Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

In onze gemeente proberen we het oude van de traditie in verbinding te brengen met het nieuwe van nu. De Nieuwe Psalmberijming sluit daar perfect bij aan. Op deze manier kunnen we met jong en oud de psalmen blijven zingen. Lees meer »

Ds. E. de Jong | Doopsgezinde Gemeente te Ouddorp

Ds. E. de Jong
Doopsgezinde Gemeente te Ouddorp

Lees alle quotes

Psalm 80

De nieuwe psalmberijming

1. Hoor naar ons bidden, trouwe herder
en leid uw Israël weer verder.
Kom, koning, schijn vanaf uw troon
en red uw volk, uw eigen zoon.
God, toon uw vriendelijk gezicht,
verschijn in uw bevrijdend licht.

2. Heer, generaal van legermachten,
laat ons niet langer biddend wachten.
Wij drinken tranen bij ons brood;
de vijand spot met onze nood.
God, toon uw vriendelijk gezicht,
verschijn in uw bevrijdend licht.

3. Eens hebt u ons, Egyptes slaven,
als kleine wijnstok opgegraven
en op een eigen plek geplant.
Daar vulde hij het hele land.
In berg en dal, van noord tot zuid
hing overal zijn verse fruit.

4. Waarom brak U zijn heg aan stukken, 
mocht iedereen zijn vruchten plukken?
Hij viel ten prooi aan het geweld
van dieren uit het open veld.
De wilde zwijnen uit het bos
vraten er ongestraft op los.

5. Kom nu, o God van legermachten!
en breng uw zoon weer in gedachten:
de wijnstok die U in het land
eens veelbelovend had geplant,
maar nu als straf voor eigen kwaad
onder uw toorn tot as vergaat.

6. Leg toch uw boosheid weer aan banden,
leg zegenend op ons uw handen,
zodat wij met U verder gaan
en niet meer steeds bij U vandaan.
God, toon uw vriendelijk gezicht,
verschijn in uw bevrijdend licht.

Tekst: Arjen Vreugdenhil

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Hoor naar ons bidden, trouwe herder
en leid uw Israël weer verder.
Kom, koning, schijn vanaf uw troon
en red uw volk, uw eigen zoon.
God, toon uw vriendelijk gezicht,
verschijn in uw bevrijdend licht.

2. Heer, generaal van legermachten,
laat ons niet langer biddend wachten.
Wij drinken tranen bij ons brood;
de vijand spot met onze nood.
God, toon uw vriendelijk gezicht,
verschijn in uw bevrijdend licht.

3. Eens hebt u ons, Egyptes slaven,
als kleine wijnstok opgegraven
en op een eigen plek geplant.
Daar vulde hij het hele land.
In berg en dal, van noord tot zuid
hing overal zijn verse fruit.

4. Waarom brak U zijn heg aan stukken, 
mocht iedereen zijn vruchten plukken?
Hij viel ten prooi aan het geweld
van dieren uit het open veld.
De wilde zwijnen uit het bos
vraten er ongestraft op los.

5. Kom nu, o God van legermachten!
en breng uw zoon weer in gedachten:
de wijnstok die U in het land
eens veelbelovend had geplant,
maar nu als straf voor eigen kwaad
onder uw toorn tot as vergaat.

6. Leg toch uw boosheid weer aan banden,
leg zegenend op ons uw handen,
zodat wij met U verder gaan
en niet meer steeds bij U vandaan.
God, toon uw vriendelijk gezicht,
verschijn in uw bevrijdend licht.

Tekst: Arjen Vreugdenhil

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

Alternatieve melodieën

Deze psalm kan ook gezongen worden op de melodie van:
- Psalm 94
- Psalm 105

1. Neem Isrels Herder, neem ter oren;
Die Jozefs kroost, door U verkoren,
Als schapen gunstig hebt geleid;
Die enen troon van heiligheid
U tussen Cherubs hebt gesticht;
Verschijn weer blinkend met Uw licht.

2. Die glans straal' Efraim in d' ogen;
Toon Benjamin Uw groot vermogen;
Verlos Manasse tot Uw eer.
Getrouwe Herder, breng ons weer;
Verlos ons, toon ons 't lief'lijk licht
Van Uw vertroostend' aangezicht.

3. Hoe lang, o HEER' der legermachten,
Verwerpt Gij, toornig, onze klachten?
Hoe lang verlaat G' ons in den nood?
Gij spijst Uw volk met tranenbrood;
Gij drenkt het in zijn jammerstaat,
Met tranen, uit een volle maat.

4. In 't bitter leed, dat wij verduren,
Zien w' ons aan onze nageburen;
Helaas, door U ten schimp gesteld,
Ons door hun twisten neergeveld.
Wij zien, daar ons hun haat vertreedt,
Hen spotten om ons harteleed.

