Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

In onze gemeente proberen we het oude van de traditie in verbinding te brengen met het nieuwe van nu. De Nieuwe Psalmberijming sluit daar perfect bij aan. Op deze manier kunnen we met jong en oud de psalmen blijven zingen. Lees meer »

Ds. E. de Jong | Doopsgezinde Gemeente te Ouddorp

Ds. E. de Jong
Doopsgezinde Gemeente te Ouddorp

Lees alle quotes

Psalm 97

De nieuwe psalmberijming

1. God is de hoogste Heer.
Aarde, bewijs Hem eer.
Klap juichend in de handen
tot aan de verste stranden.
Een wolk is zijn gewaad.
Zijn koningszetel staat
rotsvast op recht en wet.
Zijn hete adem zet
in brand wie Hem verlaat.

2. Wanneer zijn bliksemschicht
de aarde fel verlicht,
dan gaan zelfs bergen beven:
de HEER is zeer verheven.
De hemel vormt een fris
en sterk getuigenis
van zijn gerechtigheid.
De volken wereldwijd
zien hoe geducht Hij is.

3. Vereer de HEER alleen!
Wie aan een god van steen
zijn hart durft te verpanden,
zal eindigen in schande.
Het hele land zingt blij:
Gods rechtspraak staat ons bij.
Voor zijn robuuste kracht
zwicht elke kwade macht.
Niemand zo groot als Hij.

4. Dien jij de HEER oprecht,
gedraag je dan niet slecht,
maar doe getrouw het goede -
dan zal Hij je behoeden.
Op knechten van de HEER
daalt volop vreugde neer.
Wees blij, jij die Hem kent
en graag gehoorzaam bent.
Zijn naam verdient de eer!

Tekst: Arie Maasland

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. God is de hoogste Heer.
Aarde, bewijs Hem eer.
Klap juichend in de handen
tot aan de verste stranden.
Een wolk is zijn gewaad.
Zijn koningszetel staat
rotsvast op recht en wet.
Zijn hete adem zet
in brand wie Hem verlaat.

2. Wanneer zijn bliksemschicht
de aarde fel verlicht,
dan gaan zelfs bergen beven:
de HEER is zeer verheven.
De hemel vormt een fris
en sterk getuigenis
van zijn gerechtigheid.
De volken wereldwijd
zien hoe geducht Hij is.

3. Vereer de HEER alleen!
Wie aan een god van steen
zijn hart durft te verpanden,
zal eindigen in schande.
Het hele land zingt blij:
Gods rechtspraak staat ons bij.
Voor zijn robuuste kracht
zwicht elke kwade macht.
Niemand zo groot als Hij.

4. Dien jij de HEER oprecht,
gedraag je dan niet slecht,
maar doe getrouw het goede -
dan zal Hij je behoeden.
Op knechten van de HEER
daalt volop vreugde neer.
Wees blij, jij die Hem kent
en graag gehoorzaam bent.
Zijn naam verdient de eer!

Tekst: Arie Maasland

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

1. God heerst als Opperheer;
Dat elk Hem juichend eer'.
Gij, aarde, zee en eiland,
Verheugt u in uw Heiland.
Hem dekt met majesteit
Der wolken donkerheid.
Hij vestigt Zijnen troon
Op heil'ge rijksgeboon,
Vol recht en wijs beleid.

2. Een vuurgloed gaat Hem voor,
Den gansen hemel door,
En blaakt aan alle zijden
Hen, die Zijn macht bestrijden.
Zijn felle bliksemschicht
Snelt door al 't zwerk, verlicht
Den gansen wereldkloot.
Het aardrijk ziet zijn nood,
En ijst, en beeft, en zwicht.

3. 't Gebergte smelt als was,
En wordt geheel tot as,
Voor 't aangezicht des HEEREN,
Wien al wat leeft moet eren.
't Verbaasde hemelrond
Meldt, in dien naren stond,
Zijn billijkheid en macht;
De volken zien Zijn kracht
Op 's aardrijks ruimen grond.

4. Dat ieder schaamrood zij,
Die, onbeschroomd en vrij,
Een beeld durft eer bewijzen
En nietig' afgoon prijzen,
Den waren God ten hoon.
Knielt voor Hem, al gij goon;
Zwicht voor den Opperheer;
Buigt u met ootmoed neer
Voor Zijn geduchten troon.

5. Gans Sion was verheugd,
En juicht', o HEER', van vreugd,
Met Juda's docht'renscharen,
Wanneer 't de blijde maren
Uws oordeels had gehoord;
Want Gij heerst ongestoord,
En toont Uw macht alom,
Ver boven 't godendom,
't Welk siddert voor Uw woord.

6. Beminnaars van den HEER',
Verbreiders van Zijn eer,
Hoopt steeds op Zijn genade
En haat altoos het kwade.
Hij, die in tegenspoed
Zijn gunstgenoten hoedt,
Verleent hun onderstand,
En redt z' uit 's bozen hand,
Die op hun onschuld woedt.

7. Gods vriend'lijk aangezicht,
Heeft vrolijkheid en licht
Voor all' oprechte harten,
Ten troost verspreid in smarten.
Juicht, vromen, om uw lot;
Verblijdt u steeds in God,
Roemt, roemt Zijn heiligheid;
Zo word' Zijn lof verbreid
Voor al dit heilgenot.

1. Een Koning is de Heer,
Dies moet verblijden zeer
In Hem dat gans aardrijke,
D' eilanden desgelijke;
Der wolken duisterheid
Verbergt Zijn Majesteit
En Zijn stoel metterdaad,
Zeer vastelijk bestaat
Door Zijn gerechtigheid.

