Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

De Geneefse Psalmen liggen me na aan het hart, maar de huidige vertaling uit het Gereformeerd Kerkboek is sterk verouderd. Soms is dat niet erg, want herkenbaarheid is voor ouderen erg belangrijk. Maar vanaf de kansel zie ik jongeren en masse hun mond houden; ze weten niet meer wat ze zingen. Lees meer »

Matthijs van der Welle| Kandidaat binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt

Matthijs van der Welle
Kandidaat binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt

Lees alle quotes

Psalm 28

De nieuwe psalmberijming

1. HEER, sterke rots, wil mij verhoren:
ik schreeuw om hulp, ik ga verloren.
Als U blijft zwijgen wordt mijn leven
aan graf en stilte prijsgegeven.
Uw tempel is mijn toevluchtsoord;
laat merken, HEER, dat U mij hoort.

2. Werp mij niet weg met slechte mensen
die mij schijnheilig vrede wensen.
‘Het ga je goed!’ – dat zijn hun woorden,
terwijl ze liever mij vermoorden.
In kwaad en onrecht zijn ze sterk.
HEER, laat hen boeten voor hun werk.

3. Blind zijn ze, tot hun eigen schade,
voor God en voor Gods grote daden.
Hij straft hun onrecht en hun zonden,
richt hun bestaan voorgoed te gronde.
God heeft geluisterd naar mijn stem.
Juichend zing ik een lied voor Hem.

4. Mijn kracht, mijn schild, mijn hartsvertrouwen,
mijn lied, mijn rots om op te bouwen!
U leidt uw volk daadkrachtig verder,
hun burcht bent U, hun goede herder.
HEER, draag de schapen die U weidt,
uw kudde, tot in eeuwigheid.

Tekst: Bob Vuijk

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. HEER, sterke rots, wil mij verhoren:
ik schreeuw om hulp, ik ga verloren.
Als U blijft zwijgen wordt mijn leven
aan graf en stilte prijsgegeven.
Uw tempel is mijn toevluchtsoord;
laat merken, HEER, dat U mij hoort.

2. Werp mij niet weg met slechte mensen
die mij schijnheilig vrede wensen.
‘Het ga je goed!’ – dat zijn hun woorden,
terwijl ze liever mij vermoorden.
In kwaad en onrecht zijn ze sterk.
HEER, laat hen boeten voor hun werk.

3. Blind zijn ze, tot hun eigen schade,
voor God en voor Gods grote daden.
Hij straft hun onrecht en hun zonden,
richt hun bestaan voorgoed te gronde.
God heeft geluisterd naar mijn stem.
Juichend zing ik een lied voor Hem.

4. Mijn kracht, mijn schild, mijn hartsvertrouwen,
mijn lied, mijn rots om op te bouwen!
U leidt uw volk daadkrachtig verder,
hun burcht bent U, hun goede herder.
HEER, draag de schapen die U weidt,
uw kudde, tot in eeuwigheid.

Tekst: Bob Vuijk

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

1. Ik roep tot U, o eeuwig Wezen!
Mijn rotssteen, nooit naar eis volprezen.
Wend niet, als doof, van mij Uw oren!
Zwijg niet; laat mij Uw antwoord horen.
Opdat ik niet gerekend word',
Met die in 't graf zijn neergestort.

2. Hoor naar mijn stem en kermend smeken,
Als ik mijn handen op zal steken,
Naar d' aanspraakplaats, uw heil'ge woning.
Trek mij niet weg, o Opperkoning,
Met hen, wier argelistigheid,
In schijn van vrede, kwaad bereidt.

3. Doe 't kwade, bij hen ondernomen,
Op hen, naar hun verdiensten, komen.
Geef hun, opdat z' Uw hoogheid merken,
Naar hun verkeerd' en boze werken.
Dat Uw gestrenge geselroe
Hun, naar het recht, vergelding doe.

4. Omdat zij nooit naar 't werk des HEEREN,
Oplettend hart of ogen keren;
Maar onbedacht en stout versmaden,
Het oogwit Zijner grote daden,
Zal Hij hen doen te gronde gaan.
Ontbloot van hulp om op te staan.

5. Geloofd zij God, wiens open oren,
Mijn smeekstem gunstig wilden horen.
Hij is mijn sterkt' en schild in 't strijden,
'k Vertrouwd' op Hem, Hij hielp m' uit lijden;
Dies springt mijn hart van juichensstof,
En zingt des Allerhoogsten lof.

