Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Ga direct naar psalm

Zoek op tekst:

Zoek op thema:

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

de nieuwe psalmberijming

De psalmen waren het liedboek van Jezus. Hij droeg ze in zijn hart. Op de meest kritieke momenten horen we Jezus de psalmen herhalen die Hij heeft geleerd. In onze kerkelijke liedcultuur mogen we de psalmen niet verliezen. De oude Geneefse melodieën zijn voor velen vertrouwd en zijn nog altijd uitstekend te zingen onder begeleiding van verschillende instrumenten. De Nieuwe Psalmberijming biedt u een berijming die én eigentijds is én dicht bij de Bijbeltekst blijft. 

De Nieuwe Psalmberijming is een initiatief van de stichting Dicht bij de Bijbel. Deze stichting wil de inhoud van de Bijbel op een aansprekende manier toegankelijk maken door het vervaardigen van Schriftberijmingen in eigentijdse taal. In de loop van 2014 is de stichting gestart met De Nieuwe Psalmberijming en ondertussen zijn er ruim 130 psalmen afgerond die op de website te vinden zijn.

Ga direct naar de afgeronde psalmen

We zingen sinds een paar maanden uit De Nieuwe Psalmberijming. Deze is fris, nieuw en bij de tijd, b.v. Psalm 116, de openingszin 'Ik hou van God'. Met de klassieke Geneefse melodie blijven ze toch voor de gemiddelde kerkganger vertrouwd. Lees meer »

Ds. E.J. van der Linde | Samenwerkingsgemeente Alexanderpolder te Rotterdam

Ds. E.J. van der Linde
Samenwerkingsgemeente Alexanderpolder te Rotterdam

Lees alle quotes

Onlangs toegevoegde psalmen

1. Hoor, mensen, waar je ook ter wereld bent.
Of je nu rijk bent of geen weelde kent,
of je nu macht hebt of er niet toe doet:
let op wat ik ga zeggen, luister goed.
Er drongen wijze woorden tot mij door;
die leg ik aan de hele mensheid voor.
Wat ik ontdekt heb, laat ik aan je horen,
dus spits voor mijn diepzinnigheid je oren.

2. Ik ben niet bang voor onrecht en geweld,
voor profiteurs die bouwen op hun geld.
Trots als ze zijn begrijpen ze maar niet
dat hun bezit geen eeuwig leven biedt.
Ze zijn met al hun rijkdom niet in staat
een broer te redden als die sterven gaat.
Geen mens kan God betalen voor een leven,
hoe hoog de prijs ook is die hij wil geven.

3. Het leven van een mens is tijdelijk;
het kille graf is onvermijdelijk.
Weet dat het einde komt voor iedereen:
dwaas of verstandig, allen gaan eens heen.
Het kapitaal dat is bijeengebracht,
gaat over naar het volgende geslacht.
Zoals een dier de dood niet kan ontwijken,
zo eindigt ook het leven van de rijke.

4. Zo gaat het wie op eigen wijsheid bouwt,
wie niet op God, maar op zichzelf vertrouwt:
hij is een schaap dat ruw wordt weggeleid.
De dood is als een herder die hem weidt.
Wie eerlijk leeft, wordt bij het morgenlicht
in eer hersteld en door God opgericht.
God zal mij zeker uit de doodsgreep halen.
Hij wil de losprijs voor mijn ziel betalen.

5. Al heeft een rijke meer bezit dan jij,
wees maar niet bang: zijn luxe gaat voorbij.
Nu is hij met zijn weelde in de weer,
straks daalt hij doodarm in de grafkuil neer.
Hij zal zich voegen bij zijn voorgeslacht.
Zijn licht dooft uit, voor altijd is het nacht.
Wie dwaas zijn rijkdom en geluk blijft vieren,
komt zinloos aan zijn eind, net als de dieren.

1. Volken, juich en klap;
eer Gods koningschap.
Zing het uit voor Hem
met je hart en stem:
vol van majesteit
heerst Hij wereldwijd.
Krachtig drukt de HEER
hele naties neer.
Knielen moeten zij;
God is ons nabij.
Zijn verheven hand
schenkt ons prachtig land.

