Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Ik ben alweer acht jaar verbonden aan een zorginstelling voor mensen met een verstandelijke beperking. In die zetting is het belangrijk om het evangelie in eenvoudige bewoordingen te verkondigen zonder dat het kinderachtig wordt. Lees meer »

Ds. Dennis Verboom | Geestelijk verzorger bij 's Heeren Loo

Ds. Dennis Verboom
Geestelijk verzorger bij 's Heeren Loo

Lees alle quotes

Psalm 2

De nieuwe psalmberijming

1. Wat willen jullie, wereldmachten, toch
met al die plannen en die dwaze dromen?
Verwacht je door dat goddeloos bedrog
van God en zijn gezalfde vrij te komen?
Daar spreekt de HEER vanuit zijn hemelwoning,
een boze stem vol goddelijke spot:
‘Ik ben de HEER; en mijn gezalfde koning
regeert in Sion, op de berg van God.’

2. De HEER gaf Mij zijn goddelijke woord:
‘Jij bent mijn zoon; jij mag Mij alles vragen.
Er is geen land dat jou niet toebehoort.
Ik geef je macht de vijand weg te vagen.’
Heersers, denk na! Je moet je nu bekeren.
Kniel voor de zoon en luister naar zijn stem;
anders zal Hij je als een vuur verteren.
Je bent pas veilig als je schuilt bij Hem!

Tekst: Arjen Vreugdenhil

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Wat willen jullie, wereldmachten, toch
met al die plannen en die dwaze dromen?
Verwacht je door dat goddeloos bedrog
van God en zijn gezalfde vrij te komen?
Daar spreekt de HEER vanuit zijn hemelwoning,
een boze stem vol goddelijke spot:
‘Ik ben de HEER; en mijn gezalfde koning
regeert in Sion, op de berg van God.’

2. De HEER gaf Mij zijn goddelijke woord:
‘Jij bent mijn zoon; jij mag Mij alles vragen.
Er is geen land dat jou niet toebehoort.
Ik geef je macht de vijand weg te vagen.’
Heersers, denk na! Je moet je nu bekeren.
Kniel voor de zoon en luister naar zijn stem;
anders zal Hij je als een vuur verteren.
Je bent pas veilig als je schuilt bij Hem!

Tekst: Arjen Vreugdenhil

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

1. Wat drift beheerst het woedend heidendom,
En heeft het hart der volken ingenomen?
De koningen verheffen zich alom,
De vorsten zijn vermetel saamgekomen,
Om God, den HEER', zelfs naar de kroon te steken,
En tegen Zijn Gezalfde op te staan.
Zij spreken saam:"Laat ons hun banden breken,
En van hun juk en touwen ons ontslaan."

2. Maar d' Opperheer, die Zijn geduchten stoel
Op starren sticht, en grondvest op de wolken,
Zal lachen met dat vruchteloos gewoel,
En spotten met den waan der dwaze volken,
God zal Zijn wraak ontdekken voor hun ogen.
Straks gloeit de lucht door 't vlammend bliksemlicht;
't ls God die spreekt; Hij dondert uit den hoge,
En jaagt den schrik Zijn haat'ren in 't gezicht.

3. "Durft gij bestaan te twisten met Mijn kracht?
Zal nietig stof Mij 't hoog gezag ontwringen,
Of weerstand bien aan Mijn geduchte macht?
Ontziet Mijn toorn, verdoolde stervelingen.
Gij zult vergeefs Mijn rijksbestel weerstreven.
Mijn Koning is gezalfd door Mijn beleid;
Hij, door Mijn hand op Sions troon verheven,
Heerst op den berg van Mijne heiligheid."

