Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Ik ben alweer acht jaar verbonden aan een zorginstelling voor mensen met een verstandelijke beperking. In die zetting is het belangrijk om het evangelie in eenvoudige bewoordingen te verkondigen zonder dat het kinderachtig wordt. Lees meer »

Ds. Dennis Verboom | Geestelijk verzorger bij 's Heeren Loo

Ds. Dennis Verboom
Geestelijk verzorger bij 's Heeren Loo

Lees alle quotes

Psalm 84

De nieuwe psalmberijming

1. Uw woning is mij zo lief, HEER.
In mij leeft heimwee: God, wanneer
mag ik uw goedheid daar ervaren?
In de beschutting van uw huis
zijn zelfs de mus en zwaluw thuis:
ze nestelen bij uw altaren.
Gelukkig wie daar elke dag
verblijf houdt en U prijzen mag.

2. Gelukkig wie sterk zijn in U,
wie reizend door het hier en nu
zich blijven houden aan uw wegen.
Gaat het soms door een tranendal,
dan weten ze Wie helpen zal:
verfrissend schenkt U hun uw zegen.
Verkwikt mogen ze verdergaan.
Ze komen zeker bij U aan.

3. Ik smeek U, luister naar mij, HEER.
U die de macht hebt, reageer
door uw welwillendheid te tonen.
God die ons steeds bescherming gaf,
wijs uw gezalfde toch niet af.
Veel liever wil ik bij U wonen
dan te verkeren in een tent
waar niemand uw gezag erkent.

4. Zoals een zon of een sterk schild,
zo is de HEER. Hij zal ons mild
zijn glorie en genade geven.
De tocht duurt lang, maar Hij voorziet.
Zijn weldaden ontzegt Hij niet
aan wie gehoorzaam willen leven.
Heer die de macht in handen houdt,
gelukkig wie op U vertrouwt.

Tekst: Arie Maasland

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Uw woning is mij zo lief, HEER.
In mij leeft heimwee: God, wanneer
mag ik uw goedheid daar ervaren?
In de beschutting van uw huis
zijn zelfs de mus en zwaluw thuis:
ze nestelen bij uw altaren.
Gelukkig wie daar elke dag
verblijf houdt en U prijzen mag.

2. Gelukkig wie sterk zijn in U,
wie reizend door het hier en nu
zich blijven houden aan uw wegen.
Gaat het soms door een tranendal,
dan weten ze Wie helpen zal:
verfrissend schenkt U hun uw zegen.
Verkwikt mogen ze verdergaan.
Ze komen zeker bij U aan.

3. Ik smeek U, luister naar mij, HEER.
U die de macht hebt, reageer
door uw welwillendheid te tonen.
God die ons steeds bescherming gaf,
wijs uw gezalfde toch niet af.
Veel liever wil ik bij U wonen
dan te verkeren in een tent
waar niemand uw gezag erkent.

4. Zoals een zon of een sterk schild,
zo is de HEER. Hij zal ons mild
zijn glorie en genade geven.
De tocht duurt lang, maar Hij voorziet.
Zijn weldaden ontzegt Hij niet
aan wie gehoorzaam willen leven.
Heer die de macht in handen houdt,
gelukkig wie op U vertrouwt.

Tekst: Arie Maasland

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

1. Hoe lief'lijk, hoe vol heilgenot,
O HEER' der legerscharen God,
Zijn mij Uw huis en tempelzangen.
Hoe branden mijn genegenheen,
Om 's HEEREN voorhof in te treen!
Mijn ziel bezwijkt van sterk verlangen;
Mijn hart roept uit tot God, Die leeft,
En aan mijn ziel het leven geeft.

2. Zelfs vindt de mus een huis, o HEER',
De zwaluw legt haar jongskens neer
In 't kunstig nest bij Uw altaren,
Bij U, mijn Koning en mijn God,
Verwacht mijn ziel een heilrijk lot;
Geduchte HEER' der legerscharen,
Welzalig hij, die bij U woont,
Gestaag U prijst en eerbied toont.