2. Onze God stijgt op,
vreugde klimt ten top.
Fel trompetgeschal
schettert overal.
Prijs de koning, zing
vol bewondering.
Wat een machtsvertoon:
God zit op zijn troon.
Vorsten treden aan
om voor Hem te staan.
Wat een erewacht;
God heeft alle macht!

1. God van vergelding, laat U horen!
Verschijn in luister, treed naar voren.
Berecht de trotse mensen toch!
Hoelang, HEER, hoelang duurt het nog,
het goddeloze feestgejuich
van dat zelfingenomen tuig?

2. Ze richten, HEER, met grove zonden
uw volk, uw eigendom, te gronde.
Ze voeden vreemdelingenhaat,
vermoorden vrouw en kind op straat.
Ze zeggen met een stem vol spot:
‘Hij ziet het toch niet, Jakobs God.’

3. Jij dwaas, kom eindelijk bij zinnen.
Wanneer laat jij de wijsheid binnen?
God vormt het oog en plant het oor –
en jij denkt: Hij heeft toch niets door?!
Zou Hij die alle mensen kent
niet straffen als je koppig bent?

4. Gelukkig, HEER, wie U wilt leren
uw wil te doen en U te eren.
U biedt hun rust en vrede aan,
maar dwazen zal het slecht vergaan.
Nooit zegt U, HEER, uw volk vaarwel;
Uzelf staat in voor rechtsherstel.

5. Wie staat mij in de strijd terzijde,
wie zal me van dat tuig bevrijden?
Had U me niet geholpen, HEER,
dan leefde ik allang niet meer.
U hielp mij toen ik bijna viel.
Uw troost was vreugde voor mijn ziel.

6. Bent U een vriend van slechte mensen,
van rechters die de wet verwensen?
Wat maken zij hun handen vuil!
U bent de vesting waar ik schuil.
HEER, als U eenmaal uitspraak doet
dan zwijgen schuldigen voorgoed.

1. Wij hebben, God, met eigen oren
van onze ouders mogen horen
hoe U de volken uit hun land
verdreef en hen daar hebt geplant.
Zij wonnen niet door eigen kracht:
U hebt uw rechterhand geheven,
U was het die verlossing bracht.
U wilde hun uw liefde geven.

2. God, onze koning, schonk de zege;
uw Jakob heeft het land gekregen.
Uw macht, en niet mijn zwaard of speer,
maaide de tegenstanders neer.
U was de redder in de strijd;
U wist de vijand te bedwingen.
Uw naam, God, prijzen wij altijd.
Uw daden zullen we bezingen.

3. Nu hebt U ons alleen gelaten.
U trok niet mee met de soldaten.
Ons leger zwichtte in de strijd.
Al ons bezit raakten we kwijt.
Als vee hebt U ons afgestaan;
U joeg ons weg naar verre landen.
U hebt ons van de hand gedaan.
U maakte ons, uw volk, te schande.

4. De volken die rondom ons wonen
zijn erop uit om ons te honen.
Ze lachen smalend om ons lot;
we zijn het mikpunt van hun spot.
U wilde dit, U keurt het goed
dat zij zich over ons vermaken.
Dat ons dit overkomen moet;
het schaamrood stijgt ons naar de kaken!

5. U hebt ons ervan langs gegeven,
toch zijn we U steeds trouw gebleven.
We bogen niet voor beelden neer,
toch gunt U ons geen daglicht meer.
Zou het U, God, niet zijn ontgaan
wanneer wij uw verbond verachtten?
Toch vallen vijanden ons aan;
ze willen ons als schapen slachten.

6. Waarom, HEER, slaapt U nu al tijden?
Word wakker en kom tussenbeide!
Waarom hebt U zich afgewend
en doet U of U ons niet kent?
Zwaar drukt de last van ons verdriet;
we zijn ten dode opgeschreven.
Kom ons te hulp, vergeet ons niet!
Laat ons weer uit uw liefde leven.

