Bundel De NieuwepsalmberijmingNu verkrijgbaar:

BUNDEL DE NIEUWE PSALMBERIJMING

De Nieuwe Psalmberijming bevat een nieuwe, eigentijdse berijming van alle 150 psalmen op de Geneefse melodieën.

Prijs: € 22,50

(gratis verzending binnen Nederland)

Ga direct naar psalm

Zoek op tekst:

Zoek op gelegenheid:

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

De Nieuwe Psalmberijming

De bundel van De Nieuwe Psalmberijming bevat een nieuwe, eigentijdse berijming van alle 150 psalmen op de Geneefse melodieën.

Sinds 2014 heeft een groep dichters gewerkt aan een berijming in de taal van nu. Deze nieuwe bundel voorziet in een grote behoefte in protestantse kerken. Aan De Nieuwe Psalmberijming werkten negen dichters mee. Daarnaast verleende een aantal (andere) dichters, theologen, neerlandici en musici hun medewerking als meelezer en revisor. Deze nieuwe psalmberijming zal het zingen van psalmen weer een nieuwe impuls geven.

De Nieuwe Psalmberijming is een initiatief van Stichting Dicht bij de Bijbel. De auteurs zijn: Jan Pieter Kuijper, Arie Maasland, Adriaan Molenaar, Bob Vuijk, Arjen Vreugdenhil, Titia Lindeboom, Jan Boom, Ria Borkent en René Barkema. 

Een prachtige eigentijdse berijming. Blij met deze uitgave, dit maakt voor de mensen die de taal van deze tijd spreken de psalmen op een fijne, duidelijke manier toegankelijk. Dank voor al het werk dat hier achter zit. Lees meer »

Drs. F. Postema | Protestantse Kerk Nederland te Bierum - Holwierde - Krewerd

Drs. F. Postema
Protestantse Kerk Nederland te Bierum - Holwierde - Krewerd

Lees alle quotes

1. De dwazen denken dat God niet bestaat,
terwijl ze zijn gebod met voeten treden.
God kijkt vanuit de hemel naar beneden
en zoekt of er een mens is die het kwaad
hartgrondig haat.

2. Maar iedereen is bij Hem weggegaan.
Waar is het inzicht van de goddelozen?
Zij gaan, zonder verblikken of verblozen,
hun eigen gang en trekken zich niets aan
van Gods bestaan.

3. Mijn volk verslinden zij als stukken brood.
Nog even, dan zal angst hen overvallen.
God zal hen treffen: Hij verstrooit hen allen.
Lach hen maar uit, omdat Hij hen verstoot,
straft met de dood.

4. Ach, keerde toch voor Israël het tij,
zodat de mensen weer in vrede leven.
Als God uit Sion eerherstel zal geven,
is Israëls gevangenschap voorbij,
juicht Jakob blij.

1. De Heer die alle macht heeft – Hij alleen! –
roept heel de aarde voor zijn troon bijeen.
In Sion, stad van smetteloze pracht,
verschijnt Hij stralend, vol van licht en kracht.
Hij komt eraan, luid laat Hij van zich horen.
In vuur en wervelstorm trekt Hij zijn sporen.

2. De hemel en de aarde spreekt Hij aan:
‘Laat wie Mij trouw is, voor Mij komen staan,
wie met zijn offers zich aan Mij verbindt.
Ik zal verklaren wat Ik van hem vind.’
Gods recht staat vast, de hemel is getuige.
Hij oordeelt zuiver, iedereen moet buigen.

3. ‘Luister mijn volk, Ik zie je offervuur;
je brengt je beste dieren uur na uur.
Maar vogels aan de hemel zijn van Mij,
Ik ken het vee in iedere vallei –
dus wat voor goeds zou jij Mij kunnen geven?
Ook zonder jou weet Ik te overleven.

4. Doe Ik mezelf aan stierenvlees tegoed?
Heb Ik soms dorst en drink Ik geitenbloed?
Breng dankbaar offers, niet met tegenzin.
Los je geloften zonder uitstel in.
Dan zal Ik op je noodkreet reageren:
Ik zal je redden en jij zult Mij eren.’

5. God snoert wie Hem niet kennen wil de mond:
‘Je praat wel over Mij en mijn verbond,
maar hebt mijn woorden en mijn wet niet lief.
Je houdt van overspel, je bent een dief.
Laster verlaat je mond, je lippen liegen;
je eigen broer zelfs durf je te bedriegen.