3. Welzalig hij, die al zijn kracht
En hulp alleen van U verwacht,
Die kiest de welgebaande wegen.
Steekt hem de hete middagzon
In 't moerbeidal, Gij zijt hun bron,
En stort op hen een milden regen,
Een regen, die hen overdekt,
Verkwikt en hun tot zegen strekt.

4. Zij gaan van kracht tot kracht steeds voort;
Elk hunner zal, in 't zalig oord
Van Sion, haast voor God verschijnen.
Let, HEER' der legerscharen, let
Op mijn ootmoedig smeekgebed.
Ai, laat mij niet van druk verkwijnen;
Leen mij een toegenegen oor,
O, Jakobs God, geef mij gehoor.

5. O God, die ons ten schilde zijt,
En ons voor alle ramp bevrijdt,
Aanschouw toch Uw gezalfde Koning.
Een dag is in Uw huis mij meer,
Dan duizend, waar ik U ontbeer;
'k Waar' liever in mijn Bondsgods woning
Een dorpelwachter, dan gewend
Aan d' ijd'le vreugd' in 's bozen tent.

6. Want God, de HEER', zo goed, zo mild,
Is 't allen tijd een zon en schild.
Hij zal genaad' en ere geven;
Hij zal hun 't goede niet in nood
Onthouden, zelfs niet in de dood,
Die in oprechtheid voor Hem leven.
Welzalig, HEER', die op U bouwt,
En zich geheel aan U vertrouwt.

1. Hoe lieflijk, o Heer, en hoe rein
Zijn Uwe woningen niet klein;
Lustig zijn z' en schoon bovenmate.
Mijn hart verlangt met allen zeer,
En zucht naar Uwen tempel, Heer!
Mijn ziel en lijf in dezen state
Zijn in den waren God verblijd,
En zeer verheugd tot dezen tijd.

2. De mussen en zwaal'wen t' zame
Vinden enen nest bekwame;
Och Heere der heirscharen krachtig,
O God mijn troost en Helper mijn,
Waar is 't dat Uw altaren zijn,
Daar Gij woont, o mijn Heer Almachtig?
Wel hun, die in Uw huis eerbaar
Wonen, die loven U eenpaar.

3. Zalig is hij t' allen stonden,
Wiens kracht, Heer, Gij zijt bevonden,
Die naarstig bewaart Uwe wegen;
Als zij door dit jammerdal gaan,
Zij zullen met vlijt recht voortaan
Putten te graven zijn genegen;
Die worden gemaakt waterrijk
Door den regen alle gelijk.

4. Zij zullen gaan van deugd tot deugd,
Totdat z' in Sion al met vreugd
Komen en daar den Heer aanschouwen.
O Heer der heirkrachten zeer schoon,
Uit den hogen hemelsen troon
Hoor mijn gebed in dit benauwen;
Gij, Jakobs God, mij toch verhoort,
Verneem mijn smeken naar Uw woord.

5. Heer! tot Wien wij in den nood vlien,
Wil Uwen gezalfden aanzien;
Want veel beter is slechts ‚‚n ure
In Uw huis, dan elders dit 's klaar
Duizend zijn; beter is ook daar
Een wachter te zijn aan de deure,
Dan 't is in de paleizen zoet
Der godd'lozen met overvloed.

6. Want onz' God is vriend'lijk en goed,
Een zon en schild tot ons behoed,
Die ons geeft eer ende genade;
Die den vromen in genen nood
Verlaten zal tot in den dood.
Geen ding ontbreekt hem vroeg noch spade.
Zalig is hij, die op Hem bouwt,
En Hem van harte gans vertrouwt.

