Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

In onze gemeente proberen we het oude van de traditie in verbinding te brengen met het nieuwe van nu. De Nieuwe Psalmberijming sluit daar perfect bij aan. Op deze manier kunnen we met jong en oud de psalmen blijven zingen. Lees meer »

Ds. E. de Jong | Doopsgezinde Gemeente te Ouddorp

Ds. E. de Jong
Doopsgezinde Gemeente te Ouddorp

Lees alle quotes

Psalm 4

De nieuwe psalmberijming

1. Wanneer ik roep, wilt U dan horen,
o God van mijn gerechtigheid?
Geef ademruimte als tevoren.
Als U niet helpt ben ik verloren.
Luister genadig, kom op tijd.
Hoelang nog klinken ze, die lege
beschuldigingen tegen mij?
Heersers, bedenk: ik heb Gods zegen.
Wie mij wil treffen, krijgt Hem tegen.
Wanneer ik roep, dan luistert Hij.

2. Voel je je hart van boosheid beven,
bedwing je dan en zondig niet.
Laat God zijn laatste oordeel geven.
Schenk Hem het offer van je leven.
Blijf rustig tot Hij uitkomst biedt.
Ik hoor hoe velen zich beklagen:
‘Is er een blijvend perspectief?’
God, antwoord op de bangste vragen,
wees zelf het licht van onze dagen.
Toon uw gelaat en heb ons lief.

3. Zij zoeken vreugde van beneden
in brood en wijn, in hier en nu.
De mijne overstijgt het heden:
U laat mij slapen in uw vrede,
voor altijd veilig dicht bij U.

Tekst: Arie Maasland

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Wanneer ik roep, wilt U dan horen,
o God van mijn gerechtigheid?
Geef ademruimte als tevoren.
Als U niet helpt ben ik verloren.
Luister genadig, kom op tijd.
Hoelang nog klinken ze, die lege
beschuldigingen tegen mij?
Heersers, bedenk: ik heb Gods zegen.
Wie mij wil treffen, krijgt Hem tegen.
Wanneer ik roep, dan luistert Hij.

2. Voel je je hart van boosheid beven,
bedwing je dan en zondig niet.
Laat God zijn laatste oordeel geven.
Schenk Hem het offer van je leven.
Blijf rustig tot Hij uitkomst biedt.
Ik hoor hoe velen zich beklagen:
‘Is er een blijvend perspectief?’
God, antwoord op de bangste vragen,
wees zelf het licht van onze dagen.
Toon uw gelaat en heb ons lief.

3. Zij zoeken vreugde van beneden
in brood en wijn, in hier en nu.
De mijne overstijgt het heden:
U laat mij slapen in uw vrede,
voor altijd veilig dicht bij U.

Tekst: Arie Maasland

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

1. Wil mij, wanneer ik roep, verhoren,
O God, die mijne rechtzaak redt,
Gij hebt in angst mij hulp beschoren,
En mij doen gaan in ruime sporen;
Betoon gena; hoor mijn gebed.
Wat moogt gij, mannen, toch beginnen?
Zal steeds tot schande zijn mijn eer?
Zult gij dan d' ijdelheid beminnen;
En t' enemaal beroofd van zinnen,
De leugen zoeken, keer op keer?

2. Herinnert u, gij roekelozen,
Dat zich de HEER' een gunstgenoot
Heeft afgezonderd en verkozen,
Hij doet mij nooit van schaamte blozen,
Die, als ik riep, mij bijstand bood,
Zijt gij beroerd, ontsteld, verlegen,
Zo zondigt niet; verzaakt uw wil;
Spreekt in uw hart; herdenkt uw wegen,
Op 't eenzaam bedde neergezegen;
En weest in all' ontmoeting stil.

3. Dan zult gij recht naar 't outer treden,
En off'ren God een rein gemoed,
Het offer der gerechtigheden,
En 't zuiv're reukwerk der gebeden;
Betrouwt op Hem. want Hij is goed.
Daar velen twijfelmoedig vragen;
" Wie zal ons 't goede toch doen zien?"
Doe Gij, o HEER', na 't angstig klagen,
Ons 't lieflijk licht Uws aanschijns dagen,
En wil Uw rijke gunst ons bien.

4. Gij hebt m' in 't hart meer vreugd gegeven,
Dan and'ren smaken in een tijd,
Als zij, door aards geluk verheven,
Bij koorn en most wellustig leven,
ln hunnen overvloed verblijd,
Ik zal gerust in vrede slapen,
En liggen ongestoord ter neer;
Want Gij alleen, mijn schild en wapen,
Schoon 't onheil schijnt voor mij geschapen,
Zult mij doen zeker wonen, HEER'.

