Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Eindelijk! Taal verandert razendsnel. Toch was de jongste officiële psalmberijming al dik 50 jaar oud. Voor de gemiddelde jongere een bijna onbegrijpelijk taalkleed. Super dat naast initiatieven als 'Psalmen voor Nu' en 'Levensliederen' er nu dit initiatief is. Lees meer »

Ds. K. de Vries | Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, Tituskapel te Amsterdam Zuid/West

Ds. K. de Vries
Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, Tituskapel te Amsterdam Zuid/West

Lees alle quotes

Psalm 85

De nieuwe psalmberijming

1. HEER, U was liefdevol voor Israël.
U gaf uw land weer vrede en herstel.
Het volk had grenzeloos veel kwaad gedaan;
toch keek U hen niet op hun zonden aan.
U gaf genade, geen gegronde straf,
uw woede wendde U volledig af.
Denk toch aan toen en keer opnieuw het tij.
Wees niet meer boos en maak ons land weer vrij.

2. U blijft toch niet verbolgen voor altijd? 
Toon ons uw goedheid en genegenheid.
Breng ons tot leven en bevrijd ons weer.
Wat zullen wij dan blij in U zijn, HEER!
Ik heb mijn oor te luisteren gelegd
om te vernemen wat de HEER ons zegt.
Hij spreekt van vrede voor wie van Hem houdt.
Maar, volk, verval niet in je oude fout.

3. Zijn redding komt: God geeft weer perspectief,
want Hij heeft wie Hem dienen vurig lief.
Er zal weer vrede komen in het land.
De liefde en de trouw gaan hand in hand.
Recht en verzoening kussen eens elkaar;
het land geeft goede oogsten jaar op jaar.
Gerechtigheid maakt voor de HEER ruim baan,
zij is de weg waarlangs zijn voet zal gaan.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. HEER, U was liefdevol voor Israël.
U gaf uw land weer vrede en herstel.
Het volk had grenzeloos veel kwaad gedaan;
toch keek U hen niet op hun zonden aan.
U gaf genade, geen gegronde straf,
uw woede wendde U volledig af.
Denk toch aan toen en keer opnieuw het tij.
Wees niet meer boos en maak ons land weer vrij.

2. U blijft toch niet verbolgen voor altijd? 
Toon ons uw goedheid en genegenheid.
Breng ons tot leven en bevrijd ons weer.
Wat zullen wij dan blij in U zijn, HEER!
Ik heb mijn oor te luisteren gelegd
om te vernemen wat de HEER ons zegt.
Hij spreekt van vrede voor wie van Hem houdt.
Maar, volk, verval niet in je oude fout.

3. Zijn redding komt: God geeft weer perspectief,
want Hij heeft wie Hem dienen vurig lief.
Er zal weer vrede komen in het land.
De liefde en de trouw gaan hand in hand.
Recht en verzoening kussen eens elkaar;
het land geeft goede oogsten jaar op jaar.
Gerechtigheid maakt voor de HEER ruim baan,
zij is de weg waarlangs zijn voet zal gaan.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

1. Gij hebt Uw land, o HEER', die gunst betoond,
Dat Jakobs zaad opnieuw in vrijheid woont.
De schuld Uws volks hebt G' uit Uw boek gedaan;
Ook ziet Gij geen van hunne zonden aan;
Gij vindt in gunst, en niet in wraak, Uw lust;
De hitte van Uw gramschap is geblust.
O heilrijk God, weer verder ons verdriet,
Keer af Uw wraak, en doe Uw toorn te niet.

2. Heeft dan, o HEER', Uw gramschap nimmer end?
Zal z' eind'lijk niet eens worden afgewend;
Of zal Uw toorn ook op ons nakroost woen?
Zult G' uit den dood ons niet herleven doen,
Opdat Uw volk zich weer in U verblij'.
Dat toch, o HEER', Uw goedheid ons bevrij'.
Geef ons Uw heil, en red door Uwe hand,
Uit vrije gunst, het zuchtend vaderland.

3. Merk op, mijn ziel, wat antwoord God u geeft;
Hij spreekt gewis tot elk, die voor Hem leeft,
Zijn gunstgenoot, van blijden troost en vree,
Mits hij niet weer op 't spoor der dwaasheid tree.
Voorwaar, Gods heil is reeds nabij 't geslacht,
Hetwelk Hem vreest en Zijne hulp verwacht;
Opdat er eer in onzen lande woon',
En zich aldaar op 't luisterrijkst vertoon'.

4. Dan wordt gena van waarheid blij ontmoet,
De vrede met een kus van 't recht gegroet;
Dan spruit de trouw uit d' aarde blij omhoog,
Gerechtigheid ziet neer van 's hemels boog;
Dan zal de HEER' ons 't goede weer doen zien;
Dan zal ons 't land zijn volle garven bien.
Gerechtigheid gaat voor Zijn aangezicht,
Hij zet z' alom, waar Hij Zijn treden richt.

