Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Ga direct naar psalm

Zoek op tekst:

Zoek op thema:

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

de nieuwe psalmberijming

De psalmen waren het liedboek van Jezus. Hij droeg ze in zijn hart. Op de meest kritieke momenten horen we Jezus de psalmen herhalen die Hij heeft geleerd. In onze kerkelijke liedcultuur mogen we de psalmen niet verliezen. De oude Geneefse melodieën zijn voor velen vertrouwd en zijn nog altijd uitstekend te zingen onder begeleiding van verschillende instrumenten. De Nieuwe Psalmberijming biedt u een berijming die én eigentijds is én dicht bij de Bijbeltekst blijft. 

De Nieuwe Psalmberijming is een initiatief van de stichting Dicht bij de Bijbel. In 2014 is de stichting gestart met het berijmen van alle psalmen en ondertussen staan alle 150 psalmen op de website. Op dit moment wordt er gewerkt aan de laatste revisieronde waarbij we ook de lezers van onze nieuwsbrief betrekken, zie ook het persbericht. Meld u aan voor de nieuwsbrief via de blauwe balk hierboven als u dit traject wilt volgen!

Als alles volgens de planning verloopt kunnen we in de loop van 2020 de bundel in gedrukte vorm uitgeven.

Ga direct naar de psalmen

Psalmen liggen ons na aan het hart, ze zijn levensecht. Graag zing ik ze uit de oude berijming omdat ik ze bijna allemaal uit mijn hoofd ken. Maar dat gun ik de jeugd ook en wanneer komen zij aan bod als ik wil volhouden? Ik vind deze berijming een heel goed alternatief. Lees meer »

Dhr. H.J. Sok | Christelijke Gereformeerd Kerk te Ulrum

Dhr. H.J. Sok
Christelijke Gereformeerd Kerk te Ulrum

Lees alle quotes

Onlangs AFGERONDE psalmen

1. In Babel treurden wij bij de rivieren.
Aan wilgentakken hingen onze lieren.
Bewakers vroegen met een stem vol spot:
‘Bezing nog eens die stad van jullie God.’
Hoe konden zij dat toch van ons verlangen?
We zaten daar op vreemde grond gevangen!

2. Als ik van jou, mijn stad, niets meer wil weten,
laat dan mijn hand de snaren maar vergeten.
Laat mij maar verder leven zonder stem,
als ik niet denk aan jou, Jeruzalem.
Ik ben bereid om alles op te geven
voor jou, de grote liefde van mijn leven.

3. Vergeet niet, HEER, hoe eens de Edomieten
uw stad als een ruïne achterlieten.
Jouw einde, Babel, komt ook snel in zicht.
Gelukkig hij die jou te gronde richt,
jou niets ontziend laat boeten voor je daden,
je baby’s doodt zonder een glimp genade.

1. HEER, hoor mij nu ik roep om recht.
Ik vraag U mijn pleidooi te horen.
Ik breng oprecht mijn zaak naar voren.
Laat zien dat U aan waarheid hecht.
Wanneer U in mij zoekt naar zonden
en toetst wat binnen in mij leeft
en wat mijn mond gesproken heeft,
dan wordt geen kwaad bij mij gevonden.

2. Gehoorzaam aan uw eigen woord
heb ik een afkeer van het kwade,
van alle woeste, wrede daden
van mensen door geweld bekoord.
Ik blijf standvastig op uw wegen,
waarop ik overeind blijf staan.
U, die mijn stem hoort, roep ik aan;
ik heb zo vaak gehoor gekregen.

3. Toon mij een teken van uw trouw.
Verlosser van wie tot U vluchten,
breng allen die mij bang doen zuchten
door uw bestraffing in het nauw.
Kom mij bewaren en bewaken,
zoals een hen haar kuikens doet.
Mijn goddeloze vijand woedt
om mij uit afkeer stuk te maken.

4. Ik zie hen rond mij, overal,
die bezig zijn mij te bestrijden.
Zij tonen niets van medelijden.
Geniepig zetten zij hun val.
Belust op prooi zijn zij gaan jagen;
als wrede leeuwen loeren zij.
Mijn levenseinde is dichtbij.
Hoe lang zult U hen nog verdragen?

