Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

In onze gemeente proberen we het oude van de traditie in verbinding te brengen met het nieuwe van nu. De Nieuwe Psalmberijming sluit daar perfect bij aan. Op deze manier kunnen we met jong en oud de psalmen blijven zingen. Lees meer »

Ds. E. de Jong | Doopsgezinde Gemeente te Ouddorp

Ds. E. de Jong
Doopsgezinde Gemeente te Ouddorp

Lees alle quotes

Psalm 146

De nieuwe psalmberijming

1. Halleluja! Heel mijn leven
zal ik zingen voor de HEER.
Hem wil ik mijn liefde geven,
telkens weer en telkens meer!
Zingen wil ik dag aan dag
en Hem prijzen vol ontzag.

2. Macht van mensen heeft geen waarde:
zoek daar niet naar zekerheid!
Zelfs de sterkste is maar aarde,
krijgt maar weinig levenstijd.
Als zijn adem stokt, gaan ook
al zijn plannen op in rook.

3. Vol geluk mag ieder leven
die de HEER als helper heeft.
Hij heeft ons zijn woord gegeven
en Hij maakte al wat leeft.
Wie berooid is of geknecht
geeft Hij brood en doet Hij recht.

4. Hij, de HEER, laat boeien breken
geeft aan blinden levenslicht,
helpt wie bijna was bezweken,
houdt van wie op Hem zich richt.
Hulpelozen staat Hij bij,
slechte mensen oordeelt Hij.

5. Tot het einde van de tijden
heerst de HEER met overmacht.
Sions God blijft alles leiden;
Hij regeert in elk geslacht.
Eeuwig zing ik tot zijn eer:
Halleluja, loof de HEER!

Tekst: Adriaan Molenaar

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Halleluja! Heel mijn leven
zal ik zingen voor de HEER.
Hem wil ik mijn liefde geven,
telkens weer en telkens meer!
Zingen wil ik dag aan dag
en Hem prijzen vol ontzag.

2. Macht van mensen heeft geen waarde:
zoek daar niet naar zekerheid!
Zelfs de sterkste is maar aarde,
krijgt maar weinig levenstijd.
Als zijn adem stokt, gaan ook
al zijn plannen op in rook.

3. Vol geluk mag ieder leven
die de HEER als helper heeft.
Hij heeft ons zijn woord gegeven
en Hij maakte al wat leeft.
Wie berooid is of geknecht
geeft Hij brood en doet Hij recht.

4. Hij, de HEER, laat boeien breken
geeft aan blinden levenslicht,
helpt wie bijna was bezweken,
houdt van wie op Hem zich richt.
Hulpelozen staat Hij bij,
slechte mensen oordeelt Hij.

5. Tot het einde van de tijden
heerst de HEER met overmacht.
Sions God blijft alles leiden;
Hij regeert in elk geslacht.
Eeuwig zing ik tot zijn eer:
Halleluja, loof de HEER!

Tekst: Adriaan Molenaar

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

Alternatieve melodieën

Deze psalm kan ook gezongen worden op de melodie van:
- Joh de Heer 446 'Prijst de Heer met blijde galmen'
- Christmas Carol 'Once in Royal David's City/In de stad van koning David'
- Joh de Heer 1010 'Laat ons loven, laat ons juichen'
- Herv Bundel 107 'Zingt, gij afgelegen landen'
- Herv Bundel 109 'Waterstromen wil ik gieten'

1. Prijs den HEER' met blijde galmen;
Gij, mijn ziel, hebt rijke stof;
'k Zal, zo lang ik leef, mijn psalmen
Vrolijk wijden aan Zijn lof:
'k Zal, zo lang ik 't licht geniet,
Hem verhogen in mijn lied.

2. Vest op prinsen geen betrouwen,
Waar men nimmer heil bij vindt;
Zoudt g' uw hoop op mensen bouwen?
Als Gods hand hun geest ontbindt,
Keren zij tot d' aarde weer,
Storten met hun aanslag neer.

3. Zalig hij, die in dit leven,
Jakobs God ter hulpe heeft;
Hij, die door den nood gedreven,
Zich tot Hem om troost begeeft;
Die zijn hoop, in 't hach'lijkst lot,
Vestigt op den HEER', zijn God.

4. 't Is de HEER', Wiens alvermogen
't Groot heelal heeft voortgebracht;
Die genadig, uit den hogen
Ziet, wie op Zijn bijstand wacht,
En aan elk, die Hem verbeidt,
Trouwe houdt in eeuwigheid.

5. 't Is de HEER', die 't recht der armen,
Der verdrukten gelden doet;
Die, uit liefderijk erbarmen,
Hongerigen mild'lijk voedt;
Die gevang'nen vrijheid schenkt,
En aan hun ellende denkt.

6. 't Is de HEER', Wiens mededogen
Blinden schenkt het lief'lijk licht;
Wie in 't stof lag neergebogen,
Wordt door Hem weer opgericht.
God, die lust in waarheid heeft,
Mint hem, die rechtvaardig leeft.

7. 't Is de HEER', die vreemdelingen
Met een wakend oog beschouwt;
Weeuw en wees in twistgedingen
En in kommer staande houdt;
Maar Zijn arm, der vromen hoop,
Stuit de bozen in hun loop.