4. "En Ik, die Vorst, met zoveel macht bedeeld,
Zal Gods besluit aan 't wereldrond doen horen.
Hij sprak tot Mij:"'k Heb heden U geteeld;
Gij zijt Mijn Zoon, Gij zijt Mijn eengeboren;
Zeg vrij Uw eis; Ik zal Uw macht verhogen,
Opdat Uw Naam alom ontzaglijk zij;
Het heidendom ligg' voor Uw stoel gebogen,
En 't eind der aard erkenn' Uw heerschappij."

5. "Uw ijz'ren staf, die al hun macht verplet,
Maak' hen eerlang eerbiedig'onderzaten,
En noodzaak, hen te buigen voor Uw wet,
Of sla z' aan gruis, als pottenbakkersvaten! "
O vorsten, wilt de wet der wijsheid horen,
Eer gij God zelv' en Zijn Gezalfde hoont.
O rechters, tot den stoel der eer gekoren,
Verdraagt Zijn tucht, die u Zijn liefde toont.

6. Vreest 's HEEREN macht en dient Zijn Majesteit;
Juicht, bevend op 't gezicht van Zijn vermogen,
En kust den Zoon, van ouds u toegezeid;
Eer u Zijn toorn verdelg' voor aller ogen,
U op uw' weg tot stof doe wederkeren;
Wanneer Zijn wraak, getergd door uw gedrag,
U, onverhoeds, zou door haar gloed verteren,
Tot staving van Zijn langgehoond gezag.

7. Welzalig zij, die, naar Zijn reine leer,
In Hem hun heil, hun hoogst geluk beschouwen.
Die Sions Vorst erkennen voor hun HEER';
Welzalig zij, die vast op Hem betrouwen.

1. Waarom raast dat volk met zulken hoogmoed?
Waarom komen de heidenen te zamen?
Wat is 't dat hen vergeefs zo woeden doet,
En raadslaan van dingen die niet betamen?
De koningen hen te zamen verbinden,
De voornaamst' al zijn ook daartoe bedacht;
God te bestrijden zij hen onderwinden,
En Zijnen Gezalfde met grote macht.
 
2. Zij spreken t' zaam: Laat ons breken met een
Haar banden al waarmeed' zij ons verstrikken;
En 't jok dat z'ons hard opleggen gemeen,
Laat ons verwerpen en breken in stikken!
Maar God, Die den hemel bewoont geprezen,
Zal ze belachen; want haar doen Hij ziet.
Haar opstel zal van Hem bespottet wezen;
Want het is ijdel en God acht het niet.
 
3. Hij zal z' aanspreken elk bij zijnen naam,
In zijn gramschap, die grootlijks is te vruchten.
Hij zal ze verbaasd maken al te zaam
In Zijn toornigheid, die zeer is te duchten;
En zal spreken: Gij koningen wilt horen!
Van waar komt u dezen raadslag zo erg?
Ik heb Mijn Koning gezalfd en verkoren
Over Sion, Mijnen heiligen berg.
 
4. En Ik, Zijn Koning, van Hem toebereid,
Zal Gods oordeel spreken voor ieders oren,
't Welk is, dat Hij Mij klaarlijk heeft gezeid:
Gij zijt mijn Zoon, heden van Mij geboren;
Begeer van Mij, Ik zal U t' eender erven,
Veel volkeren haast maken onderdaan.
Een al zulk rijk zult Gij van Mij verwerven,
Dat tot den einde des aardrijks zal gaan.
 
5. Gij zult dragen enen ijzeren staf,
Om die al te dwingen dat z' U doen ere.
Gij zult z' in den wind verstrooien als kaf,
En morzelen als een aarden vat tere.
Dies gij koningen en vorsten der aarde,
Wilt Mijn onderwijs met harten ontvaan.
En gij richters, wilt met ootmoed aanvaarden
't Goed vermaan dat U van Mij werd gedaan.
 