5. HEER, val nu aan en vel hen neer
die zonder zich aan U te geven
alleen voor eigen voorspoed leven;
hun nageslacht krijgt alsmaar meer.
Dan zal ik, door U vrijgesproken,
opleven voor uw aangezicht.
En in de glans van eeuwig licht
wordt mijn geluk onafgebroken.

1. Barst dankbaar los om God te prijzen;
eer Hem op ieder continent.
Zeg Hem: ‘Uw wonderen bewijzen
hoe ontzagwekkend groot U bent.
De hele wereld is getuige;
uw vijand knielt zelfs voor U neer.
Laat alle mensen voor U buigen;
uw naam bezingen tot uw eer.’

2. God liet ons steeds zijn macht ervaren.
Kijk vol aanbidding met mij mee:
Hij bracht de golven tot bedaren;
er kwam een pad dwars door de zee.
Zijn volk kon veilig oversteken.
Wij zonden blij ons lied omhoog:
de Heer laat zich niet tegenspreken;
Hij houdt de volken in het oog.

3. Dank onze God, Hij geeft ons leven.
Zing, alle volken, prijs Hem luid.
Hij heeft ons nieuw houvast gegeven;
wij glijden niet meer onderuit.
U louterde ons door het lijden;
door vuur en water moest het gaan.
Maar toen U ons daarna bevrijdde,
bood U een land vol rijkdom aan.

4. Ik houd mijn woord, in nood gesproken:
ik zal uw woning binnengaan.
Daar laat ik offers voor U roken,
omdat U mij hebt bijgestaan.
De geur van schapen, rammen, stieren
stijgt op naar U, die mij bevrijdt.
Aanvaard de vetgemeste dieren
als blijk van diepe dankbaarheid.

5. De Heer deed schitterende dingen;
wie God dient, luister goed naar mij.
Hij gaf mij reden om te zingen:
zodra ik riep, verhoorde Hij.
Als ik zou streven naar het kwade,
dan had de Heer mij niet verhoord.
Maar Hij is trouw en vol genade:
Hij luisterde naar ieder woord.

1. Als je de weg van Gods geboden gaat,
je voeten in het rechte spoor blijft zetten
naar Hem blijft zoeken en het kwade laat,
vind je geluk dankzij zijn goede wetten.
Een zegen is wat in uw regels staat.
U vraagt van ons dat wij er steeds op letten.

2. Ach, was mijn leven maar zo wetsgetrouw
dat ik nooit met uw wet de hand zou lichten.
Als ik die houd, raak ik nooit in het nauw.
Zingend zal ik mij op uw regels richten.
Verlaat mij niet voorgoed, want vol berouw
doe ik waartoe uw woorden mij verplichten.

3. Bijzonder heilzaam is wat U ons zegt;
het houdt je zuiver in je jonge jaren.
Laat mij niet dwalen, U zoek ik oprecht.
Ik blijf uw woord diep in mijn hart bewaren,
want ik wil niet opstandig zijn en slecht.
HEER die ik eer, wil mij uw wet verklaren.

4. Breedvoerig spreek ik over heel uw wet. 
Al mag bezit een bron van blijdschap heten,
toch wint de vreugde om uw woorden het.
Van uw bevelen wil ik alles weten. 
Ik juich als ik op uw geboden let.
Wat U gezegd hebt zal ik nooit vergeten.

5. Dit vraag ik van U, HEER: wees goed voor mij,
zodat ik levenslang uw pad kan kiezen.
Breng mij de schoonheid van uw wetten bij;
laat mij ze nooit meer uit het oog verliezen. 
Ik ben niet thuis meer in de maatschappij.
Wat snak ik naar uw bindende adviezen!

6. De trotse dwaas die uw gebod veracht
wacht slechts uw straf – ik echter blijf U eren.
Geef dat geen vijand spottend om mij lacht,
want ik wil doen wat uw bevelen leren.
Bedreigd door hoge heren met hun macht,
blijf ik uw goede raad verheugd waarderen.