8. 't Is de HEER' van alle heren,
Sions God, geducht in macht,
Die voor eeuwig zal regeren
Van geslachte tot geslacht.
Sion, zing uw God ter eer!
Prijs Zijn grootheid; loof den HEER'.

1. Wel op, mijn ziel, wil nu prijzen
Den Heer; want mijn leven lang
Zal ik Hem ere bewijzen.
Ik wil met psalmengezang
Steeds loven God verheven,
Zolang als ik zal leven.

2. Wil niet stellen uw betrouwen
Op prinsen groot ofte kleen;
Wil op den mense niet bouwen,
Want bij hem is hulpe geen.
Als zijn geest uitvaart gelijk,
Wordt hij weder aard' en slijk.

3. Met hem vergaan zijn raden al,
En worden haast'lijk tot niet.
Wel hem, wien God t' allen tijd zal
Zijn hulp aanbieden met vliet;
Die tot God heeft zijn toevlucht
In nood en in kwaad gerucht.

4. Hij is 't, die krachtig gemaakt heeft
Den hemel en 't aardrijk breed,
De zee en al wat daarin leeft,
En hem beweegt met bescheed.
Hij onderhoudt Zijn waarheid
Zeer vast in der eeuwigheid.

5. Hij doet hun recht, die daar lijden
Overlast en groot geweld;
Hij geeft brood tot allen tijden
Hun, die den honger scherp kwelt;
Hij maakt los en vrij van pijn
Hen die vast gebonden zijn.

6. 't Gezichte geeft Hij hun allen,
Die daar ganselijk zijn blind
Die hard zijn nedergevallen,
Heft Hij op, en die bezint;
Hij heeft lief ende behoedt,
Die oprecht vroom zijn en goed.

7. Met vlijt bewaart ook de Heere
De vreemden in lijden groot;
Desgelijks de wezen tere,
Behoedt God in angst en nood;
Weduwen Hij ook bewaart,
Dat haar geen leed wedervaart.

8. Hij zal de wegen verderven
Der godd'lozen met der daad;
En zal Hem een rijk verwerven,
Dat eeuwiglijk vast bestaat.
Sion, uws Gods heerlijkheid
Wordt geloofd in eeuwigheid.

1. Zing, mijn ziel, voor God uw Here,
zing die u het leven geeft.
Zing, mijn ziel, uw God ter ere,
zing voor Hem zo lang gij leeft.
Ziel, gij zijt geboren tot
zingen voor den Heer uw God.

2. Reken niet op mensenwaarde,
want bij mensen is geen baat.
Aarde wordt een mens tot aarde,
als zijn adem uit hem gaat.
Ligt niet alles wat hij wil
met zijn laatste adem stil?

3. Heil wien Jakobs God wil bijstaan,
heil die God ter hulpe riep.
Want zijn heil zal niet voorbijgaan,
God is trouw aan wat Hij schiep.
Wat in hemel, zee of aard
woont, is in zijn hand bewaard.

4. Aan wie hongert geeft Hij spijze,
aan verdrukten recht gericht.
Wie geboeid zijn, Hij bevrijdt ze,
blinden geeft Hij het gezicht.
Hij geeft den gebukten moed
en heeft lief wie zijn wil doet.

5. Wees en weduw en ontheemde
doet Hij wonen op zijn erf.
Hij behoedt de weg der vreemden,
maar leidt bozen in 't verderf.
Eeuwig Koning is de Heer!
Sion, zing uw God ter eer!

1. Ik wil zingen al mijn dagen:
Halleluja, prijs de Heer.
Psalm en lied, Hem opgedragen,
zal ik wijden aan zijn eer.
Juich, mijn ziel, in God verblijd,
heel uw aardse levenstijd.

2. Wil toch niet op mensen bouwen,
hoe voornaam ook en geacht.
Want beschaamd wordt uw vertrouwen,
als u heil van hen verwacht.
Als hun stervensuur zal slaan,
zal hun plan met hen vergaan.

3. Zalig hij die in dit leven
Jakobs God tot helper heeft,
hij die door de nood gedreven,
zich tot Hem om troost begeeft,
die zijn hoop in 't moeilijkst lot
vestigt op de Heer, zijn God.

4. 't Is de Heer, die alle dingen
door zijn woord heeft voortgebracht.
Eeuwig blijft zijn trouw omringen
ieder die zijn hulp verwacht.
Hemel, aarde, zee en land
blijven door Gods macht in stand.

5. 't Is de Heer, die aan de armen
recht verschaft in druk en nood,
die uit liefderijk erbarmen
hongerigen voedt met brood,
die gevangnen vrijheid schenkt
en aan hun ellende denkt.

6. 't Is de Heer, wiens mededogen
blinden schenkt het lieflijk licht,
wie door leed is neergebogen
wordt door Hem weer opgericht.
't Is de Here, die bemint
elk die Hij oprecht bevindt.

7. 't Is de Heer, die vreemdelingen
met een wakend oog beschouwt,
die in alle rechtsgedingen
wees en weduwe behoudt.
Maar de bozen dwalen om,
want God maakt hun wegen krom.

8. 't Is de Heer van alle Heren,
Sions Koning, groot in macht,
die voor eeuwig zal regeren
tot het laatste nageslacht.
Sion, zing uw God ter eer.
Halleluja, loof de Heer.