Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Met enige regelmaat laat ik in 'mijn' gemeenten een psalm zingen uit De Nieuwe Psalmberijming. Misschien wel juist omdat ik gevoelig(er) ben geworden voor het argument dat we door psalmen te zingen het Woord van God zélf zingen. Lees meer »

Ds. L. van Rikxoort | Protestantse wijkgemeente Heemse-West en Gereformeerde Kerk Mariënberg

Ds. L. van Rikxoort
Protestantse wijkgemeente Heemse-West en Gereformeerde Kerk Mariënberg

Lees alle quotes

Psalm 46

De nieuwe psalmberijming

1. God, onze burcht, blijft voor ons zorgen,
in nood zijn wij bij Hem geborgen.
Wij krimpen niet van angst ineen,
al wankelt alles om ons heen,
al worden door de woeste golven
de hoge bergen haast bedolven:
De God van Jakob staat ons bij,
in zijn bescherming schuilen wij!

2. De stad waar God verblijft is heilig.
Fris water ruist – hier ben je veilig.
God helpt zodra de morgen daagt,
wanneer een vijand haar belaagt.
Hij laat de wankelende rijken
van mensen met één woord bezwijken. 
De God van Jakob staat ons bij,
in zijn bescherming schuilen wij!

3. Kijk hoe de HEER in alle landen
de wapens wegslaat uit de handen:
Hij breekt de boog, slaat stuk de speer,
brandt wagens weg – geen oorlog meer!
God spreekt: ‘Houd op! Ik ben verheven
hoog boven wie op aarde leven.’
De God van Jakob staat ons bij,
in zijn bescherming schuilen wij!

Tekst: Adriaan Molenaar

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. God, onze burcht, blijft voor ons zorgen,
in nood zijn wij bij Hem geborgen.
Wij krimpen niet van angst ineen,
al wankelt alles om ons heen,
al worden door de woeste golven
de hoge bergen haast bedolven:
De God van Jakob staat ons bij,
in zijn bescherming schuilen wij!

2. De stad waar God verblijft is heilig.
Fris water ruist – hier ben je veilig.
God helpt zodra de morgen daagt,
wanneer een vijand haar belaagt.
Hij laat de wankelende rijken
van mensen met één woord bezwijken. 
De God van Jakob staat ons bij,
in zijn bescherming schuilen wij!

3. Kijk hoe de HEER in alle landen
de wapens wegslaat uit de handen:
Hij breekt de boog, slaat stuk de speer,
brandt wagens weg – geen oorlog meer!
God spreekt: ‘Houd op! Ik ben verheven
hoog boven wie op aarde leven.’
De God van Jakob staat ons bij,
in zijn bescherming schuilen wij!

Tekst: Adriaan Molenaar

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

Alternatieve melodieën

Deze psalm heeft dezelfde melodie als Psalm 82

Deze psalm kan ook gezongen worden op de melodie van Psalm 7 en 59

1. God is een toevlucht voor de Zijnen,
Hun sterkt', als zij door droefheid kwijnen;
Zij werden steeds Zijn hulp gewaar,
In zielsbenauwdheid, in gevaar;
Dies zal geen vrees ons doen bezwijken,
Schoon d' aard' uit hare plaats mocht wijken,
Schoon 't hoogst gebergt', uit zijne stee,
Verzet wierd in het hart der zee.

2. Laat vrij het schuimend zeenat bruisen;
D' ontroerde waat'ren hevig ruisen;
De golven mogen, door haar woen,
Het berggevaarte daav'ren doen:
De stad, het heiligdom, de woning,
Van God, den allerhoogsten Koning,
Wordt in haar muren, t' allen tijd;
Door beekjes der rivier verblijd.

3. Geen onheil zal de stad verstoren,
Waar God Zijn woning heeft verkoren.
God zal haar redden uit de nood
Bij 't dagen van het morgenrood.
Men zag de heid'nen kwaad beramen;
De koninkrijken spanden samen;
Maar God verhief Zijn stem, en d' aard',
Versmolt, voor 's Hoogsten toorn vervaard.

4. De HEER', de God der legerscharen,
Is met ons, hoedt ons in gevaren.
De HEER' de God van Jakobs zaad,
Is ons een burg, een toeverlaat.
Komt, wilt op 's HEEREN daden merken;
Aanschouwt des Hoogsten grote werken;
Zijn macht, die nooit te stuiten is,
Maakt d' aarde tot een wildernis.

