Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

De liederen van Jezus (de psalmen) zijn het hart van de Bijbel en geven weer wat er in het hart van een gelovige leeft aan vreugde en verdriet. Graag zingen wij uit De Nieuwe Psalmberijming omdat het Woord voor je gaat leven. Het brengt de psalmen lekker dichtbij. Lees meer »

Ds. H. Drost | Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt te Zwijndrecht-Groote Lindt

Ds. H. Drost
Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt te Zwijndrecht-Groote Lindt

Lees alle quotes

Psalm 8

De nieuwe psalmberijming

1. HEER, onze Heer, wat schiep U alles prachtig.
Wat is uw naam op aarde groot en machtig.
U maakt uw glorie wereldwijd bekend.
De hemel laat ons weten wie U bent.

2. De eerste woordjes die een kind kan uiten,
gebruikt U om uw vijanden te stuiten.
De allerkleinste is met zijn gepraat
een kracht waarmee U tegenstand weerstaat.

3. Als ik de maan en sterren zie daarboven,
kan ik het wonder bijna niet geloven
dat U, o Heer, aan kleine mensen denkt.
Hoe kan het dat U ons uw liefde schenkt?

4. U hebt de mens haast als een god verheven,
een kroon van eer en heerlijkheid gegeven.
U legt de schepping aan zijn voeten neer.
De hele wereld heeft hij in beheer.

5. De mens draagt zorg voor vee en wilde dieren,
voor alles wat zijn weg zoekt in rivieren,
voor wat er aan de hoge hemel zweeft,
voor wat er in de diepe zeeën leeft.

6. HEER, onze Heer, wat schiep U alles prachtig.
Wat is uw naam op aarde groot en machtig.
U maakt uw glorie wereldwijd bekend.
De schepping laat ons weten wie U bent.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. HEER, onze Heer, wat schiep U alles prachtig.
Wat is uw naam op aarde groot en machtig.
U maakt uw glorie wereldwijd bekend.
De hemel laat ons weten wie U bent.

2. De eerste woordjes die een kind kan uiten,
gebruikt U om uw vijanden te stuiten.
De allerkleinste is met zijn gepraat
een kracht waarmee U tegenstand weerstaat.

3. Als ik de maan en sterren zie daarboven,
kan ik het wonder bijna niet geloven
dat U, o Heer, aan kleine mensen denkt.
Hoe kan het dat U ons uw liefde schenkt?

4. U hebt de mens haast als een god verheven,
een kroon van eer en heerlijkheid gegeven.
U legt de schepping aan zijn voeten neer.
De hele wereld heeft hij in beheer.

5. De mens draagt zorg voor vee en wilde dieren,
voor alles wat zijn weg zoekt in rivieren,
voor wat er aan de hoge hemel zweeft,
voor wat er in de diepe zeeën leeft.

6. HEER, onze Heer, wat schiep U alles prachtig.
Wat is uw naam op aarde groot en machtig.
U maakt uw glorie wereldwijd bekend.
De schepping laat ons weten wie U bent.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm (opent in nieuw tabblad)

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de psalmen van De Nieuwe Psalmberijming binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren.

Wij verwachten wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux. Gebruik voor deze psalm liednummer 7066953 bij uw rapportage aan CCLi.

Melodie

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

1. HEER', onze Heer, grootmachtig Opperwezen;
Hoe wordt Uw Naam op aard' alom geprezen!
Gij, die den glans van Uwe majesteit,
Hebt boven lucht en heem'len uitgebreid.

2. Uw mogendheid heeft sterkte willen gronden,
Uit kind'ren, ja, uit zuigelingen monden;
Zo breekt Uw hand des vijands boos geweld,
Daar Gij zijn haat en wraakzucht , palen stelt.

3. Sla ik naar 't ruim der held're hemelbogen,
Dat heerlijk werk van Uwe ving'ren, d' ogen;
Zie ik bedaard den glans der zilv'ren maan,
En 't sterrenheir, door U geschapen, aan.

4. Mijn God, wat is de mens dan op deez' aarde!
De broze mens, hoe klimt hij tot die waarde,
Dat Gij aan hem in zoveel gunst gedenkt;
En 's mensen zoon Uw teerste liefde schenkt!

5. Gij deedt hem wel, een weinig tijds, beneden
Het eng'lenheir een rang en plaats bekleden.
Maar hebt hem ook Uw rijkste gunst betoond,
En hem met eer en heerlijkheid gekroond.

6. Gij geeft hem, wijd en zijd in alle landen,
De heerschappij der werken Uwer handen.
Ja, zet en aard en zee voor 's mensen Zoon,
Door Uw gezag, ter voetbank van zijn troon.

7. Waar schapen zijn, of ossen in de weiden,
Waar enig vee op bergen zij of heiden,
Waar 't wild gediert' ook zwerv' in woud en veld,
Gij hebt het al in zijne macht gesteld.

8. Wat voog'len door den ruimen luchtkring zweven,
Wat vissen er in stroom en beken leven;
En wat de paan doorwandelt van de zee;
Zijn hoog bevel deelt hij aan allen mee.