7. Ernstig verzwakt vraag ik U levenskracht;
blijf mij in uw geboden onderwijzen.
Toen ik U aanriep, hebt U hulp gebracht.
Laat mij het wonder zien achter uw eisen. 
U ziet mijn tranen en U hoort mijn klacht.
HEER, houd uw woord en laat mij weer herrijzen.

8. Eerlijk en echt zijn, leven in uw spoor,
dat is mijn wens; geef mij daarvoor genade.
Ik houd mijzelf uw levensregels voor.
Maak dat ik nooit met smaad word overladen.
U zet mij in de ruimte en daardoor
zal ik nu rennen op uw rechte paden.

9. Fluister mij in, HEER, wat uw wet verlangt
dan zal ik op uw wegen blijven lopen.
Geef dat mijn hart aan uw geboden hangt.
Wijs mij het spoor, dan bloeit mijn leven open.
Geef dat de zucht naar geld mij nooit bevangt,
maar dat ik op uw rijke woord blijf hopen.

10. Fraai lijkt wat leeg blijkt – houd mij daar vandaan.
Laat mij uw wegen gaan en daardoor leven.
Houd uw belofte, zie uw dienaar aan.
Goed is elk voorschrift dat U hebt gegeven.
Al ben ik bang dat ik voor schut zal staan,
ik word door liefde voor uw wet gedreven.

11. Geef wat U mij beloofd hebt, trouwe Heer!
Laat mij de overwinning nu ervaren.
Dan heb ik tegen vijanden verweer.
Uw woord vertrouw ik, dat zal mij bewaren.
Versterk in mij uw waarheid, meer en meer.
Uw wet geeft hoop voor al mijn levensjaren.

12. Groot is de ruimte die uw woord mij biedt,
royaal en ruim genoeg om te getuigen
voor koningen. Nee, HEER, ik schaam mij niet
dat ik voor uw geboden graag wil buigen.
Ik heb ze lief, ze zijn mijn levenslied,
ik heb ze lief, en daarom zal ik juichen.

13. Hoopgevend is wat U mij hebt gezegd.
Vergeet het niet, HEER, daardoor kan ik leven.
U houdt uw woord. Al heb ik het ook slecht,
ik weet dat U mij troost en rust zult geven.
Hooghartig lachen spotters, onterecht:
uw goede wet heb ik nooit afgeschreven.

14. Hoe kan het, dat men U totaal verlaat,
dat zondaars van uw wet niets willen weten?
Uw wet, die troostend mij voor ogen staat,
heb ik in vreemde landen nooit vergeten.
Zelfs in de nacht heb ik uw naam paraat.
Uw regels zijn mijn drinken en mijn eten.

15. Ik hoor bij U, ik heb U toegezegd
dat ik uw wetten stipt zal onderhouden.
Wees mij genadig, HEER; ik volg oprecht
de goede koers, wat mij nog nooit berouwde.
Ik haast mij, heb de twijfels afgelegd
die mijn gehoorzaamheid blokkeren zouden.

16. In hinderlagen lokt de vijand mij.
Toch blijft uw goede wet in mijn gedachten.
‘s Nachts zing ik: uw geboden maken vrij!
Ik ben bevriend met hen die U verwachten.
Wat U gebiedt eerbiedigen ook zij.
Vol is de aarde van uw goede krachten.

17. Ja, U bent voor uw dienaar goed geweest,
U hield uw woord. Leer hem nu onderscheiden
hoe hij met inzicht uw geboden leest.
Ik wil mij vol vertrouwen daaraan wijden.
Ooit dwaalde ik, als een gekwelde geest.
Goed bent U, HEER, leer mij het kwaad te mijden.

18. Juist wettelozen liegen dat ik dwaal,
terwijl ik zielsveel geef om uw bevelen.
Lijden moest ik - U weet het allemaal -
om in de wijsheid van uw woord te delen.
Uw wet, mijn allergrootste kapitaal,
laat ik door niets of niemand mij ontstelen.

