Bundel De NieuwepsalmberijmingNu verkrijgbaar:

BUNDEL DE NIEUWE PSALMBERIJMING

De Nieuwe Psalmberijming bevat een nieuwe, eigentijdse berijming van alle 150 psalmen op de Geneefse melodieën.

Prijs: € 22,50

(gratis verzending binnen Nederland)

Ga direct naar psalm

Zoek op tekst:

Zoek op gelegenheid:

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

De Nieuwe Psalmberijming

De bundel van De Nieuwe Psalmberijming bevat een nieuwe, eigentijdse berijming van alle 150 psalmen op de Geneefse melodieën.

Sinds 2014 heeft een groep dichters gewerkt aan een berijming in de taal van nu. Deze nieuwe bundel voorziet in een grote behoefte in protestantse kerken. Aan De Nieuwe Psalmberijming werkten negen dichters mee. Daarnaast verleende een aantal (andere) dichters, theologen, neerlandici en musici hun medewerking als meelezer en revisor. Deze nieuwe psalmberijming zal het zingen van psalmen weer een nieuwe impuls geven.

De Nieuwe Psalmberijming is een initiatief van Stichting Dicht bij de Bijbel. De auteurs zijn: Jan Pieter Kuijper, Arie Maasland, Adriaan Molenaar, Bob Vuijk, Arjen Vreugdenhil, Titia Lindeboom, Jan Boom, Ria Borkent en René Barkema. 

Al jaren zingen we (bijna) elke avond een volledige psalm bij onze avondsluiting. De berijming van 1773 zongen we al drie keer helemaal, de psalmberijming uit het Liedboek één keer. Nu DNP. En dat is genieten! Elke avond weer. W Lees meer »

Diny van Leeuwen | Gereformeerde Bond binnen de PKN

Diny van Leeuwen
Gereformeerde Bond binnen de PKN

Lees alle quotes

1. O HEER, mijn vijand staat
met man en macht paraat
om tegen mij te strijden.
Hoor hoe men mij bespot:
‘Hij krijgt geen hulp van God.’
Maar U zult mij bevrijden!
U bent mijn schild, mijn eer.
U richt mij op wanneer
mijn krachten het begeven.
Vanuit Jeruzalem
beantwoordt U mijn stem;
uw liefde laat mij leven.

2. Ik sliep gerust vannacht:
de HEER heeft nieuwe kracht
voor deze dag gegeven.
Ik vrees het leger niet
dat mij als mikpunt ziet
en uit is op mijn leven.
Sta op, mijn God, en raak
mijn vijand op de kaak;
verbrijzel al zijn tanden.
HEER, help ons in de strijd.
Bevrijd uw volk en spreid
uw zegenende handen.

1. Genade, God, genade nu ik zucht.
Geef mij genade nu ik tot U vlucht.
Ik kruip onder uw vleugels met mijn zorgen;
daar vind ik rust, daar schuil ik opgelucht.
In doodsgevaar verwacht ik toch de morgen.

2. Ik smeek de Allerhoogste om gehoor,
Hem die mij helpt en vasthoudt in zijn spoor.
Vanuit de hemel zal Hij mij bewaren.
Wie mij bedreigen gaan er laf vandoor,
terwijl Hij mij zijn liefde laat ervaren.

3. Een leeuwentroep valt mij venijnig aan.
Hun tong is als een zwaard waarmee ze slaan.
Ze komen met schandalige verhalen.
Vervul de hemel, Heer, door op te staan.
Laat heel de aarde van uw glorie stralen.

4. Ze hadden een gemene strik gezet.
Ik raakte vastgebonden in hun net –
maar God verloste mij, ik kon weer zingen.
Vanuit hun valkuil heeft Hij mij gered,
terwijl zij jammerlijk te gronde gingen.

5. Ik ben gerust: God biedt mij veiligheid.
Ik ben gerust en meer dan graag bereid
om Hem te prijzen, om mijn hart te delen.
Kom ziel, en zing! Kom harp, speel toegewijd!
Ik zal de nieuwe morgen wakker spelen.

6. Voor U, mijn God, hef ik een loflied aan:
uw trouw en liefde zullen nooit vergaan.
Laat alle volken vol ontzag herhalen:
Vervul de hemel, Heer, door op te staan.
Laat heel de aarde van uw glorie stralen.

