Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Eindelijk! Taal verandert razendsnel. Toch was de jongste officiële psalmberijming al dik 50 jaar oud. Voor de gemiddelde jongere een bijna onbegrijpelijk taalkleed. Super dat naast initiatieven als 'Psalmen voor Nu' en 'Levensliederen' er nu dit initiatief is. Lees meer »

Ds. K. de Vries | Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, Tituskapel te Amsterdam Zuid/West

Ds. K. de Vries
Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, Tituskapel te Amsterdam Zuid/West

Lees alle quotes

Psalm 8

De nieuwe psalmberijming

1. HEER, onze Heer, uw naam is hoog verheven.
Hoe indrukwekkend schiep U al het leven!
U maakt uw luister wereldwijd bekend.
De hemel laat ons weten wie U bent.

2. De eerste woordjes die een kind kan uiten,
gebruikt U om uw vijanden te stuiten.
De kleuter is, wanneer hij met U praat,
een wapen dat de tegenstand verslaat.

3. Ik, sterveling, kan bijna niet geloven
dat U de maan en sterren schiep daarboven.
Wat is een mens dan onbeduidend klein.
Hoe kan het dat U toch zijn God wilt zijn?

4. U schiep de mensen haast als hemelingen,
met eer en luister wilt U hen omringen.
U geeft uw scheppingswerk in hun beheer;
uw hand legt alles aan hun voeten neer.

5. De mens heerst over vee en wilde dieren
en over wat zijn weg zoekt in rivieren.
Ja, over wat er diep in zeeën leeft
en wat er hoog boven de aarde zweeft.

6. HEER, onze Heer, uw naam is hoog verheven.
Hoe indrukwekkend schiep U al het leven!
U maakt uw luister wereldwijd bekend.
De schepping laat ons weten wie U bent.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. HEER, onze Heer, uw naam is hoog verheven.
Hoe indrukwekkend schiep U al het leven!
U maakt uw luister wereldwijd bekend.
De hemel laat ons weten wie U bent.

2. De eerste woordjes die een kind kan uiten,
gebruikt U om uw vijanden te stuiten.
De kleuter is, wanneer hij met U praat,
een wapen dat de tegenstand verslaat.

3. Ik, sterveling, kan bijna niet geloven
dat U de maan en sterren schiep daarboven.
Wat is een mens dan onbeduidend klein.
Hoe kan het dat U toch zijn God wilt zijn?

4. U schiep de mensen haast als hemelingen,
met eer en luister wilt U hen omringen.
U geeft uw scheppingswerk in hun beheer;
uw hand legt alles aan hun voeten neer.

5. De mens heerst over vee en wilde dieren
en over wat zijn weg zoekt in rivieren.
Ja, over wat er diep in zeeën leeft
en wat er hoog boven de aarde zweeft.

6. HEER, onze Heer, uw naam is hoog verheven.
Hoe indrukwekkend schiep U al het leven!
U maakt uw luister wereldwijd bekend.
De schepping laat ons weten wie U bent.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

Video-opname

1. HEER', onze Heer, grootmachtig Opperwezen;
Hoe wordt Uw Naam op aard' alom geprezen!
Gij, die den glans van Uwe majesteit,
Hebt boven lucht en heem'len uitgebreid.

2. Uw mogendheid heeft sterkte willen gronden,
Uit kind'ren, ja, uit zuigelingen monden;
Zo breekt Uw hand des vijands boos geweld,
Daar Gij zijn haat en wraakzucht , palen stelt.

3. Sla ik naar 't ruim der held're hemelbogen,
Dat heerlijk werk van Uwe ving'ren, d' ogen;
Zie ik bedaard den glans der zilv'ren maan,
En 't sterrenheir, door U geschapen, aan.

4. Mijn God, wat is de mens dan op deez' aarde!
De broze mens, hoe klimt hij tot die waarde,
Dat Gij aan hem in zoveel gunst gedenkt;
En 's mensen zoon Uw teerste liefde schenkt!

5. Gij deedt hem wel, een weinig tijds, beneden
Het eng'lenheir een rang en plaats bekleden.
Maar hebt hem ook Uw rijkste gunst betoond,
En hem met eer en heerlijkheid gekroond.

6. Gij geeft hem, wijd en zijd in alle landen,
De heerschappij der werken Uwer handen.
Ja, zet en aard en zee voor 's mensen Zoon,
Door Uw gezag, ter voetbank van zijn troon.

7. Waar schapen zijn, of ossen in de weiden,
Waar enig vee op bergen zij of heiden,
Waar 't wild gediert' ook zwerv' in woud en veld,
Gij hebt het al in zijne macht gesteld.

8. Wat voog'len door den ruimen luchtkring zweven,
Wat vissen er in stroom en beken leven;
En wat de paan doorwandelt van de zee;
Zijn hoog bevel deelt hij aan allen mee.