19. Kunstig, met eigen hand, gaf U mij vorm.
Maak mij gevoelig voor uw levenswetten.
Wat U bepaald hebt is voor mij de norm.
Tot ieders vreugde zal ik daarop letten.
U hebt mij ooit doen kruipen als een worm;
wilt U mij, HEER, nu in de ruimte zetten.

20. Kom met uw liefde, Heer, dan leef ik weer,
wat arrogante mensen ook beramen.
Ik zoek uw wil, zij liegen keer op keer.
Uw wet maakt blij. Met wie U dienen samen
zoek ik naar de volmaaktheid, meer en meer.
Dan zal ik mij voor niemand hoeven schamen.

21. Lang smacht ik al naar wat U hebt beloofd.
Wanneer geeft U mij troost? Ik blijf maar hopen!
Al huil ik haast de ogen uit mijn hoofd,
al teer ik weg, ik houd uw wetboek open!
Hoe lang nog tot mijn licht wordt uitgedoofd?
Hoe lang kan wie mij haat zijn straf ontlopen?

22. Laaghartig graven zij voor mij een kuil,
de trotse mensen die mij steeds bestoken.
Uw woord is goed, hun woord is vals en vuil.
Ik heb in nood niet met uw wet gebroken.
Geef mij weer leven, God bij wie ik schuil,
dan houd ik mij aan wat U hebt gesproken.

23. Machtige God, onwrikbaar is uw woord.
Uw hemelhoge trouw zal eeuwig duren.
Door uw bevel bestaat de aarde voort;
uw regels blijven heel de wereld sturen.
Ik ben in mijn ellende niet gesmoord:
uw wet gaf blijdschap in benauwde uren.

24. Mijn hart houdt altijd vast aan wat U zegt;
daar leef ik van. Steeds speur ik naar uw woorden.
Ik ben van U. Kom snel en red uw knecht,
want slechte mensen willen mij vermoorden!
Oneindig is de ruimte van uw recht,
ruimer dan alles wat mij ooit bekoorde.

25. Niets anders dan uw wet vervult mijn geest.
Ik heb haar lief, bewaar haar diep van binnen.
Omdat uw woord steeds bij mij is geweest
kon wie mij haat niets tegen mij beginnen.
Al weet mijn leraar veel, ik weet het meest.
Van grijze wijsheid zelfs kan ik het winnen.

26. Nooit volg ik wat verdorven is of slecht
want trouw wil ik mij houden aan uw wetten.
U hebt mij onderwezen in uw recht;
dat laat mij op de juiste richting letten.
Zoeter dan honing is wat U mij zegt.
Ik zal geen stap op slinkse paden zetten.

27. Over mijn pad verspreidt uw woord zijn licht;
het is een lamp die mij de weg blijft wijzen.
Ik heb mijzelf tot trouw aan U verplicht.
Laat mij uit mijn ellende weer verrijzen.
Aanvaard de woorden die ik tot U richt.
Leer mij wat uw geboden van mij eisen.

28. Overal is mijn leven in gevaar;
toch heb ik uw geboden niet vergeten,
al zetten zondaars vallen voor mij klaar.
Met recht mag uw bevel mijn vreugde heten,
uw woord dat ik als erfbezit bewaar.
Voor altijd geldt: uw wet is mijn geweten!

29. Passie voor uw geboden maakt mij fel:
halfslachtigheid kan ik geen mens vergeven.
U bent mijn schild, uw wens is mijn bevel.
Uw woord is steeds mijn bron van hoop gebleven.
Zondaars, ga weg! Nooit zeg ik God vaarwel.
Houd uw belofte, HEER, dan zal ik leven.

30. Plaats mij op vaste grond, dan ben ik vrij.
Ik vind mijn kracht in uw verordeningen.
Wie dwaalt en liegt, veegt U als schuim opzij.
Uw richtlijn heb ik lief, ik kan wel zingen!
Maar soms vervult een diepe huiver mij:
streng is de wet die wij van U ontvingen.

31. Recht en gerechtigheid heb ik gedaan;
bescherm mij toch, bewijs mij mededogen.
HEER, sta garant dat het mij goed zal gaan.
Naar uw verlossing hunkeren mijn ogen.
Uw trouw en liefde dragen mijn bestaan;
geef dat uw wetten mijn begrip verhogen.