1. Ik loof U, HEER, met hart en ziel.
Terwijl ik kniel zal ik U eren.
Mijn loflied hef ik dankbaar aan
ten overstaan van wie regeren.
Ik buig mij richting uw paleis.
Uitbundig prijs ik al uw werken.
Toen ik U riep, hebt U verhoord.
U hield uw woord door mij te sterken.

2. Laat vorsten zien, HEER, wie U bent;
maak U bekend op heel de aarde.
Wie eens uw stem gehoord heeft, kan
niet anders dan uw macht aanvaarden.
Laat leiders zingen, wereldwijd:
‘Zijn majesteit is hoogverheven.
Hij is dichtbij voor wie Hem eert,
maar Hij negeert wie koppig leven.’

3. Als ik in groot gevaar verkeer
helpt U mij, HEER, te overleven.
U redt mij van de tegenstand;
uw rechterhand zal redding geven.
Bij U is rust en veiligheid.
U laat altijd uw liefde blijken.
Uw werk voor mij, HEER, wordt voltooid.
Ik bid dat nooit uw trouw zal wijken.

1. Engelen, erken de HEER;
geef Hem koninklijke eer.
Prijs zijn macht en majesteit;
kniel, aanbid zijn heerlijkheid.
Hoor, zijn stem klinkt in orkanen,
echoot over oceanen.
Heel de aarde ziet het wonder
van zijn bliksem en zijn donder.

2. Vol van majesteit en macht
spreekt de HEER met grote kracht.
Bomen buigen neer voor Hem,
ceders schudden door zijn stem.
Ja, de dikste takken breken
als de HEER begint te spreken.
Hoge heuvels, bergen, bossen
springen op als jonge ossen.

3. Hoor, de HEER spreekt in het vuur,
op de steppen, kaal en guur.
De woestijn beeft door zijn woord;
het wordt overal gehoord.
Dieren, van zijn macht doordrongen,
werpen in hun nood hun jongen.
Als Gods stem klinkt in de wouden
zal geen stam zijn schors behouden.

4. In de tempel van de HEER
klinkt een lied van lof en eer.
Hij regeert met vaste hand
over zee en vasteland.
Hij, de koning van het leven,
zal zijn volk het goede geven.
In zijn kracht komt Hij ons tegen
met zijn vrede en zijn zegen.

1. U alleen, God, prijzen wij;
U prijzen wij, telkens weer.
U ontvangt de lof en eer,
want U staat ons altijd bij.
Overal wordt het bekend
dat U groot en machtig bent.

2. ‘Het moment is vastgezet
dat Ik eerlijk dit beslis:
wie oprecht of zondig is
naar de regels van mijn wet.
Als de hele wereld beeft,
ben Ik het die houvast geeft.’

3. ‘Wees niet trots, niet zelfvoldaan
en vecht niet voor eigen eer.
Kijk niet op een ander neer;
ga niet op je strepen staan.
Spreek niet op zo’n hoge toon;
buig eerbiedig voor mijn troon.’

4. Zoek de roem niet om je heen,
je vindt het op aarde niet;
hier is niets dat redding biedt.
God is rechter, Hij alleen.
Eerlijk stelt Hij vast wie klein
en wie invloedrijk zal zijn.

5. In zijn rechterhand houdt God
een beker wijn, scherp gekruid.
Zelfs de droesem schenkt Hij uit
voor de dwaas die Hem bespot.
Met de laatste druppel wijn
zal het recht voltrokken zijn.

6. Jakobs God geef ik de eer,
zijn daden verzwijg ik niet.
Altijd klinkt voor Hem mijn lied:
‘Trotse mensen slaat Hij neer,
maar wie recht van Hem verwacht,
stijgt in aanzien, geeft Hij macht.’

1. Mijn God, bevrijd mij van de mensen
die onrecht doen en mij verwensen.
Bloeddorstig staan ze om mij heen;
bescherm mij, laat mij niet alleen.
Ze loeren, leggen hinderlagen,
hoewel ik mij niet heb misdragen.
Word wakker, HEER, zie naar mij om;
ze vallen aan, sta op en kom!

2. Ontwaak, Heer van de hemelmachten;
God van uw volk, laat mij niet wachten.
Vecht tegen onrechtvaardigheid;
straf ieder volk dat U bestrijdt.
Verraders zwerven rond als honden;
een stroom venijn komt uit hun monden.
Scherp als een mes is ieder woord.
Ze denken dat U het niet hoort.

