Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Ga direct naar psalm

Zoek op tekst:

Zoek op gelegenheid:

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

 

Psalm 103

De nieuwe psalmberijming

1. Lof aan de HEER voor al zijn zegeningen.
Prijs Hem, mijn ziel, blijf dankbaar voor Hem zingen.
Onthoud hoe goed Hij voor je is geweest.
Hij doet niets liever dan je schuld vergeven.
Wanneer de dood dreigt, redt de HEER je leven.
Hij is het die van ziekte je geneest.

2. De HEER omringt je altijd met het goede.
Hij zal je met geluk en schoonheid voeden.
Je jeugd vernieuwt zich als een adelaar.
Wie onderdrukt wordt, laat Hij recht ervaren.
Hij wilde zich aan Mozes openbaren.
Wat Hij zijn volk beloofde, maakt Hij waar.

3. De HEER blijft ons met liefde overladen.
Bewogen is zijn hart en vol genade.
Groot is zijn trouw, immens geduld heeft Hij.
Hij laat ons niet voor elke zonde boeten,
straft niet zo zwaar als eigenlijk zou moeten.
Hij blijft niet boos, zijn woede gaat voorbij.

4. De HEER is goed voor wie in Hem geloven;
zijn trouw gaat zelfs de blauwe lucht te boven.
Hij werpt de zonden ver bij zich vandaan.
Hij troost ons met zijn vaderlijke zorgen.
Wij, zwakke mensen, zijn bij Hem geborgen;
Hij weet dat wij uit aarde zijn ontstaan.

5. Zo kwetsbaar als een grasspriet is ons leven.
De mens is als een bloem: hij bloeit maar even.
Hij kan de hitte en de storm niet aan.
Hoe levendig en sterk hij ook mag ogen,
het duurt niet lang voordat hij zal verdrogen.
Daarna weet niemand waar hij heeft gestaan.

6. De HEER telt niet in jaren, maanden, uren:
zijn liefde zal de eeuwigheid verduren.
Aan elke generatie doet Hij recht.
Hij toont zijn trouw aan wie bij Hem wil horen,
aan ieder kind dat na ons wordt geboren,
dat nazegt wat de HEER heeft voorgezegd.

7. De HEER is koning – prijs Hem, hemelingen!
Laat alle engelen zijn lof bezingen.
Kom, sterke helden, buig je voor Hem neer.
Laat heel zijn legermacht Hem eer bewijzen.
De hele schepping moet zijn daden prijzen.
Prijs Hem, mijn ziel, zing dankbaar voor de HEER.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Lof aan de HEER voor al zijn zegeningen.
Prijs Hem, mijn ziel, blijf dankbaar voor Hem zingen.
Onthoud hoe goed Hij voor je is geweest.
Hij doet niets liever dan je schuld vergeven.
Wanneer de dood dreigt, redt de HEER je leven.
Hij is het die van ziekte je geneest.

2. De HEER omringt je altijd met het goede.
Hij zal je met geluk en schoonheid voeden.
Je jeugd vernieuwt zich als een adelaar.
Wie onderdrukt wordt, laat Hij recht ervaren.
Hij wilde zich aan Mozes openbaren.
Wat Hij zijn volk beloofde, maakt Hij waar.

3. De HEER blijft ons met liefde overladen.
Bewogen is zijn hart en vol genade.
Groot is zijn trouw, immens geduld heeft Hij.
Hij laat ons niet voor elke zonde boeten,
straft niet zo zwaar als eigenlijk zou moeten.
Hij blijft niet boos, zijn woede gaat voorbij.

4. De HEER is goed voor wie in Hem geloven;
zijn trouw gaat zelfs de blauwe lucht te boven.
Hij werpt de zonden ver bij zich vandaan.
Hij troost ons met zijn vaderlijke zorgen.
Wij, zwakke mensen, zijn bij Hem geborgen;
Hij weet dat wij uit aarde zijn ontstaan.

5. Zo kwetsbaar als een grasspriet is ons leven.
De mens is als een bloem: hij bloeit maar even.
Hij kan de hitte en de storm niet aan.
Hoe levendig en sterk hij ook mag ogen,
het duurt niet lang voordat hij zal verdrogen.
Daarna weet niemand waar hij heeft gestaan.

6. De HEER telt niet in jaren, maanden, uren:
zijn liefde zal de eeuwigheid verduren.
Aan elke generatie doet Hij recht.
Hij toont zijn trouw aan wie bij Hem wil horen,
aan ieder kind dat na ons wordt geboren,
dat nazegt wat de HEER heeft voorgezegd.

