieven als 'Psalmen voor Nu' en 'Levensliederen' er nu dit initiatief is. Lees meer »

Ds. K. de Vries | Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, Tituskapel te Amsterdam Zuid/West

Ds. K. de Vries
Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, Tituskapel te Amsterdam Zuid/West

Lees alle quotes

Psalm 72

De nieuwe psalmberijming

1. God, laat de koning goed regeren, 
met recht en met beleid.
Wil hem uw wijze regels leren
en uw gerechtigheid.
Dan zal uw volk in vrede leven, 
dan wordt er recht gedaan: 
verdrukten zal hij redding geven,
verdrukkers pakt hij aan.

2. Laat onze koning hooggeacht zijn 
zolang de zon bestaat.
Moge hij eeuwen aan de macht zijn
totdat de maan vergaat.
Laat hij verkwikkend zijn als regen
die dorstig land bevloeit:
wie eerlijk leeft ervaart zijn zegen
terwijl de vrede bloeit.

3. Tot aan de einden van de aarde
erkent men hem als heer. 
Elk volk moet zijn gezag aanvaarden
en buigt zich voor hem neer.
Geschenken zullen binnenstromen,
uit ieder land gebracht.
De verste vorsten zullen komen
en knielen voor zijn macht.

4. Wie roept om hulp zal hij bevrijden.
Wie in ellende leeft
redt deze koning, die zal strijden
voor wie geen helper heeft. 
Wie arm zijn of door zorg gebogen,
verdrukt of diep in nood – 
hun bloed is kostbaar in zijn ogen.
Hij redt hen van de dood.

5. 'Laat onze koning eeuwig leven',
zo bidt men keer op keer.
Men zal hem goud uit Sjeba geven
en zegent hem steeds weer.
Het koren kiemt, zelfs waar tevoren
geen graan ooit groeien kon;
gerijpt laat het een ruisen horen
zoals de Libanon.

6. De welvaart heerst in elke woning,
de stedeling floreert!
De grote naam van onze koning
wordt overal geëerd.
Zijn roem leeft voort door alle tijden:
men wenst te zijn als hij.
Elk volk blijft zich in hem verblijden 
en prijst zijn heerschappij.

7. Laat iedereen de HEER bezingen, 
de God van het verbond,
want Hij alleen doet grote dingen.
Laat nu uit ieders mond
zijn lof weerklinken door de tijden:
groot is zijn roem en eer! 
Laat al wat leeft zijn naam belijden.
Ja, amen, loof de HEER.

Tekst: Adriaan Molenaar

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. God, laat de koning goed regeren, 
met recht en met beleid.
Wil hem uw wijze regels leren
en uw gerechtigheid.
Dan zal uw volk in vrede leven, 
dan wordt er recht gedaan: 
verdrukten zal hij redding geven,
verdrukkers pakt hij aan.

2. Laat onze koning hooggeacht zijn 
zolang de zon bestaat.
Moge hij eeuwen aan de macht zijn
totdat de maan vergaat.
Laat hij verkwikkend zijn als regen
die dorstig land bevloeit:
wie eerlijk leeft ervaart zijn zegen
terwijl de vrede bloeit.

3. Tot aan de einden van de aarde
erkent men hem als heer. 
Elk volk moet zijn gezag aanvaarden
en buigt zich voor hem neer.
Geschenken zullen binnenstromen,
uit ieder land gebracht.
De verste vorsten zullen komen
en knielen voor zijn macht.

4. Wie roept om hulp zal hij bevrijden.
Wie in ellende leeft
redt deze koning, die zal strijden
voor wie geen helper heeft. 
Wie arm zijn of door zorg gebogen,
verdrukt of diep in nood – 
hun bloed is kostbaar in zijn ogen.
Hij redt hen van de dood.

5. 'Laat onze koning eeuwig leven',
zo bidt men keer op keer.
Men zal hem goud uit Sjeba geven
en zegent hem steeds weer.
Het koren kiemt, zelfs waar tevoren
geen graan ooit groeien kon;
gerijpt laat het een ruisen horen
zoals de Libanon.