32. Richt mij op U, ik wil U dienen, HEER.
Leer mij vol ijver naar uw woord te leven.
Grijp in! Men legt uw wetten naast zich neer.
Ik heb ze lief, zou alles ervoor geven;
zelfs goud, het puurste goud boeit mij niet meer.
Ik haat de leugen, heb die uitgedreven.

33. Sprakeloos overpeins ik wat U zegt;
met heel mijn hart bewonder ik uw wetten.
Zij zullen als ze worden uitgelegd
eenvoudigen in licht, in luister zetten.
Ik snak ernaar, HEER, kom mij tegemoet;
wees mij genadig, leer mij op U letten.

34. Stuur stap voor stap, zoals beloofd, mijn voet.
Bewaar mij voor de machten van het kwade.
Verlicht mijn weg, wijs waar ik lopen moet,
dan zal ik kiezen voor de juiste paden.
Mijn tranen, HEER, stort ik in overvloed,
omdat uw wet door velen wordt verraden.

35. Trouw en rechtvaardig bent U altijd, HEER.
Door U wordt met de juiste maat gemeten.
Mijn vijand doet mij diep van binnen zeer:
hij is uw wetten helemaal vergeten!
Uw woord is puur, gelouterd keer op keer.
Ik heb het lief, dien U naar beste weten.

36. Trots is mij vreemd, ik stel maar weinig voor,
toch houd ik uw bevelen in gedachten.
Want uw gebod blijft alle eeuwen door.
Uw regels bieden houvast in mijn klachten.
Zij zijn mijn bron van blijdschap. In dat spoor
is inzicht, ja, is leven te verwachten.

37. U roep ik, HEER, ik roep uit alle macht!
Geef antwoord - naar uw wetten wil ik leven.
Hoor hoe ik hoopvol op uw woorden wacht;
hulp zoekend ben ik op mijn post gebleven.
Met open ogen heb ik heel de nacht
uw woord mijn aandacht en mijn hart gegeven.

38. Uw goedheid garandeert mij dat U hoort.
U bent rechtvaardig, HEER, laat mij toch leven.
Mijn sluwe achtervolgers zijn ontspoord,
strijdig met al uw wetten is hun streven.
U bent nabij, betrouwbaar is uw woord.
Voor eeuwig hebt U uw gebod gegeven.

39. Verlos mij, HEER, zie mijn ellende aan.
Uw wet vergeet ik niet; wil voor mij strijden!
Bepleit mijn zaak en maak voor mij ruim baan.
Houd, naar uw woord, mij levend aan uw zijde.
Wie U verwerpen moeten wel vergaan.
Uw liefde zal mij van de dood bevrijden.

40. Volop vijandigheid valt mij ten deel,
toch houd ik vast aan wat U hebt geschreven.
De wetteloosheid grijpt mij naar de keel:
men haat uw regels, zo is er geen leven!
Betrouwbaar is uw woord, een kroonjuweel:
rechtvaardig en voor eeuwig ons gegeven.

41. Wat machtigen mij aandoen, raakt mij niet,
maar ik voel schroom als U begint te spreken.
De vreugde, HEER, die uw belofte biedt
is kostbaar, doet elk aards geluk verbleken.
Ik haat bedrog! Voor U zing ik mijn lied:
zevenmaal daags een klinkend uitroepteken!

42. Wie van uw woorden houdt, vindt groot geluk;
hij komt geen steen, geen struikelblok meer tegen.
Ik hoop dat U mij vrij maakt van mijn druk.
Van het volbrengen van uw wet komt zegen.
Uw regels zijn mij dierbaar, stuk voor stuk.
Een open boek, HEER, zijn voor U mijn wegen.

43. Zuchtend zoek ik uw aandacht, sta mij bij,
schenk inzicht, HEER, ik houd U aan uw woorden.
Red mij zoals beloofd; wat ben ik blij
dat U met uw gebod mijn hart bekoorde!
U onderwijst uw wet, U maakt mij vrij.
Rechtvaardig zijn de regels die ik hoorde!

