Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Ik ben alweer acht jaar verbonden aan een zorginstelling voor mensen met een verstandelijke beperking. In die zetting is het belangrijk om het evangelie in eenvoudige bewoordingen te verkondigen zonder dat het kinderachtig wordt. Lees meer »

Ds. Dennis Verboom | Geestelijk verzorger bij 's Heeren Loo

Ds. Dennis Verboom
Geestelijk verzorger bij 's Heeren Loo

Lees alle quotes

Psalm 108

De nieuwe psalmberijming

1. Ik kijk er, God, intens naar uit
om U te prijzen op mijn luit.
Word wakker harp: de morgen gloort
zodra de zon mijn zingen hoort.
Ik loof uw trouw en liefde, HEER.
Waar ik ook ben, U krijgt de eer.
Ik maak muziek voor alle volken.
Uw goedheid raakt de hoogste wolken.

2. God, toon uw glorie wereldwijd,
zodat ons land weer wordt bevrijd.
U hebt uw volk van harte lief,
verhoor mij dan, geef perspectief!
Wat was ik vrolijk toen U zei:
‘De stamgebieden zijn van Mij.
Mijn vijand moet zich voor Mij buigen;
hun grond dreunt van mijn luide juichen.’

3. Wie gaat voorop en voert ons aan?
Wie helpt de vijand te verslaan?
Bent U het niet, God, die ons leidt,
U die ons afwees voor een tijd?
Laat zien dat U bescherming biedt,
want hulp van mensen baat ons niet.
God zal aan ons de zege geven;
geen tegenstander laat Hij leven.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Ik kijk er, God, intens naar uit
om U te prijzen op mijn luit.
Word wakker harp: de morgen gloort
zodra de zon mijn zingen hoort.
Ik loof uw trouw en liefde, HEER.
Waar ik ook ben, U krijgt de eer.
Ik maak muziek voor alle volken.
Uw goedheid raakt de hoogste wolken.

2. God, toon uw glorie wereldwijd,
zodat ons land weer wordt bevrijd.
U hebt uw volk van harte lief,
verhoor mij dan, geef perspectief!
Wat was ik vrolijk toen U zei:
‘De stamgebieden zijn van Mij.
Mijn vijand moet zich voor Mij buigen;
hun grond dreunt van mijn luide juichen.’

3. Wie gaat voorop en voert ons aan?
Wie helpt de vijand te verslaan?
Bent U het niet, God, die ons leidt,
U die ons afwees voor een tijd?
Laat zien dat U bescherming biedt,
want hulp van mensen baat ons niet.
God zal aan ons de zege geven;
geen tegenstander laat Hij leven.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

Alternatieve melodieën

Deze psalm heeft dezelfde melodie als Psalm 60

1. Mijn hart, o Hemelmajesteit,
Is tot Uw dienst en lof bereid;
'k Zal zingen voor den Opperheer,
'k Zal psalmen zingen tot Zijn eer.
Gij , zachte harp, gij schelle luit,
Waakt op, dat niets uw klanken stuit'.
'k Zal in den dageraad ontwaken
En met gezang mijn God genaken.

2. Ik zal, o HEER', Uw wonderdaan,
Uw roem den volken doen verstaan;
Want Uwe goedertierenheid
Is tot de heem'len uitgebreid.
Uw waarheid heeft noch paal noch perk,
Maar streeft tot aan het hoogste zwerk.
Verhef U boven 's hemels kringen,
En leer al d' aard' Uw grootheid zingen.

3. Zo word' Uw dierbaar volk in 't end,
Bevrijd van rampspoed en ellend';
O God, verlos ons door Uw hand,
Verhoor ons, zend ons onderstand!
Gij hebt tot onze vreugd voorspeld,
En in Uw heiligdom gemeld,
Dat Sichem mij zijn Vorst zal heten
En ik het dal van Sukkoth meten.

4. Gans Gilead behoort aan mij;
'k Voer in Manasse heerschappij;
Ik zie hen knielen voor mijn kroon,
Daar 't moedig Efraim mijn troon,
Door zijn geduchte macht versterkt;
En Juda's wijsheid medewerkt,
Om mijnen zetel vast te zetten,
Door welgeschikt' en schrand're wetten.

5. Gans Moab buigt zich dienstbaar neer
Erkent mij voor zijn Opperheer,
Daar 't, van zijn hogen troon gestort,
Veracht'lijk mij ten waspot wordt.
Ik werp mijn schoen op Edoms grond,
Op Edom, 't welk mijn macht weerstond.
'k Juich over u, o Palestijne,
Als ik in zegepraal verschijne.

6. Wie heeft mij zoveel heils bereid;
Wie is 't, die mij in Edom leidt;
Wie voert mij in een vaste stad?
O God, die ons verstoten had;
Gij, die met onze legerschaar
Ten strijd niet uittoogt in 't gevaar.
O God, Wiens gramschap ons deed vrezen,
Wiens gunst ons troost; zult Gij 't niet wezen?

7. O God, die 's lands benauwdheid ziet,
Red toch Uw volk uit zijn verdriet;
Want 's mensen heil is ijdelheid;
Maar als Gods almacht ons geleidt,
Dan doen w' in Hem de kloekste daan,
Zodat wij duizenden verslaan;
Want allen, die ons wederstreven,
Zal Hij vertreden en doen sneven!