2. Een groot vuur voor Hem gaat,
't Welk rondomme verslaat,
En doet al Zijn vijanden
Gans tot asse verbranden.
Den bliksem fel Hij schiet
Over 't aardrijk met vliet,
Hij weerlicht hier en daar,
't Aardrijk is vol gevaar
En beeft als 't dit aanziet.

3. De bergen niet bestaan,
Maar als dat was vergaan
Voor God, een Heerser machtig
Des aardbodems zeer krachtig.
De hemelen doen kond,
En 't firmament vermondt
Gods gerechtigheid goed;
En 't aardrijk bemerkt vroed.
Zijn eer tot dezer stond.

4. Dat zij werden beschaamd,
Die daar ('t welk niet betaamt)
Tot beelden zijn gevloden
En dienen de afgoden.
Gij eng'len al te zaam
Aanbidt den Heer bekwaam.
Sion, die Godes woord
Met vreugde heeft gehoord,
Verblijd in Zijnen Naam.

5. O Heer, Uw regiment
Den dochteren bekend
Van Juda uitgelezen,
Werd zeer van haar geprezen.
Want Gij nu verhoogd zijt
In alle landen wijd;
Meer zijt Gij door Uw kracht
Dan de goden geacht,
Nu en tot allen tijd.

6. Gij, die den Heer bemint
En hartelijk bezint,
Wilt toch de boosheid haten
En ganselijk verlaten;
Want God 't leven bewaart
Zijner knechten vermaard.
Die Hij verlossen zal
Van de godd'lozen al,
En maken z' onbezwaard.

7. Den vromen zal voortaan
't Licht des troostes opgaan;
Blijdschap komt na veel smarten
Allen oprechten harten.
Komt dan, gij vromen rein,
Verblijdt u groot en klein;
In den Heer u verheugt
En prijst (zijnde vol vreugd)
Zijn goedheid in 't gemein.

1. Groot Koning is de Heer.
Volken, bewijst Hem eer,
breek uit in jubel, aarde,
nu Hij de macht aanvaardde.
De landen wijd en zijd
zijn in zijn naam verblijd.
Op recht en op gericht
heeft Hij zijn troon gesticht.
in de verborgenheid.

2. Een vuur, een laaiend licht
gaat voor zijn aangezicht,
het schroeit die Hem genaken,
verzengt die aan Hem raken.
Als Hij zijn bliksem slaat,
beeft alles wat bestaat;
wat hoog verheven was,
't gebergte brandt tot as
voor zijn vertoornd gelaat.

3. De hemel, Heer, verbreidt
alom uw majesteit,
uw glorie komt getogen
voor aller volken ogen.
Hen, die zich wendden tot
een beeld, een leugengod,
hebt Gij beschaamd, o Heer;
gij goden, buigt u neer:
Hij heeft uw macht geknot.

4. God trad voor ons in 't krijt.
Uw volk, Heer, is verblijd.
Hoor, Sions dochters zingen
van uwe rechtsgedingen.
O Koning van 't heelal,
die eeuwig heersen zal,
hoog boven godenmacht
verheft Gij U en lacht.
Wij juichen om hun val.

5. Gij die God liefhebt, haat
hetgeen Hem tegenstaat.
Hij heeft zijn hart ontsloten
voor al zijn gunstgenoten.
Hij redt u uit de hand
van die u overmant;
uw leven is bewaard
bij Hem die heerst op aard;
de Heer strijdt aan uw kant.

6. Gods heil, Gods glorie staat
licht als de dageraad
reeds voor het oog te gloren
van wie Hem toebehoren.
En vreugde van de Heer
stroomt in hun harten neer.
Gij die rechtvaardig zijt,
weest in de Heer verblijd.
Zijn naam zij lof en eer!

1. Groot Koning is de Heer.
Volken, bewijst Hem eer,
breek uit in jubel, aarde,
nu Hij de macht aanvaardde.
De landen wijd en zijd
zijn in zijn naam verblijd.
Op recht en op gericht
heeft Hij zijn troon gesticht.
in de verborgenheid.

2. Een vuur, een laaiend licht
gaat voor zijn aangezicht,
het schroeit die Hem genaken,
verzengt die aan Hem raken.
Als Hij zijn bliksem slaat,
beeft alles wat bestaat;
wat hoog verheven was,
't gebergte brandt tot as
voor zijn vertoornd gelaat.

3. De hemel, Heer, verbreidt
alom uw majesteit,
uw glorie komt getogen
voor aller volken ogen.
Hen, die zich wendden tot
een beeld, een leugengod,
hebt Gij beschaamd, o Heer;
gij goden, buigt u neer:
Hij heeft uw macht geknot.

4. God trad voor ons in 't krijt.
Uw volk, Heer, is verblijd.
Hoor, Sions dochters zingen
van uwe rechtsgedingen.
O Koning van 't heelal,
die eeuwig heersen zal,
hoog boven godenmacht
verheft Gij U en lacht.
Wij juichen om hun val.

5. Gij die God liefhebt, haat
hetgeen Hem tegenstaat.
Hij heeft zijn hart ontsloten
voor al zijn gunstgenoten.
Hij redt u uit de hand
van die u overmant;
uw leven is bewaard
bij Hem die heerst op aard;
de Heer strijdt aan uw kant.

6. Gods heil, Gods glorie staat
licht als de dageraad
reeds voor het oog te gloren
van wie Hem toebehoren.
En vreugde van de Heer
stroomt in hun harten neer.
Gij die rechtvaardig zijt,
weest in de Heer verblijd.
Zijn naam zij lof en eer!