44. Zonder uw hand heb ik geen vaste grond.
Dat ik uw kant koos, heeft mij nooit gespeten.
Red mij, dan klinkt een loflied uit mijn mond.
Dicht bij uw woord mag ik mij veilig weten.
Als een verloren schaap zo dwaal ik rond;
zoek mij, want nooit zal ik uw wet vergeten.

1. Wat is het goed om eensgezind te leven,
om liefde te ontvangen en te geven,
als broers en zussen bij elkaar.
Het is als olie op Aärons haar,
die heerlijk ruikt en die in overdaad
druipt op zijn baard en zijn gewaad.

2. Het is als morgendauw, als zachte regen,
die neerdaalt van de Hermon als een zegen
voor Sions hoogverheven top.
Daar woont de HEER, daar bloeit de liefde op.
Daar geeft Hij wie in vrede samenleeft
een toekomst die geen einde heeft.

1. Laat iedereen Gods goedheid prijzen;
zijn liefde houdt voor altijd stand.
Laat Israël Hem eer bewijzen:
‘Zijn liefde houdt voor altijd stand.’
Herhaal het zingend, priesterkoren:
‘Zijn liefde houdt voor altijd stand.’
Als je de HEER dient, laat je horen:
‘Zijn liefde houdt voor altijd stand.’

2. In mijn benauwdheid, in mijn lijden,
riep ik het uit: ‘HEER, help mij toch!’
Hij luisterde en Hij bevrijdde;
wat doet een sterveling mij nog?
Op Hem, mijn helper, kan ik bouwen;
ik kijk op mijn belagers neer.
In plaats van mensen te vertrouwen,
zoek ik een schuilplaats bij de HEER.

3. Ik was door vijanden omgeven –
dankzij de HEER versloeg ik hen.
Hun leger stond mij naar het leven –
dankzij de HEER versloeg ik hen.
Als wespen zijn ze neergestreken –
dankzij de HEER versloeg ik hen.
Haast was ik in de strijd bezweken –
dankzij de HEER versloeg ik hen.

4. Ik zal van Hem, mijn sterkte, zingen.
Het legerkamp stemt met mij in:
‘Zijn rechterhand doet grote dingen;
ja, onweerstaanbaar grijpt Hij in.’
Ik zal niet sterven, ik zal leven!
Al gaf de HEER een zware straf,
Hij heeft mij toch niet prijsgegeven
aan het genadeloze graf.

5. Zet nu de tempeldeuren open,
de poort van de gerechtigheid,
zodat ik blij het pad kan lopen
dat naar de HEER, mijn redder, leidt.
Hier gaan rechtvaardigen naar binnen;
ze gaan de poort al zingend door.
Met U, HEER, mocht ik overwinnen;
daar dank ik U van harte voor!

6. De steen waar bouwers niets in zagen,
maakt God tot cruciale steen.
Hij zal het Godsgebouw gaan dragen;
zijn werk verwondert iedereen!
Dit is de dag van Hem gekregen,
een dag van blijdschap en gezang.
Wij bidden, HEER, geef ons uw zegen;
geef voorspoed, HEER, ons leven lang.

7. Wij zegenen de grote koning
die komt in naam van God, de HEER.
Vier nu het feest mee in zijn woning;
leg offergaven voor Hem neer.
Mijn God, ik zal U dank bewijzen,
met groene twijgen in de hand.
Laat iedereen zijn goedheid prijzen;
zijn liefde houdt voor altijd stand.

Laatste nieuws

29 september 2019: Dienst CGK Leeuwarden i.s.m. De Nieuw Psalmberijming

Lees meer »

De Nieuwe Psalmberijming beschikbaar in KerkBeamer

Lees meer »

Christelijk Weekblad: Psalmen in nieuwe taal

Lees meer »

Psalm 119 afgerond

Lees meer »

Steun onze missie

Steun ons werk om de psalmen te herdichten in de taal van nu.

Betaal met iDEAL

of word vriend van Stichting Dicht bij de Bijbel voor € 37,50 per jaar en ontvang een uniek welkomstgeschenk.