Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Ga direct naar psalm

Zoek op tekst:

Zoek op gelegenheid:

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

revisieronde de nieuwe psalmberijming

De Nieuwe Psalmberijming is een initiatief van de stichting Dicht bij de Bijbel. In 2014 is de stichting gestart met het berijmen van alle psalmen en ondertussen staan alle 150 psalmen op de website. Op dit moment wordt er gewerkt aan de laatste revisieronde. De planning voor deze revisieronde is als volgt:

- September 2019: Psalm 1 t/m 25 (afgerond, aangepaste teksten staan online)
- Oktober 2019: Psalm 26 t/m 50
- November 2019: Psalm 51 t/m 75

- Januari 2020: Psalm  76 t/m 100
- Februari 2020: Psalm 101 t/m 125
- Maart 2020: Psalm 126 t/m 150

Tijdens deze maanden kan het voorkomen dat de beamsheets van diverse psalmen een poosje niet beschikbaar zijn.  
Als alles volgens de planning verloopt kunnen we in de tweede helft van 2020 de bundel in gedrukte vorm uitgeven.

Ga direct naar de psalmen

De psalmen staan onder druk. In oudere berijmingen raken ze nauwelijks aan het gewone leven. In Opwekking versies gaat het vaak om een paar favoriete versregels. De Nieuwe Psalmberijming biedt de psalmen de kans om hun eigen verhaal te vertellen aan mensen van deze tijd. Lees meer »

Ds. R. Stigter | Protestante Gemeente te Pijnacker en Delfgauw

Ds. R. Stigter
Protestante Gemeente te Pijnacker en Delfgauw

Lees alle quotes

Onlangs AFGERONDE psalmen

1. Bewoners van de wereld, luister goed
naar alles wat ik je vertellen moet.
Van hooggeplaatste tot gewone man,
van rijke tot wie haast niets kopen kan,
ik moet mijn wijze woorden aan je kwijt:
mijn mond loopt over van diepzinnigheid.
Spits bij mijn overpeinzingen je oren;
bij citerspel laat ik mijn wijsheid horen.

2. Waarom zou ik nog bang zijn voor geweld
van mensen die vertrouwen op hun geld?
In hun verwaandheid vatten zij maar niet
dat veel bezit geen eeuwig leven biedt.
Al stonden zij ook al hun rijkdom af,
ze redden daarmee niemand uit het graf.
De prijs die God vraagt voor een mensenleven
is hoger dan een sterveling kan geven.

3. Weet dat het einde komt voor iedereen:
dwaas of verstandig, eens gaan allen heen.
Bezittingen met zorg bijeengebracht
gaan over naar het volgende geslacht,
al denkt de dwaas: mijn huis houdt altijd stand,
en op mijn naam staan grote stukken land.
Wie zonder inzicht zijn geluk blijft vieren
vindt duisternis, vergaat zoals de dieren.

4. Zo gaat het wie op eigen wijsheid bouwt,
wie niet op God, maar op zichzelf vertrouwt:
hij is een schaap dat ruw wordt weggeleid.
De dood is als een hoeder die hem weidt.
Wie eerlijk leeft, wordt bij het morgenlicht
in eer hersteld en door God opgericht.
Als Hij mij uit het dodenrijk komt halen
zal Hij de losprijs voor mijn ziel betalen.

5. Al heeft een rijke meer bezit dan jij,
wees niet jaloers: zijn welvaart gaat voorbij.
Nu is hij met zijn weelde in de weer,
straks daalt hij doodarm in de grafkuil neer.
Hij moet zich voegen bij zijn voorgeslacht.
Zijn licht dooft uit, voor altijd wordt het nacht.
Wie zonder inzicht zijn geluk blijft vieren
vindt duisternis, vergaat zoals de dieren.

1. De HEER is groot, verheerlijk Hem.
Prijs Hem vanuit Jeruzalem,
vanuit zijn schitterende woning,
waar Hij regeert als grote koning.
Sions berg is prachtig hoog;
wat een lust voor ieders oog!
Op de hellingen verrijzen
indrukwekkende paleizen.
God zal zijn bescherming geven
aan wie in zijn vesting leven.

2. De volken sloten zich aaneen:
men bracht een leger op de been
om deze stad, zo mooi gelegen,
volledig van de kaart te vegen.
Maar na één blik op de stad
kozen ze het hazenpad.
Zij vergingen in de golven,
werden door de angst bedolven.
God die ons zijn woord ontvouwde
zal zijn Sion staande houden.