3. Al zijn hun woorden scherp als dolken,
U lacht om alle heidenvolken.
U, HEER, mijn vesting, sterke God,
drijft met uw vijanden de spot.
Vernietig hen, maar wacht nog even;
laat hen een tijdlang dakloos leven,
zodat mijn volk hun lijden ziet –
en spaar daarna hun leven niet.

4. Ze blijven trots het kwaad verspreiden.
Gun niemand van hen medelijden.
Sla woedend toe, maak zo bekend
dat U de God van Jakob bent.
Verraders zwerven rond als honden;
een stroom venijn komt uit hun monden.
Ze janken in de duisternis
wanneer er niets te halen is.

5. Ik zing voor U, Heer, elke morgen,
want U zult altijd voor mij zorgen.
U bent de rots op wie ik bouw;
mijn sterke God, U blijft mij trouw.

1. Juich, heel de aarde, voor de HEER.
Dien Hem met vreugde, geef Hem eer.
Zing opgewekt met hart en stem.
Kom met een vrolijk lied bij Hem.

2. Stem met ons in: ‘Ja, God is Hij!
Hij maakte ons, zijn volk zijn wij,
zijn kudde die Hij zorgzaam weidt.
Hij is de herder die ons leidt.’

3. Trek jubelend zijn poorten door,
zijn voorhof in en zing in koor.
De HEER is goed en Hij verbindt
zijn naam aan ons van kind op kind.

1. Als je de weg van Gods geboden gaat,
je voeten in het rechte spoor blijft zetten,
naar Hem blijft zoeken en het kwade laat,
vind je geluk dankzij zijn goede wetten.
Een zegen is wat in uw regels staat;
U vraagt van ons dat wij er steeds op letten.

2. Ach, was mijn leven maar zo wetsgetrouw
dat ik nooit met uw wet de hand zou lichten.
Als ik die houd, raak ik niet in het nauw.
Ik zal mij zingend op uw regels richten.
Verlaat mij niet voorgoed, want vol berouw
doe ik waartoe uw woorden mij verplichten.

3. Bijzonder heilzaam is wat U ons zegt;
het houdt je zuiver in je jonge jaren.
Laat mij niet dwalen, U zoek ik oprecht.
Ik blijf uw woord diep in mijn hart bewaren;
ik wil niet ongehoorzaam zijn en slecht.
HEER die ik eer, wil mij uw wet verklaren.

4. Breedvoerig spreek ik over heel uw wet.
Al mag bezit een bron van blijdschap heten,
toch wint de vreugde om uw woorden het.
Van uw bevelen wil ik alles weten.
Ik juich als ik op uw geboden let.
Wat U gezegd hebt zal ik nooit vergeten.

5. Dit vraag ik van U, HEER: wees goed voor mij,
zodat ik levenslang uw pad zal kiezen.
Breng mij de schoonheid van uw wetten bij;
laat mij ze nooit meer uit het oog verliezen.
Ik ben niet thuis in deze maatschappij.
Wat snak ik naar uw eerlijke adviezen!

6. De trotse dwaas die uw gebod veracht
ontvangt zijn straf, maar ik blijf U vereren.
Geef dat geen vijand spottend om mij lacht,
want ik wil doen wat uw bevelen leren.
Word ik bedreigd door leiders met hun macht –
uw wet weet raad, dus blijf ik haar waarderen.

7. Ernstig verzwakt vraag ik U levenskracht;
blijf mij in uw geboden onderwijzen.
Toen ik U aanriep, hebt U hulp gebracht.
Laat mij het wonder zien achter uw eisen.
U ziet mijn tranen en U hoort mijn klacht.
HEER, houd uw woord en laat mij weer herrijzen.

8. Eerlijk en echt zijn, leven in uw spoor,
dat is mijn wens; verleen mij uw genade.
Ik houd mijzelf uw levensregels voor;
daaraan klem ik mij vast bij al mijn daden.
Beschaam mij niet, maar geef dat ik daardoor
kan lopen, ja kan rennen op uw paden.

9. Fluister mij in, HEER, wat uw wet verlangt,
dan zal ik op uw wegen blijven lopen.
Geef dat mijn hart aan uw geboden hangt.
Wijs mij uw pad, dan bloeit mijn leven open.
Geef dat de zucht naar geld mij nooit bevangt;
maak dat ik op uw rijke woord blijf hopen.

10. Fraai lijkt wat leeg blijkt – houd mij daar vandaan.
Laat mij uw wegen gaan, dan zal ik leven.
Houd uw belofte, zie uw dienaar aan!
Goed is elk voorschrift dat U hebt gegeven.
Al ben ik bang dat ik voor schut zal staan,
ik word door liefde voor uw wet gedreven.