1. Als ik U bid, open Uw oren,
O Heer, mijne gerechtigheid!
Laat mijn hart bang Uwen troost horen,
En U stedes komen te voren
Mijn gebed, naar Uw goedigheid.
Hoe lang zult gij zoeken, gij heren,
Mijn eer te schenden met hoogmoed?
En u tot ijdelheid bekeren?
De leugen ook, t' uwer onere,
Zo liefhebben als gij nu doet?

2. Bekent dat God mij in dit leven,
Boven de and're mensen al,
Tot enen koning heeft verheven,
Die mijn zuchten ende mijn beven
Van den hemel verhoren zal.
Zo gij gram werdt, wacht u van zonden,
Misdoet niet tegen Zijnen wil.
Op uwen leger wilt doorgronden
Dit werk. Laat af tot dezen stonde,
Mij te kwellen met dit geschil.

3. Offert dan een oprecht off'rande,
Met verslagen hart en gemoed.
Betert u van deez' zond' en schande,
En stelt op God zeer goederhande,
Geheel al uw vertrouwen goed!
Veel spreken: Hoe kan hij ons leren
Dat goed is en God aangenaam?
Naar Uw goedheid wil, Heer der heren!
Uw lieflijk aanschijn toch eens keren
Tot mij en al de mijnen t' zaam.

4. Want meer blijdschap is mij gegeven
Door Uw aanschijn, Heer goedertier,
Dan hen is, die hier zijn verheven,
Die met veel wijns en korens leven,
Hebbende haren wellust hier.
Dies zal ik mij in goeden vrede
Nederleggen en slapen wel.
Want Uw goedheid beschikt dit mede,
Die mij doet hopen hier beneden,
En in 't rijk doet hebben bevel.

1. Laat als ik roep mij op U hopen,
o God van mijn gerechtigheid.
Geef mij uw antwoord, doe mij open,
die mij, als ik ben ingesloten,
ruim baan maakt en mij weer bevrijdt.
Hoe lang zult gij mij blijven smaden,
gij groten, door de schijn bekoord?
Weet toch: de Here slaat mij gade.
Weet dat ik leef van zijn genade.
Hij is het die mijn roepen hoort.

2. Laat niet tot zonde uw geschil zijn,
maar zoekt uw vrede voor de nacht.
Spreekt tot uw hart en laat het stil zijn,
laat wat de Here wil uw wil zijn,
schenkt Hem wat Hij van u verwacht.
"Wie", zeggen velen, "toont ons 't goede?"
Verhef dan uw gelaat, o Heer.
Gij maakt het mij zo wel te moede;
hebben zij 's werelds overvloeden,
uw vrede in mijn hart is meer.

3. Ik kan gaan slapen zonder zorgen,
want slapend kom ik bij U thuis.
Alleen bij U ben ik geborgen.
Gij doet mij rusten tot de morgen
en wonen in een veilig huis.

1. Wil, als ik roep, mij antwoord geven,
o God van mijn gerechtigheid.
U, die voor mij, in 't nauw gedreven,
ruim baan gemaakt hebt in mijn leven,
toon mij uw trouw, waarop ik pleit.
Komt, mannen, wilt u toch bezinnen!
Hoe lang nog wordt mijn eer gesmaad?
Blijft u de ijdelheid beminnen
en zult u steeds op leugen zinnen?
Hoe lang nog duurt uw boos beraad?

2. Weet dit: de Here slaat mij gade,
mijn bidden wordt door Hem gehoord.
Die mij verkoos in zijn genade,
wil mij bewaren voor het kwade.
Hij doet mij hopen op zijn woord.
Wanneer uw toorn dreigt te ontbranden,
ziet toe, dat u geen zonde doet.
Legt, als u rust, uw geest aan banden.
Brengt, naar de eis, uw offeranden,
vertrouwt op God, want Hij is goed.

3. Ik hoor hoe velen angstig vragen:
Wie zal het goede ons doen zien?
Wil, Here, ons uw licht doen dagen,
toon ons uw godlijk welbehagen,
opdat ik met mijn volk U dien.
Dat zal mij groter vreugde geven
dan overvloed van tarw' en wijn.
Ter ruste kan ik mij begeven,
in vrede slapen, want mijn leven,
zal, Heer, bij U geborgen zijn.