7. De HEER is koning – prijs Hem, hemelingen!
Laat alle engelen zijn lof bezingen.
Kom, sterke helden, buig je voor Hem neer.
Laat heel zijn legermacht Hem eer bewijzen.
De hele schepping moet zijn daden prijzen.
Prijs Hem, mijn ziel, zing dankbaar voor de HEER.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm (opent in nieuw tabblad)

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de psalmen van De Nieuwe Psalmberijming binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren.

Wij verwachten wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux. Gebruik voor deze psalm liednummer 7055449 bij uw rapportage aan CCLi.

Melodie

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

1. Loof, loof den HEER', mijn ziel, met alle krachten;
Verhef Zijn Naam, zo groot, zo heilig t' achten;
Och, of nu al wat in mij is, Hem preez'!
Loof, loof mijn ziel, den Hoorder der gebeden;
Vergeet nooit een van Zijn weldadigheden;
Vergeet ze niet; 't is God, die z' u bewees.

2. Loof Hem, die u, al wat gij hebt misdreven,
Hoeveel het zij, genadig wil vergeven,
Uw krankheen kent en liefderijk geneest;
Die van 't verderf uw leven wil verschonen,
Met goedheid en barmhartigheen u kronen;
Die in den nood uw redder is geweest.

3. Loof Hem, die u vergunt uw zielsverlangen,
En 't goede tot verzading doet ontvangen;
Uw jeugd vernieuwt, gelijk eens arends jeugd.
De HEER' doet recht, is heilig in Zijn richten,
Treft iemand druk, Hij wil den druk verlichten,
En hart en mond vervullen met Zijn vreugd.

4. Hij heeft voorheen aan Mozes Zijne wegen,
Aan Isrels zaad, tot hun behoud genegen,
Zijn daan getoond em trouw'lijk hen geleid.
Barmhartig is de HEER' en zeer genadig;
Schoon zwaar getergd, lankmoedig en weldadig;
De HEER' is groot van goedertierenheid.

5. Hij zal Zijn volk niet eindeloos kastijden,
Noch eeuwiglijk Zijn gramschap ons doen lijden;
Hij is het, die ons Zijne vriendschap biedt.
Hij handelt nooit met ons naar onze zonden;
Hoe zwaar, hoe lang wij ook Zijn wetten schonden,
Hij straft ons, maar naar onze zonden niet.

6. Zo hoog Zijn troon moog' boven d' aarde wezen,
Zo groot is ook voor allen, die Hem vrezen,
De gunst, waarmee Hij hen wil gadeslaan.
Zo ver het west verwijderd is van 't oosten,
Zo ver heeft Hij, om onze ziel te troosten,
Van ons de schuld en zonden weggedaan.

7. Geen vader sloeg met groter mededogen
Op teder kroost ooit zijn ontfermend' ogen,
Dan Isrels HEER' op ieder, die Hem vreest.
Hij weet, wat van Zijn maaksel zij te wachten,
Hoe zwak van moed, hoe klein wij zijn van krachten,
En dat wij stof, van jongs af, zijn geweest.

8. Gelijk het gras is ons kortstondig leven,
Gelijk een bloem, die op het veld verheven,
Wel sierlijk pronkt, maar kracht'loos is en teer;
Wanneer de wind zich over 't land laat horen,
Dan knakt haar steel, haar schoonheid gaat verloren;
Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer.

9. Maar 's HEEREN gunst zal over die Hem vrezen,
In eeuwigheid altoos dezelfde wezen:
Zijn trouw rust zelfs op 't late nageslacht,
Dat zijn verbond niet trouweloos wil schenden
Noch van Zijn wet afkerig d' oren wenden,
Maar die naar eis van Gods verbond betracht.

10. De HEER' heeft Zich, als d' allerhoogste Koning,
Een troon gevest in Zijne hemelwoning.
Zijn koninkrijk heerst over 't wereldrond.
Looft, looft, den HEER', gij Zijne legermachten,
Gij eng'len, die Hem dient met heldenkrachten,
En vaardig past op 't woord van Zijnen mond.

11. Looft, looft, den HEER', gij Zijne legerscharen,
Wier lust het is, op Zijnen wenk te staren.
Dat hemel, aard' en zee en berg en dal,
Hoe ver men ook Zijn schepter ziet regeren,
Nu Zijnen Naam en grote deugden eren;
En gij, mijn ziel, loof gij Hem bovenal.

1. Mijn ziele, wil den Heer met lofzang prijzen;
Al wat in mij is, moet Hem eer bewijzen,
En Zijnen heil'gen Naam loven met vliet. 
Wil hem prijzen en roemen onbeladen; 
O gij, mijn ziel, loof des Heeren weldaden,
Die gij ontvangen hebt; vergeet die niet.
 