11. Geef wat U mij beloofd hebt, trouwe HEER!
Laat mij uw goedheid en uw trouw ervaren.
Tegen de spotters heb ik dan verweer.
Uw woord vertrouw ik, dat zal mij bewaren.
Versterk in mij uw waarheid, meer en meer.
Uw wet geeft hoop voor al mijn levensjaren.

12. Groot is de ruimte die uw woord mij biedt,
royaal en ruim genoeg om te getuigen
voor koningen. Nee, HEER, ik schaam mij niet
dat ik voor uw geboden graag wil buigen.
Ik heb ze lief, ze zijn mijn levenslied;
ik heb ze lief, en daarom zal ik juichen.

13. Hoopgevend is wat U mij hebt gezegd.
Vergeet het niet, HEER, daardoor kan ik leven.
U houdt uw woord. Al heb ik het ook slecht,
ik weet dat U mij troost en rust zult geven.
Hooghartig lachen spotters, onterecht:
uw goede wet heb ik nooit afgeschreven.

14. Hoe kan het toch, HEER, dat men U verlaat,
dat zondaars van uw wet niets willen weten?
Uw woord, dat troostend mij voor ogen staat,
heb ik in vreemde landen nooit vergeten.
Zelfs in de nacht heb ik uw naam paraat.
Uw regels zijn mijn drinken en mijn eten.

15. Ik kies voor U, ik heb U toegezegd
dat ik uw wetten stipt zal onderhouden.
Wees mij genadig, HEER; ik volg oprecht
de goede koers, wat mij nog nooit berouwde.
Ik haast mij, heb de twijfels afgelegd
die mijn gehoorzaamheid verstoren zouden.

16. In hinderlagen lokt de vijand mij.
Toch blijft uw goede wet in mijn gedachten.
’s Nachts zing ik: uw geboden maken vrij!
Ik ben een vriend van hen die U verwachten.
Wat U gebiedt eerbiedigen ook zij.
Vol is de aarde van uw goede krachten.

17. Ja, U bent voor uw dienaar goed geweest;
U hield uw woord. Leer mij te onderscheiden
waarop het voor mij aankomt allermeest.
Als houvast staat uw wet me steeds ter zijde.
Ooit dwaalde ik, ik was verward van geest.
Uw goedheid wilde mij tot inzicht leiden.

18. Juist wettelozen liegen dat ik dwaal,
terwijl ik zielsveel geef om uw bevelen.
Lijden moest ik – U weet het allemaal –
om in de wijsheid van uw woord te delen.
Uw wet, mijn allergrootste kapitaal,
laat ik door niets of niemand mij ontstelen.

19. Kunstig, met eigen hand, gaf U mij vorm.
Maak mij gevoelig voor uw levenswetten.
Wat U bepaald hebt is voor mij de norm.
Tot ieders vreugde zal ik daarop letten.
U hebt mij laten kruipen als een worm,
maar wilde mij weer in de ruimte zetten.

20. Kom met uw liefde in mijn leven, HEER.
Wat arrogante mensen ook beramen –
ik zoek uw wil, zij liegen keer op keer.
Uw wet maakt blij. Met hen die dat beamen
zoek ik naar de volmaaktheid, meer en meer.
Dan zal ik mij voor niemand hoeven schamen.

21. Lang denk ik al aan wat U hebt beloofd.
Wanneer geeft U mij troost? Ik blijf maar hopen!
Al huil ik haast de ogen uit mijn hoofd,
al teer ik weg, ik houd uw wetboek open.
Hoelang nog tot mijn licht wordt uitgedoofd?
Hoelang kan wie mij haat zijn straf ontlopen?

22. Laaghartig graven zij voor mij een kuil,
de trotse mensen die mij steeds bestoken.
Uw woord is goed, hun woord is vals en vuil.
Ik heb in nood niet met uw wet gebroken.
Geef mij weer leven, God bij wie ik schuil,
dan houd ik mij aan wat U hebt gesproken.

23. Mijn God, hoog in de hemel staat uw woord
onwrikbaar vast; uw trouw zal eeuwig duren.
Door uw bevel bestaat de aarde voort;
uw regels blijven heel de schepping sturen.
Ik ben in mijn ellende niet gesmoord:
uw wet gaf blijdschap in benauwde uren.

