Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

In onze gemeente willen we graag de psalmen blijven zingen. Het zijn prachtige liederen waarin allerlei aspecten van het leven met God bezongen worden. Helaas was de mooie inhoud soms in lastige of ouderwetse taal verstopt. De Nieuwe Psalmberijming helpt om te begrijpen wat we zingen. Lees meer »

Ds. E.C. Vreugdenhil | Gereformeerde Kerk Katwijk aan Zee

Ds. E.C. Vreugdenhil
Gereformeerde Kerk Katwijk aan Zee

Lees alle quotes

Psalm 30

De nieuwe psalmberijming

1. U prijs ik, HEER, want U genas
mijn ziekte die zo dreigend was.
De vijand zwijgt, want tot zijn spijt
hebt U mij van de dood bevrijd.
U trok mij uit het graf naar boven.
Omdat ik leef, wil ik U loven!

2. Kom, trouwe dienaars van de HEER,
zing met mij mee en geef Hem eer!
Zijn woede duurt maar één moment,
terwijl zijn gunst geen einde kent.
Al is de avond vol van zorgen,
vol vreugde is de nieuwe morgen.

3. Ik was in zorgeloze rust
mij van mijn zwakheid niet bewust,
want U, HEER, was mij steeds nabij;
het ging bijzonder goed met mij.
Toen hebt U zich teruggetrokken
en ik ben vreselijk geschrokken.

4. Ik riep: ‘Wat hebt U er toch aan
als U mij nu laat ondergaan?
Wanneer ik weer tot stof verteer,
klinkt uit mijn mond geen loflied meer.
Genade, HEER; kom mij bevrijden;
U heb ik nodig in mijn lijden.’

5. U gaf mijn leven nieuwe glans.
Mijn klacht ging over in een dans.
Eerst liep ik in een rouwgewaad,
nu ga ik zingend over straat.
Mijn vreugde wil ik niet bedwingen:
voor eeuwig zal ik voor U zingen!

Tekst: Adriaan Molenaar

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. U prijs ik, HEER, want U genas
mijn ziekte die zo dreigend was.
De vijand zwijgt, want tot zijn spijt
hebt U mij van de dood bevrijd.
U trok mij uit het graf naar boven.
Omdat ik leef, wil ik U loven!

2. Kom, trouwe dienaars van de HEER,
zing met mij mee en geef Hem eer!
Zijn woede duurt maar één moment,
terwijl zijn gunst geen einde kent.
Al is de avond vol van zorgen,
vol vreugde is de nieuwe morgen.

3. Ik was in zorgeloze rust
mij van mijn zwakheid niet bewust,
want U, HEER, was mij steeds nabij;
het ging bijzonder goed met mij.
Toen hebt U zich teruggetrokken
en ik ben vreselijk geschrokken.

4. Ik riep: ‘Wat hebt U er toch aan
als U mij nu laat ondergaan?
Wanneer ik weer tot stof verteer,
klinkt uit mijn mond geen loflied meer.
Genade, HEER; kom mij bevrijden;
U heb ik nodig in mijn lijden.’

5. U gaf mijn leven nieuwe glans.
Mijn klacht ging over in een dans.
Eerst liep ik in een rouwgewaad,
nu ga ik zingend over straat.
Mijn vreugde wil ik niet bedwingen:
voor eeuwig zal ik voor U zingen!

Tekst: Adriaan Molenaar

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

Alternatieve melodieën

Deze psalm heeft dezelfde melodie als Psalm 76 en 139

1. Ik zal met hart en mond, o HEER',
Uw Naam verhogen en Uw eer,
Dewijl Gij mij Uw bijstand boodt,
Mij optrokt uit den diepsten nood;
Zodat de vijand in mijn lijden
Zich over mij niet mocht verblijden.

2. Mijn God, Gij hebt mij, op mijn klacht,
Genezen, en mijn smart verzacht!
Gij hebt mijn ziel, door angst beroerd,
Als uit het graf weer opgevoerd.
Gij hebt het leven mij geschonken;
Ik ben niet in den kuil gezonken.

3. Psalmzingt, Gods gunstgenoten, geeft,
Geeft lof den HEER', die eeuwig leeft:
Zijn vlekkeloze heiligheid
Zij ter gedachtenis verbreid.
Een ogenblik moog' ons doen beven,
Zijn gunst verduurt een eeuwig leven.

4. Perst eens de bitt're tegenspoed
Des avonds het benauwd gemoed,
Tot naar gejammer en geklag,
Nauw rijst des morgens vroeg de dag,
Of God verleent, in plaats van lijden,
Weer stof tot juichen en verblijden.

5. Ik sprak, door mijn geluk misleid:
"Ik wankel niet in eeuwigheid ".
Want Gij hadt mijnen berg, o HEER',
Door Uwe gunst, Uw Naam ter eer,
Zo vast gezet, alsof gevaren
En rampen nu verdwenen waren.

6. Maar, toen G' U slechts een ogenblik
Verbergdet, trof mij vrees en schrik.
Dies riep ik om Uw heilgenot;
Ik smeekt' en zeid': "O grote God,
Wat winst is uit mijn bloed te halen?
Waartoe zou ik ten grave dalen?

7. Zou in den kuil 't ontzielde stof,
Den mond ontsluiten tot Uw lof;
En van Uw redding zingen ? Zou
Het daar verkondigen Uw trouw?
Hoor mij, o HEER', help mij genadig.
Bekroon mij met Uw gunst gestadig".

8. Gij hebt mijn weeklacht en geschrei
Veranderd in een blijden rei;
Mijn zak ontbonden, en mij weer
Met vreugd omgord; opdat mijn eer
Niet zwijg' ; Zo klimt Uw lof naar boven.
Mijn God, U zal ik eeuwig loven.