1. Gij zijt, Heer, met Uw volk nu tevreden,
Jakobs gevangenen maakt Gij ook vrij,
En vergeeft des volks boosheid voorleden,
Zijn zonden uit genade bedekt Gij;
Uwe gramschap doet Gij van hen zeer wijd,
En matigt Uwen toon tot dezen tijd;
O Heer, Gij, Die ons Heiland zijt allein,
Help ons op, stil Uwe gramschap niet klein.

2. Wilt Gij nu, Heer, voortaan toornig wezen?
Wordt Gij van geslacht tot geslacht verstoord?
Neen, maar Gij zult ons troosten na dezen;
Dies zal Uw volk hen verblijden nu voort.
Of wij schoon zwaarlijk hebben, Heer, misdaan,
Nochtans bewijs ons Uw goedheid voortaan,
En wil ons helpen, o Heer en God mijn!
Al is 't dat wij al arme zondaars zijn.

3. Toch wil ik horen wat God zal spreken,
Want den vromen zal Hij den vrede goed
Verkonden en dien laten uitbreken;
Daardoor worden zijn kind'ren wijs en vroed.
Maar die in Gods vreze zoeken bijstand,
Denzelven zal God steeds bieden de hand;
Opdat bij ons wederom wone, Heer!
Uwe heerlijkheid en Uwes Naams eer.

4. Genaad' en waarheid komen in 't gemoed,
't Recht en pais kussen malkand'ren met vliet.
't Geloof zal uit de aarde spruiten zoet,
Gerechtigheid van boven nederziet.
God zal vruchten geven in overvloed,
Die ons dat aardrijke voortbrengen moet.
In 't regiment zal 't oprechtelijk staan,
Alle dingen zullen ook recht toegaan.

1. Gij waart goedgunstig voor uw land, o Heer,
in Jakobs harde lot bracht Gij een keer.
De schuld uws volks wilt Gij niet gadeslaan.
Gij hebt hun zonden uit uw boek gedaan.
Gij die de vlammen van uw toorn bezweert,
Gij hebt U van uw gramschap afgekeerd.
God van ons heil, herstel ons, neem ons aan
en doe uw toorn niet over ons bestaan.

2. Of blijft uw wrevel tegen ons gericht,
verbergt Gij steeds uw god'lijk aangezicht?
Voert Gij uw volk dan nooit tot leven weer
opdat het zich in U verblijde, Heer?
Toon ons uw heil en goedertierenheid;
ik ben o God tot luisteren bereid.
Gij zijt het die uw volk van vrede spreekt,
tenzij het dwaas is en de trouw verbreekt.

3. Bij wie Hem vrezen is zijn heil geplant.
Zijn heerlijkheid zal wonen in dit land,
het heilig land waar goedheid trouw ontmoet,
het recht de vrede met een kus begroet;
de trouw die uit de aarde opwaarts schiet,
het recht dat uit de hemel nederziet.
De velden deelt Hij van zijn overvloed,
de Here die ons zegent met zijn goed.

4. Waar Hij ook gaat, de vrede gaat Hem voor,
liefde en trouw ontspruiten in zijn spoor.
Gerechtigheid is voor zijn aangezicht,
zij bloeit alom waar Hij zijn voetstap richt.

1. Gij waart goedgunstig voor uw land, o Heer,
in Jakobs harde lot bracht Gij een keer.
De schuld uws volks wilt Gij niet gadeslaan.
Gij hebt hun zonden uit uw boek gedaan.
Gij die de vlammen van uw toorn bezweert,
Gij hebt U van uw gramschap afgekeerd.
God van ons heil, herstel ons, neem ons aan
en doe uw toorn niet over ons bestaan.

2. Of blijft uw wrevel tegen ons gericht,
verbergt Gij steeds uw godlijk aangezicht?
Voert Gij uw volk dan nooit tot leven weer
opdat het zich in U verblijde, Heer?
Toon ons uw heil en goedertierenheid:
ik ben, o God, tot luisteren bereid.
Gij zijt het die uw volk van vrede spreekt,
tenzij het dwaas is en de trouw verbreekt.

3. Bij wie Hem vrezen is zijn heil geplant.
Zijn heerlijkheid zal wonen in dit land,
het heilig land waar goedheid trouw ontmoet,
het recht de vrede met een kus begroet;
de trouw die uit de aarde opwaarts schiet,
het recht dat uit de hemel nederziet.
De velden deelt Hij van zijn overvloed,
De Here die ons zegent met zijn goed.

4. Waar Hij ook gaat, de vrede gaat Hem voor,
liefde en trouw ontspruiten in zijn spoor.
Gerechtigheid is voor zijn aangezicht,
zij bloeit alom waar Hij zijn voetstap richt.