1. Mijn hart is, o Heer, recht bereid,
Met ernst ende met vurigheid,
Om dichten, en U met gezang
Te loven met harpengeklang.
Gij, mijn psalter, ontwaket vrij,
En gij, mijn harpe, wil ook blij
God loven; want 's morgens bekwame
Wil ik vroeg prijzen Zijnen Name.

2. Ik wil U danken, o mijn Heer!
Onder de volkeren gaar zeer;
Ik wil Uwen roem maken kond
Met psalmen, nu en t' aller stond.
Want Uwe genade zeer zoet
Gaat zo wijd als de hemel doet;
Uwe waarheid haar zo wijd rekket
Als de hemel in 't brede strekket.

3. Verhef U zeer hoog, Heer, mitsdien
Laat Uw heerlijkheid alzins zien;
En opdat Uw volk verlost zij,
Help mij met Uw hand en hoor mij.
Maar God heeft verhoord 't gebed mijn
Van Zijnen berg, dies moet ik zijn
Verblijd; want Hij heeft mij gegeven
Sichem en 't dal Sukkoth daarneven.

4. 't Gehele land Gilead rein
Zal mij gegeven zijn allein;
Van Manasse 't gehele goed
Zal mijn wezen met overvloed.
In Efraïm met zijn volk al
Mijn hoofd ik lieflijk rusten zal.
Juda zal ook zijn desgelijke
't Voornaamste van mijn koninkrijke.

5. Maar Moab zal zijn met oneer,
Ik en achte 't gans'lijk niet meer.
Dan een wasvat, daarin dat mijn
Voeten zullen gewassen zijn.
Edom acht ik met zijn volk koen,
Niet beter dan mijn oude schoen,
Palestina zal met gezangen
En eerbiedinge mij ontvangen.

6. Wie geleidt mij van dat volk mijn
In een stad, daar ik vrij zal zijn,
Die sterk is? Wie zal wederom
Mij brengen in dat land Edom?
Zult Gij dat niet doen, Heer, hiernaar,
Gij, Die ons verstrooit hier en daar?
Gij die met onzen leger koene
Niet gingt, alzo Gij pleegt te doene?

7. Doe ons bijstand, Heer, in den nood,
Tegen den geweldigen groot;
Want mensenhulp, zo men nu ziet,
Is in den nood veel min dan niet.
Maar God zal ons maken zeer sterk
Tegen onze haters in 't perk;
Hij zal vertreden onz' vijanden,
En hen t' zamen brengen te schanden.

1. Mijn hart is, Heer, in U gerust.
Uw lof te zingen is mijn lust.
Maakt, harp en luit, den Here groot.
Mijn lied begroet het morgenrood.
Ik breng mijn lof, o Heer, U toe
onder de volken en ik doe
in ieder land mijn psalm weerklinken,
daar 'k hemelhoog uw trouw zie blinken.

2.Ja, hoger dan het hemels blauw
is, Heer, uw goedheid en uw trouw.
Verhef U, dat uw aangezicht
de hemel met zijn glans verlicht.
Op aarde blink' uw heerlijkheid.
Gord uw geliefden tot de strijd.
Ten zege zij uw hand geheven,
hoor mij, o Heer, wil antwoord geven.

3. Maar wat? Mijn God heeft reeds gehoord.
In 't heiligdom weerklonk zijn woord.
Ik juich, ik zal de vijand slaan
aan beide oevers der Jordaan.
Dan, mij erkennend als hun heer,
werpt zich het Noorden voor mij neer
en 't Zuiden hoort naar mijn bevelen.
Heel 't land zal 'k meten en verdelen.

4. Wie voert mij met een vaste hand
tot in het hart van 's vijands land?
O God, die ons verstoten had,
trek met ons uit, wijs ons het pad,
want mensenhulp is ijdelheid.
Nu God ons bijstaat in de strijd
is elke heldendaad te wagen.
De vijand wordt door Hem verslagen.

1. Mijn hart is, Heer, in U gerust.
Uw lof te zingen is mijn lust.
Maakt, harp en luit, den Here groot.
Mijn lied begroet het morgenrood.
Ik breng mijn lof, o Heer, U toe
onder de volken en ik doe
in ieder land mijn psalm weerklinken,
daar 'k hemelhoog uw trouw zie blinken.

2.Ja, hoger dan het hemels blauw
is, Heer, uw goedheid en uw trouw.
Verhef U, dat uw aangezicht
de hemel met zijn glans verlicht.
Op aarde blink' uw heerlijkheid.
Gord uw geliefden tot de strijd.
Ten zege zij uw hand geheven,
hoor mij, o Heer, wil antwoord geven.

3. Maar wat? Mijn God heeft reeds gehoord.
In 't heiligdom weerklonk zijn woord.
Ik juich, ik zal de vijand slaan
aan beide oevers der Jordaan.
Dan, mij erkennend als hun heer,
werpt zich het Noorden voor mij neer
en 't Zuiden hoort naar mijn bevelen.
Heel 't land zal 'k meten en verdelen.

4. Wie voert mij met een vaste hand
tot in het hart van 's vijands land?
O God, die ons verstoten had,
trek met ons uit, wijs ons het pad,
want mensenhulp is ijdelheid.
Nu God ons bijstaat in de strijd
is elke heldendaad te wagen.
De vijand wordt door Hem verslagen.