Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

In onze gemeente willen we graag de psalmen blijven zingen. Het zijn prachtige liederen waarin allerlei aspecten van het leven met God bezongen worden. Helaas was de mooie inhoud soms in lastige of ouderwetse taal verstopt. De Nieuwe Psalmberijming helpt om te begrijpen wat we zingen. Lees meer »

Ds. E.C. Vreugdenhil | Gereformeerde Kerk Katwijk aan Zee

Ds. E.C. Vreugdenhil
Gereformeerde Kerk Katwijk aan Zee

Lees alle quotes

Psalm 29

De nieuwe psalmberijming

1. Engelen, geef aan de HEER,
geef Hem heerlijkheid en eer.
Kniel en zing over Gods faam:
‘Heilig, heilig is zijn naam!’
Hoor, zijn stem spreekt in orkanen,
echoot over oceanen;
heel de aarde ziet het wonder
van zijn bliksems en zijn donder.

2. Onze HEER heeft alle macht.
Hoor, Hij spreekt met grote kracht.
Bomen buigen neer voor Hem,
ceders schudden door zijn stem.
Ja, de dikke takken breken
als de HEER begint te spreken.
Hoge heuvels, bergen, bossen
springen op als jonge ossen.

3. Onze HEER spreekt in het vuur,
op de steppen, kaal en guur.
Door woestijnen galmt zijn woord,
het wordt overal gehoord. 
Bij de dieren die Hem horen
worden veulentjes geboren;
want zijn stem laat alles beven.
Hij is HEER van dood en leven.

4. In de tempel van de HEER
klinkt een lofzang op zijn eer,
Hij regeert met vaste hand
over zee en vasteland.
Deze koning is almachtig,
Hij beschermt zijn mensen krachtig.
Door zijn woord komt Hij ons tegen
met zijn vrede en zijn zegen.

Tekst: Arjen Vreugdenhil

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Engelen, geef aan de HEER,
geef Hem heerlijkheid en eer.
Kniel en zing over Gods faam:
‘Heilig, heilig is zijn naam!’
Hoor, zijn stem spreekt in orkanen,
echoot over oceanen;
heel de aarde ziet het wonder
van zijn bliksems en zijn donder.

2. Onze HEER heeft alle macht.
Hoor, Hij spreekt met grote kracht.
Bomen buigen neer voor Hem,
ceders schudden door zijn stem.
Ja, de dikke takken breken
als de HEER begint te spreken.
Hoge heuvels, bergen, bossen
springen op als jonge ossen.

3. Onze HEER spreekt in het vuur,
op de steppen, kaal en guur.
Door woestijnen galmt zijn woord,
het wordt overal gehoord. 
Bij de dieren die Hem horen
worden veulentjes geboren;
want zijn stem laat alles beven.
Hij is HEER van dood en leven.

4. In de tempel van de HEER
klinkt een lofzang op zijn eer,
Hij regeert met vaste hand
over zee en vasteland.
Deze koning is almachtig,
Hij beschermt zijn mensen krachtig.
Door zijn woord komt Hij ons tegen
met zijn vrede en zijn zegen.

Tekst: Arjen Vreugdenhil

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

Video-opname

1. Aardse machten, looft den HEER'!
Geeft den HEERE sterkt' en eer.
Dat de lof van 's Hoogsten Naam,
Aller groten roem beschaam'.
Vorsten, 't voegt u, Hem, in 't midden;
Van Zijn heiligdom t' aanbidden,
't Voegt u, met de Godgetrouwen,
's HEEREN heerlijkheid t' ontvouwen.

2. 's HEEREN stem, op 't hoogst geducht,
Rolt en klatert door de lucht.
Berst, met vreselijk geluid,
Op de grote waat'ren uit.
Klinkt, met nadruk en vermogen,
Heerlijk uit de hemelbogen.
't Schepsel beeft en staat verwonderd,
Als de God der ere dondert.

3. 's HEEREN wonderstem verbreekt,
Als Zijn grimmigheid ontsteekt,
't Ceed'renbos van Libanon,
Schudt den hogen Sirion.
Ceed'ren, uit den grond gewrongen,
Hupp'len als der rund'ren jongen,
Bergen voelen sidderingen,
Daar z' als wilde stieren springen.

4. 's HEEREN stem verbaast natuur,
Houwt uit bergen vlammend vuur.
Schiet van 't zwerk den bliksem neer.
Kades beeft voor 't buld'rend weer.
Woestenijen slaan aan 't zuchten.
Hinden krijgen, onder 't vluchten,
Barenswee ; door vrees gedrongen,
Werpen z', in dien nood, haar jongen.

5. 's HEEREN stem ontbloot het woud;
Maar hij, die op God vertrouwt,
Buigt zich veilig, Hem ter eer,
Juichend in Zijn tempel neer.
't Is de HEER', Wiens wenk de stromen
In hun woede kon betomen;
Die, in macht nooit af te meten,
Eeuwig is ten troon gezeten.

6. Looft den HEER', die wond'ren werkt;
Israel, Zijn volk, versterkt.
Hem, die Jakobs heilig kroost
Zeeg'nen zal met vreed' en troost.

