Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Ik ben alweer acht jaar verbonden aan een zorginstelling voor mensen met een verstandelijke beperking. In die zetting is het belangrijk om het evangelie in eenvoudige bewoordingen te verkondigen zonder dat het kinderachtig wordt. Lees meer »

Ds. Dennis Verboom | Geestelijk verzorger bij 's Heeren Loo

Ds. Dennis Verboom
Geestelijk verzorger bij 's Heeren Loo

Lees alle quotes

Psalm 82

De nieuwe psalmberijming

1. De goden zijn bij God gekomen.
Vertoornd heeft Hij het woord genomen:
“Hoe lang wordt er geen recht gedaan?
Wie kwaad doet, laat je zomaar gaan!
Je moest toch juist het onrecht keren?
Help hem die zich niet kan verweren:
maak wees en onderdrukte vrij,
sta hen die arm en zwak zijn bij!”

2. Gods recht gaat hun begrip te boven.
Zo moet het laatste licht wel doven.
Elk fundament wordt aangetast.
Daarom stelt God dit vonnis vast:
“Al sprak Ik jullie aan als goden,
straks hoor je roemloos bij de doden!”
Sta op, o God, en oordeel nu,
want alle volken zijn van U.

Tekst: Adriaan Molenaar

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. De goden zijn bij God gekomen.
Vertoornd heeft Hij het woord genomen:
“Hoe lang wordt er geen recht gedaan?
Wie kwaad doet, laat je zomaar gaan!
Je moest toch juist het onrecht keren?
Help hem die zich niet kan verweren:
maak wees en onderdrukte vrij,
sta hen die arm en zwak zijn bij!”

2. Gods recht gaat hun begrip te boven.
Zo moet het laatste licht wel doven.
Elk fundament wordt aangetast.
Daarom stelt God dit vonnis vast:
“Al sprak Ik jullie aan als goden,
straks hoor je roemloos bij de doden!”
Sta op, o God, en oordeel nu,
want alle volken zijn van U.

Tekst: Adriaan Molenaar

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

1. In d' acht're Godsvergaderingen
Staat God, als Richter der gedingen.
Hij oordeelt over goed en kwaad,
In 't midden van der goden raad:
"Hoe lang zult gij van 't richtsnoer wijken,
Een onrechtvaardig vonnis strijken,
En acht slaan op het aangezicht
Der goddelozen in 't gericht?"

2. Toont aller goden God te vrezen;
Doet recht aan armen en aan wezen,
Rechtvaardigt hem, die billijk klaagt,
Verdrukt of arm uw hulpe vraagt;
Verlost geringen uit hun lijden,
En wilt behoeftigen bevrijden,
Rukt z' uit der goddelozen hand;
Gerechtigheid verhoogt een land.

3. Maar ach, hier is het recht vergeten;
Men heeft noch kennis noch geweten;
Men wandelt in de duisternis;
Het wankelt al, wat zeker is;
Dies ziet men 's aardrijks grondvest beven
'k heb wel voorheen u d' eer gegeven,
Dat Ik u goden heb genoemd
En als Gods kinderen geroemd!

4. Gij zult nochtans het leven derven,
En als gemene mensen sterven;
Eens storten van den stoel der eer
In 't graf, als elk der vorsten, neer.
Sta op, o God, en wil ontwaken.
Ai, oordeel 't aardrijk, richt de zaken;
Want Gij bezit op aard' alom
De volkeren in eigendom.

1. God is in de vierschaar gezeten
Der rechteren zeer stout vermeten;
Onder de prinsen hooggeacht
Is Hij Rechter met volle macht.
Hoe lang zult gij, rechters vol treken,
Onrechtvaardig oordeel uitspreken?
En met de godd'lozen mitsdien,
Zo schand'lijk door de vingers zien?

2. Wilt toch dat recht is, doen den armen,
Oordeelt de wezen met ontfarmen,
Helpt d' ellendige tot zijn recht,
En den verdrukten mense slecht.
Verlost uit versmaadheid en slagen
Hem, die benauwd zijnde, moet klagen;
Van de tyrannen hem vrij stelt,
Die overlast is met geweld.

3. Maar wat wil ik hun 't goede prijzen?
Haar hart is niet om onderwijzen;
Zij volgen na haar blind verstand,
Al zoude vergaan 't ganse land.
Gij zijt, 't is waar, ik wil 't belijden,
Als klein' goden tot dezen tijden;
Gij heerset met ere vermaard,
Alsof gij Gods kinderen waart.

4. Doch gij moet al te zaam verderven,
En gelijk and're mensen sterven;
En gij prinsen moet al voortaan
Gelijk ander te gronde gaan.
Wil U haast'lijk, o Heer, opmaken,
Oordeel hier beneden onz' zaken;
Want U behoort toe t' allen tijd
Dat volk der ganse wereld wijd.

1. God staat in 't midden van de goden,
Hij heeft hen tot gericht ontboden;
Gij machten die het onrecht stijft,
bevoorrecht al wie kwaad bedrijft,
hoort; gij moest wezen en geringen
beschermen in hun rechtsgedingen,
gij moest wat arm is en veracht
vrijmaken uit der bozen macht.

2. Gij die in hoogheid zijt gezeten,
hoe doof en blind is uw geweten!
Gij machtigen verzaakt uw plicht,
om uwentwil versaagt het licht.
Ik sprak wel; goden zijt gij allen.
Ik had aan u mijn welgevallen.
Maar neen, gij brengt de chaos weer.
Ik stort u in de afgrond neer.

3. Sta op, o God, en richt de aarde,
Gij geeft aan alles recht en waarde;
wat zich verheft als god en heer,
bestraf het en breng vrede weer.
Van U zijn immers alle volken,
breek met uw lichtglans door de wolken
en straal voor ons in majesteit,
Gij Zon van de Gerechtigheid!

1. God staat in 't midden van de goden,
zij horen niet naar zijn geboden.
Hij daagt de rechters voor 't gerecht,
het oordeel wordt hun aangezegd.
Hoe lang nog zult u onrecht plegen?
Wordt ook bij u geen recht verkregen?
Verafschuwt u een rechtspraak niet
die goddelozen gunsten biedt?

2. Beschermt de wezen en geringen,
weest eerlijk in hun rechtsgedingen.
Bevrijdt uit goddeloze hand
verdrukte armen in uw land.
Het onverstand bestuurt hun daden,
zij dwalen rond op duistre paden.
Zo wankelt heel het fundament
der aarde, die geen recht meer kent.

3. Ik gaf u wel de naam van goden
- de Allerhoogste noemt u zonen -
maar als een vorst, hoe sterk en groot,
komt u ten val, vindt u de dood.
Sta op, o God! Zend uw gerichten
naar wie op aarde onheil stichten.
Want volk bij volk is toch alom
van U alleen het eigendom.