6. De welvaart heerst in elke woning,
de stedeling floreert!
De grote naam van onze koning
wordt overal geëerd.
Zijn roem leeft voort door alle tijden:
men wenst te zijn als hij.
Elk volk blijft zich in hem verblijden 
en prijst zijn heerschappij.

7. Laat iedereen de HEER bezingen, 
de God van het verbond,
want Hij alleen doet grote dingen.
Laat nu uit ieders mond
zijn lof weerklinken door de tijden:
groot is zijn roem en eer! 
Laat al wat leeft zijn naam belijden.
Ja, amen, loof de HEER.

Tekst: Adriaan Molenaar

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

Alternatieve melodieën

Deze psalm heeft dezelfde melodie als Psalm 65

1. Geef, HEER', den Koning Uwe rechten,
En Uw gerechtigheid
Aan 's Konings zoon om Uwe knechten,
Te richten met beleid.
Dan zal Hij al Uw volk beheren,
Rechtvaardig, wijs en zacht;
En Uw ellendigen regeren;
Hun recht doen op hun klacht.

2. De bergen zullen vrede dragen,
De heuvels heilig recht;
Hij zal hun vrolijk op doen dagen,
Het heil, hun toegezegd.
't Ellendig volk wordt dan uit lijden
Door Zijnen arm gerukt
Hij zal nooddruftigen bevrijden;
Verbrijz'len, wie verdrukt.

3. Zij zullen U eerbiedig vrezen,
Zolang er zon of maan
Bij 't nageslacht ten licht zal wezen
En op- en ondergaan.
Hij zal gelijk zijn aan den regen,
Die daalt op 't late gras;
Aan droppels, die met milden zegen
Besproeien 't veldgewas.

4. 't Rechtvaardig volk zal welig groeien;
Daar twist en wrok verdwijnt,
Zal alles door den vrede bloeien,
Totdat geen maan meer schijnt.
Van zee tot zee zal Hij regeren,
Zover men volk'ren kent;
Men zal Hem van d' Eufraat vereren,
Tot aan des aardrijks end.

5. Het woeste volk zal voor Hem knielen;
Zijn vijand lekt het stof;
En Tarsis voert, met rijke kielen,
Geschenken naar Zijn hof.
Met giften zullen langs de stromen,
De koningen der zee,
En Scheba nevens Seba komen,
Hem smekend om den vree.

6. Ja, elk der vorsten zal zich buigen
En vallen voor Hem neer;
Al 't heidendom Zijn lof getuigen,
Dienstvaardig tot Zijn eer.
't Behoeftig volk, in hunne noden
In hun ellend' en pijn,
Gans hulpeloos tot Hem gevloden,
Zal Hij ten redder zijn.

7. Nooddruftigen zal Hij verschonen;
Aan armen, uit gena
Zijn hulpe ter verlossing tonen;
Hij slaat hun zielen ga.
Als hen geweld en list bestrijden,
Al gaat het nog zo hoog;
Hun bloed, hun tranen en hun lijden
Zijn dierbaar in Zijn oog.

8. "Zo moet de Koning eeuwig leven."
Bidt elk met diep ontzag;
Men zal Hem 't goud van Scheba geven,
Hem zeeg'nen, dag bij dag.
Is op het land een handvol koren,
Gekoesterd door de zon,
't Zal op 't gebergt' geruis doen horen,
Gelijk de Libanon.

9. De stedelingen zullen bloeien,
Gelijk het malse kruid.
Zijn Naam en roem zal eeuwig groeien;
Ook zal, eeuw in, eeuw uit,
Het nageslacht Zijn grootheid zingen,
Zolang het zonlicht schijn',
Hun zal een schat van zegeningen,
In Hem, ten erfdeel zijn.

10. Dan zal na zoveel gunstbewijzen,
't Gezegend heidendom,
't Geluk van dezen Koning prijzen,
Die Davids troon beklom.
Geloofd zij God, dat eeuwig Wezen,
Bekleed met mogendheen;
De HEER', in Israel geprezen,
Doet wond'ren, Hij alleen.

11. Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen;
Men loov' Hem vroeg en spa;
De wereld hoor', en volg' mijn zangen,
Met amen, amen na.