6. Je denkt, alsof Ik net zo ben als jij:
God gaat stilzwijgend aan het kwaad voorbij.
Maar nee, Ik maak je daden openbaar.
Kom nog tot inkeer, vlucht voor het gevaar.
Anders verscheur Ik je; dan zul je lijden –
maar wie Mij dankbaar dient, zal Ik bevrijden.’

1. O HEER, mijn vijand staat
met man en macht paraat
om tegen mij te strijden.
Hoor hoe men mij bespot:
‘Hij krijgt geen hulp van God.’
Maar U zult mij bevrijden!
U bent mijn schild, mijn eer.
U richt mij op wanneer
mijn krachten het begeven.
Vanuit Jeruzalem
beantwoordt U mijn stem;
uw liefde laat mij leven.

2. Ik sliep gerust vannacht:
de HEER heeft nieuwe kracht
voor deze dag gegeven.
Ik vrees het leger niet
dat mij als mikpunt ziet
en uit is op mijn leven.
Sta op, mijn God, en raak
mijn vijand op de kaak;
verbrijzel al zijn tanden.
HEER, help ons in de strijd.
Bevrijd uw volk en spreid
uw zegenende handen.

1. Juich, aarde, om Gods naam te prijzen;
eer Hem op ieder continent.
Zeg Hem: ‘Uw wonderen bewijzen
hoe ontzagwekkend groot U bent.
De hele wereld is getuige;
uw vijand knielt zelfs voor U neer.
Laat alle mensen voor U buigen,
uw naam bezingen tot uw eer.’

2. God laat ons steeds zijn macht ervaren;
kijk vol aanbidding met mij mee:
Hij bracht de golven tot bedaren,
maakte een pad dwars door de zee.
Zijn volk kon veilig oversteken;
we prezen God, we bleven droog!
De Heer laat zich niet tegenspreken;
Hij houdt de volken in het oog.

3. Dank onze God, Hij geeft ons leven.
Zing, alle volken, prijs Hem luid.
Hij heeft ons nieuw houvast gegeven;
nu gaan wij niet meer onderuit.
Wij zijn gelouterd door het lijden,
moesten door vuur en water gaan.
Maar U bood ons, toen U bevrijdde,
een ongekende welvaart aan.

4. Ik houd mijn woord, in nood gesproken:
‘Ik zal uw woning binnengaan.
Daar laat ik offers voor U roken,
omdat U mij hebt bijgestaan.
De geur van schapen, rammen, stieren
stijgt op naar U, die mij bevrijdt.
Aanvaard de vetgemeste dieren
als uiting van mijn dankbaarheid.’

5. Kom, luister, Gods vertrouwelingen,
hoor wat Hij heeft gedaan voor mij:
Hij gaf mij reden om te zingen,
zodra ik riep, verhoorde Hij.
Hield ik me bezig met het kwade,
dan had de Heer mij niet gehoord.
Maar Hij is trouw en vol genade.
Goddank! Hij hoorde ieder woord.

1. HEER, ik wil mijn hart verheffen:
ik vertrouw op U, mijn God.
Laat de vijand mij niet treffen
met zijn dodelijke spot.
Wie volhardend op U hoopt
eindigt niet met lege handen;
wie op kromme paden loopt
staat straks openlijk te schande.

2. HEER, leer mij uw waarheid kennen
en uw onderwijs verstaan.
Laat mij aan uw wegen wennen,
help mij in uw spoor te gaan –
God, U bent het die mij redt.
Hele dagen, hele nachten
ben ik hoopvol in gebed:
altijd blijf ik U verwachten.

3. HEER, denk niet aan mijn verleden;
straf mij niet, maar spreek mij vrij.
Laat mij delen in uw vrede;
ga barmhartig om met mij.
HEER, U kent vanaf mijn jeugd
al mijn zonden en gebreken –
denk toch niet aan wat niet deugt,
maar laat uw genade spreken.

4. God is goed, Hij is rechtvaardig:
zondaars leidt Hij in zijn spoor.
Wie oprecht is en zachtaardig
onderwijst Hij, gaat Hij voor.
Wie op zijn verbond vertrouwt
wil Hij rijkelijk belonen;
wie zich aan zijn wetten houdt
zal Hij trouw en liefde tonen.

