Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Ga direct naar psalm

Zoek op tekst:

Zoek op gelegenheid:

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

DNP IS KLAAR - BUNDEL VERSCHIJNT IN voorjaar 2021

De Nieuwe Psalmberijming (DNP) is voltooid. Alle 150 berijmingen zijn na een intensieve laatste revisieronde afgerond.

Sinds 2014 heeft een groep dichters hard gewerkt aan een nieuwe, eigentijdse berijming van het hele psalter. Oktober 2019 was de concept-berijming klaar, waarna een intensieve periode van revisie werd ingezet. Deze revisie is in juni 2020 afgerond.

De Nieuwe Psalmberijming is een initiatief van Stichting Dicht bij de Bijbel. Jan Pieter Kuijper startte met de eerste berijmingen op de Geneefse melodieën. Andere dichters sloten zich bij het project aan: Arie Maasland, Adriaan Molenaar, Bob Vuijk, Arjen Vreugdenhil, Titia Lindeboom, Jan Boom, Ria Borkent en René Barkema. Zij namen allen één of meer berijmingen voor hun rekening.
Daarnaast verleende een aantal (andere) dichters, theologen, neerlandici en musici hun medewerking als meelezer en revisor.

Ondertussen is het traject gestart om om DNP als bundel uit te geven via KokBoekencentrum. De verwachting is dat de bundel in maart  of april 2021 verschijnt. U kunt deze bundel hier bestellen/reserveren. 

Ik ben erg blij met De Nieuwe Psalmberijming. Wij zingen er regelmatig uit tijdens onze diensten. De psalmen zijn uit het leven gegrepen en daarom is het belangrijk dat de berijming aansluit bij ons dagelijks taalgebruik. Zo begrijpt ook een jongere generatie de geweldige inhoud van de psalmen. Lees meer »

Ds. G. van Harten | Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt te Spakenburg-Zuid

Ds. G. van Harten
Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt te Spakenburg-Zuid

Lees alle quotes

1. God, luister, let toch op mijn klagen!
Verlos mij van wie mij bedreigt;
zorg dat die meute mij niet krijgt.
Verberg mij voor wie zich misdragen
en op mij jagen.

2. Hoor hoe ze mij van kwaad betichten!
Listige leugens uit hun mond
schieten als pijlen in het rond.
Zie hoe ze slinks hun woorden richten
en onheil stichten.

3. Met misdaad willen zij het winnen.
Ze schuwen lage listen niet;
ze zeggen: ‘Niemand die het ziet.’
Het slechte plan dat zij verzinnen
zit diep vanbinnen.

4. Maar dan laat God zijn pijlen vliegen.
Plotseling worden zij geveld.
Wie naar hen kijken staan versteld.
Dit is het loon voor al hun liegen
en sluw bedriegen.

5. ‘Israëls God deed grote dingen!’ –
ontzag klinkt door in ieders stem.
Wie trouw zijn schuilen weg bij Hem.
Zij zullen om zijn zegeningen
vol vreugde zingen.

1. Ik nam mij voor: ik let op wat ik zeg;
ik mijd het kwaad, ik weeg elk woord,
bijt op mijn tong en slik het meeste weg
zodat wie slecht is het niet hoort.
Er kwam geen enkel woord meer uit mijn mond,
maar zonder dat ik vrede vond.

2. Ik zuchtte, want er broeide iets in mij;
mijn leed werd tot een laaiend vuur.
Toen hield ik het niet langer uit en zei:
HEER, wanneer slaat mijn laatste uur?
Toon mij de dag waarop ik heen zal gaan;
laat mij mijn kwetsbaarheid verstaan.’

3. Een handvol tijd, dat is wat U mij geeft.
Een mensenleven is een zucht,
een schaduw die geen duur of vastheid heeft.
Ook geld en goed is enkel lucht.
Al heeft een mens ook schatten als hij sterft,
er is een ander die ze erft.

4. Wat is het dan, mijn Heer, dat ik verwacht?
Bij U alleen is hoop voor mij.
Zorg dat de dwaas niet spottend om mij lacht.
Maak mij van al mijn zonden vrij.
Ik ben verstomd, ik zwijg omdat ik weet:
U hebt de hand in al mijn leed.

5. HEER, houd U in, uw straf is mij te zwaar.
Ik sterf als U mij zo blijft slaan.
Als iemand zondigt, staat U woedend klaar;
U laat zijn schoonheid snel vergaan.
Wanneer hij wordt getroffen door uw tucht,
dan blijkt: een mens is maar een zucht.