6. God geeft Zijn gunstvolk moed en krachten,
Hij zal, in weerwil aller machten,
Zijn Rijksgezalfde staag behoeden,
Red, HEER', Uw Isrel uit al 't woeden.
Geef zegen aan Uw erv', en weid
Uw volk, verhef z' in eeuwigheid.

1. O Heer! Gij zijt mijn sterkte machtig,
Tot U is 't, dat ik bidde klachtig;
Zwijg niet stil, o mijn God geprezen!
Of anders zo moet ik nu wezen
Enen mense gans'lijk gelijk,
Die men begraaft in dat aardrijk.

2. Wil Heer! verhoren al mijn klagen,
Als ik schreie, zijnde verslagen,
In Uw heilig huis vol met ere.
Laat mij met hen niet ‚‚n zijn, Heere!
Die nergens in blijdschap ontvaan,
Dan in het kwaad, dat zij begaan.

3. Zij spreken van vreed' allerwegen,
Doch haar hart is tot kwaad genegen.
Wil hun naar haar verdienste geven,
En naar haar meningen daarneven;
Maak dat haar overkome snel,
Den loon harer boosdaden fel.

4. Omdat haar harten niet bemerken
Uwe heerlijke wonderwerken
En de kennisse gans niet achten
Uwer daden, Heer, vol van krachten;
Zij werden verworpen voortaan,
Zonder namaals meer op te staan.

5. Geloofd zij God, Die mijn gebeden
Verhoord heeft naar Zijn goedigheden.
God is mijn schild ende burcht krachtig,
Van Hem komt mijn hulpe waarachtig.
Dies moet mijn hart wezen verblijd,
En mijn mond Hem zingen altijd.

6. Hij geeft mijn volk kracht om te strijden,
Zijnen koning Hij t' allen tijden
Bewaart; dies laat 't volk Uwer erven
Uwen zegen, o Heer, verwerven;
Wil dat brengen ter heerlijkheid,
En voeden in der eeuwigheid.

1. Ik roep tot U, mijn rots, mijn Here!
Blijf U niet zwijgend van mij keren,
ik word een dode met de doden,
als Gij U doof houdt voor mijn noden.
Ik hef mijn hand naar waar Gij zijt,
verborgen in uw heiligheid.

2. Stoot mij niet van U met de bozen,
tref mij niet met de goddelozen,
die heim'lijk, met een mond vol vrede,
de plannen van hun boosheid smeden.
Doe hen naar hunner handen daad,
vergeld ze naar hun eigen kwaad!

3. Omdat zij op het werk des Heren
niet letten, noch zijn daden eren,
zal Hij bespotten, wat zij spreken,
en wat zij bouwen zal Hij breken,
dat het tot stof wordt in de wind
en niemand meer hun standplaats vindt.

4. Geloofd zij God, die naar mijn woorden,
mijn smeken en mijn klagen hoorde.
Hij is mijn schild en mijn betrouwen,
een bolwerk voor wie op Hem bouwen!
Nu juicht mijn hart, nu juicht mijn stem!
en met mijn loflied prijs ik Hem.

5. Hij is een kracht voor al de zijnen!
Hij zal hun tot een hulp verschijnen
en zijn gezalfde tot een zegen!
Verlos uw erfdeel allerwegen!
Uw eigendom, o Here, weid
en draag het tot in eeuwigheid!

1. Ik roep tot U, mijn rots, mijn Here!
Blijf U niet zwijgend van mij keren,
ik word een dode met de doden,
als Gij U doof houdt voor mijn noden.
Ik hef mijn hand naar waar Gij zijt,
verborgen in uw heiligheid.

2. Stoot mij niet van U met de bozen,
tref mij niet met de goddelozen,
die heim'lijk, met een mond vol vrede,
de plannen van hun boosheid smeden.
Doe hen naar hunner handen daad,
vergeld ze naar hun eigen kwaad!

3. Omdat zij op het werk des Heren
niet letten, noch zijn daden eren,
zal Hij bespotten, wat zij spreken,
en wat zij bouwen zal Hij breken,
dat het tot stof wordt in de wind
en niemand meer hun standplaats vindt.

4. Geloofd zij God, die naar mijn woorden,
mijn smeken en mijn klagen hoorde.
Hij is mijn schild en mijn betrouwen,
een bolwerk voor wie op Hem bouwen!
Nu juicht mijn hart, nu juicht mijn stem!
en met mijn loflied prijs ik Hem.

5. Hij is een kracht voor al de zijnen!
Hij zal hun tot een hulp verschijnen
en zijn gezalfde tot een zegen!
Verlos uw erfdeel allerwegen!
Uw eigendom, o Here, weid
en draag het tot in eeuwigheid!