Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

De Geneefse Psalmen liggen me na aan het hart, maar de huidige vertaling uit het Gereformeerd Kerkboek is sterk verouderd. Soms is dat niet erg, want herkenbaarheid is voor ouderen erg belangrijk. Maar vanaf de kansel zie ik jongeren en masse hun mond houden; ze weten niet meer wat ze zingen. Lees meer »

Matthijs van der Welle| Kandidaat binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt

Matthijs van der Welle
Kandidaat binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt

Lees alle quotes

Psalm 27

De nieuwe psalmberijming

1. God is mijn licht, mijn heil, wat kan mij deren?
Hij is de HEER, ik ben voor niemand bang.
Ieder gevaar kan ik met Hem trotseren.
Op Hem, mijn rots, bouw ik mijn leven lang.
De aanval van belagers hield geen stand:
ze struikelden en beten in het zand.
Al smeedt een machtig leger een complot,
in oorlog zelfs vertrouw ik op mijn God.

2. Eén ding vraag ik de HEER: of ik mag wonen
bij Hem in huis, zodat Hij daar altijd
zijn liefdevolle goedheid mij kan tonen. 
Daar dien ik Hem in zijn aanwezigheid.
Ik weet dat in zijn tent bij tegenslag
beschutting is en ik er schuilen mag.
Ik zing een vrolijk lied en musiceer;
met opgeheven hoofd prijs ik de HEER.

3. Hoor als ik roep, HEER, antwoord op mijn smeken.
Mijn hart zoekt U, verberg U niet voor mij.
Wijs mij niet af in toorn, wil tot mij spreken;
laat uw gezicht zien, ga mij niet voorbij.
U redde mij toch eerder ook, o God?
Laat mij dan nu niet over aan mijn lot.
Al zijn mijn ouders bij mij weggegaan,
U neemt mij als uw kind in liefde aan.

4. Wijs mij uw weg, leid mij langs vlakke paden,
zodat mijn vijand mij niet grijpen kan.
Ze zijn gemeen en kennen geen genade.
Verijdel, HEER, hun sluwe aanvalsplan.
Als ik niet vast geloofd had dat de HEER
vol liefde is, dan leefde ik niet meer.
Hoop op de HEER, vertrouw en wanhoop niet.
Wacht vastberaden, wacht tot u Hem ziet.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. God is mijn licht, mijn heil, wat kan mij deren?
Hij is de HEER, ik ben voor niemand bang.
Ieder gevaar kan ik met Hem trotseren.
Op Hem, mijn rots, bouw ik mijn leven lang.
De aanval van belagers hield geen stand:
ze struikelden en beten in het zand.
Al smeedt een machtig leger een complot,
in oorlog zelfs vertrouw ik op mijn God.

2. Eén ding vraag ik de HEER: of ik mag wonen
bij Hem in huis, zodat Hij daar altijd
zijn liefdevolle goedheid mij kan tonen. 
Daar dien ik Hem in zijn aanwezigheid.
Ik weet dat in zijn tent bij tegenslag
beschutting is en ik er schuilen mag.
Ik zing een vrolijk lied en musiceer;
met opgeheven hoofd prijs ik de HEER.

3. Hoor als ik roep, HEER, antwoord op mijn smeken.
Mijn hart zoekt U, verberg U niet voor mij.
Wijs mij niet af in toorn, wil tot mij spreken;
laat uw gezicht zien, ga mij niet voorbij.
U redde mij toch eerder ook, o God?
Laat mij dan nu niet over aan mijn lot.
Al zijn mijn ouders bij mij weggegaan,
U neemt mij als uw kind in liefde aan.

4. Wijs mij uw weg, leid mij langs vlakke paden,
zodat mijn vijand mij niet grijpen kan.
Ze zijn gemeen en kennen geen genade.
Verijdel, HEER, hun sluwe aanvalsplan.
Als ik niet vast geloofd had dat de HEER
vol liefde is, dan leefde ik niet meer.
Hoop op de HEER, vertrouw en wanhoop niet.
Wacht vastberaden, wacht tot u Hem ziet.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

1. God is mijn licht, mijn heil, wien zou ik vrezen?
Hij is de HEER', die hulp verschaft in nood.
Mijn levenskracht; 'k heb niet vervaard te wezen.
Hij is 't , die mij beveiligt voor den dood.
Wanneer de macht der bozen sloeg aan 't woen,
En aanrukt om zich met mijn vlees te voen.
Stiet zelf dit rot, dat mij benauwt en haat,
Den voet en viel, omdat het God verlaat.