24. Mijn hart houdt altijd vast aan wat U zegt;
daar leef ik van. Steeds speur ik naar uw woorden.
Ik ben van U. Kom snel en red uw knecht,
want slechte mensen willen mij vermoorden.
Oneindig is de ruimte van uw recht,
ruimer dan alles wat mij ooit bekoorde.

25. Niets anders dan uw wet vervult mijn geest.
Ik heb haar lief, bewaar haar diep vanbinnen.
Steeds is uw wijze woord in mij geweest,
daarom kan wie mij haat niets meer beginnen.
Al weet mijn leraar veel, ik weet het meest.
Van grijze wijsheid zelfs kan ik het winnen.

26. Nooit volg ik wat verdorven is of slecht,
oprecht wil ik mij houden aan uw wetten.
U hebt mij onderwezen in uw recht;
dat laat mij op de juiste richting letten.
Zoeter dan honing is wat U mij zegt.
Ik zal geen stap op slinkse paden zetten.

27. Over mijn pad verspreidt uw woord zijn licht;
het is een lamp die mij de weg blijft wijzen.
Ik heb mijzelf tot trouw aan U verplicht.
Laat mij uit mijn ellende toch herrijzen.
Aanvaard de woorden die ik tot U richt.
Leer mij wat uw geboden van mij eisen.

28. Onafgebroken ben ik in gevaar;
toch heb ik uw geboden niet vergeten,
al zetten zondaars vallen voor mij klaar.
Met recht mag uw bevel mijn vreugde heten,
uw woord dat ik als erfbezit bewaar.
Voor altijd geldt: uw wet is mijn geweten.

29. Passie voor uw geboden maakt mij fel:
halfslachtigen kan ik geen vriendschap geven.
U bent mijn schild, ik let op uw bevel.
Uw woord is steeds mijn bron van hoop gebleven.
Zondaars, ga weg! Nooit zeg ik God vaarwel.
Houd uw belofte, HEER, dan zal ik leven.

30. Plaats mij op vaste grond, dan ben ik vrij.
Ik vind mijn kracht in uw verordeningen.
Wie dwaalt en liegt, veegt U als schuim opzij.
Uw richtlijn heb ik lief, ik kan wel zingen!
Maar soms vervult een diepe huiver mij:
streng is de wet die wij van U ontvingen.

31. Recht en gerechtigheid heb ik gedaan;
bescherm mij toch, bewijs mij mededogen.
Beloof me, HEER, dat het mij goed zal gaan.
Naar uw verlossing hunkeren mijn ogen.
Uw trouw en liefde dragen mijn bestaan;
geef dat uw wetten mijn begrip verhogen.

32. Richt mij op U, ik wil U dienen, HEER.
Leer mij vol ijver naar uw woord te leven.
Grijp in! Men legt uw wetten naast zich neer.
Ik heb ze lief, zou alles ervoor geven;
zelfs goud, het puurste goud, boeit mij niet meer.
Ik haat de leugen, heb die uitgedreven.

33. Sprakeloos overpeins ik wat U zegt;
met heel mijn hart bewonder ik uw wetten.
Zij zullen als ze worden uitgelegd
eenvoudigen in licht en luister zetten.
Vurig verlang ik naar uw heilig recht.
Wees mij genadig, leer mij op U letten.

34. Stuur stap voor stap mijn voeten, dat doet goed.
Bewaar mij voor de machten van het kwade.
Verlicht mijn weg, wijs waar ik lopen moet,
dan zal ik kiezen voor de juiste paden.
Mijn tranen, HEER, huil ik in overvloed,
omdat uw wet door velen wordt verraden.

35. Trouw en rechtvaardig bent U altijd, HEER.
Door U wordt met de juiste maat gemeten.
Mijn vijand doet mij diep vanbinnen zeer:
uw goede wet is hij totaal vergeten.
Uw woord is puur, gelouterd keer op keer.
Ik heb het lief, dien U naar beste weten.

36. Trots is mij vreemd, ik stel maar weinig voor;
toch houd ik uw bevelen in gedachten.
Rechtvaardig is uw wet, de eeuwen door.
Uw woord geeft rust in slapeloze nachten.
Het is mijn bron van blijdschap. In dat spoor
is inzicht, ja, is leven te verwachten.

37. U roep ik, HEER, ik roep uit alle macht.
Geef antwoord – naar uw wetten wil ik leven.
Zie hoe ik ’s morgens op uw woorden wacht;
hulpzoekend ben ik op mijn post gebleven.
Met open ogen heb ik in de nacht
uw woord mijn aandacht en mijn hart gegeven.