3. God, in uw tempel is het feest.
Wat bent U liefdevol geweest!
Uw naam met ongekende waarde
klinkt tot de einden van de aarde.
Ieder koninkrijk erkent
dat U trouw en machtig bent.
Sions berg zal zich verblijden,
uw rechtvaardigheid belijden.
Juda’s steden zullen juichen,
van uw oordelen getuigen.

4. Trek met elkaar om Sion heen;
tel al haar torens, één voor één.
Bewonder alle vestingwerken
die deze fraaie stad versterken.
Breng de grootheid van haar macht
over aan het nageslacht.
Zeg hun: ‘God zal ons omringen
met een muur van zegeningen.
Onze God wil ons bevrijden;
Hij zal ons voor altijd leiden.’

1. Wij hebben, God, met eigen oren
van onze ouders mogen horen
hoe U de volken uit hun land
verdreef en hen daar hebt geplant.
Zij wonnen niet door eigen kracht:
U hebt uw rechterhand geheven.
U was het die verlossing bracht.
U wilde hun uw liefde geven.

2. God, onze koning, schonk de zege;
uw Jakob heeft het land gekregen.
Uw macht, en niet mijn zwaard of speer,
sloeg alle tegenstanders neer.
U was de redder in de strijd;
U wist de vijand te bedwingen.
Uw naam verhogen wij altijd.
Uw daden zullen wij bezingen.

3. U hebt ons nu alleen gelaten.
U trok niet mee met de soldaten.
U liet ons vluchten in de strijd;
al ons bezit raakten we kwijt.
Als slachtvee zijn we afgestaan;
U joeg ons weg naar verre landen.
U hebt ons van de hand gedaan.
U maakte ons, uw volk, te schande.

4. De volken die rondom ons wonen
zijn erop uit om ons te honen.
Ze lachen smalend om ons lot;
wij zijn het mikpunt van hun spot.
U staat het toe, U keurt het goed
dat zij zich over ons vermaken.
Dat ons dit overkomen moet -
het schaamrood staat ons op de kaken!

5. U hebt ons ervan langs gegeven,
toch zijn we U steeds trouw gebleven.
We buigen niet voor beelden neer,
toch gunt U ons geen daglicht meer.
We dienen U met diep ontzag,
- U zou het anders wel ontdekken -
toch dreigt het onheil elke dag;
als slachtvee moeten we vertrekken.

6. HEER, waarom slaapt U nu wij lijden?
Word wakker en kom tussenbeide!
Waarom hebt U zich afgewend
en doet U of U ons niet kent?
Zwaar drukt de last van ons verdriet;
wij zijn ten dode opgeschreven.
Kom ons te hulp, vergeet ons niet.
Laat ons weer uit uw liefde leven.

1. Verlangend heb ik op de HEER gewacht.
Hij luisterde naar mijn gebed:
Hij heeft mij uit het slijk gered
en op een rots in veiligheid gebracht.
Ik was al opgegeven,
maar Hij liet mij herleven!
Nu zing ik tot zijn eer
een nieuw verlossingslied.
Laat ieder die het ziet
vertrouwen op de HEER.

2. Gelukkig, HEER, is wie op U vertrouwt,
wie niet met trotse mensen leeft,
een afkeer van bedriegers heeft,
zich niet met hun praktijken bezighoudt.
U liet ons steeds ervaren
hoe groot uw daden waren.
Doordacht was heel uw plan.
U bent mijn God en Heer.
U deed voor ons veel meer
dan ik vertellen kan.

3. Een offer of geschenk maakt U niet blij.
Wat U graag wilt dringt tot mij door.
Aan uw bevel geef ik gehoor:
hier ben ik, HEER, uw boek gaat over mij.
Uw wil voor heel mijn leven
staat daarin opgeschreven.
Wat is het goed, mijn God,
dat ik U elke dag
van harte dienen mag.
Ik koester uw gebod.

4. Bezield geef ik de blijde boodschap door:
ik zwijg niet over wie U bent.
Uw goedheid, HEER, is ongekend.
Ik houd het volk uw trouw en liefde voor.
U toont uw medeleven.
U wilt bescherming geven.
Open uw hart voor mij.
Omring mij telkens weer
met uw ontferming, HEER.
Sta mij met liefde bij.

5. Red mij opnieuw, want onheil drukt mij neer.
Van alle zonden die ik doe
ben ik gebroken en doodmoe.
Schiet mij te hulp, HEER, want ik kan niet meer.
Laat wie mijn dood beramen
zich voor hun plannen schamen.
Bestraf hun lasterpraat.
Toon uw rechtvaardigheid.
HEER, zorg dat voor altijd
het lachen hun vergaat.