5. God stilt, alom, het orelogen;
Zijn arm verbreekt de taaie bogen,
Doet spies en speer aan stukken slaan,
En wagens door het vuur vergaan.
"Laat af", dus spreekt de HEER' der heeren,
"Weet, Ik ben God; elk moet Mij eren;
Het heidendom, ja, 't gans heelal,
Verhoge Mij met lofgeschal."

6. De HEER', de God der legerscharen,
Is met ons, hoedt ons in gevaren;
De HEER', de God van Jakobs zaad,
Is ons een burg, een toeverlaat.

1. Als ons de nood overvalt krachtig,
Ons burgt en heil is God almachtig;
Zulks bevinden wij in den nood,
En hebben in Hem troost zeer groot.
Dies vrezen wij in genen dinge,
Al waar 't dat de wereld verginge,
En de bergen hen wierpen snel
In 't midden der zee diep en fel.

2. Al waar 't dat 't water des meers diepe
Raasde t' zaam en ook overliepe;
Al waren teniet door zijn kracht
Bergen en steenrotsen gebracht;
Nochtans zullen de beken reine,
Ook menige klare fonteine,
De schone stad maken verblijd,
Daar God in woont tot allen tijd.

3. Midden in haar woont God geprezen,
En wil eeuwiglijk bij haar wezen.
Niets zal ze bewegen voortaan,
Want de Heer' wil z' altijd bijstaan.
Veel volks is ons geweest zeer tegen,
Koninkrijken hen ook bewegen;
Van haar gerucht, alzo dat scheen,
Verging d' aard' en hemel meteen.

4. In zulke stormen ende baren
Is met ons de Heer' der heirscharen;
God Jakobs is ons een burcht vast
Tegen geweld en overlast;
Komt toch al, wilt zien en bemerken
Onzes Gods grote wonderwerken;
Die Hij hier op der aarde doet,
Naar Zijne grote wijsheid goed.

5. Hij heeft over 't aardrijk in 't brede
Gestild de oorlogen zeer wrede.
Lansen, bogen heeft Hij in 't land
Vernield en de wagens verbrand,
Weest stil! (spreekt Hij) zijt toch gedachtig
Mijne grote sterkheid zeer machtig;
Ik ben de God zeer hoog geacht
Boven aller mensen geslacht.

6. Kortelijk, de God der heirscharen
Is met ons in stormen en baren;
God Jakobs is ons een burcht vast
Tegen geweld en overlast.

1. God is een toevlucht t' allen tijde,
die ons uit nacht en dood bevrijdde.
Al zou de aarde ondergaan,
wij zien het zonder vrezen aan.
Al staat geen berg meer vast, al dreigen
de zee‰n overhand te krijgen,
laat schuimend al hun golven slaan,
wij zien het zonder vrezen aan.

2. De Godsstad ligt aan blanke stromen.
God staat haar bij, de dag zal komen.
Hij woont in haar, zij wankelt niet,
zij kroont zijn heilig rijksgebied.
Al hebben volken zich verheven,
Hij roept en doet de aarde beven.
Hij is met ons, Hij wendt ons lot.
Een vaste burcht is onze God.

3. Komt en aanschouwt des Heren daden,
aanbidt zijn toorn en zijn genade;
zijn toorn die 't oorlogstuig verslindt,
zijn gunst waarin gij vrede vindt.
Hij spreekt: "Laat af, Ik ben de Here,
de Heilige die elk moet eren".
Hij is met ons, Hij wendt ons lot.
Een vaste burcht is onze God.

1. God is een toevlucht en een sterkte,
die in benauwdheid hulp bewerkte.
Wij vrezen voor geen enkel kwaad,
omdat de Heer ons niet verlaat.
Al zou de hele aarde wijken,
het bergland in de zee bezwijken,
laat bruisen heel de watervloed,
die alle bergen beven doet.

2. Een brede stroom verheugt Gods woning,
de stad van d' allerhoogste Koning.
Zij wankelt niet, want God troont daar,
bij 't morgenlicht bevrijdt Hij haar.
De volken hadden zich verheven,
God sprak - Hij deed de wereld beven.
Een vaste burcht voor Israël
is Jakobs God - Immanuël!

3. Komt en aanschouwt Gods grote werken,
de Here overwint de sterken.
Hij richt alom verwoesting aan
en doet de vijand ondergaan.
Want al zijn lansen en zijn bogen
vernietigt Hij voor aller ogen.
Staakt uw verzet en geeft Mij eer,
Ik ben de hoogverheven Heer.

4. De Heer, de God der legerscharen,
is met ons, redt ons uit gevaren.
Een vaste burcht voor Israël
is Jakobs God - Immanuël!