5. HEER, vergeef mijn zware zonden,
alles waar ik mij voor schaam.
Help mij, richt mij niet te gronde;
doe het om uw goede naam.
Wie U dient, wie U verwacht
hoeft niet doelloos rond te zwerven.
Zijn gezegend nageslacht
zal de hele aarde erven.

6. Wat een wonder mag dit heten:
God laat ieder die Hem dient
zijn verbondsgeheimen weten.
Hij beschouwt hem als een vriend.
Op de HEER richt ik mijn blik;
door zijn trouw laat ik mij leiden.
Als ik vastraak in een strik,
zal Hij mij opnieuw bevrijden.

7. HEER, ik voel me zo verlaten:
zoveel zonden in mijn hart,
zoveel mensen die mij haten,
zoveel angst die mij verwart.
Zie de vijand om mij heen;
vol venijn drommen ze samen.
HEER, ik schuil bij U alleen;
maak dat ik mij niet zal schamen.

8. Laat oprechtheid mij bewaren;
geef mij leven in uw licht.
Ondanks dreigende gevaren
is mijn hoop op U gericht.
HEER op wie mijn hart vertrouwt,
God in wie ik ben geborgen,
maak het volk waarvan U houdt
vrij van lijden en van zorgen.

1. Halleluja! Heel mijn leven
loof en prijs ik God, de HEER.
Hem wil ik mijn liefde geven,
al mijn dank en al mijn eer.
Zingen zal ik levenslang,
elke dag die ik ontvang.

2. Macht van mensen heeft geen waarde;
zoek daarin geen zekerheid.
Mensen sterven, worden aarde;
snel zijn ze verleden tijd.
Als ze op een dag vergaan
is het met hun macht gedaan.

3. Wie op Jakobs God blijft bouwen,
wie de HEER als helper heeft,
kent geluk en kan vertrouwen
op zijn God die redding geeft.
Hij schiep hemel, zee en land;
wat Hij heeft beloofd houdt stand.

4. Hij doet recht en zal bevrijden
wie niet weet wat vrijheid is,
voedt royaal wie hongerlijden,
redt uit de gevangenis.
Blinde ogen opent Hij;
wie gebukt gaat, staat Hij bij.

5. Hij beschermt de vluchtelingen,
heeft wie eerlijk leven lief.
Weduwen zien zegeningen,
wezen geeft Hij perspectief.
Maar de levensweg loopt dood
van wie doen wat Hij verbood.

6. Eeuwig zal de HEER regeren,
alle generaties door.
Sion, kom je koning eren;
vorstelijk gaat Hij ons voor.
Geef je vrolijkheid een stem;
halleluja – zing voor Hem!

1. God is mijn licht, de redder van mijn leven.
Zou ik nog bang zijn voor de duisternis?
Hij is mijn kracht, Hij zal bescherming geven.
Wie vrees ik nog wanneer Hij bij mij is?
Toen ik werd aangevallen hield ik stand;
mijn tegenstanders beten in het zand.
Al smeedt een machtig leger een complot,
ik weet mij veilig in de hand van God.

2. Eén ding vraag ik, het is mijn hartsverlangen:
bij Hem te mogen wonen voor altijd,
om elke dag zijn liefde te ontvangen;
niets is zo goed als zijn aanwezigheid.
Wanneer ik moegestreden ben en zwak,
schuil ik bij Hem, Hij geeft mij onderdak.
Met opgeheven hoofd prijs ik de HEER.
Ik zing en speel een danklied tot zijn eer.

3. HEER, hoor mij roepen, antwoord op mijn smeken.
Ik zoek U, HEER, verberg U niet voor mij!
Wijs mij niet af, geef mij een levensteken;
laat uw gezicht zien, ga mij niet voorbij.
God, mijn behoud, U hebt mij steeds gered,
help mij opnieuw, verhoor ook dit gebed.
Al zijn mijn ouders bij me weggegaan,
U neemt mij als uw kind in liefde aan.

4. Wijs mij uw weg, leid mij langs vlakke paden;
Schiet mij te hulp, ik ben in doodsgevaar.
Mijn tegenstanders kennen geen genade,
ze zijn gemeen en onberekenbaar.
Moest ik de goedheid missen van de HEER,
waar zou ik zijn? Dan leefde ik niet meer!
Vertrouw de HEER, wees sterk en wanhoop niet.
Wacht op de HEER, houd vol tot je Hem ziet.