1. Wil toch Uw gericht overgeven
Uwen Koning, o Heer!
En Uw gerechtigheid daarneven
Zijnen Zone met eer;
Opdat Hij al Uw volk voortrede
In de gerechtigheid,
En d' armen bescherme met vrede,
In alle billijkheid.

2. Dat de bergen den vrede rijke
Onder 't volk brengen voort,
En de heuvelen desgelijke
Dat recht, Heer, naar Uw woord.
Hij zal die bij dat recht bewaren,
Die met nood zijn gekweld;
En uitroeien die ze bezwaren,
Met kracht ende geweld.

3. Van een ieder der onderdanen
Zult Gij steeds eer ontvaan,
Zo lang als de zon en de mane
Zullen schijnen voortaan.
Hij daalt als de regen bekwame
Op 't veld aan elken kant,
En als de dauw zeer aangename
Op dat verdorde land.

4. Onder Zijn rijk zullen schoon bloeien
De goede mensen al;
In pais zullen zij zo lang groeien,
Als de maan schijnen zal.
Van d' een zee strekt Zijn rijk geprezen
Tot d' ander zee bekend;
Van Eufrates zal 't verbreid wezen
Tot aan des werelds end.

5. Hem zullen met gevouwen handen
Moren vallen te voet;
Ook zullen kussen Zijn vijanden
D' aarde met groot ootmoed.
Die in 't meer heersen en d' eilanden,
Zullen geschenk doen rein,
D' Arabers zullen met verstande
't Zelfde doen algemein.

6. Alle koningen zullen t'zame
Hem aanbidden meteen;
De heid'nen zullen Zijnen Name
Prijzen groot ende kleen.
Hij zal den armen, t' zijner baten
Verlossen, die nu schreit;
En helpen hem, die is verlaten,
Uit zijn ellendigheid.

7. Hij zal den armen en den klenen
Genadig zijn en goed.
Dengenen, die schreien en wenen
Werd Hij vriend'lijk en zoet,
Hij zal ze voor 't geweld bewaren,
En voor bedrog zeer kwaad;
Hij zal ook 't bloed Zijner dienaren
Hoog achten vroeg en spaad'.

8. Den armen zal Hij ook uitgeven
Dat Arabische goud;
Zij zullen Hem alle haar leven
Dienen t' zaam met eenvoud.
Dat koorn zal overvloedig wezen,
't Veld vol zijnd' overal,
Gelijk de bomen hoog gerezen
Des Libans ruisen zal.

9. Dan zullen bloeien in de steden
Burger ende koopman;
Zij zullen toenemen in vrede;
Gelijk 't groen gras voort-an.
Des Konings Naam zal bekend blijven,
Elk zal dies doen vermaan!
Zijn roem zal zo lange beklijven,
Als zon en mane staan.

10. Der heidenen alle geslachten
Werden Hem onderdaan.
Zij zullen Hem gelukkig achten
En prijzen Hem voortaan,
Sprekende: Geloofd zij de Heere
Des volks van Israël,
Die in 't werk is wonderlijk zere,
Ja Hij en niemand el.

11. Heerlijk geloofd werde Zijn Name
Tot in der eeuwigheid;
De landen moeten vol zijn t' zame
Van Zijne heerlijkheid.

1. Geef, Heer, de koning uwe rechten
en uw gerechtigheid
aan 's konings zoon, om uwe knechten
te richten met beleid.
Dan ruist op alle bergen vrede,
heil op der heuv'len top.
Hij zal geweldenaars vertreden,
maar armen richt hij op.

2. Zolang de zon des daags zal rijzen,
de maan schrijdt door de nacht,
moet al het volk hem eer bewijzen,
hem loven elk geslacht.
Hij moge mild zijn als de regen,
het land tot lafenis.
Vrede zal bloeien aller wegen,
totdat geen maan meer is.

3. Heerse van zee tot zee zijn vrede,
van land tot land zijn lof,
de volken zullen tot hem treden,
zijn vijand likt het stof.
Tarsis en Scheba 's verre stranden,
brengt hem uw overvloed.
Gij koningen van alle landen,
valt deze heer te voet.

