Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

De Geneefse Psalmen liggen me na aan het hart, maar de huidige vertaling uit het Gereformeerd Kerkboek is sterk verouderd. Soms is dat niet erg, want herkenbaarheid is voor ouderen erg belangrijk. Maar vanaf de kansel zie ik jongeren en masse hun mond houden; ze weten niet meer wat ze zingen. Lees meer »

Matthijs van der Welle| Kandidaat binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt

Matthijs van der Welle
Kandidaat binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt

Lees alle quotes

Psalm 149

De nieuwe psalmberijming

1. Kom bij elkaar, ga opgetogen
met een nieuw lied de HEER verhogen.
Laat Israël zijn maker danken
met nieuwe, frisse klanken.
Sions kind, pak de tamboerijn;
dans en speel, juich bij het refrein.
De HEER is koning, zing voor Hem,
verhef verheugd je stem.

2. God zal zijn volk zijn liefde tonen,
vernederden met luister kronen.
Laat al zijn dienaars vrolijk springen,
en dankbaar voor Hem zingen.
Zet nu in, zing tot ’s avonds laat.
Houd het zwaard in de hand paraat.
Bundel je krachten in een lied
en spaar de vijand niet.

3. Neem, Sion, onder lofgezangen
de volken om u heen gevangen.
De koningen en leiders moeten
voor al hun onrecht boeten.
Bind hen vast en voltrek het recht,
omdat God dit heeft vastgelegd.
Hij geeft getrouwen deze eer;
prijs hartelijk de HEER.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Kom bij elkaar, ga opgetogen
met een nieuw lied de HEER verhogen.
Laat Israël zijn maker danken
met nieuwe, frisse klanken.
Sions kind, pak de tamboerijn;
dans en speel, juich bij het refrein.
De HEER is koning, zing voor Hem,
verhef verheugd je stem.

2. God zal zijn volk zijn liefde tonen,
vernederden met luister kronen.
Laat al zijn dienaars vrolijk springen,
en dankbaar voor Hem zingen.
Zet nu in, zing tot ’s avonds laat.
Houd het zwaard in de hand paraat.
Bundel je krachten in een lied
en spaar de vijand niet.

3. Neem, Sion, onder lofgezangen
de volken om u heen gevangen.
De koningen en leiders moeten
voor al hun onrecht boeten.
Bind hen vast en voltrek het recht,
omdat God dit heeft vastgelegd.
Hij geeft getrouwen deze eer;
prijs hartelijk de HEER.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de liederen binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren. Wij verwachten hierbij echter wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Audio-opname

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

Video-opname

1. Looft, looft den HEER', dien onbedwongen,
Een nieuw gezang zij toegezongen,
In 't midden Zijner gunstelingen,
Die Hem ter ere zingen.
Dat Israel, met blijden klank,
Zijn milden Schepper loov' en dank';
Dat Sions kroost, met lofgejuich,
Zich voor zijn Koning buig'.

2. Laat d' ijverige tempelreien
Op fluiten 's Hoogsten Naam verbreien;
Hun psalmgezangen vrolijk paren,
Met trommelen en snaren;
Nu God met lust Zijn ogen slaat
Op Jakobs uitverkoren zaad;
Zachtmoedigen Zijn gunst betoont,
En hen met heil bekroont.

3. Op 't heug'lijkst zien Zijn gunstgenoten,
Door 't heilsieraad, hun eer vergroten;
Dies mogen zij van blijdschap springen,
En op hun legers zingen.
Het lied, gewijd aan 's HEEREN lof,
Die hoger rijst dan 't hemelhof,
Vervult hun keel; hun hand aanvaardt
Een scherp tweesnijdend zwaard.

4. Dus wil d' Almachtig', op hun smeken,
Door hen zich aan de heid'nen wreken;
Door hen de wreev'le volken straffen,
Elk loon naar werk verschaffen;
Hun koningen in ketens slaan;
Hun groten doen in boeien gaan,
En 't recht, gelijk 't beschreven staat,
Volvoeren naar Zijn raad.

5. Zo zal de heerlijkheid der vromen
Op 't luisterrijkst te voorschijn komen;
Zo schenkt Gods goedheid hun begeren.
Lof zij den HEER' der heren.