2. Al zie ik zelfs een leger mij omringen ,
Nog vrees ik niet, 'k verlaat mij op den HEER'!
Al wil men mij door enen oorlog dwingen,
'k Leg mij gerust hierop vertrouwend naar.
Deez' ene zaak heb ik begeerd van God,
Daar zoek ik naar, dit zij mijn zalig lot:
Dat ik, zo lang mij 't levenslicht bescheen,
In 's HEEREN huis mocht wonen hier beneen.

3. Och, mocht ik in die heilige gebouwen,
De vrije gunst, die eeuwig Hem bewoog;
Zijn lieflijkheid en schonen dienst aanschouwen!
Hier weidt mijn oog met een verwond'rend oog.
Want God zal mij, opdat Hij mij beschutt',
In ramp en nood versteken in Zijn hut;
Mij bergen in 't verborgen van Zijn tent
en op een rots verhogen uit d'ellend'.

4. God zal mijn hoofd nu boven 's vijands benden
Verhogen: dies wil ik, met blij geschal,
In Zijne tent het offer opwaarts zenden,
Daar psalm en lied Zijn lof vermelden zal.
Verhoor, o HEER', toon mij een gunstig oog;
Ik zal mijn stem verheffen naar omhoog:
Verhoor mij toch, bewijs mij Uw gena,
En antwoord mij, die voor Uw aanzicht sta.

5. Mijn hart zegt mij, o HEER' , van Uwentwegen:
"Zoek door gebeen met ernst mijn aangezicht!"
Dat wil, dat zal ik doen; ik zoek den zegen
Alleen bij U, o bron van troost en licht!
Verberg toch niet Uw oog van mij, o HEER'
Ik ben Uw knecht, zie niet in toorne neer.
Gij waart mijn hulp in al mijn zielsverdriet.
O God mijns heils, begeef, verlaat mij niet.

6. Want, schoon ik zelfs van vader en van moeder
Verlaten ben, de HEER' is goed en groot;
Hij is en blijft mijn Vader en Behoeder,
Leer mij, o God, Uw weg in allen nood!
Bestuur, om mijns verspieders wil, mijn voet
Op 't effen pad, dat 's vijands euvelmoed,
Mij nimmer treff'; vervoerd door list en dwang,
Getuigt men vals tot mijnen ondergang.

7. Zo ik niet had geloofd, dat in dit leven
Mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou,
Mijn God, waar was mijn hoop, mijn moed, gebleven?
Ik was vergaan in al mijn smart en rouw.
Wacht op den HEER', godvruchte schaar, houd moed!
Hij is getrouw, de bron van alle goed.
Zo daalt Zijn kracht op u in zwakheid neer.
Wacht dan, ja wacht, verlaat u op den HEER'.

1. God is mijn licht, 't welk mij leidt in Zijn wegen,
En mijn heil, voor wien zal ik zijn bevreesd?
Hij is mijn levens kracht, tot mij genegen;
Voor wien zal ik schrikken in dit tempeest?
Als mij de bozen deden overloop,
Ende zochten mij te verslinden gaar,
Ik zag dan mijn vijanden in gevaar
Struikelen en vallen al overhoop.

2. Al waar 't, dat mij veel heirkrachten omvingen,
Zo zal toch, Heer! mijn hart hen vrezen niet,
Kome die wil, om mij nu te bespringen.
Ik sta vast op God in al mijn verdriet.
Eén ding heb ik begeerd, en tot den end
Zal ik 't ook begeren, Heer! met ootmoed:
Dat ik in Uw huis, daar Gij zijt bekend,
Mijn leven lang blijve tot mijn behoed.