1. Hoe lieflijk, hoe goed is mij, Heer,
het huis waar Gij uw naam en eer
hebt laten wonen bij de mensen.
Hoe brand ik van verlangen om
te komen in uw heiligdom.
Wat zou mijn hart nog liever wensen
dan dat het juichend U ontmoet
die leven zijt en leven doet.

2. Het heil dat uw altaar omgeeft
beschermt en koestert al wat leeft.
De mus, de zwaluw vindt een woning.
Haar jongen zijn in veiligheid.
Mij is een schuilplaats toebereid
in het paleis van U, mijn Koning.
Heil hen die toeven aan uw hof
en steeds zich wijden aan uw lof.

3. Welzalig die uit uw kracht leeft,
die naar uw tempel zich begeeft,
zijn hart wijst hem de rechte wegen.
Zij trekken op van overal
en, gaat het door het dorre dal,
dan valt op hen een milde regen.
Ja, in het hart van de woestijn
ontspringt een heldere fontein.

4. Van kracht tot kracht gaan zij steeds voort.
Hun lied weerklinkt van oord tot oord,
tot zij Jeruzalem betreden,
waar alle pelgrims binnengaan
om voor Gods aangezicht te staan.
Aanvaard, o Heer, ook mijn gebeden.
Verhoor mij, God van Israël,
die alles leidt naar uw bestel.

5. O Here, ons schild van omhoog,
zie neder met een gunstig oog
op uw gezalfde in uw tempel.
Een dag in uw paleis is meer
dan duizend elders. Ik verkeer
veel liever need'rig aan uw drempel
dan dat ik aanzit, hooggeacht
waar men den Here God veracht.

6. Want God onze Heer die ons mild
bestraalt als zon, beschermt als schild,
zal in genade ons verhogen.
Zijn hand onthoudt het goede niet
aan wie oprecht Hem hulde biedt
en eerlijk wandelt voor zijn ogen.
Heer, die het al in handen houdt,
welzalig die op U vertrouwt.

1. Hoe lieflijk is uw huis, o Heer!
O God, U weet hoe ik begeer
bij U te wonen in uw hoven,
U weet hoe heimwee mij bevangt,
omdat geheel mijn hart verlangt
U in uw heiligdom te loven.
'k Ga jubelend God tegemoet,
die leeft en mij ook leven doet.

2. Zelfs vindt de mus een huis, o Heer,
de zwaluw legt haar jongen neer
bij uw altaren in uw woning.
Laat mij bij U zo thuis zijn, Heer.
Want daar is vrede; ik begeer
bij U te zijn, mijn God en Koning!
Welzalig wie daar wonen mag,
hij zingt uw lof van dag tot dag.

3. Welzalig hij die al zijn kracht
en hulp alleen van U verwacht,
zijn hart kent de gebaande wegen.
Een dal, geblakerd door de zon,
ontsluit voor hen zelfs bron op bron
en op hen daalt een milde regen.
Zij worden door uw overvloed
gesterkt met nieuwe levensmoed.

4. Van kracht tot kracht gaan zij steeds voort,
het oog gericht naar Sions oord.
Daar zullen zij voor God verschijnen.
O, Heer der legerscharen, let
op mijn ootmoedig smeekgebed,
laat mij niet op de weg verkwijnen!
O Here, neig tot mij uw oor,
o Jakobs God, geef mij gehoor.

5. O God, ons schild, wil met ons gaan,
zie uw gezalfde gunstig aan.
Wij reizen naar uw stad, o Koning.
Eén dag is in uw huis mij meer
dan duizend zonder U, o HEER.
Ik wil nog liever bij uw woning
alleen maar aan de drempel staan
dan bij de bozen binnengaan.

6. Want God, de Heer, is goed en mild
en voor zijn volk een zon en schild.
Eer en genade zal Hij geven.
U zult het goede niet, o Heer,
onthouden hun die tot uw eer
steeds in oprechtheid voor U leven.
Welzalig, Heer, wie op U bouwt,
en zich geheel U toevertrouwt.