9. HEER', onze Heer, grootmachtig Opperwezen,
Hoe billijk wordt Uw grote Naam geprezen!
Hoe heerlijk rolt, uit aller vromen mond,
Die grote naam door 't ganse wereldrond!

1. O onze God en Heer zeer hoog geprezen,
Hoe heerlijk moet toch Uwe Name wezen!
Over 't aardrijk strekt Uw heerlijkheid schoon,
Ja wijder dan daar gaat des hemels troon.

2. Men ziet alzins Uwer kracht veel getuigen,
Zelfs in de mond der kinderen, die zuigen.
Daardoor maakt Gij tot niet ende beschaamd
Uw vijanden, door Uw kracht zeer vernaamd.

3. Maar als ik wil aanzien ende bemerken
De hemelen Heer! Uwer handen werken,
De sterren, de mane, die Gij door 't woord
Maakt ende stelt een ieder op zijn oord.

4. Alsdan spreek ik bij mij verwonderd zere:
Wat is toch van den armen mens, o Heere!
Dat Gij zijner alzo gedachtig zijt,
En over hem zorge draagt t' aller tijd.

5. Gij maakt hem, dat hij God schier zij gelijke.
Want Gij maakt hem overvloedig en rijke,
Van heerlijkheid die toch naakt is en bloot.
Gij maakt hem vol met veel goederen groot.

6. Gij laat hem zijn over 't werk Uwer handen,
Als een heer derzelve in alle landen.
Zonder uitnemen, alles in 't gemeen,
Hebt Gij hem onderdaan gemaakt meteen.

7. Ossen, schapen, haar wolle en haar vellen,
Die Gij op de bergen voedt zonder kwellen,
En op dat veld weiden doet overal,
In bossen, bergen en in menig dal.

8. De vliegende vogelen die wel zingen,
De vissen des meers en ook alle dingen,
Die Gij haar wezen en den adem geeft,
Maakt gij hem onderdaan, ja al wat leeft.

9. O onze God en Heer zeer hoog geprezen!
Ten rechten moet Uwe Naam heerlijk wezen.
Uwes Naams heerlijkheid in overvloed
Strekt veel wijder dan de aardbodem doet.

1. Heer, onze Heer, hoe heerlijk en verheven
hebt Gij uw naam op aarde uitgeschreven-
machtige God, Gij die uw majesteit
ten hemel over ons hebt uitgebreid.

2. Wel doet de hemel hoog uw glorie blinken,
maar in de mond van kind'ren doet Gij klinken
uw machtig heil, zo maakt G' uw vijand stil
en doet uw haters buigen voor uw wil.

3. Aanschouw ik 's nachts het kunstwerk van uw handen,
de maan, de duizend sterren die daar branden,
wat is de mens, dat Gij aan hem gedenkt,
het mensenkind, dat Gij hem aandacht schenkt?

4. Gij hebt hem bijna goddelijk verheven,
een kroon van eer en heerlijkheid gegeven,
Gij doet hem heersen over zee en land,
ja, al uw werken gaaft Gij in zijn hand.

5. Al wat er land of water heeft tot woning,
het moet de mens erkennen als zijn koning;
vogels en wild en al 't geduldig vee
en wat er wemelt in de wijde zee.

6. Heer, onze Heer, hoe heerlijk en verheven
hebt Gij uw naam op aarde uitgeschreven.
Heer, onze God, hoe vol van majesteit
hebt Gij uw naam op aarde uitgebreid.

1. Heer, onze Heer, hoe heerlijk en verheven
hebt Gij uw naam op aarde uitgeschreven
machtige God, Gij die uw majesteit
ten hemel over ons hebt uitgebreid.

2. Wel doet de hemel hoog uw glorie blinken,
maar in de mond van kindren doet Gij klinken
uw machtig heil, zo maakt G'uw vijand stil
en doet uw haters buigen voor uw wil.

3. Aanschouw ik 's nachts het kunstwerk van uw handen,
de maan, de duizend sterren die daar branden,
wat is de mens, dat Gij aan hem gedenkt,
het mensenkind, dat Gij hem aandacht schenkt?

4. Gij hebt hem bijna goddelijk verheven,
een kroon van eer en Heerlijkheid gegeven,
Gij doet hem Heersen over zee en land,
ja, al uw werken gaaft Gij in zijn hand.

5. Al wat er land of water heeft tot woning,
het moet de mens erkennen als zijn koning:
vogels en wild en al 't geduldig vee
en wat er wemelt in de wijde zee.

6. Heer, onze Heer, hoe heerlijk en verheven
hebt Gij uw naam op aarde uitgeschreven.
Heer, onze God, hoe vol van majesteit
hebt Gij uw naam op aarde uitgebreid.