Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

In onze gemeente proberen we het oude van de traditie in verbinding te brengen met het nieuwe van nu. De Nieuwe Psalmberijming sluit daar perfect bij aan. Op deze manier kunnen we met jong en oud de psalmen blijven zingen. Lees meer »

Ds. E. de Jong | Doopsgezinde Gemeente te Ouddorp

Ds. E. de Jong
Doopsgezinde Gemeente te Ouddorp

Lees alle quotes

Psalm 145

De nieuwe psalmberijming

1. Mijn God en koning, ik wil toegewijd
uw grote naam bezingen voor altijd.
Met elke nieuwe dag prijs ik U weer.
Ik breng uw naam voor eeuwig alle eer.
Wat bent U groot, HEER! Laat de hele aarde
uw majesteit en uw gezag aanvaarden.
Laat er een loflied zijn in alle monden,
want niemand kan uw grootheid ooit doorgronden.

2. Geslachten prijzen U, eeuw in, eeuw uit.
Uw wonderen verkondigen zij luid.
Zij jubelen dat U geweldig bent.
Ook ik maak graag uw heerlijkheid bekend.
Zij zullen vol ontzag uw daden prijzen.
Ook ik wil U mijn dank en eer bewijzen.
Laat heel de wereld, HEER, uw werk bezingen.
Laat allen zeggen: God doet grootse dingen.

3. Genadig en geduldig is de HEER.
Hij toont zijn trouw en goedheid keer op keer.
Hij deelt zijn gaven uit aan iedereen.
Beschermend staat Hij om zijn schepping heen.
Wie U gemaakt hebt, zullen voor U buigen
Voortdurend zullen zij U dank betuigen.
Ze zullen blij uw koningschap belijden,
verheven woorden aan uw werken wijden.

4. Onwrikbaar staat uw troon, U heeft de macht.
U heerst tot in het duizendste geslacht.
Wie dreigt te vallen, pakt U steunend vast.
Wie kreunend krom loopt, redt U van zijn last.
Uw handen houdt U vol ontferming open;
zo leert U iedereen op U te hopen.
U zorgt royaal voor mensen en voor dieren.
Zij mogen dagelijks uw goedheid vieren.

5. Rechtvaardig is de HEER in woord en daad.
Wie bij Hem hoort, beschermt Hij voor het kwaad.
Hij is wie hoopvol tot Hem roept nabij.
Wie eerbied voor Hem koestert, maakt Hij vrij.
Aan wie Hem liefheeft, blijft de HEER verbonden –
maar wie zijn wil weerstaat, richt Hij te gronde.
Ik zal zijn smetteloze naam belijden.
Doe mee, tot aan het einde van de tijden!

Tekst: Arie Maasland

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Mijn God en koning, ik wil toegewijd
uw grote naam bezingen voor altijd.
Met elke nieuwe dag prijs ik U weer.
Ik breng uw naam voor eeuwig alle eer.
Wat bent U groot, HEER! Laat de hele aarde
uw majesteit en uw gezag aanvaarden.
Laat er een loflied zijn in alle monden,
want niemand kan uw grootheid ooit doorgronden.

2. Geslachten prijzen U, eeuw in, eeuw uit.
Uw wonderen verkondigen zij luid.
Zij jubelen dat U geweldig bent.
Ook ik maak graag uw heerlijkheid bekend.
Zij zullen vol ontzag uw daden prijzen.
Ook ik wil U mijn dank en eer bewijzen.
Laat heel de wereld, HEER, uw werk bezingen.
Laat allen zeggen: God doet grootse dingen.

3. Genadig en geduldig is de HEER.
Hij toont zijn trouw en goedheid keer op keer.
Hij deelt zijn gaven uit aan iedereen.
Beschermend staat Hij om zijn schepping heen.
Wie U gemaakt hebt, zullen voor U buigen
Voortdurend zullen zij U dank betuigen.
Ze zullen blij uw koningschap belijden,
verheven woorden aan uw werken wijden.

