Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Met enige regelmaat laat ik in 'mijn' gemeenten een psalm zingen uit De Nieuwe Psalmberijming. Misschien wel juist omdat ik gevoelig(er) ben geworden voor het argument dat we door psalmen te zingen het Woord van God zélf zingen. Lees meer »

Ds. L. van Rikxoort | Protestantse wijkgemeente Heemse-West en Gereformeerde Kerk Mariënberg

Ds. L. van Rikxoort
Protestantse wijkgemeente Heemse-West en Gereformeerde Kerk Mariënberg

Lees alle quotes

Psalm 95

De nieuwe psalmberijming

1. Kom, zing nu vrolijk voor de HEER.
Ons heil ligt vast in Hem. Vereer,
ontmoet Hem juichend in zijn woning.
Zo groot als God kan niemand zijn.
De vreemde goden zijn maar schijn.
God is de allerhoogste koning.

2. De zee is, met het vasteland,
hoe diep of hoog ook, in Gods hand.
Zij kunnen van zijn macht getuigen.
God heeft ons voor zichzelf gemaakt.
Hij heeft ons reddend aangeraakt.
Laat iedereen zich voor Hem buigen.

3. De HEER is onze God en wij
zijn als een kudde Hem nabij:
de schapen die Hij zelf wil weiden.
Luister vandaag nog naar zijn stem.
Weersta God niet, blijf dicht bij Hem.
Keer je niet af, maar laat je leiden.

4. Doe niet als ooit in de woestijn.
Je ouders deden God daar pijn.
Niets kon Hij met zijn volk beginnen.
Heilig vertoornd heeft Hij bepaald:
wie koppig van mijn wegen dwaalt
komt het beloofde land niet binnen.

Tekst: Jan Boom

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Kom, zing nu vrolijk voor de HEER.
Ons heil ligt vast in Hem. Vereer,
ontmoet Hem juichend in zijn woning.
Zo groot als God kan niemand zijn.
De vreemde goden zijn maar schijn.
God is de allerhoogste koning.

2. De zee is, met het vasteland,
hoe diep of hoog ook, in Gods hand.
Zij kunnen van zijn macht getuigen.
God heeft ons voor zichzelf gemaakt.
Hij heeft ons reddend aangeraakt.
Laat iedereen zich voor Hem buigen.

3. De HEER is onze God en wij
zijn als een kudde Hem nabij:
de schapen die Hij zelf wil weiden.
Luister vandaag nog naar zijn stem.
Weersta God niet, blijf dicht bij Hem.
Keer je niet af, maar laat je leiden.

4. Doe niet als ooit in de woestijn.
Je ouders deden God daar pijn.
Niets kon Hij met zijn volk beginnen.
Heilig vertoornd heeft Hij bepaald:
wie koppig van mijn wegen dwaalt
komt het beloofde land niet binnen.

Tekst: Jan Boom

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

Alternatieve melodieën

Deze psalm heeft dezelfde melodie als Psalm 24, 62 en 111

Deze psalm kan ook gezongen worden op de melodie van:
- Psalm 113
- LvdK 302 'God zij geloofd om Kanaän'

1. Komt, Iaat ons samen Isrels HEER',
Den rotssteen van ons heil, met eer,
Met Godgewijden zang ontmoeten.
Laat ons Zijn gunstrijk aangezicht,
Met een verheven lofgedicht,
En blijde psalmen, juichend groeten.

2. De HEER' is groot, een heerlijk God,
Een Koning, die het zaligst lot,
Ver boven alle goon, kan schenken.
Het diepst van 's aardrijks ingewand,
Het hoogst gebergt' is in Zijn hand;
't Is al gehoorzaam op Zijn wenken.

3. Zijn is de zee; z' is door Zijn kracht,
Met al het droge voortgebracht;
't Moet alles naar Zijn wetten horen.
Komt, buigen w' ons dan biddend neer;
Komt, laat ons knielen voor den HEER',
Die ons gemaakt heeft en verkoren.

4. Want Hij is onze God, en wij
Zijn 't volk van Zijne heerschappij,
De schapen, die Zijn hand wil weiden.
Zo gij Zijn stem dan heden hoort,
Gelooft Zijn heil- en troostrijk woord;
Verhardt u niet, maar laat u leiden.

5. Verhardt u niet; neemt Zijn gena
Ootmoedig aan". "Laat Meriba,
Laat Massa u ten afschrik wezen;
Waar 'k door uw vaders ben verzocht,
Toen alles, wat Mijn almacht wrocht,
Hen niet bewoog, om Mij te vrezen.

6. 'k Heb aan dit volk, dat Mij vergat,
Een langen tijd verdriet gehad,
Ja, veertig jaar hun hoon verdragen,
En zei: "Dit volk dat steeds Mij sart,
Heeft een verdwaasd en dwalend hart;
't Schept in Mijn wegen geen behagen."