6. Wie zijn geluk alleen van U verwacht
zal lachen en zal vrolijk zijn.
Wie op U bouwt, zingt dit refrein:
‘Groot is de HEER, geweldig is zijn macht.’
Ik ben in mijn ellende
voor U geen onbekende.
Mijn redder, dat bent U.
HEER, U vergeet mij niet;
U weet van mijn verdriet.
Mijn God, bevrijd mij nu.

1. De goddeloze hoort een stem:
vanbinnen spreekt het kwaad tot hem.
Gods wet is hij vergeten.
Zijn hart is met verderf gevuld.
Hij heeft geen inzicht in zijn schuld.
Hij speelt met zijn geweten.
Wanneer hij ’s nachts zijn ogen sluit
broedt hij nog slechte plannen uit.
Hij kiest verkeerde wegen.
Hij wijst verblind en arrogant
een eerlijk leven van de hand.
Hij gaat het kwaad niet tegen.

2. Uw liefde raakt het hemelblauw.
Tot in de wolken reikt uw trouw;
uw heil is hoog verheven.
Uw recht, wijd als de oceaan,
blijft als een berg onwrikbaar staan;
U zegent al het leven.
God, U deelt van uw overvloed
bij U in huis, waar U ons voedt
en waar wij schuilen mogen.
Bij U stroomt voor wie dorstig is
het levend water, helder, fris.
Uw licht verlicht de ogen.

3. Laat zien aan wie uw macht erkent
dat U een God van liefde bent;
doe recht aan de oprechten.
Bewijs dat U van kwaad bevrijdt
door goedheid en rechtvaardigheid,
dat U voor mij wilt vechten.
Verwaande mensen zoeken mij.
Ze komen stampend dichterbij;
ze willen mij verjagen.
Maar U komt mij te hulp gesneld.
Daar ligt de vijand, uitgeteld.
Hij is totaal verslagen.

1. Juich wie de HEER van harte eren;
laat horen dat je vrolijk bent.
Bewijs Hem eer, ga musiceren,
bespeel bezield je instrument.
Zing bij de akkoorden
feestelijke woorden;
zing met hart en stem.
Maak de mooiste klanken
om de HEER te danken;
speel vol vuur voor Hem.

2. Nooit zal Hij zijn belofte breken;
betrouwbaar is al wat Hij zegt.
Zijn daden op de aarde spreken
van goedheid, liefde, trouw en recht.
Zijn bevel bepaalde
dat het zonlicht straalde.
Land en oceaan
heeft de HEER gescheiden.
Zeeën en getijden
liet de HEER ontstaan.

3. Laat wie op aarde wonen beven,
vol eerbied en ontzag voor God:
Hij sprak één woord en er was leven;
uit niets kwam iets op zijn gebod.
Wat de volken samen
zonder God beramen
wordt door Hem ontkracht.
Niets kan Hem beletten
alles door te zetten
wat Hij heeft bedacht.

4. Het volk dat God vereert als koning
is zijn gezegend eigendom.
De HEER ziet uit zijn hoge woning
naar alle stervelingen om.
Wat zij overleggen,
wat zij doen of zeggen,
weet de HEER meteen.
Hij die hen formeerde,
ieder hart boetseerde,
kijkt dwars door hen heen.

5. Een koning kan geen oorlog winnen
dankzij een grote legermacht;
met paarden kan hij niets beginnen,
al hebben ze nog zoveel kracht -
maar God zal bevrijden
wie zijn naam belijden.
Wie in hongersnood
hulp van Hem verwachten
krijgen nieuwe krachten,
redt Hij van de dood.

6. Verlangend staan wij uit te kijken
naar onze redder, onze Heer.
Hij is ons schild dat niet zal wijken;
in liefde ziet Hij op ons neer.
Al zijn zegeningen
zullen wij bezingen;
ja, Hij maakt ons blij.
HEER, wil aan ons denken,
ons uw zegen schenken.
U verwachten wij.

Laatste nieuws

29 september 2019: Dienst CGK Leeuwarden i.s.m. De Nieuw Psalmberijming

Lees meer »

De Nieuwe Psalmberijming beschikbaar in KerkBeamer

Lees meer »

Christelijk Weekblad: Psalmen in nieuwe taal

Lees meer »

Psalm 119 afgerond

Lees meer »

Steun onze missie

Steun ons werk om de psalmen te herdichten in de taal van nu.

Betaal met iDEAL

of word vriend van Stichting Dicht bij de Bijbel voor € 37,50 per jaar en ontvang een uniek welkomstgeschenk.