6. Hoor mijn gebed, HEER, luister naar mijn klacht;
kijk naar mijn tranen, mijn verdriet.
Ik leef bij U, net als mijn voorgeslacht,
als vreemde zonder grondgebied.
Laat mij met rust - dat ik wat vreugde ken
zolang ik nog in leven ben.

1. U prijs ik, HEER, want U genas
mijn ziekte die zo dreigend was.
De vijand zwijgt, want tot zijn spijt
hebt U mij van de dood bevrijd.
U trok mij uit het graf naar boven.
Omdat ik leef, wil ik U loven!

2. Kom, trouwe dienaars van de HEER,
loof God met mij en geef Hem eer!
Zijn woede duurt maar één moment,
terwijl zijn gunst geen einde kent.
Al is de avond zwaar van zorgen,
vol vreugde is de nieuwe morgen.

3. Ik was in zorgeloze rust
mij van mijn zwakheid niet bewust.
Genadig was U, HEER, dichtbij;
het ging geweldig goed met mij.
Toen hebt U uw gezicht verborgen –
direct werd ik bestookt door zorgen.

4. In angst en pijn riep ik U aan:
HEER, laat mij niet ten ondergaan!
Ga ik het graf in, word ik stof,
dan zwijgt mijn lied, verstomt uw lof.
Luister naar mij, heb medelijden.
HEER, kom te hulp, kom mij bevrijden!’

5. U gaf mijn leven nieuwe glans.
Mijn klacht ging over in een dans.
Eerst liep ik in een rouwgewaad,
nu ga ik zingend over straat.
Mijn blijdschap wil ik niet bedwingen:
voor eeuwig zal ik voor U zingen!

1. Verlos mij, HEER, van slechte mensen.
Red mij van wie vechtlustig zijn,
van wie mij hatelijk verwensen.
Als slangen zijn ze, vol venijn.

2. Stop mensen, HEER, die op me loeren.
Misdadig spannen zij een net.
Met touwen willen zij me vloeren;
hun val is listig klaargezet.

3. Tot U roep ik: ‘U wilt bevrijden;
mijn God, U breekt voor mij een lans.
U bent mijn helm als ik moet strijden.
HEER, geef mijn vijanden geen kans.

4. Dat hun geweld henzelf zal raken;
dat hemelvuur hun hoofd verbrandt.
Wil aan hun spot een einde maken;
jaag de verraders uit het land.’

5. Ik weet: U helpt de vluchtelingen,
wie arm zijn, hulpeloos of zwak.
Oprechte mensen zullen zingen:
bij U is veilig onderdak.

1. Mijn ogen kijken naar omhoog.
Ik zie de bergen staan,
daar komt mijn hulp vandaan,
daar houdt de HEER mij in het oog;
Hij maakte en bewaarde
de hemel en de aarde.

2. Hij laat je voeten veilig gaan.
Als jij obstakels ziet:
je helper sluimert niet.
Hij slaapt niet, nee, Hij kijkt je aan
en laat zijn steun ervaren.
Hij zal zijn volk bewaren.

3. De HEER zal steeds je helper zijn;
zijn schaduw, zo dichtbij,
blijft aan je rechterzij.
De zon en maan doen je geen pijn.
De HEER zal alle dagen
en in de nacht jou dragen.

4. De HEER bewaart je voor het kwaad.
Je ziel, je leven zal
bewaard zijn, overal.
Waar je ook komt of waar je gaat –
voor nu en na dit leven
zal Hij bescherming geven.

1. Hoelang nog kijkt U mij niet aan,
vergeet U wat ik moet doorstaan?
Hoelang nog, HEER, blijft U verborgen?
Hoelang nog kwellen mij de zorgen
en kan mijn vijand vrijuit gaan?

2. Verhoor mij, HEER, toon uw gezicht.
Verdrijf de nacht, kom met uw licht.
Laat hen die op mijn leven jagen
niet vieren dat ik ben verslagen,
niet juichen dat ik ben gezwicht.

3. HEER, U staat mij vol liefde bij.
Ik bouw op U, U maakt mij vrij.
Mijn hart zal juichen, vrolijk zingen
als dank voor al uw zegeningen,
want U bent goed geweest voor mij.