1. HEER, wie is welkom, voor wie staat
uw hoge woning altijd open?
Voor wie bedrog en leugen haat,
het goede doet, de zonde laat,
voor wie de rechte weg blijft lopen.

2. Hij zal geen lastertaal uitslaan.
Zijn vrienden zal hij niet verwensen;
hun goede naam tast hij niet aan.
Hij eert wie op uw wegen gaan;
hij gaat niet om met slechte mensen.

3. Hij houdt zijn woord al gaat het fout,
wil renteloos een lening geven,
verraadt wie goed is voor geen goud,
omdat hij van de waarheid houdt.
Zo’n mens staat rotsvast in het leven.

1. De goddeloze hoort een stem:
vanbinnen spreekt het kwaad tot hem.
Gods wet is hij vergeten.
Zijn hart is met verderf gevuld.
Hij heeft geen inzicht in zijn schuld.
Hij speelt met zijn geweten.
Wanneer hij ’s nachts zijn ogen sluit
broedt hij nog slechte plannen uit.
Hij kiest verkeerde wegen.
Hij wijst verblind en arrogant
een eerlijk leven van de hand.
Hij gaat het kwaad niet tegen.

2. Uw liefde raakt het hemelblauw.
Tot in de wolken reikt uw trouw.
Geen mens kan U doorgronden.
Uw oordeel is onpeilbaar diep.
U zorgt voor alles wat U schiep;
uw trouw wijkt geen seconde.
Uw liefde, God, maakt rijk en blij!
Hier in uw huis genieten wij
van wat U ons wilt geven.
Uw bron schenkt aan wie dorstig is
het levend water, helder, fris.
Uw licht verlicht ons leven.

3. Laat zien aan wie uw macht erkent
dat U een God van liefde bent;
doe recht aan de oprechten.
Bewijs dat U van kwaad bevrijdt
door goedheid en rechtvaardigheid,
dat U voor mij wilt vechten.
Verwaande mensen zoeken mij.
Ze komen stampend dichterbij;
ze willen mij verjagen.
Maar U komt mij te hulp gesneld.
Daar ligt de vijand, uitgeteld.
Hij is totaal verslagen.

1. Genade, God, genade nu ik zucht.
Geef mij genade nu ik tot U vlucht.
Ik kruip onder uw vleugels met mijn zorgen;
daar vind ik rust, daar schuil ik opgelucht.
In doodsgevaar verwacht ik toch de morgen.

2. Ik smeek de Allerhoogste om gehoor,
Hem die mij helpt en vasthoudt in zijn spoor.
Vanuit de hemel zal Hij mij bewaren.
Wie mij bedreigen gaan er laf vandoor,
terwijl Hij mij zijn liefde laat ervaren.

3. Een leeuwentroep valt mij venijnig aan.
Hun tong is als een zwaard waarmee ze slaan.
Ze komen met schandalige verhalen.
Vervul de hemel, Heer, door op te staan.
Laat heel de aarde van uw glorie stralen.

4. Ze hadden een gemene strik gezet.
Ik raakte vastgebonden in hun net –
maar God verloste mij, ik kon weer zingen.
Vanuit hun valkuil heeft Hij mij gered,
terwijl zij jammerlijk te gronde gingen.

5. Ik ben gerust: God biedt mij veiligheid.
Ik ben gerust en meer dan graag bereid
om Hem te prijzen, om mijn hart te delen.
Kom ziel, en zing! Kom harp, speel toegewijd!
Ik zal de nieuwe morgen wakker spelen.

6. Voor U, mijn God, hef ik een loflied aan:
uw trouw en liefde zullen nooit vergaan.
Laat alle volken vol ontzag herhalen:
Vervul de hemel, Heer, door op te staan.
Laat heel de aarde van uw glorie stralen.

Laatste nieuws

Nieuwsbrief oktober 2021

Lees meer »

De Waarheidsvriend: Betekenisvol zingen

Lees meer »

De Wekker: Hert, hertje of toch hinde?

Lees meer »

Steun onze missie

Steun ons met een eenmalige bijdrage,

Betaal met iDEAL

of word vriend van Stichting Dicht bij de Bijbel voor € 37,50 per jaar en ontvang een uniek welkomstgeschenk.