5. Laat ons, o God der legermachten,
Niet vrucht'loos op Uw bijstand wachten.
Ga onzen haat'ren zelf te keer;
Getrouwe Herder, breng ons weer;
Verlos ons; toon ons 't lief'lijk licht
Van Uw vertroostend aangezicht.

6. Gij vondt in ons een welbehagen;
Gij bracht, o God, in vroeger dagen,
Uw wijnstok uit Egypteland
Gij zelf bebt gunstig hem geplant,
Voor hem de volken uitgeroeid,
Hem plaats bereid, hem mild besproeid.

7. Hij heeft zijn wortels uitgeschoten;
De bergen werden door zijn loten,
Als waren 't ceed'ren, overdekt;
Hij heeft zijn ranken uitgestrekt,
In zijnen bloei en frissen staat,
Tot aan de zee, tot aan d' Eufraat.

8. Waarom hebt Gij zijn muur verbroken,
Hem van Uw zorg en hulp verstoken?
Men plukt, men trapt hem met den voet.
Het boszwijn heeft hem omgewroet;
Het wild gediert' hem afgeweid;
Daar 't zich door 't ganse land verspreid.

9. Keer weer, o God der legermachten,
Tot ons, die op Uw bijstand wachten.
Zie uit den hogen hemel neer,
Herstel Uw wijnstok als weleer,
Den stam ter liefd' Uws Zoons geplant,
Dien Gij gesterkt hebt door Uw hand.

10. Hij ligt verbrand en afgehouwen.
Als Gij verwoest, wie zal dan bouwen?
Uw hand zij over 's mensen Zoon,
Dien G' U gesterkt hebt tot den troon;
Zo leven wij, door U bevrijd,
Altoos aan Uwen dienst gewijd.

11. Behoud ons, HEER' der legermachten,
Zo zullen w' ons voor afval wachten;
Zo knielen w' altoos voor U neer.
Getrouwe Herder, breng ons weer;
Verlos ons, toon ons 't lieflijk licht
Van Uw vertroostend aangezicht.

1. Gij, Herder Israëls, wil horen,
Die de kudde Jozefs verkoren
Uitgevoerd hebt als schapen goed;
Toon ons Uw lieflijk aanschijn zoet,
Gij, Die hoog zit in Uwen troon,
Boven de cherubijnen schoon.
 
2. Laat Uwe kracht, Heere, verschijnen,
Efraïm tot nut en den zijnen,
Ook Manasse en Benjamin;
Keer toch tot ons, Heer, Uwen zin,
Troost ons met Uw lieflijk aanschijn,
Opdat wij van schaden vrij zijn.
 
3. Hoe men ons handelt kunt Gij merken;
Dies wil ons door Uw goedheid sterken;
Sla over ons 't gezicht eenpaar
Uwer vriend'lijke ogen klaar;
Zo zullen wij van 't kruis niet klein,
Vrij zijn door Uw gezicht allein.
 
4. Hoe lang zal, o Heer der heirkrachten,
Uwe toorn nog branden met machten
Tegen Uwes volks gebed rein?
Gij hebt ons met tranen gemein
Gespijsd; ook was bitter geklag,
Onze drank Heer, den gansen dag.
 
5. Gij hebt ons gemaakt den naburen
Tot twist en gekijf t' aller uren;
Onz' vijanden spotten ons zeer;
Verlos ons uit schaden, o Heer!
Laat ons schouwen Uw aanschijn blij,
Zo worden wij zeker en vrij.
 
6. Uwen wijngaard uit Egypteland,
Bracht Gij, Heer, en Gij hebt hem geplant,
Daar verdelgd zijn de volken wreed.
Gij maaktet hem een plaatse breed,
Daar hij geworteld vast'lijk kleeft,
Zodat hij 't land vervullet heeft.
 
7. De bergen zijn zeer schoon bedekket
Met zijne schaduw, die wijd strekket;
Zijn ranken hoog klimmen en gaan,
Gelijk de cederbomen staan;
Zijn takken zijn gewassen bloot,
Van 't water tot aan de zee groot.
 
8. Waarom hebt Gij den tuin doen breken,
En zijt den roveren geweken?
Hoe komt 't, dat wilde zwijnen fel,
Daar ingevallen zijn zo snel?
Waarom heeft 't wild tot dezer stond,
Hem zo verdorven in den grond?
 
9. O God, Die een Heer zijt der heren,
Zie ons aan, wil U tot ons keren;
Bezoek en zie den wijnstok rein,
Dien Uw hand geplant heeft allein;
Wil dien weder bouwen voortaan,
Dat Gij daarvan prijs moogt ontvaan.
 
10. Hij zal schier tot asse verbranden,
En is nu gans gemaakt te schanden;
Hij vergaat door Uw gramschap haast,
Strek Uw hand uit, maak onverbaasd
't Volk, Heer, dat alleen op U bouwt,
En van harten vast'lijk vertouwt.
 
