Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Met enige regelmaat laat ik in 'mijn' gemeenten een psalm zingen uit De Nieuwe Psalmberijming. Misschien wel juist omdat ik gevoelig(er) ben geworden voor het argument dat we door psalmen te zingen het Woord van God zélf zingen. Lees meer »

Ds. L. van Rikxoort | Protestantse wijkgemeente Heemse-West en Gereformeerde Kerk Mariënberg

Ds. L. van Rikxoort
Protestantse wijkgemeente Heemse-West en Gereformeerde Kerk Mariënberg

Lees alle quotes

Psalm 81

De nieuwe psalmberijming

1. God is onze kracht!
Laat je stem maar schallen.
Speel uit alle macht
op bazuin en fluit,
tamboerijn en luit.
Feest is het voor allen.

2. Dit is een bevel.
Jakob moet getuigen:
God heeft Israël
van het juk bevrijd,
van de dienstbaarheid.
Farao moest buigen.

3. Ik heb alle last
van hen afgenomen,
want Ik greep hen vast.
Op hun smeekgebed
heb Ik hen gered,
is mijn hulp gekomen.

4. Uit een donderwolk
liet Ik antwoord klinken.
Dit verstokte volk
maakte Mij bedroefd.
Ik heb hen beproefd
toen ze wilden drinken.

5. Luister, volk van Mij,
knoop het in je oren:
haat afgoderij!
Dien geen god van steen,
buig voor Mij alleen.
Jij moet bij Me horen.

6. Ik ben God, de HEER,
die jou heeft gedragen
en die altijd weer
rijkelijk en mild,
je verlangen stilt,
wat je ook zult vragen.

7. Maar dat volk van Mij
wou niets van Me weten,
schoof zijn God opzij,
was voor Mij niet bang,
ging zijn eigen gang,
koppig en verbeten.

8. Ach, had Israël
naar Mij willen horen,
dan versloeg Ik wel
alle tegenstand
en geen aartsvijand
zou hen nog verstoren.

9. Haters van de HEER
moesten voor Hem kruipen.
Maar zijn volk kreeg weer
volop prachtig graan;
honing zou spontaan
uit de rotsen druipen!

Tekst: Bob Vuijk

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. God is onze kracht!
Laat je stem maar schallen.
Speel uit alle macht
op bazuin en fluit,
tamboerijn en luit.
Feest is het voor allen.

2. Dit is een bevel.
Jakob moet getuigen:
God heeft Israël
van het juk bevrijd,
van de dienstbaarheid.
Farao moest buigen.

3. Ik heb alle last
van hen afgenomen,
want Ik greep hen vast.
Op hun smeekgebed
heb Ik hen gered,
is mijn hulp gekomen.

4. Uit een donderwolk
liet Ik antwoord klinken.
Dit verstokte volk
maakte Mij bedroefd.
Ik heb hen beproefd
toen ze wilden drinken.

5. Luister, volk van Mij,
knoop het in je oren:
haat afgoderij!
Dien geen god van steen,
buig voor Mij alleen.
Jij moet bij Me horen.

6. Ik ben God, de HEER,
die jou heeft gedragen
en die altijd weer
rijkelijk en mild,
je verlangen stilt,
wat je ook zult vragen.

7. Maar dat volk van Mij
wou niets van Me weten,
schoof zijn God opzij,
was voor Mij niet bang,
ging zijn eigen gang,
koppig en verbeten.

8. Ach, had Israël
naar Mij willen horen,
dan versloeg Ik wel
alle tegenstand
en geen aartsvijand
zou hen nog verstoren.

9. Haters van de HEER
moesten voor Hem kruipen.
Maar zijn volk kreeg weer
volop prachtig graan;
honing zou spontaan
uit de rotsen druipen!

Tekst: Bob Vuijk

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

1. Zingt nu blij te moe
't Machtig Opperwezen
Enen lofzang toe;
Om ons heilgenot
Worde Jakobs God,
Met gejuich geprezen.

2. Zingt een psalm en geeft
Trommels aan de reien;
Wat in Isrel leeft,
Roep' Zijn grootheid uit.
Harp en zachte luit
Moet Zijn roem verbreien.

3. 't Blij bazuingeschal
Klink' in Isrels oren.
Doe nu overal
Deze maar verstaan:
" 't Feest der nieuwe maan,
't Feestuur is geboren!"

4. Want dit is 't bevel
Van den HEER' der heren,
Aan Zijn Israel.
Dit is 't hoog gebod,
't Recht van Jakobs God,
Dat wij billijk eren.

5. Dit doet Jozefs zaad
Aan Egypte denken
En in welk een staat,
Waar 't een sprake vond,
Die het niet verstond,
God Zijn heil wou schenken.

6. "'k Heb hun hals bevrijd
Van den last te dragen.
't Was die blijde tijd,
Toen hun moede hand
Werd in 's vijands land
Van den pot ontslagen."

7. "Op uw noodgeschrei,
Deed Ik grote wond'ren;
Onder Mijn gelei
Vondt gij hulp; Mijn woord
Werd van u gehoord
Uit de plaats der dond'ren."