4. Onwrikbaar staat uw troon, U heeft de macht.
U heerst tot in het duizendste geslacht.
Wie dreigt te vallen, pakt U steunend vast.
Wie kreunend krom loopt, redt U van zijn last.
Uw handen houdt U vol ontferming open;
zo leert U iedereen op U te hopen.
U zorgt royaal voor mensen en voor dieren.
Zij mogen dagelijks uw goedheid vieren.

5. Rechtvaardig is de HEER in woord en daad.
Wie bij Hem hoort, beschermt Hij voor het kwaad.
Hij is wie hoopvol tot Hem roept nabij.
Wie eerbied voor Hem koestert, maakt Hij vrij.
Aan wie Hem liefheeft, blijft de HEER verbonden –
maar wie zijn wil weerstaat, richt Hij te gronde.
Ik zal zijn smetteloze naam belijden.
Doe mee, tot aan het einde van de tijden!

Tekst: Arie Maasland

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

1. O God, mijn God, Gij aller vorsten HEER',
Ik zing, verheugd, Uw groten Naam ter eer!
Ik zal den roem van Uwe majesteit
Verhogen tot in d' eind'looz' eeuwigheid;
'k Zal dag aan dag U eer en dank bewijzen.
De HEER' is groot, al 't schepsel moet Hem prijzen:
Zijn grootheid streeft het kloekst begrip te boven
Laat elk geslacht Zijn werk en almacht loven!

2. Ik zal, O HEER', dien ik mijn Koning noem,
Den luister van Uw majesteit en roem
Verbreiden, en Uw wonderlijke daan
Met diep ontzag aandachtig gadeslaan.
Elks juichend hart zal Uw geducht vermogen,
De grote kracht van Uwen arm verhogen.
Ik zal mijn stem met aller lofzang paren,
En overal Uw grootheid openbaren.

3. Zij zullen, uit de volheid van 't gemoed,
Gedachtig aan den milden overvloed
Van Uwe gunst, die roemen bij elkeen,
En juichen van al Uw gerechtigheen.
De HEER' is goed en vriend'lijk en weldadig,
Barmhartig, mild, lankmoedig en genadig;
Hij doet Zijn gunst aan allen klaar bemerken;
Zijn goedheid is verspreid op al Zijn werken.

4. Al wat Gij wrocht, zal juichen tot Uw eer;
Uw gunstvolk zal verblijd U zeeg'nen, HEER',
En roemen van Uw koninkrijk, Uw macht,
Uw heerlijkheid en Goddelijke kracht;
Om, waar zich 't hart ooit voelt in leerzucht blaken,
Uw heerlijkheid, Uw macht bekend te maken,
En d' eer Uws rijks, zo groot, zo hoog verheven,
Voor aller oor den hoogsten roem te geven.

5. Uw heerschappij verduurt zelfs d' eeuwigheid;
Uw koninkrijk is eind'loos uitgebreid.
Gij ondersteunt hem, die voor 't onheil zwicht:
Wie nederstort, wordt door U opgericht.
't Ziet al op U ; 't blijft alles op U wachten;
Gij sterkt door spijs, te rechter tijd, hun krachten;
G' ontsluit Uw hand, ontfermend en weldadig,
Opdat Uw gunst, al wat er leeft, verzadig'.

6. De HEER' is recht, in al Zijn weg en werk;
Zijn goedheid kent in 't gans heelal geen perk.
Hij is nabij de ziel, die tot Hem zucht;
Hij troost het hart, dat schreiend tot Hem vlucht;
Dat ongeveinsd, in 't midden der ellenden,
Zich naar Gods troon met zijn gebeen blijft wenden;
Hij geeft den wens van allen, die Hem vrezen;
Hun bede heeft Hij nimmer afgewezen.