1. Wilt een nieuw lied den Heere zingen;
Wilt Hem Zijn eer heerlijk toebringen;
Dat nu onder Zijn volk gemeine
Zijn lof gehoord zij reine.
Gij, Israël, in vreugd nu leeft,
In den Heer Die u gemaakt heeft;
In dezen Koning u verblijdt,
Die Sions kind'ren zijt.

2. Dat men met fluiten Zijnen Name
Prijz' en met trommelen bekwame;
Met harpen zoet moet men ook loven
Den Heere van hier boven,
Want den Heer behaagt Zijn volk al,
Dat Hij verkiest naar Zijn geval;
De kleinen zal Hij vereren
En haar goed vermeren.

3. Toch zullen de vromen geprezen
Hierna vrolijk en verblijd wezen;
Ja men zal z' op haar bedde horen
Zingen en vreugd oorboren.
In hare kelen zullen zij
Des Heeren lof hebben zeer blij;
En in haar handen (vol waarden)
Tweesnijdende zwaarden.

4. Opdat zij verderven met krachten
Daarmee alle boze gedachten,
En straffen de harten hoogmoedig
Met scherpe wrake spoedig;
Opdat zij vangen zo meteen
Koningen en prinsen niet kleen;
En met ketenen en banden
Vast sluiten haar handen.

5. Als zij die straffen dat ze beven,
Zij doen zulks als daar staat voorschreven;
Dit 's Uwer heiligen, o Heere!
Heerlijkheid en haar ere.

1. Halleluja! laat opgetogen
een nieuw gezang den Heer verhogen.
laat allen die Gods naam belijden
zich eensgezind verblijden.
Volk van God, loof Hem die u schiep;
Israël, dank Hem die u riep.
Trek, Sion, in een blijde stoet
uw Koning tegemoet.

2. Laat het een hoge feestdag wezen.
De naam des Heren wordt geprezen
met het aloude lied der vaad'ren.
De heil'ge reien naad'ren.
En zo danst in het morgenlicht
heel Gods volk voor zijn aangezicht
en slaat de harp en roert de trom
in 's Heren heiligdom.

3. De Heer gedenkt in gunst de zijnen.
Hij kroont de zwakken en de kleinen.
Hij kent de stillen in den lande,
het heil is nu ophanden.
Weest verheugd, die den Heer verbeidt,
nu Hij komt en u zelf bevrijdt.
Prijst dan zijn naam bij dag en nacht
en roemt zijn grote macht.

4. Gods lof zal in hun lied weerklinken.
En in hun rechterhand zal blinken
een zwaard dat voor de trots der volken
Gods wrake zal vertolken.
De tirannen die God weerstaan
zullen zij in de boeien slaan.
Zij juichen, nu het bruut geweld
voorgoed wordt neergeveld.

5. Nu zal, gelijk er staat geschreven,
Gods volk in volle vrede leven.
De boze vijand is verslagen.
Prijs 's Heren welbehagen!
Na het duister der wereldnacht
blinkt de luister van Gods geslacht.
Hemel en aarde stemmen saam
en prijzen 's Heren naam.

1. Halleluja! Gij, volk des Heren,
zing een nieuw lied om Hem te eren.
Zing voor de Heer met alle vromen
die juichend samenkomen.
Israël, geef uw Maker eer.
Sion, zing: Koning is de Heer.
Dans op uw lied met blij refrein
bij luit en tamboerijn.

2. De Heer heeft in zijn volk behagen,
Hij kroont met heil wie naar Hem vragen.
Dat vromen juichen, zich verblijden,
ook 's nachts zijn naam belijden.
In de Heer zijn zij dan verheugd,
't loflied klinkt tot Hem op met vreugd.
Hun sterke hand voert onvervaard
een scherp tweesnijdend zwaard.

3. Zo zal Gods volk zich recht verschaffen,
het zal zich wreken, volken straffen,
hun koningen en vorsten vinden,
met sterke boeien binden.
Dan wordt toch, naar 't beschreven recht,
tegen hen het geding beslecht.
De luister van Gods volk keert weer,
geprezen zij de Heer.