4. Hij zal de redder zijn der armen,
hij hoort hun hulpgeschrei.
Hij is met koninklijk erbarmen
hun eenzaamheid nabij.
Hij helpt, met hun bestaan bewon,
die zijn in vrees verward.
Hun bloed is kostbaar in zijn ogen.
Hij draagt hen in zijn hart.

5. Leve de koning in ons midden,
geef hem Arabisch goud.
Laten wij daag'lijks voor hem bidden,
nu hij de scepter houdt.
Het veld zal blinken van het koren.
Men zal het als een woud
zelfs op de bergen ruisen horen,
het ganse land is goud.

6. Bloeie zijn naam in alle streken,
zolang de zon verrijst.
Zijn koningschap zij ons een teken
dat naar Gods toekomst wijst.
Dat opgetogen allerwegen
de volken komen saam,
elkander groetend met de zegen
van zijn doorluchte naam.

7. Laat ons de grote naam bezingen
van Hem die Israël leidt,
want Hij alleen doet grote dingen,
zijn roem vervull' de tijd.
Looft God de Heer, Hij openbaarde
zijn wonderen, zijn eer.
Zijn heerlijkheid vervult de aarde.
Ja, amen, looft de Heer.

1. O God, wil aan de koning schenken
uw recht en wijs beleid,
wil hem, de koningszoon, bedenken
met uw gerechtigheid.
Laat hij uw volk besturen, Here,
rechtvaardig, wijs en zacht,
en uw ellendigen regeren,
hun recht doen op hun klacht.

2. Dan zullen bergen vrede dragen
en heuvels heilig recht.
Voor heel het volk zal hij doen dagen
het heil, hun toegezegd.
Ellendigen zal hij bevrijden
van onrecht dat hen drukt
en armen redden uit hun lijden,
vertreden wie verdrukt.

3. Dan zal men u, o koning, vrezen
tot in het nageslacht,
zolang er zon of maan zal wezen,
u eren om uw macht.
Hij zal hun zijn als milde regen
die neerdaalt op het gras,
als buien die met rijke zegen
verkwikken het gewas.

4. Oprechten zullen alom groeien,
daar 't onrecht dan verdwijnt.
Ook zal de vrede volop bloeien,
totdat geen maan meer schijnt.
Van zee tot zee zal hij regeren,
zover men volken vindt.
Men zal van oost tot west hem eren
en prijzen zijn bewind.

5. 't Woestijnvolk buigt voor hem in vreze,
zijn vijand likt het stof.
Ook Tarsis zal schatplichtig wezen
met gaven voor zijn hof.
Uit Saba en uit Seba komen
de vorsten met hun kunst,
zij hebben schatting meegenomen
en smeken om zijn gunst.

6. Ja, elke koning zal zich buigen
en knielen voor hem neer.
Elk volk zal van zijn macht getuigen,
hem dienen tot zijn eer.
Want deze vorst hoort naar de armen
die roepen in hun nood.
Hij helpt verdrukten vol erbarmen
en redt hen van de dood.

7. Hij zal zich over elk ontfermen
die zonder helper is.
Hij zal geringen trouw beschermen,
hun redding is gewis.
Hij zal hen van geweld bevrijden,
al gaat het nog zo hoog,
hun bloed, hun tranen en hun lijden
zijn kostbaar in zijn oog.

8. "De koning moge eeuwig leven!"
bidt elk met diep ontzag.
Men zal hem goud van Saba geven,
hem prijzen heel de dag.
Het land zij vol van golvend koren,
gekoesterd door de zon,
dat zijn geruis alom laat horen
als op de Libanon.

9. De stedelingen zullen groeien
zoals het groene kruid.
Des konings naam zal altijd bloeien
de eeuwen in en uit.
Dan zal, na zoveel gunstbewijzen,
't gezegend heidendom
de roem van deze koning prijzen,
die Davids troon beklom.

10. De HERE God zij lof bewezen
door alle tijden heen.
Die HEER, in Israël geprezen,
doet wondren, Hij alleen.
Zijn naam moet eeuwig lof ontvangen,
aan Hem alleen de eer.
De aarde juiche met haar zangen:
Ja, amen! Looft de HEER!