7. De HEER' bewaart de ziel, die Hem bemint;
Maar Hij verdelgt, dien Hij godd'loos bevindt.
Mijn blijde tong zal roemen in den HEER',
En alle vlees zal juichen tot Gods eer.

1. Ik zal God, mijnen Koning, prijzen zeer,
En Uwen heiligen Naam loven, Heer!
Ik wil, Heer, Uwen Naam verbreiden fijn,
En U altijd grootmaken, o God mijn!
De Heer is groot en zeer hoog'lijk te prijzen,
Onbegrijp'lijk is Hij in alle wijzen,
Kindskinderen zullen roemen Zijn werken,
En vermonden Zijn kracht, niet om versterken.

2. Ik wil gedenken Uwe heerlijkheid,
Uwe grootheid en Uwe Majesteit,
En zal Uwe wonderwerken altijd
Verbreiden, Heere, met een hart verblijd;
Uw daden een schoon getuigenis geven
Van Uwe kracht, 't welk ieder man doet beven;
Dies wil ik altijd en voor alle dingen
Uw goedigheid loven, prijzen en zingen.

3. Zij zullen Uwer goedigheid zeer groot
Hierna zijn een schoon gedenkteken bloot;
Zij getuigen van Uw gerechtigheid
En van Uwe bestendige waarheid,
De Heer is genadig ende goedhartig,
Traag tot gramschap en daartoe zeer barmhartig;
Vriendelijk is Hij allen creaturen,
En Hij toont hun Zijn goedheid t' aller uren.

4. Dies Heer, looft U al Uw schepsel verblijd,
Omdat Gij een volmaakt Werkmeester zijt;
Maar boven al Uwe werken niet klein,
Prijzen U al Uwe heiligen rein;
De heerlijkheid Uwes rijks zij verkonden,
Uwe kracht groot zij daarneven vermonden;
Opdat de mensen d' heerlijkheid en krachten
Uwes rijks verstaan in alle geslachten.

5. Uw rijk is, Heer, een eeuwig koninkrijk,
Uw heerschappij blijft eeuwiglijk gelijk.
Die struikelen onderhoudt Uw hand fijn,
En richt op, die neder geslagen zijn.
Alle ding wacht op U aan alle zijden:
Gij geeft hun zijn spijs in bekwame tijden.
Gij opent Uw hand en dat begenadigt,
Met spijs alles rijkelijk Gij verzadigt.

6. God is gerecht in alles wat Hij doet,
En goedertier' in al Zijn werken goed.
Hen, die Hem bidden wil Hij nabij staan;
Ja, die Hem in der waarheid roepen aan.
Hij doet den wille tot haren vermeren,
Dergenen, die Hem vrezen en vereren;
Hij verhoort haar schreien en al haar klagen,
En verlost z' uit al haar kruis en haar plagen.

7. Die God liefhebben, zijn van Hem bewaard,
Maar Hij verderft gans'lijk den bozen aard.
Dies wil ik Zijnen lof verkonden klaar;
Ja alle vlees zal Hem loven eenpaar.

1. O Heer, mijn God, Gij koning van 't heelal,
ik wil uw naam verheffen boven al.
Van dag tot dag roem ik uw majesteit,
ik zegen U voor eeuwig en altijd.
Groot is de Heer, zijn grootheid zij geprezen,
groot is zijn naam, zijn ondoorgrond'lijk wezen.
Van mond tot mond gaan uw geduchte daden,
van eeuw tot eeuw slaat men uw werken gade.

2. Ik zal getuigen van uw heerlijk licht,
van al de wondren die Gij hebt verricht,
opdat men alom spreke van uw kracht,
en roeme in uw overwinningsmacht.
Uw grootheid, Heer, gaat boven mijn begrippen,
uw goedheid, Heer, is altijd op mijn lippen
en juichend zal men overal bezingen
uw recht, o Heer, uw trouw aan stervelingen.