1. De hemel prijst de HEER;
ze geeft welluidend eer,
ze prijst zijn scheppingskracht.
De dag vertelt de dag
hoeveel Gods hand vermag;
de nacht spreekt tot de nacht.
Al klinkt er ook geen woord,
toch wordt hun stem gehoord
zelfs bij de verste volken.
Geen klank wordt er verspreid,
toch hoort men wereldwijd
hoe zij Gods lof vertolken.

2. God heeft de tent gemaakt
waarin de zon ontwaakt
zoals een jongeman -
hij ziet er stralend uit,
want hij was bij zijn bruid
en daar genoot hij van.
Hij is een jonge held
die vrolijk voorwaarts snelt,
iedere nieuwe morgen.
Hij trekt een stralend spoor
de wijde hemel door.
Zijn glans laat niets verborgen.

3. Volkomen is Gods wet:
een boodschap zonder smet,
een goed getuigenis,
een woord dat wijsheid geeft
aan wie gehoorzaam leeft,
aan wie eenvoudig is.
Wat Hij van ons verwacht
geeft nieuwe levenskracht;
het maakt ons opgetogen.
Recht is het woord van God,
loepzuiver zijn gebod:
een licht voor onze ogen.

4. Ontzag voor God is rein.
Het laat ons zeker zijn
van heil dat niet vergaat.
Het doet ons veel meer goed
dan goud in overvloed,
dan honing uit de raat.
Uw voorschrift geeft ons licht;
als ik mij daarnaar richt,
blijf ik aan U verbonden.
Maar ach, wie zondigt niet?
Wie doet U geen verdriet?
Vergeef mij al mijn zonden.

5. Bescherm mij, HEER, maak mij
van grote zonden vrij;
ik ben uw trouwe knecht.
Als U mijn hart behoedt,
dan mijd ik overmoed,
dan dien ik U oprecht.
Laat wat ik zeg en denk,
waaraan ik aandacht schenk,
U altijd weer behagen –
God die mijn leven leidt,
God die mijn ziel bevrijdt,
mijn rots, die mij wil dragen!

1. Luister, mijn God, naar mijn gebeden.
Ik heb al veel te lang geleden.
Keer eindelijk mijn lot ten goede.
De vijand scheldt, gebruikt geweld.
Steeds als hij dreigt en kansen krijgt
voel ik zijn haat en blinde woede.

2. Door grote angst ben ik bevangen
en in mij leeft een sterk verlangen
met vleugels op te kunnen stijgen,
hoog in de lucht: een duif die vlucht
naar de woestijn, om vrij te zijn;
ver weg van hen die mij bedreigen.

3. Heer, U kunt hun geweld doorbreken;
verwar hun denken en hun spreken.
De stad, haar pleinen en haar muren,
zijn het terrein van leed en pijn:
terreur op straat van vroeg tot laat.
Hoelang nog zal die rampspoed duren?

4. Werd ik gehoond door wie mij haten,
het zou me onverschillig laten.
Maar jij was het, op wie ik bouwde,
mijn beste vriend, nu nietsontziend.
Ooit, een van geest, vierden we feest.
Jij was de man die ik vertrouwde.

5. Laat ze maar boeten, maar betalen;
laat ze maar in de grafkuil dalen.
Ze zijn een werktuig van het kwade.
Maar ik, ik klaag bij God vandaag,
op wie ik wacht bij dag en nacht.
Hij geeft mij redding en genade.

6. Mijn tegenstanders zijn met velen,
toch mag ik in Gods vrede delen.
Hij geeft mij antwoord op mijn klagen.
Mijn vijand groet mij honingzoet;
zijn gladde praat verhult zijn haat.
Maar God vaagt weg wie mij belagen.

7. Laat God de HEER je lasten dragen.
Hij helpt wie om verlichting vragen,
houdt overeind wie op Hem bouwen.
Wie haat verspreidt sterft voor zijn tijd.
Een moordenaar - God straft hem zwaar.
Maar ik, ik blijf op Hem vertrouwen.

1. Ik schuil bij U met al mijn zorgen.
O HEER, beschaam mij niet,
U die steeds redding biedt.
Bij U, mijn rots, ben ik geborgen.
U zult mij zorgzaam leiden,
van dreiging mij bevrijden.

2. Mijn leven leg ik in uw handen.
U, trouwe God, maakt vrij.
Ik haat afgoderij,
maar voel voor U de liefde branden,
voor U die mijn ellende
en zielsbenauwdheid kende.