7. Dies heb Ik, door hun tergend kwaad
Op 't hoogst vergramd, dit volk versmaad,
En met een duren eed gezworen,
Dat wegens zijn geschonden trouw
Het nooit Mijn rust genieten zou,
Die voor Mijn volk nog blijft beschoren.

1. Komt, laat ons blij zijn in den Heer, 
En met zang verbreiden Zijn eer,
Hij is ons troost en heil alleine; 
Laat ons met dankzegginge gaan
Voor Zijn aangezicht, en voortaan
Hem zingen met vreugd psalmen reine.
 
2. Want Hij een groot God is geacht,
Een Koning van veel groter macht 
Dan de goden zijn; want 't aardrijke 
Heeft Hij in Zijn hand, welks vrucht al
Hem toebehoort, Die berg en dal
Steeds voortbrengen beide gelijke.
 
3. De zee Hem alleen toebehoort,
Hij heeft die gemaakt door Zijn woord,
en schiep ook het aardrijk bekwame.
Komt, laat ons al t' zaam met deemoed 
Vallen voor onzen God te voet, 
Hij heeft ons geschapen al t' zame
 
4. Hij is een God, Die ons behoedt; 
Wij zijn 't volk en de schapen goed, 
Die van Hem wel geweidet werden;
Hoort gij heden Zijn stemme klaar;
Wilt toch uwe harten zo gaar 
Niet verstokken noch ook verherden.
 
5. Zo tot Massa en Meriba 
Uwe vaders voor ende na 
In de woestijne te doen plagen; 
Zij tergden Mij met harten kwaad,
En beproefden vroeg ende spaad'
Al Mijn werken, die zij daar zagen.
 
6. Daar Ik veertig jaren eenpaar
Met hen veel arbeid had voorwaar;
Dies klaagd' Ik aldus onverzwegen: 
Dit volk is gans zonder verstand, 
Van harten gaar dwalende, want
Zij zullen niet leren Mijn wegen.
 
7. Dies als Ik van hen werd versmaad,
Ik was toornig door zulk een daad,
En heb in Mijn gramschap gezworen: 
Dat dit boos en verkeerd geslacht
Nimmermeer zoude zijn gebracht
Ter ruste Mijner uitverkoren.

1. Steekt nu voor God de loftrompet,
Hem die ons in de vrijheid zet.
Komt voor zijn aanschijn met verblijden.
Brengt Hem de dank van al wat leeft,
Hem, die ons heil gegrondvest heeft.
Viert Hem, de koning der getijden.

2. Groot God is Hij, Hij strijdt vooraan,
de goden zijn Hem onderdaan;
de hoge bergen houdt Hij staande.
Het hart der aard' is in zijn hand.
Hij riep de zee, Hij schiep het land.
Hij is het, die de weg ons baande.

3. Komt, werpen wij ons voor den Heer
die ons gemaakt heeft biddend neer,
wij, die het volk zijn van zijn weide.
Want onze God, Hij gaat ons voor,
Hij trekt met ons de diepte door.
Zijn hand zal ons als schapen leiden.

4. Nog heden, hoort zijn stem die zweert;
Laat niet uw hart zich onbekeerd
verharden, als in Mozes' dagen.
Toen hebben tegen Mij getwist,
mijn goedheid acht'loos uitgewist
uw vaadren die mijn werken zagen.

5. Ik heb reeds lang aan dit geslacht
met toorn en tegenzin gedacht:
dit volk, het luistert naar geen rede.
Hun wegen hebben zij verward;
wie dwalen blijft, ver van mijn hart,
zal nimmer komen tot mijn vrede.

1. Komt, laat ons juichen voor de Heer,
en lofzang zingen, Hem ter eer,
met snarenspel Hem blij begroeten.
Wij prijzen Hem die redding biedt,
de rots van heil, in psalm en lied.
Wij willen juichend Hem ontmoeten.

2. De Heer is groot, een God vol kracht,
een Vorst in majesteit en macht
ver boven elke god verheven.
De diepste plaats is in zijn hand,
van Hem zijn bergen, zee en land,
Hij heeft ze hun bestaan gegeven.

3. Komt, knielen wij voor God, die leeft,
voor Hem, die ons geschapen heeft:
Hij wil ons als zijn kudde weiden.
Och, hoort toch heden naar zijn stem,
u bent zijn schapen, volgt dan Hem:
zijn hand slechts kan u veilig leiden.

4. Verhardt uw hart niet, zegt de Heer,
zoals uw vaders Mij weleer
bij Meriba en Massa tergden,
Al wisten zij wat Ik vermocht,
toch werd Ik daar door hen verzocht
toen zij een wonder van Mij vergden.

5. Ja, veertig jaar heeft dit geslacht
Mij niets dan ergenis gebracht.
Dus heb Ik in mijn toorn gezworen:
Omdat dit volk mijn weg niet kent,
maar dwalend zich heeft afgewend,
zal nooit mijn rust hen toebehoren.