Psalm 86: Bidden als het water je aan de lippen staat
De berijming van Psalm 86 is een eerlijke vertolking van een eeuwenoud gebed dat nog altijd actueel is. De oorspronkelijke Hebreeuwse tekst schakelt scherp tussen diepe nood en lofprijzing, en de berijming uit De Nieuwe Psalmberijming vangt precies die dynamiek in begrijpelijke en sprekende beelden. Het lied laat zien hoe je vanuit je eigen kwetsbaarheid steeds weer houvast kunt vinden bij God, zelfs als alles om je heen wankelt.
Een dringende roep om hulp
Hoor mij, HEER, blijf toch niet zwijgen.
Roep ik, laat me antwoord krijgen.
Ik ben uitgeput en arm,
radeloos sla ik alarm.
Ik ben U toch trouw gebleven?
Breng dan vreugde in mijn leven.
Zie mij aan, die ene vraag
stijgt voortdurend op vandaag.
In het eerste vers voel je direct de paniek en de onrust. De bidder staat met lege handen en roept dringend om hulp. Met de zin "radeloos sla ik alarm" wordt die nood heel dichtbij en invoelbaar gemaakt. Tegelijkertijd klinkt in het midden van het vers een ontwapenend eerlijke vraag door: "Ik ben U toch trouw gebleven?" De zanger weigert God los te laten en vraagt juist in de donkerste momenten om hernieuwde vreugde, hoe uitzichtloos de situatie op dat moment ook lijkt.
Door de knieën
Goed bent U, aanbiddenswaardig,
graag vergevend en hulpvaardig.
Luister, luister naar mij, HEER,
want ik zie geen uitweg meer.
Geen god kan zich met U meten.
Alle volken zullen weten,
schepper, wat U hebt gedaan
als zij door de knieën gaan.
Vanuit die persoonlijke beklemming opent vers twee een ruimer perspectief en groeit het vertrouwen. De blik richt zich vol overgave op een vergevende en hulpvaardige God, ondanks dat de eigen uitweg nog niet zichtbaar is. De belofte dat alle volken hun Schepper zullen erkennen, wordt zichtbaar in een heel krachtig beeld: als zij door de knieën gaan. Die fysieke overgave maakt de diepe aanbidding voor de zanger van nu heel tastbaar en herinnert ons eraan dat Gods grootheid zichtbaar wordt voor de hele wereld.
Gered uit de diepte
Groot bent U, uw wonderdaden
laten zich door niemand raden.
Geef dan dat ik op uw weg
mijn ontzag U niet ontzeg.
Ja, U loof ik hier op aarde
die mijn leven steeds bewaarde
voor de diepte van de dood.
In uw liefde bent U groot.
Het derde vers viert de redding uit de diepte van de dood en bezingt Gods ondoorgrondelijke wonderdaden. Wat in deze regels opvalt, is de creatieve en muzikale woordkeuze. De poëtische vondst om het woord "ontzag" te spiegelen aan "ontzeg" helpt om de wens om dicht bij God te blijven heel vloeiend onder woorden te brengen. Het couplet eindigt met een prachtige en samenvattende belijdenis over de onmetelijke liefde van God, een liefde die sterker is dan de dood.
Bidden onder dreiging
HEER, een terroristenbende
stort mijn leven in ellende.
God, zij hebben U ontkend,
U die trouw en liefde bent.
Help mij, HEER, geef mij een teken,
laat uw goedheid niet ontbreken:
laat mijn vijanden toch zien
wie de God is die ik dien.
In vers vier botst dit Godsvertrouwen hard met het reële kwaad in de wereld. De tekst schuwt de confrontatie absoluut niet. Door de vijanden uit de Bijbelse tijd te vertalen als een "terroristenbende", slaat de berijming een directe brug naar de beangstigende dreigingen van onze eigen tijd. Het haalt de vijandschap uit het verleden en plaatst het midden in onze eigen werkelijkheid. Dat maakt de afsluitende roep om een zichtbaar teken van Gods goedheid extra dringend en heel actueel.
Nieuwe muzikale vertolking
Deze krachtige tekst uit DNP heeft nu een mooie muzikale vertolking gekregen. Arie Maasland heeft vers 1 en 3 van deze berijming ingezongen. Zijn uitvoering geeft de nood en het rotsvaste vertrouwen uit deze coupletten een warme, muzikale bedding die de boodschap prachtig versterkt. Deze uitvoering is vanaf vandaag als nieuwe release te beluisteren via Spotify.