3. Schep ruimte, HEER, toon mededogen.
Ik ben in grote nood.
De afbraak is zo groot.
Zwak is mijn lijf, dof zijn mijn ogen.
Mijn zonden - zij verzwaren
mijn moeitevolle jaren.

4. Men lacht om mij van alle kanten.
Waar ik ook ga of sta
wijst men me spottend na.
Mijn vrienden en mijn bloedverwanten
zie ik verbijsterd kijken
en schichtig mij ontwijken.

5. Ik ben door velen afgeschreven,
voor dood verklaard, bespot,
een stukgebroken pot.
HEER, ik moet vrezen voor mijn leven,
omdat mijn haters samen
mijn ondergang beramen.

6. Op U, mijn HEER, blijf ik vertrouwen.
Ik zeg: U bent mijn God,
in uw hand ligt mijn lot.
Laat niet de vijand mij benauwen.
Verlicht mij op mijn wegen,
red mij, geef mij uw zegen.

7. Maak toch uw dienaar niet te schande,
want, HEER, U roep ik aan.
Maar laat te schande staan,
laat in het stille graf belanden
wie zelfgenoegzaam liegen,
een eerlijk mens bedriegen.

8. Hoe groot is, HEER, wat U zult geven
aan wie bij U als kind
zijn troost en toevlucht vindt.
Bij U geborgen is zijn leven.
Bij U vindt hij ontferming.
Uw tent geeft hem bescherming.

9. De trouwe HEER heeft door een wonder
mij uit gevaar gered,
mij in zijn stad gezet.
Ik dacht: ‘Mijn leven gaat ten onder.’
Te snel sprak ik die woorden.
U was het die mij hoorde.

10. Bewijs God eerbied, jullie allen
die trouw zijn aan de HEER.
Hij helpt je keer op keer -
maar goddelozen laat Hij vallen.
Wees sterk en vastberaden
en hoop op zijn genade.

1. Juich voor de HEER om Hem te loven;
oprechte mensen, huldig Hem.
Haal uit je hart een lied naar boven;
leg alle liefde in je stem.
Zing bij de akkoorden;
speel met nieuwe woorden;
zing bij harp en luit.
Maak de mooiste klanken
om de HEER te danken;
zing het vrolijk uit.

2. Nooit zal Hij zijn belofte breken;
betrouwbaar is al wat Hij zegt.
Zijn daden op de aarde spreken
van goedheid, liefde, trouw en recht.
Zijn bevel bepaalde
dat het zonlicht straalde.
Land en oceaan
heeft de HEER gescheiden.
Zeeën en getijden
liet de HEER ontstaan.

3. Laat wie op aarde wonen beven,
vol eerbied en ontzag voor God:
Hij spreekt één woord en er is leven
en alles staat op zijn gebod.
Wat de volken samen
zonder God beramen
wordt door Hem ontkracht.
Niets kan Hem beletten
plannen door te zetten
die Hij heeft bedacht.

4. Het volk dat God vereert als koning
is zijn gezegend eigendom.
De HEER ziet uit zijn hoge woning
naar alle stervelingen om.
Wat zij overleggen,
wat zij doen of zeggen,
weet de HEER meteen.
Hij die hen formeerde,
ieder hart boetseerde,
kijkt door mensen heen.

5. Geen koning kan de oorlog winnen
dankzij een grote legermacht;
met paarden kan hij niets beginnen,
al hebben ze nog zoveel kracht -
maar God zal bevrijden
wie zijn naam belijden.
Wie in hongersnood
hulp van Hem verwachten
krijgen nieuwe krachten,
redt Hij van de dood.

6. Verlangend staan wij uit te kijken
naar onze redder, onze Heer.
Hij is ons schild dat niet zal wijken;
in liefde ziet Hij op ons neer.
Al zijn zegeningen
zullen wij bezingen;
ja, Hij maakt ons blij.
HEER, wil aan ons denken,
ons uw zegen schenken.
U verwachten wij.

Laatste nieuws

Nieuwsbrief september 2020

Lees meer »

Schatgraven in de psalmen

Lees meer »

Interview Family7

Lees meer »

Interview Groot Nieuws Radio

Lees meer »

Steun onze missie

Steun ons werk om de psalmen te herdichten in de taal van nu.

Betaal met iDEAL

of word vriend van Stichting Dicht bij de Bijbel voor € 37,50 per jaar en ontvang een uniek welkomstgeschenk.