Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Eindelijk! Taal verandert razendsnel. Toch was de jongste officiële psalmberijming al dik 50 jaar oud. Voor de gemiddelde jongere een bijna onbegrijpelijk taalkleed. Super dat naast initiatieven als 'Psalmen voor Nu' en 'Levensliederen' er nu dit initiatief is. Lees meer »

Ds. K. de Vries | Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, Tituskapel te Amsterdam Zuid/West

Ds. K. de Vries
Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, Tituskapel te Amsterdam Zuid/West

Lees alle quotes

Psalm 112

De nieuwe psalmberijming

1. Laat iedereen de HEER bezingen!
Gelukkig wie in alle dingen
ontzag voor Hem voorop wil zetten
en leeft met liefde voor zijn wetten.
Heel zijn gezin zal zegen krijgen
en overal in aanzien stijgen.

2. De man die wandelt op Gods wegen
krijgt overvloed aan aardse zegen.
Zijn goede naam zal nooit verdwijnen.
Zijn licht zal in het duister schijnen.
Hij is vol liefde en genade
en volgt verheugd de rechte paden.

3. Hem gaat het goed die graag wil delen,
die vol ontferming geeft aan velen
en eerlijk is in al zijn zaken.
Hij hoeft voor vallen niet te waken.
Zijn naam leeft voort in de gedachten
van alle komende geslachten.

4. Hij kan een slecht bericht verdragen.
Nooit raakt hij uit het lood geslagen.
Hij blijft met innerlijk vertrouwen
steeds op de HEER als helper bouwen.
Hij wordt niet bang, maar wacht bezonnen:
eens wordt zijn vijand overwonnen.

5. Aan armen geeft hij gul geschenken.
Voor eeuwig zal men hem gedenken.
Vast staat zijn goede reputatie.
Wie slecht zijn, zien het vol frustratie.
Verbitterd knarsen ze hun tanden.
Zij blijven staan met lege handen.

Tekst: Adriaan Molenaar

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Laat iedereen de HEER bezingen!
Gelukkig wie in alle dingen
ontzag voor Hem voorop wil zetten
en leeft met liefde voor zijn wetten.
Heel zijn gezin zal zegen krijgen
en overal in aanzien stijgen.

2. De man die wandelt op Gods wegen
krijgt overvloed aan aardse zegen.
Zijn goede naam zal nooit verdwijnen.
Zijn licht zal in het duister schijnen.
Hij is vol liefde en genade
en volgt verheugd de rechte paden.

3. Hem gaat het goed die graag wil delen,
die vol ontferming geeft aan velen
en eerlijk is in al zijn zaken.
Hij hoeft voor vallen niet te waken.
Zijn naam leeft voort in de gedachten
van alle komende geslachten.

4. Hij kan een slecht bericht verdragen.
Nooit raakt hij uit het lood geslagen.
Hij blijft met innerlijk vertrouwen
steeds op de HEER als helper bouwen.
Hij wordt niet bang, maar wacht bezonnen:
eens wordt zijn vijand overwonnen.

5. Aan armen geeft hij gul geschenken.
Voor eeuwig zal men hem gedenken.
Vast staat zijn goede reputatie.
Wie slecht zijn, zien het vol frustratie.
Verbitterd knarsen ze hun tanden.
Zij blijven staan met lege handen.

Tekst: Adriaan Molenaar

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

1. Zingt, zingt den lof van 't Opperwezen.
Welzalig hij, die God blijft vrezen,
En Zijn geboden houdt in waarde!
Zijn zaad zal machtig zijn op aarde;
Zelfs daalt op zijn nakomelingen
Een schat van dierb're zegeningen.

2. De rijkdom zal zijn huis verzellen;
Bij have zal hij have tellen,
Zijn deugd zal nimmer vruchten missen;
Hem rijst het licht in duisternissen;
Hij toont zich ieders liefde waardig,
Is goed, barmhartig en rechtvaardig.

3. Wel hem, die steeds zich zal erbarmen;
Die van het zijne leent den armen.
Hij schikt naar 't recht zijn huisbelangen.
Nooit zal hij wank'ren in zijn gangen.
Zijn naam, beroemd door zijn bedrijven,
Zal eeuwig in gedacht'nis blijven.

4. Geen kwaad gerucht zal hem ontzetten,
Zijn hart is vast in 's HEEREN wetten,
Want hij betrouwt op Gods genade;
Hij vreest voor schande, leed noch schade.
Wel ondersteund, zal hij niet wijken,
Tot hij zijn vijand ziet bezwijken.

5. Hij strooit steeds uit aan alle zijden,
En geeft hun mild, die nooddruft lijden.
Zijn recht, hoe dikwijls ook geschonden,
Steunt eeuwig op onwrikb're gronden.
Zijn hoorn en macht zal God verhogen,
En nimmer zijnen val gedogen.