38. Uw goedheid garandeert mij dat U hoort.
U bent rechtvaardig, HEER, laat mij toch leven.
Mijn sluwe achtervolgers zijn ontspoord,
strijdig met al uw wetten is hun streven.
U bent dichtbij, betrouwbaar is uw woord.
Voor eeuwig hebt U uw gebod gegeven.

39. Verlos mij, HEER, zie mijn ellende aan.
Uw wet vergeet ik niet; wil voor mij strijden.
HEER, geef mij kracht zodat ik sterk kan staan.
Houd mij in leven, houd mij aan uw zijde.
Wie U verwerpen moeten wel vergaan.
Uw liefde wil mij van de dood bevrijden.

40. Vijandigheid valt mij volop ten deel,
toch houd ik vast aan wat U hebt geschreven.
De wetteloosheid grijpt mij naar de keel:
men haat uw regels, zo is er geen leven.
Betrouwbaar is uw woord, een kroonjuweel:
rechtvaardig en voor eeuwig ons gegeven.

41. Wat machtigen mij aandoen, raakt mij niet,
maar ik voel schroom als U begint te spreken.
De vreugde, HEER, die uw belofte biedt
is kostbaar, rijke buit voor mij gebleken.
Ik haat bedrog. Voor U zing ik mijn lied:
zevenmaal daags een klinkend uitroepteken!

42. Wie van U houdt, vindt vrede en geluk;
hij komt geen steen, geen struikelblok meer tegen.
U kunt mij, HEER, bevrijden van de druk.
Ik doe uw wil, verwacht van U de zegen.
Uw regels zijn mij dierbaar, stuk voor stuk.
Een open boek, HEER, zijn voor U mijn wegen.

43. Zuchtend zoek ik uw aandacht, sta mij bij;
schenk inzicht, HEER, ik houd U aan uw woorden.
Red mij zoals beloofd, dan zing ik blij
een lied voor U met vrolijke akkoorden.
U onderwijst uw wet, U maakt mij vrij.
Rechtvaardig zijn de regels die ik hoorde.

44. Zonder uw hulp heb ik geen vaste grond.
Dat ik uw kant koos, heeft mij nooit gespeten.
Red mij, dan klinkt een loflied uit mijn mond.
Dicht bij uw woord mag ik mij veilig weten.
Ik ben een schaap; dwaal ik verloren rond –
zoek mij, want nooit zal ik uw wet vergeten.

1. God, geef antwoord op mijn smeken.
Haast bezweken
leef ik ver bij U vandaan,
Luister naar mijn angstig klagen;
hoor mijn vragen.
Laat mij niet verloren gaan.

2. U, mijn schuilplaats en mijn toren,
wil mij horen;
wees opnieuw mijn toevluchtsoord.
Veilig bij U weggekropen
blijf ik hopen
op U die mij altijd hoort.

3. Wie U dient, krijgt een beloning.
Geef de koning
leven tot in eeuwigheid.
Lof en lied zal ik vermengen,
offers brengen,
dag aan dag U toegewijd.

1. Mijn ogen kijken naar omhoog.
Ik zie de bergen staan,
daar komt mijn hulp vandaan,
daar houdt de HEER mij in het oog;
Hij maakte en bewaarde
de hemel en de aarde.

2. Hij laat je voeten veilig gaan.
Als jij obstakels ziet:
je helper sluimert niet.
Hij slaapt niet, nee, Hij kijkt je aan
en laat zijn steun ervaren.
Hij zal zijn volk bewaren.

3. De HEER zal steeds je helper zijn;
zijn schaduw, zo dichtbij,
blijft aan je rechterzij.
De zon en maan doen je geen pijn.
De HEER zal alle dagen
en in de nacht jou dragen.

4. De HEER bewaart je voor het kwaad.
Je ziel, je leven zal
bewaard zijn, overal.
Waar je ook komt of waar je gaat –
voor nu en na dit leven
zal Hij bescherming geven.

Laatste nieuws

Hert, hertje of toch hinde?

Lees meer »

Nieuwsbrief augustus 2021

Lees meer »

Een nieuwe psalmberiiming zonder oproer

Lees meer »

Steun onze missie

Steun ons met een eenmalige bijdrage,

Betaal met iDEAL

of word vriend van Stichting Dicht bij de Bijbel voor € 37,50 per jaar en ontvang een uniek welkomstgeschenk.