3. Genadig en barmhartig is de Heer,
lankmoedig en vol goedheid altijd weer.
Hij toont zijn gunst aan alles wat Hij schiep,
al wat Hij uit de schoot der aarde riep.
U loven , Heer, de werken van uw handen,
de hemelen, de zeeën en de landen.
U zegenen, o Heer, uw hartsbeminden
die elke dag uw goedheid ondervinden.

4. Zij roemen in uw koningschap, o Heer,
zij stellen in uw heerlijkheid hun eer.
Al wie hen hoort zal weten wie Gij zijt:
een vorst, bekleed met macht en majesteit.
Uw heerschappij is over alle tijden,
ieder geslacht zal zich in U verblijden.
Die dreigen te bezwijken wilt Gij schragen
en Gij richt op, die zijn terneergeslagen.

5. Zie, aller ogen zijn op U gericht,
Heer, die te rechter tijd hun nood verlicht.
Gij opent uwe hand, en al wat leeft
vindt voedsel, vindt al wat het nodig heeft.
Rechtvaardig is de Heer in al zijn wegen,
in al zijn daden is Hij ons genegen.
Al wie Hem aanroept, schenkt Hij zijn ontferming;
wie Hem in waarheid aanroept, vindt bescherming.

6. Al wie God vreest, verhoort en zegent Hij,
zijn redding is elk die Hem roet nabij.
Wie Hem bemint, is bij Hem welbehoed,
maar wie Hem haat, betaalt het met zijn bloed.
Ik zal vol vreugde zingen Hem ter ere,
mijn mond zal vol zijn van de lof des Heren.
Laat al wat leeft Gods heil'ge naam belijden,
Hem zegenen tot aan het eind der tijden.

1. Mijn God en Koning, aller vorsten Heer,
ik zing verheugd uw heilge naam ter eer.
Uw naam, zo groot en vol van majesteit
zal ik verheffen tot in eeuwigheid.
Van dag tot dag zal ik U eer bewijzen.
De Heer is groot en Hij is zeer te prijzen.
Zijn grootheid gaat het scherpst verstand te boven.
Laat elk geslacht zijn werk en almacht loven.

2. Ik zal, o Heer, die ik mijn Koning noem,
verkondigen uw majesteit en roem,
uw wonderdaden die U hebt volbracht,
de luister van uw heerlijkheid en macht.
Met juichend hart zal ieder uw vermogen,
uw goedheid en gerechtigheid verhogen.
Ik zal mijn stem met aller lofzang paren
en overal uw grootheid openbaren.

3. Genadig is de Heer in wat Hij doet,
lankmoedig en voor heel zijn schepping goed.
Uw werken prijzen, Heer, uw majesteit,
uw gunstgenoten uw barmhartigheid.
Uw volk zal, Heer, uw grootheid altijd loven.
Niets gaat uw heerlijk koningschap te boven.
Uw koningschap zal alle eeuwen duren,
uw heerschappij het nageslacht besturen.

4. De Heer is sterk, onwankelbaar in macht.
Hij schraagt wie valt, verleent de zwakken kracht.
Wie onder leed en moeiten gaan gebukt,
richt Hij weer op, hoe zwaar de last ook drukt.
Zij zien op U, Heer, aller ogen wachten,
U sterkt door spijs te rechter tijd hun krachten.
U doet uw hand wijd open op hun vragen,
verzadigt al wat leeft met welbehagen.

5. Rechtvaardig is de Heer in zijn beleid,
zijn werk toont steeds zijn goedertierenheid.
Al wie tot Hem in waarheid roept, hoort Hij,
ja, Hij verlost, is in hun nood nabij.
De Heer bewaart hen die Hem trouw verwachten,
maar Hij verdelgt al wie zijn wet verachten.
Mijn mond zal spreken van de lof des Heren.
Laat al wat leeft zijn naam voor eeuwig eren!