6. Dient God met kinderlijke vreze goed,
Vreest Zijn gramschap en zoekt Hem te behagen.
Verblijdt U en beeft voor Hem met ootmoed.
Ziet dat gij Hem geen oorzaak geeft te klagen.
Kusset den Zoon, Dien Hij u heeft gezonden,
Dat Hij niet gram zij over uwe daad;
Opdat gij haast te zaam niet wordt verslonden,
En in uwen weg niet schrikk'lijk vergaat.
 
7. Want Zijn gramschap ontsteekt zeer haast en brandt
Gelijk een vuur, als men daarop niet achtet
Och, hoe zalig is hij in zulken stand,
Die Hem vertrouwt en op Zijn goedheid wachtet.

1. Wat drijft de volken, wat bezielt ze toch?
Wat is de waanzin toch die zij beramen?
De groten staan gewapend tot de slag,
de machtigen der wereld spannen samen.
't Is tegen het gezag van God de Here
en tegen zijn gezalfde vorst gericht:
"Komt", zeggen zij, "laat ons hun banden scheuren,
tot alle macht in onze handen ligt"!

2. Die in de hemel is gezeten lacht,
want Hij is God die eeuwig blijft regeren.
Hij spot met hen die spotten met zijn macht.
Hij kent zijn tijd, Hij is de Heer der heren.
Dan zal Hij spreken uit zijn hoge woning
en hen verschrikken in zijn grimmigheid:
"Ik wijdde mijn gezalfde tot een koning
op Sions berg, de berg der heiligheid".

3. Ik roep op aarde 't woord des Heren uit.
Hij sprak tot mij: "Zie Ik verwek u heden.
Gij zijt mijn zoon naar mijn vrij raadsbesluit.
Vraag Mij: Ik zal u met gezag bekleden.
Zie, al het volk tot in de verste streken,
de ganse aarde geef Ik in uw macht
Gij zult het aarden vat met ijzer breken,
ja, het verbrijz'len door uw grote kracht".

4. O machtigen, o koningen, weest wijs.
Laat u gezeggen, rechters zonder rede.
Vreest God den Heer en dient Hem naar zijn eis,
verheugd u bevend, zoekt bij Hem uw vrede.
Kust toch de zoon, opdat gij niet te gronde
gaat op uw weg. Te licht wordt hij getart
en kan zijn gramschap tegen u ontbranden.
Maar zalig zijn die schuilen aan zijn hart.

1. Wat drijft de volken, wat bezielt ze toch?
Wat is de waanzin toch die zij beramen?
De groten staan gewapend tot de slag,
de machtigen der wereld spannen samen.
't Is tegen het gezag van God den Here
en tegen zijn gezalfde vorst gericht:
'Komt', zeggen zij, 'laat ons hun banden scheuren,
tot alle macht in onze handen ligt!

2. Die in de hemel is gezeten lacht,
want Hij is God die eeuwig blijft regeren.
Hij spot met hen die spotten met zijn macht.
Hij kent zijn tijd, Hij is de Heer der heren.
Dan zal Hij spreken uit zijn hoge woning
en hen verschrikken in zijn grimmigheid:
"Ik wijdde mijn gezalfde tot een koning
op Sions berg, de berg der heiligheid."

3. Ik roep op aarde 't woord des Heren uit.
Hij sprak tot mij: "Zie Ik verwek u heden.
Gij zijt mijn zoon naar mijn vrij raadsbesluit.
Vraag Mij: Ik zal u met gezag bekleden.
Zie, al het volk tot in de verste streken,
de ganse aarde geef Ik in uw macht.
Gij zult het aarden vat met ijzer breken,
ja, het verbrijzlen door uw grote kracht."

4. O machtigen, o koningen, wees wijs.
Laat u gezeggen, rechters zonder rede.
Vreest God den Heer en dient Hem naar zijn eis,
verheugt u bevend, zoekt bij Hem uw vrede.
Kust toch de zoon, opdat gij niet te gronde
gaat op uw weg. Te licht wordt hij getart
en kan zijn gramschap tegen u ontbranden.
Maar zalig zijn die schuilen aan zijn hart.