1. Nadat Gij, Heer, mij hebt bevrijd,
En dat Gij ook nimmermeer lijdt,
Dat mijn vijanden hebben vrij
Oorzaak, om te spotten met mij;
Den prijs, dien Gij hierom zijt waardig,
Te zingen wil ik zijn volvaardig.

2. Als ik U heb geroepen aan,
Gezondheid heb ik, Heer! ontvaan.
Ik was ter helle gedaald schier,
Als Gij mij uittokt goedertier:
't Leven hebt Gij mij willen sparen.
Daar ik in 't graf was afgevaren.

3. Gij all' die Zijn goedheid bekent,
Verbreidt Zijn eer, maakt zonder end
Heerlijk Zijnen Naam, naar Zijn woord.
God is nimmermeer zo verstoord,
Of Zijnen toorn, die elk doet schrikken.
En vergaat gans zeer haastelikken.

4. Maar Zijn genaad' en goedigheid,
Door ons gans leven Hij uitspreidt;
Daarom het ook dikwijls geschiedt,
Dat wij 's avonds hebben verdriet;
Maar als de dag is opgestanden,
Komt ons oorzaak van vreugd voorhanden.

5. Als 't mij al naar mijnen lust ging,
Bij mij te spreken ik aanving:
Ik ben nu zeker wel verzorgd;
Want Uw goedheid was mijnen borcht,
Uw kracht onderhield mij, Heer goedig!
Gij gaaft mij alles overvloedig.

6. Maar als Gij hebt Uw aanzicht haast
Afgewend, mijn hart werd verbaasd;
Dan riep ik tot den Heere goed,
En sprak tot Hem in groot ootmoed:
Heer, wat nut zult Gij toch ontvangen,
Als mijn leven zal zijn vergangen?

7. Als ik tot stof ben gemaakt, Heer!
Zal ik dan vorderen Uw eer?
Of verbreiden Uw waarheid klaar?
Verhoor mij toch in dit gevaar;
Wil mij naar Uw goedheid aanmerken,
Zijt mijn Bewaarder, wil mij sterken.

8. Gij hebt mijn benauwdheid verkeerd
In vreugd, en hebt den zak geweerd,
Des druks en mij met vreugd bekleid;
Dies zal met lofzang zijn verbreid
Door mij Uwen lof en Uw krachten,
Die bestaan in alle geslachten.

1. Dank, Heer, Gij hebt het niet gedoogd
dat vreugd mijn vijand heeft verhoogd!
Mijn God, om hulp riep ik U aan,
en Gij schonkt mij dit nieuw bestaan!
Het donker doodsrijk met zijn dreiging
werd tot een schaduw die voorbijging.

2. Heft tot zijn eer een lofzang aan,
gij die den Heer zijt toegedaan.
Zijn gramschap duurt een kleine tijd,
een leven zijn goedgunstigheid.
Die wenend 's nachts is neergezegen
gaat met gejuich het zonlicht tegen.

3. Hoe zorgeloos had ik gedacht
dat ik, bevestigd door uw kracht,
o Here, boven elk gevaar
stond als een berg, onwankelbaar!
Maar nauw'lijks hield Gij U verborgen,
of mij omringden schrik en zorgen.

4. Ik riep U aan in grote nood:
"Ach Heer, wat winst is in mijn dood?
Zal ik nog zingen tot uw lof,
als ik terneerlig, stof in stof?
Heer, hoor mij, zend mij uw bescherming!
Heer, red mij, toon mij uw ontferming!"

5. Gij hebt mijn weeklacht en geschrei
veranderd in een blijde rei!
Mijn rouwkleed hebt Gij weggedaan,
uw vreugdekleed deed Gij mij aan,
dat ik zou zingen tot uw ere
in eeuwigheid, mijn God, mijn Here!

1. U zal ik loven, trouwe Heer,
ik kreeg van U het leven weer.
U was het, die mij uitkomst bood,
mij optrok uit mijn diepe nood.
Mijn vijand kon zich niet verblijden,
geen vreugde scheppen in mijn lijden.

2. Mijn God, U hebt mij op mijn klacht
genezen en mijn leed verzacht.
U hebt mij aan de dood ontrukt,
'k ga onder smart niet meer gebukt.
U hebt het leven mij gegeven
en mij aan dood en graf ontheven.

3. Psalmzingt, wie 's Heren gunst geniet.
Zijn naam zij heilig in uw lied.
Maakt korte tijd zijn toorn u bang,
zijn liefde duurt uw leven lang.
De avond daalt met angst en klachten,
de ochtend zal met vreugd u wachten.

4. Ik dacht, door overmoed misleid:
Ik wankel niet in eeuwigheid.
Uw gunst, o Heer, die mij bewaakt,
had zelf mijn berg rotsvast gemaakt.
Toen hebt Gij uw gelaat verborgen:
ik werd vervuld van schrik en zorgen.

5. Ik riep tot U met heel mijn hart:
Ontferm U, Heer, gedenk mijn smart.
Wat zou de winst zijn van mijn dood,
als boven mij het graf zich sloot?
Kan ooit het stof uw grootheid prijzen,
zal dat uw trouw soms eer bewijzen?

6. Hoor, Here, let op mijn gebed,
wees mij een helper die mij redt.
Ik zoek uw aangezicht, o Heer,
schenk mij uw trouw en liefde weer.
Toon mij uw gunst en wees weldadig,
kom mij te hulp, hoor mij genadig.

7. U hebt mijn rouwklacht en geschrei
veranderd in een blijde rei.
Mijn rouwkleed hebt U weggedaan,
een vreugdekleed deed U mij aan.
Zo klinkt, o Heer, mijn psalm naar boven.
Mijn God, U zal ik altijd loven.