8. "'k Nam te Meriba
Proef van uw vertrouwen,
Of g' op Mijn gena,
In uw tegenheen,
Op Mijn Naam alleen
En Mijn woord zoudt bouwen."

9. "Hoort Mij," zei Ik toen,
"Onder u betuigen,
Wat gij hebt te doen;
Och, dat Israel
Zich, op Mijn bevel,
Onder Mij wou buigen!"

10. "Eert geen uitlands God;
Wacht u voor uw zielen;
Wilt, naar Mijn gebod,
Mijnen Naam ten hoon,
Voor geen valse goon,
Voor geen vreemde knielen."

11. "Ik, Ik ben de HEER';
'k Ben uw God, die heilig
Ijver voor Mijn eer;
Die u door Mijn hand
Uit Egypteland
Leidde, vrij en veilig."

12. "Opent uwen mond,
Eist van Mij vrijmoedig
Op mijn trouwverbond;
Al wat u ontbreekt,
Schenk Ik, zo gij 't smeekt,
Mild en overvloedig."

13. "Maar Mijn volk wou niet,
Naar Mijn stemme horen;
Israel verliet
Mij en Mijn geboon;
't Heeft zich and'ren goon,
Naar zijn lust, verkoren.

14. "'k Liet hen dies , veracht,
Naar 't hun goed dacht, hand'len.
'k Liet dit boos geslacht,
Naar de keuze viel
Van hun dwaze ziel,
In hun wegen wand'len."

15. "Och, had naar Mijn raad
Zich Mijn volk gedragen!
Och, had Isrels zaad
Op Mijn effen paan
Ijv'rig willen gaan,
Naar Mijn welbehagen ."

16. "'k Had hun haters ras
En geheel verslonden.
Wie hun tegen was,
Had aan allen kant
Mijn geduchte hand
Zeker ondervonden."

17. "Haters van den HEER'
Hadden Hem gegeven,
Schoon geveinsd, Zijn eer;
Ook zou Isrels tijd,
Van de smart bevrijd,
Eeuwig zijn gebleven."

18. "'k Had u dan tot spijs
Vette tarw' doen groeien,
En u, ten bewijs,
Hoe Ik u kon voen,
Honigbeken doen
Uit de rotsen vloeien."

1. Zingt den Heere blij,
Die ons sterkt' is krachtig;
Verheugt u ook vrij
In God, Israël;
Bewijst Hem met spel
Prijs en eer aandachtig.

2. Zingt psalmen zeer goed,
En lieflijk om horen
De tamboeren zoet,
Harpen bekwame,
En psalters t' zame,
Wilt met vreugd oorboren.

3. Op de nieuwe maan
Met bazuinen zinget,
En vrolijk voortaan
Der lovertenten
Jaarlijkse renten
Betaalt en volbringet.

4. Dit 's in Israël
Een gebruik gewezen;
God en niemand el,
Dit bevolen heeft,
En tot teken geeft
Zijns bonds hoog geprezen.

5. Zulks heeft Hij gedaan,
Als 't volk uit den lande
Egypte gegaan
Is, daar 't de talen
Hoorde verhalen,
Die 't niet heeft verstanden.

6. Haar lasten aldaar
Heeft Hij weggenomen;
Van de potten zwaar,
Lastig om dragen,
Zijn ze ontslagen
En gans vrij gekomen.

7. Gij riept mij daar aan,
En Ik, in uw lijden,
Heb u bijgestaan,
En verhoord in nood,
Als de donder groot
Mij dekte ter zijden.

8. Ik proefd' u voorwaar
Aan 't twistwater klachtig,
En vond u daarnaar
Verhard van zinnen;
Doch Ik uit minnen
Sprak u aan eendrachtig:

9. Mijn volk! Mij toch hoort,
Mijn bond zal Ik maken
Met u van nu voort;
Wil Mij toch horen,
Open uw oren,
En wil Mijn woord smaken.

10. Maak u, Mijn volk vroed,
Generlei afgoden,
Genen dienst hen doet,
Wil ze niet eren,
Noch tot hen keren;
Want Ik heb 't verboden.

11. Want Ik ben uw God
Eeuwig en almachtig;
Dit land tot uw lot
Gaf Ik u goedig
En trok u spoedig
Uit Egypte krachtig.

12. Opent uwen mond
Zeer wijd onbeladen,
Ik zal hem terstond
Met goede spijze,
Naar Mijne wijze
Rijkelijk verzaden.

13. 't Volk, dat Ik verkoos
Is van 't woord geweken;
Verstokt is 't en boos:
Ik heb 't gebeden,
't Heeft toch mijn reden
Ganselijk versteken!

14. Ik in toornigheid
Gaf 't over met allen,
Zijner verstoktheid,
Om zelf zijn zaken
Voortaan te maken
Naar zijn welgevallen.

15. Och! of 't volk rebel
Mij gehoorzaam ware!
En dat Israël
Ware gebleven
Op den pad even
Vast in 't openbare.

16. Ik zou haast verdaan
Hebben zijn vijanden;
Mijn hand, sterk in 't slaan,
Had boven maten,
Haast die hen haten,
Al gebracht te schanden.