11. Wij zullen ons niet meer begeven
Tot afwijkinge; laat ons leven,
Wij zullen steeds zingen Uw eer,
Troost ende help ons langs zo meer.
Uw aanzicht geve Zijnen schijn,
Zo zullen wij geholpen zijn.

1. O God van Jozef, leid ons verder,
hoor ons en wees weer onze herder;
gij vuurkolom, straal gij ons toe.
Waak op, o Held, wij worden moe;
laat lichten ons uw aanschijn, Heer,
doe ons opstaan en help ons weer.

2. Wek op uw kracht en kom bevrijden
uw volk dat Gij zo zwaar kastijdde.
Die troont daar op de cherubim,
gedenk uw dienaar Efra‹m,
laat zijn gebed niet onverhoord!
Herder Israëls, leid ons voort!

3. God der heerscharen, Here Here!
Hoe lang zult Gij uw volk verteren?
Gij spijzigt ons met tranenbrood,
Gij drenkt ons hart met spot en nood;
laat lichten ons uw aanschijn, Heer,
doe ons opstaan en help ons weer.

4. Gij hebt een wijnstok uitgegraven,
die, dank zij uw genadegaven,
gegroeid stond in Egypteland,
en hem naar Kana„n verplant.
Daar kwam hij eerst tot volle groei,
berg na berg dekkend met zijn bloei.

5. Waarom hebt Gij gesloopt zijn wallen
en wordt zijn vrucht geroofd door allen?
Te gronde gaat uw heerlijk goed;
het wordt door evers omgewroet
en 't roofdier rukt de ranken neer.
O God, machtige God, keer weer!

6. Zie van uw hoge hemel neder,
dat onze aanblik U verteder,
geef op uw eigen planting acht,
de zoon die Gij hebt grootgebracht,
brand hem niet weg in uw gericht,
as tot as voor uw aangezicht.

7. Dan zullen wij niet van U wijken,
uw naam zal op ons voorhoofd prijken,
uw naam is ons als uw gelaat;
een sterrebeeld, een dageraad.
Laat lichten ons uw aanschijn, Heer,
doe ons opstaan en help ons weer.

1. O herder, die uw volk wilt leiden,
als schapen Israël wilt weiden,
die Jozef als uw kudde hoedt,
verhoor ons, Here, wees ons goed.
Gij, die uw troon op cherubs sticht,
verschijn ons in uw blinkend licht.

2. Kom Efraïm uw sterkte tonen,
doe Benjamin weer veilig wonen.
Bevrijd Manasse, wend ons lot,
kom tot ons met uw heil, o God.
Verlos ons, toon ons 't lieflijk licht
van uw vertroostend aangezicht.

3. O Here, God der legerscharen,
komt nooit uw gramschap tot bedaren?
Hoor, hoe uw volk U smeekt in nood,
Gij, die hen voedt met tranenbrood,
Gij schenkt hun steeds een overvloed
van tranen, die Gij drinken doet.

4. Door allen die rondom ons wonen,
laat Gij ons ongehinderd honen.
Zie, hoe de vijand ons bespot.
Herstel ons door uw macht, o God.
Verlos ons, toon ons 't lieflijk licht
van uw vertroostend aangezicht.

5. Gedenk hoe Gij in vroeger jaren
voor ons geen volk hebt willen sparen.
Uw wijnstok uit Egypteland
hebt Gij in dit gebied geplant,
de bodem voor hem toebereid,
hem daar doen groeien rijk en wijd.

6. Hij dekte bergen met zijn ranken,
gaf koele schaduw aan hun flanken.
Zijn twijgen klommen voor uw oog
zelfs boven ceders naar omhoog.
Zijn takken reikten tot het strand,
zijn scheuten tot het stromenland.

7. Waarom hebt Gij zijn muur doorbroken,
is hij van veiligheid verstoken?
Nu plukt men vrij zijn rijpe vrucht.
De ever teistert hem geducht.
Hij kwijnt, geschonden door geweld
van wat zich roert in woud en veld.

8. Keer weer, o God der legerscharen.
Aanschouw wat ons is wedervaren.
Herstel uw wijnstok door uw hand,
de stek die Gij eens hebt geplant.
Gedenk de zoon die Gij bemint
en grootbracht als uw eigen kind.

9. Uw wijnstok werd door vuur geschonden,
als onkruid door de vlam verslonden.
Uw volk vergaat voor uw gericht,
bij 't dreigen van uw aangezicht.
Bescherm de man die Gij bemint
en grootbracht als uw eigen kind.

10. Doe ons uw kracht ten leven blijken,
dan zullen wij van U niet wijken.
Dan wordt uw naam door ons geëerd,
o Heer, die alle ding regeert.
Verlos ons, toon ons 't lieflijk licht
van uw vertroostend aangezicht.