2. Loof Hem, Die door Zijn goedheid hoog verheven
De zonden al u gans'lijk heeft vergeven,
En u geneest van uw gebreken groot. 
Prijs Hem, die u heeft vrijgekocht uw leven
Van den dood, dewelk' u zeer heeft doen beven,
Die u nu omringt met genade bloot.
 
3. Die uwen mond vol maakt met goed en vreugde,
En u jong maakt en daartoe ook vol jeugde,
Alzo men den arend jong worden ziet. 
Hij is de Heer, Die gedenkt t' allen tijden,
Genadelijk hen, die hier onrecht lijden,
Dat recht is te doen in al haar verdriet.
 
4. Hij heeft Mozes (dat wij niet zouden dwalen) 
Zijn wegen verklaard en willen verhalen; 
Israël heeft Hij getoond Zijn doen al; 
Hij is een Heer, barmhartig en zeer goedig,
Hij vergeeft haast en is tot toorn lankmoedig,
Volmaakt in goedheid, 't welk Hij blijven zal.
 
5. Het is wel waar, dat als wij ongestadig 
Hem vergrammen, zo straft Hij ons genadig;
Nochtans blijft Hij niet verstoord langen tijd.
Hij handelt met ons niet naar onze zonden,
Hij is vriend'lijk en straft tot genen stonden
Ons naar verdienst', maar scheldt ons alles kwijt.
 
6. Zo hoog als de hemel staat van de aarde, 
Zo groot is Zijn goedheid hun die aanvaarden
De heilige vreze Zijns woords voortaan. 
Veel wijder dan 't oosten klaar is gestanden
Van den westen, zo heeft zonden en schanden
Onz' God van ons uit genade gedaan.
 
7. Gelijk een vader hem pleegt te erbarmen 
Over zijn kind, zo wil Hem God ontfarmen
Over hen, die Hem vrezen in 't gemein. 
Wat de mense zij, dat bekent de Heere;
Hij weet ook wel dat wij, vol van onere,
Niets anders zijn dan stof en stank onrein.
 
8. Als gras en hooi is hier des mensen leven, 
Die heerlijk bloeit, zijnd' een wijle verheven, 
Als een schone bloeme staand' op dat veld; 
Maar als de wind eenmaal daarover drijvet,
Zij vergaat haast, zodat niet langer blijvet
Haar plaatse, daar ze voormaals was gesteld.
 
9. Maar Gods barmhartigheid zal eeuwig duren
Hun, die Hem vrezen, en tot elker uren 
Over kindskind blijft Zijn gerechtigheid; 
Dien, die Zijn bond houden zonder afwijken,
Die Zijnen wille steeds doen desgelijken,
Uit 's harten grond met aller vlijtigheid.
 
10. God heeft Zijnen stoel vastelijk bereidet
In den hemel, en Zijn rijk uitgebreidet,
Denwelken alles onderworpen is. 
Dies looft Hem, gij engelen sterk in krachten, 
Gij, die daar uitricht met vlijt en met machten,
Zijn bevel met haast en met vreugd' gewis.
 
11. Looft den Heer, alle gij hemelse scharen, 
En maakt Hem groot, gij Zijn trouwe dienaren, 
Die Zijnen wille tot allen tijd doet; 
Wilt al Zijn doen overal heerlijk loven; 
En gij, mijn ziel, wil den Heer van hier boven
Altijd groot maken met hart en gemoed.

1. Zegen, mijn ziel, de grote naam des Heren,
laat al wat binnen in mij is Hem eren,
vergeet niet hoe zijn liefde u heeft geleid,
gedenk zijn goedheid, die u wil vergeven,
die u geneest, die uit het graf uw leven
verlost en kroont met goedertierenheid.

2. Loof Hem, die zo met gaven u verzadigt,
dat uw bestaan, met glorie begenadigd,
gelijk een arend nieuw bevleugeld wordt.
Het volk in druk heeft van Hem recht verkregen,
Hij heeft aan Mozes eens getoond zijn wegen,
op Israël zijn zegen uitgestort.

3. Hij is een God van liefde en genade,
barmhartigheid en goedheid zijn de daden
van Hem die niet voor altijd met ons twist,
die ons niet doet naar alles wat wij deden,
ons niet naar onze ongerechtigheden
vergeldt, maar onze schuld heeft uitgewist.

4. Zo hoog en wijd de hemel staat gerezen
boven de aarde, is voor wie Hem vrezen
zijn liefde en zijn goedertierenheid.
Zo ver verwijderd 't westen is van 't oosten,
zo ver doet Hij van hen die Hij wil troosten
de zonden weg, ja Hij heeft ons bevrijd.