3. Opdat ik daar mag merken en aanschouwen,
Heer! Uwes huis zeer schone heerlijkheid.
En den tempel, vrij zijnde van benauwen,
Wel mag alzins doorzien met vrolijkheid,
Want als ik zal wezen bezwaard met nood,
Ik zal daar verborgen zijn 't aller tijd,
En in een heimelijk oord zijn bevrijd,
En daarna verhoogd zijn in ere groot.

4. God doet mij gaan met den hoofd' opgeheven,
Vrijmoedig onder mijn vijanden al;
Dies wil ik Hem lof, prijs en ere geven,
Met zang in Zijn huis ik Hem loven zal.
Als ik U, Heer! bidde, mij toch verhoort,
Wil mijn begeert't genadiglijk verstaan;
In den nood wil mijn klachten nemen aan,
Ende zijt mij barmhartig naar Uw woord.

5. Mijn hart heeft, Heer! gevoeld in alle hoeken
Uw woord, 't welk mij inwendig aldus leert;
Benaarstig U om Mijn aanschijn te zoeken;
Gij ziet, dat ik 't gezocht heb en geëerd.
Keer toch van mij niet Heer! Uw aanschijn rein
In Uwen toorn verstoot niet Uwen knecht;
Gij zijt, Heer! mijn helper trouw en oprecht,
Verlaat mij niet, God! mijn Heiland allein.

6. Vader en moeder hebben mij verlaten;
Maar God bewaart mij als een kind zeer teer,
Ik ben benauwd door hen, die mij haten;
Dies leer mij ingaan den rechten weg, Heer!
Al mijn vijanden zoeken mijn verdriet;
Valse tuigen staan op, derwelker mond
Niet dan onrecht en spreekt tot aller stond;
Dies en geef mij in hare handen niet.

7. Hadt Gij mij dien troost niet laten verwerven
Dat ik nog in dit leven zou ontvaan
't Gebruik uwer goederen, vóór mijn sterven,
Ik waar onder den last des druks vergaan.
Daarom lankmoediglijk den Heer verwacht,
Zijt altijd wel getroost en onversaagd;
God zal eind'lijk helpen U, die nu klaagt.
Verbeid den Heer, op Zijn toekomst hebt acht.

1. Mijn licht, mijn heil is Hij, mijn God en Here!
Waar is het duister dat mij onheil baart?
Mijn hoge burcht is Hij, niets kan mij deren,
in zijn bescherming ben ik wel bewaard!
Of zich de boosheid tegen mij verbindt
en op mij loert opdat zij mij verslindt,
ik ken geen angst voor nood en overval:
het is de Heer die mij behouden zal!

2. Een ding slechts kan ik van den Heer verlangen,
dit ene: dat zijn gunst mij eenmaal geev'
Hem dagelijks te loven met gezangen,
te wonen in zijn huis zo lang ik leef!
Hoe lieflijk straalt zijn schoonheid van omhoog.
Hier weidt mijn ziel met een verwonderd oog,
aanschouwende hoe schoon en zuiver is
zijn licht, verlichtende de duisternis.

3. Hoe heeft Hij mij ten dage van het kwade
verborgen in het binnenst van zijn hut:
geen vijandschap ter wereld kon mij schaden,
de schaduw van zijn wolk heeft mij beschut.
Hij stelde mij als op een hoge rots,
het woelen van mijn vijanden ten trots;
daarom wil ik met vrolijk feestgerei
juichen voor Hem, want Hij bewaarde mij! -

4. Zoals Gij eenmaal mijn geroep verhoorde,
zo spreek weer tot uw knecht en geef hem licht.
Mijn hart zegt stil de liefelijke woorden
die Gij eens zeide: "Zoek mijn aangezicht".
Uw aangezicht, ik wil het zoeken, Heer!
Verberg het niet, beproef mij niet te zeer!
Ik hoop geen heil dan Gij voor mij bewaart,
ik smacht naar 't uur dat Gij U openbaart!