1. Gij prinsen, en gij heren, 
Begaafd met grote ere,
Schrijft God toe altezamen
Zijn kracht en lof bekwame. 
Wilt Hem zulken prijs bewijzen, 
Als Zijn macht, niet om volprijzen,
Toestaat, en in Zijn woning goed
Buiget Hem de knien met ootmoed.
 
2. Gods stem werd gehoord krachtig 
Op de wateren machtig; 
In 's hemels wolken zeer klaar 
Werd ook Gods kracht openbaar, 
Zijn stemme (niet om versterken) 
Getuigt van Zijn grote werken; 
Zijn stem is vol t' allen stonden 
Van heerlijke kracht bevonden.
 
3. Gods stem slaat met onweder 
De cederbomen neder, 
Op Liban den berg geplant, 
En d' ander bergen in 't land,
Hij doet die springen te degen. 
Zo de jonge kalvers plegen,
En als de jong' eenhoornen doen,
Die opspringen in bossen groen.
 
4. Gods stem doorsnijdt en scheidet 
't Vuur en zijn vlam uitbreidet;
Hij doet 't dal Kades beven,
Met de dalen daarneven. 
Hij schrikt de hinden kleinmoedig, 
En doet ze misvallen spoedig;
Hij doet de bossen groen en groot,
Door Zijn kracht worden dor en bloot.
 
5. Maar ieg'lijk gaat bij dezen
In Gods tempel geprezen,
En daar hij placht te beven, 
Hij looft Hem al zijn leven. 
Des waters, dat men vreest zere, 
Des zondvloeds, is God een Heere;
En Zijn koninkrijke voortaan
Zal eeuwiglijk vast blijven staan.
 
6. Daarom zal de Heer wezen 
Zijns volks kracht uitgelezen; 
Vreed' en goed zal hem geven
Onze God hoog verheven.

1. Gij die hoog verheven zijt,
geeft den Here heerlijkheid,
geeft des Heren naam de eer,
buigt u juichend voor Hem neer.
Hoort de grote stem des Heren,
alles moet zich tot Hem keren.
Machten, die het hoofd opsteken,
worden stil als God gaat spreken.

2. Op de waat'ren wijd en zijd
dreunt zijn stem vol majesteit.
Grote vloeden stuwt Hij voort
en Hij dwingt ze met zijn woord.
Donderslagen doet hij spreken
en de watermassa's smeken.
Hoort de grote God der ere!
machtig is de stem des Heren.

3. Sterke bomen buigt zijn stem.
Hoogten knielen neer voor Hem.
Zelfs de trotse ceder breekt
als de storm zijn machtwoord spreekt.
Bergen als gehoornde dieren
springen op om God te vieren.
In de reidans voor zijn ogen
wordt de Libanon bewogen.

4. Uit het hart der duisternis,
uit de nacht van het gemis,
houwt des Heren stem het licht
als een vlam, een bliksemschicht.
Ja, zijn stem is op de steppe
als de winden die zich reppen;
als de storm zal Hij verschijnen,
beven doet Hij de woestijnen.

5. Tot in 't diepste van het bos
maakt zijn stem de stammen los,
plant de echo van het woord
zich in dood en leven voort.
Ja, zijn stem in storm en regen
brengt ontzetting allerwegen.
Maar die in zijn huis verkeren
zingen luid de lof des Heren.

6. Boven 't bodemloos geweld
heeft de Heer zijn troon gesteld.
Hij die zetelt op de vloed,
Koning zal Hij zijn voorgoed.
Levenskracht zal Hij ons geven,
ja, zijn volk zal Hij doen leven.
Overvloedig deelt Hij mede
voorspoed en geluk en vrede.

1. Hemelingen, buigt u neer,
geeft de Here kracht en eer,
geeft de Here heerlijkheid,
looft zijn naam en majesteit.
Looft Hem om zijn grote daden,
dient Hem in uw feestgewaden.
Komt u voor de Here buigen,
hulde aan uw God betuigen.

2. Machtig is des Heren stem,
wateren weerkaatsen hem.
Door de God der Heerlijkheid
klinkt de donder wereldwijd.
Boven het geweld der meren
klinkt de sterke stem des Heren,
want des Heren stem is krachtig,
vol van luister, groots en machtig.

3. Hoort zijn stem, die bomen velt,
ceders breekt met zijn geweld.
Als een kalf danst Libanon,
als een woudos de Sirjon.
's Heren stem splijt zware stammen,
bliksem doet het hout ontvlammen.
De woestijnen doet Hij dreunen,
Kades' wildernissen kreunen.

4. Door de kracht van 's Heren woord
brengen hinden jongen voort.
't Woud wordt van zijn schors ontdaan,
niets kan Gods geweld weerstaan.
Maar in zijn verheven woning
zal een ieder aan de koning
lof en Heerlijkheid bewijzen
en Hem om zijn grootheid prijzen.

5. God, de Here, troont voorgoed
op de grote watervloed.
Hij is Koning voor altijd,
ja, Hij heerst in eeuwigheid.
Want de Here is almachtig,
maakt zijn volk zijn gunst deelachtig.
Hij schenkt kracht en op hun bede
zegent Hij zijn volk met vrede.