6. De goddeloze zal dit goede
Van hem aanschouwen, gram te moede,
Met tandgekners zichzelf verteren;
De nijd zal zijne smart vermeren;
Vergeefs wenst hij den val der vromen,
Want nooit zal God dien wens doen komen.

1. Wel hem, die altijd is begeven
Tot Gods vrees in alle zijn leven,
Die lust tot Zijn woord heeft verkregen.
Zijn zaad zal zeer geweldig wezen;
Door Gods genade, hoog geprezen,
Verkrijgen de vromen den zegen.

2. Rijkdom en volheid aller dingen
Zal God dezes mans huis toebringen;
Zijn gerechtigheid zal beklijven.
Den vromen zal een licht verschijnen,
't Welk de duisterheid zal verdwijnen;
Door Gods goedheid, die vast zal blijven.

3. Wel hem, die uitleent door meed'lijden,
Die 't zijne doet tot allen tijden,
Oprecht'lijk zonder iemands schade;
Die zal in eeuwig' ere blinken.
Men zal zijner eerlijk gedinken
In alle plaatsen vroeg en spade.

4. Als daar vallen zeer zware plagen,
Zo wordt hij door angst niet verslagen;
Want hij hoopt vast op God almachtig.
Dies is hij getroost en vrijmoedig,
En zal zijn lust zien overvloedig,
In den val der vijanden krachtig.

5. Hij deelt Zijn goed uit met ontfarmen
Den behoeftigen en den armen;
Zijn gerechtigheid blijft gestadig
Zeer hoog wordt zijn hoorne verheven;
Ook zal hem een zulk ere geven,
Die eeuwig blijft, de Heer genadig.

6. De godd'lozen zullen Gods daden
Met verdriet zien, en zeer beladen
Bijten de tanden en hen kwellen.
Zij zullen uitdrogen en sterven,
En in haar lusten boos verderven,
Hoe zij hen ook daartegen stellen.

1. God zij geloofd en hoog geprezen.
Welzalig die de Here vrezen.
Wie in zijn hart Gods wet bewaarde,
zijn nageslacht is groot op aarde.
Wie vrolijk voortgaat op Gods wegen,
beërft een overvloed van zegen.

2. Zijn goede naam wordt nooit te schande,
zijn recht is veilig in Gods handen.
Zelfs in de nacht ziet hij het dagen,
een glans van liefd' en welbehagen.
Gods waarheid zal voor al de zijnen
als zonlicht in het duister schijnen.

3. Wel hem, die geeft te allen tijde,
die zich door liefd' en recht laat leiden.
Hij is standvastig, wankelt nimmer,
zijn goede trouw bestaat voor immer.
Voor kwaad gerucht zal hij niet vrezen,
de Heer zal steeds zijn schuilplaats wezen.

4. Standvastig blijft hij bij zijn plannen,
nooit zal de vrees hem overmannen.
Hij slaat met vreugd de vijand gade,
geen haat, geen boosheid kan hem schaden.
Mild is zijn hart en vol erbarmen
schenkt hij zijn gaven aan de armen.

5. Zijn recht houdt stand, niets kan hem deren,
zijn goede naam is hoog in ere,
terwijl de vijand van het goede
vergaat van machteloze woede,
want al zijn boosheid is gebreideld
en al zijn plannen zijn verijdeld.

1. God zij geloofd en hoog geprezen.
Welzalig die de Here vrezen.
Wie in zijn hart Gods wet bewaarde,
zijn nageslacht is groot op aarde.
Wie vrolijk voortgaat op Gods wegen,
beërft een overvloed van zegen.

2. Zijn goede naam wordt nooit te schande,
zijn recht is veilig in Gods handen.
Zelfs in de nacht ziet hij het dagen,
een glans van liefd' en welbehagen.
Gods waarheid zal voor al de zijnen
als zonlicht in het duister schijnen.

3. Wel hem, die geeft te allen tijde,
die zich door liefd' en recht laat leiden.
Hij is standvastig, wankelt nimmer,
zijn goede trouw bestaat voor immer.
Voor kwaad gerucht zal hij niet vrezen,
de Heer zal steeds zijn schuilplaats wezen.

4. Standvastig blijft hij bij zijn plannen,
nooit zal de vrees hem overmannen.
Hij slaat met vreugd de vijand gade,
geen haat, geen boosheid kan hem schaden.
Mild is zijn hart en vol erbarmen
schenkt hij zijn gaven aan de armen.

5. Zijn recht houdt stand, niets kan hem deren,
zijn goede naam is hoog in ere,
terwijl de vijand van het goede
vergaat van machteloze woede,
want al zijn boosheid is gebreideld
en al zijn plannen zijn verijdeld.