5. Laat mij toch nimmermeer uw toorn verwekken,
verstoot hem niet die U in zwakheid dient.
Zoudt Gij uw heerlijk aangezicht bedekken,
zo wordt mijn leven leeg en zonder vriend.
Gij zijt het enigst dat mijn hart bezit!
Van al mijn schatten bleef mij niets dan dit:
Gij zijt de helper die mij niet verlaat,
als vader en als moeder van mij gaat.

6. Wijs mij de wegen die ik zal betreden,
maak nu de paden effen voor mijn voet.
Als mij benauwt een drieste leugenrede,
leer mij de woorden die ik zeggen moet.
O geef mij aan mijn lasteraars niet prijs,
als zij mij kwellen met een vals bewijs.
Mijn God, zij blazen nijd en snuiven haat:
wees Gij de helper die mij niet verraadt.

7. O als ik niet met opgeheven hoofde
zijn heil van dag tot dag verwachten mocht!
O als ik van zijn goedheid niet geloofde,
dat Hij te vinden is voor die Hem zocht!
Wees dapper, hart, houd altijd goede moed!
Hij is getrouw, de bron van alle goed!
Wacht op den Heer, die u in zwakheid schraagt,
wacht op den Heer en houd u onversaagd.

1. God is mijn licht, mijn heil: wie zou ik vrezen?
Hij is de Heer, die hulp verschaft in nood,
mijn vaste burcht, ik hoef niet bang te wezen.
Hij is 't die mij beveiligt voor de dood.
Toen bozen mij belaagden in hun haat,
bijna verslonden met hun leugenmond,
was God het zelf die mij terzijde stond.
Zij struikelden en vielen metterdaad.

2. Al zou mij ook een legermacht omringen,
ik vrees niet, maar verlaat mij op de Heer.
Al willen zij mij door de strijd bedwingen,
ik steun op God en leg mij rustig neer.
Sterk blijft mijn hart in nood en krijgsgevaar,
want God is met mij, Hij verlaat mij niet.
Hij is het die het strijdperk overziet.
Zijn sterke arm helpt altijd wonderbaar.

3. Eén ding blijf ik steeds van de Here vragen,
één enkel ding, dat heel mijn hart begeert:
om in zijn tempel al mijn levensdagen
bij Hem te zijn, te wonen bij mijn Heer.
Daar in zijn huis, waar alles spreekt van Hem,
wil ik aanschouwen 's Heren lieflijkheid.
zijn schone dienst, verricht in heiligheid.
Ik wil aandachtig luistren naar zijn stem.

4. Want bij de Here ben ik welgeborgen:
Hij voert mij in de schuilplaats van zijn tent.
Daar ben ik veilig, Hij zal voor mij zorgen,
draagt mij naar hoogten die geen vijand kent.
Ik breng de Here offers tot zijn eer.
Hij heeft mijn vijand van zijn macht beroofd.
In zegepraal verheft zich nu mijn hoofd.
Daarom zing ik een loflied voor de Heer.

5. Hoor mij, o God, en antwoord uit genade,
op uw bevel zoek ik uw aangezicht.
Verberg U niet in toorn, maar sla mij gade,
U bent mijn heil, mijn levenskracht, mijn licht.
Al zijn van mij in tegenspoed en strijd
mijn vader en mijn moeder weggegaan,
toch keert U Zich niet af, maar neemt mij aan.
U zorgt voor mij in mijn verlatenheid.

6. Heer, wil mij onderwijzen in uw wegen,
wees mij een gids, die veilig mij geleidt.
Mijn tegenstanders zien dan dat uw zegen
mij hier een effen levenspad bereidt.
Wees mij nabij, behoed mij in gevaar.
Zie, hoe mijn vijand steeds op boosheid zint.
Gedoog niet dat de leugen overwint,
geef mij niet prijs aan de geweldenaar.

7. Zo ik niet had geloofd dat in dit leven
mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou,
mijn God, waar was mijn hoop, mijn moed gebleven?
Ik was vergaan in al mijn smart en rouw.
Maar door Gods trouw keert mijn vertrouwen weer;
in zwakheid wordt des Heren kracht volbracht.
Betoon U sterk, houd moed, geloof en wacht.
Wacht dan, ja wacht, verlaat u op de Heer!