17. Zijn vijanden al
Zouden druk bedrijven
En komen ten val;
Dat ze al t' zamen
Zouden met blamen
Eeuwig verdrukt blijven.

18. Tarw' in overvloed
Had Ik hun gegeven,
En met honing zoet,
't Welk vloeit uit stenen,
Gespijsd met enen
Had Ik z' al haar leven.

1. Jubelt God ter eer,
Hij is onze sterkte!
Juicht voor Israëls Heer,
stem en tegenstem
springen op voor Hem
die ons heil bewerkte.

2. Laat de harpen slaan,
klinken de trompetten.
Viert bij volle maan
met muziek en mond
een hernieuwd verbond
volgens oude wetten.

3. Dit is ingezet
als een eeuwig teken
Jozef tot een wet,
toen des Heren hand
aan Egypteland
machtig is gebleken.

4. God heeft ons gezegd
nooit gehoorde dingen.
Heilig is 't en recht
nu en t' allen tijd
Hem die ons bevrijdt
vrolijk toe te zingen.

5. Onder lasten zwaar
waart gij haast bezweken.
Groot was het gevaar
Ik vergat u niet,
in het doodsgebied
gaf Ik taal en teken.

6. Antwoord gaf Ik u,
antwoord uit het onweer.
Toen zo goed als nu
heb Ik u beproefd;
waar ge Mij bedroeft,
roep Ik u tot omkeer.

7. Luister, welk bevel
Ik u in wil scherpen.
Hoor Mij, Israël!
Laat geen vreemde god,
laat geen vreemd gebod
ooit u onderwerpen!

8. Ik ben HIJ DIE IS;
God wil Ik u wezen.
Uit de duisternis
van de slavernij
maakte Ik u vrij;
hebt gij nog te vrezen?

9. Leef uit mijn verbond.
Vraag van Mij vrijmoedig.
Open wijd uw mond.
Al wat u ontbreekt,
al waar gij om smeekt
geef Ik overvloedig.

10. Maar mijn eigen volk
was Mij niet ter wille.
Hoogmoed was hun tolk
en Ik liet hen gaan
in hun eigen waan
om hun trots te stillen.

11. Ga niet van Mij heen,
volg Mij op Mijn wegen,
sluit u hecht aaneen.
Waar gij langs zult gaan
maak Ik u ruim baan;
niemand houdt u tegen.

12. Al wie u verdrukt
zal Ik af doen deinzen.
Ik verbreek het juk
dat uw schouders knelt,
en het ruw geweld
zal verering veinzen.

13. Macht en tegenstand,
haters van de Here,
slaat zijn sterke hand;
tegen die Hem vleit
in arglistigheid
zal Hij haast zich keren.

14. Keer terug tot Mij
Israël, gij trotse
en de woestenij
zal weer bloeien gaan;
Ik geef most en graan,
honing uit de rotsen.

1. Jubelt voor de Heer,
juicht in uw gezangen.
Jakobs God zij eer.
Hij heeft alle macht,
Hij is onze kracht,
Hij moet lof ontvangen.

2. Zingt bij harp en luit,
slaat de tamboerijnen.
Bij bazuingeluid
breekt de feestdag aan.
Laat bij volle maan
heel het volk verschijnen.

3. God heeft Israël
dit gebod gegeven.
't Werd op zijn bevel,
toen Egypteland
beefde voor zijn hand,
Jozef voorgeschreven.

4. Hoort des Heren woord
door Hemzelf gesproken:
Ik heb u verhoord,
van uw last bevrijd.
't Juk der dienstbaarheid
is door Mij verbroken.

5. Ik heb in uw strijd
u mijn hulp gegeven.
Uit de donkerheid
sprak Ik van gena.
Maar bij Meriba
toetste Ik uw leven.

6. Hoor, o Israël,
leef naar mijn geboden.
Dit is mijn bevel:
geef geen afgod eer,
buig u nimmer neer
voor de vreemde goden.

7. Eer dan Mij alleen,
'k ben uw God, de Here.
Ik die u voorheen
veilig door mijn hand
uit Egypteland
leidde, Mij ter ere.

8. Open maar uw mond,
bid tot Mij vrijmoedig,
pleit op mijn verbond:
al wat u ontbreekt,
schenk Ik, als u 't smeekt,
mild en overvloedig.

9. Maar mijn volk heeft niet
naar Mij willen horen.
Toen het Mij verliet,
liet Ik hen begaan
in hun eigen waan
op verkeerde sporen.

10. Ach, mocht Israël
toch mijn wegen leren.
Waarlijk, Ik zou snel
door mijn sterke hand
's vijands tegenstand
triomferend keren.

11. Haters van de Heer
zouden Hem dan vrezen,
bogen veinzend neer
voor zijn aangezicht.
Aan Gods strafgericht
zou geen einde wezen.

12. Ik zou u tot spijs
welig graan doen groeien
en als klaar bewijs
van de goedheid Gods,
honing uit de rots
als een beek doen vloeien.