5. Zoals een vader liefdevol zijn armen
slaat om zijn kind, omringt ons met erbarmen
God onze Vader, want wij zijn van Hem.
Hij die ons zelf uit aarde heeft genomen,
Hij weet, dat wij, uit stof aan 't licht gekomen,
slechts leven op de adem van zijn stem.

6. De mens is aan het sterven prijs gegeven,
gelijk het gras kortstondig is zijn leven,
en als een bloem die naar de zon zich keert,
maar die ten prooi valt aan de barre winden,
en knakt en sterft, en is niet meer te vinden.
Ja zelfs haar eigen plaats kent haar niet meer.

7. Maar 's Heren gunst zal over die Hem vrezen
in eeuwigheid altoos dezelfde wezen,
en zijn gerechtigheid de eeuwen door.
Zijn heil omsluit de komende geslachten;
zo volgen zij die zijn verbond betrachten,
van zijn barmhartigheid het lichtend spoor.

8. Hij heeft de hemel tot zijn troon verheven,
Hij heerst als koning over al het leven.
Looft engelen, zijn hoge majesteit,
krachtige helden, die aan alle oorden
als boden meldt zijn goddelijke woorden,
Hem zij uw dienst, Hem zij uw lied gewijd.

9. Laat heel het machtig koninkrijk des Heren
zijn grote naam, zijn grote daden eren.
Komt allen tot de lof des Heren saam.
Lof zij den Heer in hemel en op aarde,
die aan zijn volk zijn liefde openbaarde,
en zegen gij, mijn ziel, zijn grote naam.

1. Zegen, mijn ziel, de grote naam des Heren,
laat al wat binnen in mij is Hem eren,
vergeet niet hoe zijn liefd' u heeft geleid,
gedenk zijn goedheid, die u wil vergeven,
die u geneest, die uit het graf uw leven
verlost en kroont met goedertierenheid.

2. Loof Hem, die zo met gaven u verzadigt,
dat uw bestaan, met glorie begenadigd,
gelijk een arend nieuw bevleugeld wordt.
Het volk in druk heeft van Hem recht verkregen,
Hij heeft aan Mozes eens getoond zijn wegen,
op Israël zijn zegen uitgestort.

3. Hij is een God van liefde en genade,
barmhartigheid en goedheid zijn de daden
van Hem die niet voor altijd met ons twist,
die ons niet doet naar alles wat wij deden,
ons niet naar onze ongerechtigheden
vergeldt, maar onze schuld heeft uitgewist.

4. Zo hoog en wijd de hemel staat gerezen 
boven de aarde, is voor wie Hem vrezen
zijn liefde en zijn goedertierenheid.
Zo ver verwijderd 't westen is van 't oosten,
zo ver doet Hij van hen die Hij wil troosten
de zonden weg, ja Hij heeft ons bevrijd.

5. Zoals een vader liefdevol zijn armen
slaat om zijn kind, omringt ons met erbarmen
God onze Vader, want wij zijn van Hem.
Hij die ons zelf uit aarde heeft genomen,
Hij weet, dat wij, uit stof aan 't licht gekomen,
slechts leven op de adem van zijn stem.

6. De mens is aan het sterven prijs gegeven,
gelijk het gras kortstondig is zijn leven,
en als een bloem die naar de zon zich keert,
maar die ten prooi valt aan de barre winden,
en knakt en sterft, en is niet meer te vinden.
Ja zelfs haar eigen plaats kent haar niet meer.

7. Maar 's Heren gunst zal over die Hem vrezen
in eeuwigheid altoos dezelfde wezen,
en zijn gerechtigheid de eeuwen door.
Zijn heil omsluit de komende geslachten;
zo volgen zij die zijn verbond betrachten,
van zijn barmhartigheid het lichtend spoor.

8. Hij heeft de hemel tot zijn troon verheven,
Hij heerst als koning over al het leven.
Looft, engelen, zijn hoge majesteit,
krachtige helden, die aan alle oorden
als boden meldt zijn goddelijke woorden,
Hem zij uw dienst, Hem zij uw lied gewijd.

9. Laat heel het machtig koninkrijk des Heren
zijn grote naam, zijn grote daden eren.
Komt allen tot de lof des Heren saam.
Lof zij den Heer in hemel en op aarde,
die aan zijn volk zijn liefde openbaarde,
en zegen gij, mijn ziel, zijn grote naam.

Bijbelteksten

Het uitgangspunt van De Nieuwe Psalmberijming is de Hebreeuwse grondtekst, niet een specifieke vertaling.

Ter referentie vindt u hieronder de links naar de tekst van de psalm in diverse Nederlandse vertalingen.