1. Gelukkig wie aan arme mensen denkt
en zwakken helpt in nood.
Weet dat de HEER je dan zijn zegen schenkt:
Hij redt je van de dood.
Al ben je ziek, de vijand heeft geen macht;
de HEER is om je heen.
Hij ondersteunt, Hij geeft je nieuwe kracht
en helpt je op de been.

2. Ik riep: ‘Genees mij, wees genadig, HEER!
Ik deed wat U verbood.’
Mijn vijanden gaan vreselijk tekeer,
verlangend naar mijn dood.
Ze komen langs en vragen voor de schijn
meelevend hoe het gaat.
Hun hart spreekt pas als ze de deur uit zijn:
hun spotlach klinkt op straat.

3. Hoor hoe mijn vijand fluisterend vertelt:
‘Die komt nooit meer uit bed.
Een dodelijke kwaal heeft hem geveld;
geen kans dat hij het redt!’
Zelfs hij in wie ik veel vertrouwen had,
mijn vriend, mijn kameraad,
met wie ik samen aan één tafel at,
heeft nu een hart vol haat.

4. HEER, wees genadig, help mij overeind,
dan wreek ik mij op hen!
Ik weet, als eens hun vals gelach verdwijnt,
dat ik de uwe ben.
U laat, omdat ik trouw ben aan uw wet,
mij niet te gronde gaan.
Ik ben er zeker van dat U mij redt;
dan mag ik voor U staan.

5. Geprezen zij in alle eeuwigheid
Israëls God, de HEER.
Zing mee en laat het klinken voor altijd:
amen, aan Hem de eer!

1. Heb medelijden God! Ik roep U aan
omdat uw hart gevuld is met genade.
Wis alle zonden weg, omdat mijn daden
mij als een zware last voor ogen staan.
Wat ik gedaan heb is ontstellend slecht.
Ik heb mij tegen U, o God, misdragen.
Welk vonnis U ook velt, het is terecht.
Ten einde raad wil ik vergeving vragen.

2. Vanaf de moederschoot heb ik al schuld.
Het kwaad zat in mij toen ik werd geboren.
Maar U laat diep in mij uw waarheid horen;
U wilt dat ik met wijsheid word vervuld.
Ontzondig mij geheel, dan ben ik rein.
Was mij, zodat ik wit zal zijn vanbinnen,
nog witter dan de witste sneeuw kan zijn
en laat de vreugde van de droefheid winnen.

3. Let niet meer op mijn fouten, wis ze uit.
Zuiver mijn hart en wil mijn schuld vergeven.
Ik kan alleen standvastig met U leven
als U de ogen voor mijn zonden sluit.
Geef mij de blijdschap die ik heb gekend,
kracht en bezieling om U weer te eren.
Dan wijs ik zondaren op wie U bent.
Zij zullen luisteren en zich bekeren.

4. God, spreek mij vrij van mijn verdiende straf.
Vergeld geen bloed met bloed, laat mij niet boeten,
al zou dit volgens wet en recht wel moeten.
God van mijn redding, wend de dreiging af.
Wat zal ik zingen als U mij bevrijdt!
Heer, maak mij tot een levende getuige
van uw genade en gerechtigheid.
Open mijn mond, dan zal ik voor U juichen.

5. Door offers worden schulden niet voldaan.
In dode dieren schept U geen behagen.
U neemt ons hart, gebroken en verslagen,
genadig als een offergave aan.
Bouw Sion op in al zijn oude pracht.
Dan wordt het offer, rein en ongeschonden,
weer naar de eisen van uw wet gebracht.
Zonder gebrek draagt het voor ons de zonden.

Laatste nieuws

Psalm 47 toegevoegd

Lees meer »

Psalm 94 toegevoegd

Lees meer »

Psalm 44 toegevoegd

Lees meer »

Psalm 41 toegevoegd

Lees meer »

Steun onze missie

Steun ons werk om de psalmen te herdichten in de taal van nu.

Betaal met iDEAL

of word vriend van Stichting Dicht bij de Bijbel voor € 37,50 per jaar en ontvang een uniek welkomstgeschenk.