9. HEER', onze Heer, grootmachtig Opperwezen,
Hoe billijk wordt Uw grote Naam geprezen!
Hoe heerlijk rolt, uit aller vromen mond,
Die grote naam door 't ganse wereldrond!

1. O onze God en Heer zeer hoog geprezen,
Hoe heerlijk moet toch Uwe Name wezen!
Over 't aardrijk strekt Uw heerlijkheid schoon,
Ja wijder dan daar gaat des hemels troon.

2. Men ziet alzins Uwer kracht veel getuigen,
Zelfs in de mond der kinderen, die zuigen.
Daardoor maakt Gij tot niet ende beschaamd
Uw vijanden, door Uw kracht zeer vernaamd.

3. Maar als ik wil aanzien ende bemerken
De hemelen Heer! Uwer handen werken,
De sterren, de mane, die Gij door 't woord
Maakt ende stelt een ieder op zijn oord.

4. Alsdan spreek ik bij mij verwonderd zere:
Wat is toch van den armen mens, o Heere!
Dat Gij zijner alzo gedachtig zijt,
En over hem zorge draagt t' aller tijd.

5. Gij maakt hem, dat hij God schier zij gelijke.
Want Gij maakt hem overvloedig en rijke,
Van heerlijkheid die toch naakt is en bloot.
Gij maakt hem vol met veel goederen groot.

6. Gij laat hem zijn over 't werk Uwer handen,
Als een heer derzelve in alle landen.
Zonder uitnemen, alles in 't gemeen,
Hebt Gij hem onderdaan gemaakt meteen.

7. Ossen, schapen, haar wolle en haar vellen,
Die Gij op de bergen voedt zonder kwellen,
En op dat veld weiden doet overal,
In bossen, bergen en in menig dal.

8. De vliegende vogelen die wel zingen,
De vissen des meers en ook alle dingen,
Die Gij haar wezen en den adem geeft,
Maakt gij hem onderdaan, ja al wat leeft.

9. O onze God en Heer zeer hoog geprezen!
Ten rechten moet Uwe Naam heerlijk wezen.
Uwes Naams heerlijkheid in overvloed
Strekt veel wijder dan de aardbodem doet.

1. Heer, onze Heer, hoe heerlijk en verheven
hebt Gij uw naam op aarde uitgeschreven-
machtige God, Gij die uw majesteit
ten hemel over ons hebt uitgebreid.

2. Wel doet de hemel hoog uw glorie blinken,
maar in de mond van kind'ren doet Gij klinken
uw machtig heil, zo maakt G' uw vijand stil
en doet uw haters buigen voor uw wil.

3. Aanschouw ik 's nachts het kunstwerk van uw handen,
de maan, de duizend sterren die daar branden,
wat is de mens, dat Gij aan hem gedenkt,
het mensenkind, dat Gij hem aandacht schenkt?

4. Gij hebt hem bijna goddelijk verheven,
een kroon van eer en heerlijkheid gegeven,
Gij doet hem heersen over zee en land,
ja, al uw werken gaaft Gij in zijn hand.

5. Al wat er land of water heeft tot woning,
het moet de mens erkennen als zijn koning;
vogels en wild en al 't geduldig vee
en wat er wemelt in de wijde zee.

6. Heer, onze Heer, hoe heerlijk en verheven
hebt Gij uw naam op aarde uitgeschreven.
Heer, onze God, hoe vol van majesteit
hebt Gij uw naam op aarde uitgebreid.

1. Heer, onze Heer, hoe heerlijk en verheven
hebt Gij uw naam op aarde uitgeschreven
machtige God, Gij die uw majesteit
ten hemel over ons hebt uitgebreid.

2. Wel doet de hemel hoog uw glorie blinken,
maar in de mond van kindren doet Gij klinken
uw machtig heil, zo maakt G'uw vijand stil
en doet uw haters buigen voor uw wil.

3. Aanschouw ik 's nachts het kunstwerk van uw handen,
de maan, de duizend sterren die daar branden,
wat is de mens, dat Gij aan hem gedenkt,
het mensenkind, dat Gij hem aandacht schenkt?

4. Gij hebt hem bijna goddelijk verheven,
een kroon van eer en Heerlijkheid gegeven,
Gij doet hem Heersen over zee en land,
ja, al uw werken gaaft Gij in zijn hand.

5. Al wat er land of water heeft tot woning,
het moet de mens erkennen als zijn koning:
vogels en wild en al 't geduldig vee
en wat er wemelt in de wijde zee.

6. Heer, onze Heer, hoe heerlijk en verheven
hebt Gij uw naam op aarde uitgeschreven.
Heer, onze God, hoe vol van majesteit
hebt Gij uw naam op aarde uitgebreid.

Bijbelteksten

Het uitgangspunt van De Nieuwe Psalmberijming is de Hebreeuwse grondtekst, niet een specifieke vertaling.

Ter referentie vindt u hieronder de links naar de tekst van de psalm in diverse Nederlandse vertalingen.