Bundel De NieuwepsalmberijmingNu verkrijgbaar:

BUNDEL DE NIEUWE PSALMBERIJMING

De Nieuwe Psalmberijming bevat een nieuwe, eigentijdse berijming van alle 150 psalmen op de Geneefse melodieën.

Prijs: € 22,50

(gratis verzending binnen Nederland)

Ga direct naar psalm

Zoek op tekst:

Zoek op gelegenheid:

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

De Nieuwe Psalmberijming

De bundel van De Nieuwe Psalmberijming bevat een nieuwe, eigentijdse berijming van alle 150 psalmen op de Geneefse melodieën.

Sinds 2014 heeft een groep dichters gewerkt aan een berijming in de taal van nu. Deze nieuwe bundel voorziet in een grote behoefte in protestantse kerken. Aan De Nieuwe Psalmberijming werkten negen dichters mee. Daarnaast verleende een aantal (andere) dichters, theologen, neerlandici en musici hun medewerking als meelezer en revisor. Deze nieuwe psalmberijming zal het zingen van psalmen weer een nieuwe impuls geven.

De Nieuwe Psalmberijming is een initiatief van Stichting Dicht bij de Bijbel. De auteurs zijn: Jan Pieter Kuijper, Arie Maasland, Adriaan Molenaar, Bob Vuijk, Arjen Vreugdenhil, Titia Lindeboom, Jan Boom, Ria Borkent en René Barkema. 

Al jaren zingen we (bijna) elke avond een volledige psalm bij onze avondsluiting. De berijming van 1773 zongen we al drie keer helemaal, de psalmberijming uit het Liedboek één keer. Nu DNP. En dat is genieten! Elke avond weer. W Lees meer »

Diny van Leeuwen | Gereformeerde Bond binnen de PKN

Diny van Leeuwen
Gereformeerde Bond binnen de PKN

Lees alle quotes

1. HEER, onze Heer, uw naam is groot en machtig.
Alles wat U geschapen hebt is prachtig.
U maakt uw glorie wereldwijd bekend.
De hemel laat ons weten wie U bent.

2. De eerste woordjes die een kind kan uiten,
gebruikt U om uw vijanden te stuiten.
De allerkleinste is met zijn gepraat
een kracht waarmee U tegenstand weerstaat.

3. Als ik de maan en sterren zie daarboven,
kan ik het wonder bijna niet geloven
dat U, o Heer, aan kleine mensen denkt.
Hoe kan het dat U ons uw liefde schenkt?

4. U hebt de mens haast als een god verheven,
een kroon van eer en heerlijkheid gegeven.
U legt de schepping aan zijn voeten neer.
De hele wereld heeft hij in beheer.

5. De mens draagt zorg voor vee en wilde dieren,
voor alles wat zijn weg zoekt in rivieren,
voor wat er aan de hoge hemel zweeft,
voor wat er in de diepe zeeën leeft.

6. HEER, onze Heer, uw naam is groot en machtig.
Alles wat U geschapen hebt is prachtig.
U maakt uw glorie wereldwijd bekend.
De aarde laat ons weten wie U bent.

1. Wat sta jij het kwaad te bezingen,
jij zogenaamde held?
Gods goedheid laat zich niet verdringen,
al schuw jij geen geweld.
Jouw tong brengt pijn en ongeluk;
hij maakt de mensen stuk.

2. God zelf zal je grijpen en breken.
Je einde is nabij.
Wie goed doen zullen ervan spreken
met diep ontzag en blij:
‘De rijkdom die zijn redding leek,
laat hem nu in de steek.’

3. Ik ben als een boom, ik zal groeien
in Gods aanwezigheid.
Zijn liefde laat mijn leven bloeien;
zijn trouw steunt mij altijd.
Met allen die U dienen, Heer,
breng ik uw naam de eer.

1. Heer, doe mij recht; kom tussenbeide,
mijn God, op wie mijn hart vertrouwt.
Waarom laat U mij zolang lijden
door mensen die bedrog verspreiden?
Waarom heb ik het zo benauwd
en word ik uitgejouwd?

2. Heer, zend uw licht, laat mij ervaren
dat U mij naar uw woning leidt.
Wanneer ik kom bij uw altaren,
zal ik U prijzen bij de snaren.
Dan uit ik al mijn dankbaarheid,
omdat U mij bevrijdt.

3. Mijn ziel, waarom zo neergebogen?
Waarom onrustig, vol verdriet?
Hoop op de Heer, houd Hem voor ogen.
Hij zal je eenmaal weer verhogen.
Ik zal Hem eren met een lied,
mijn redder die mij ziet.

1. De HEER is koning tot in eeuwigheid.
Hij is bekleed met macht en majesteit.
De aarde wankelt niet, U zet haar vast.
Van oudsher staat uw troon onaangetast.

2. De golven slaan, de golven gaan tekeer;
de golven storten hevig bruisend neer.
Al kolkt en raast het water nog zo luid,
de HEER troont machtig boven alles uit.

3. Al uw bevelen blijven eeuwig waar.
Wat U bepaalde, staat onwankelbaar.
Uw woning is gesierd met heiligheid.
Uw tempel, HEER, zal stralen voor altijd.

1. Ik zing, HEER, om uw trouw en recht te eren.
Verstandig zal ik in uw dienst regeren
en leven naar uw wil – help mij daarbij;
komt U bij mij?

2. Ik leef graag als een wijze, goede koning,
Betrouwbaar zijn de mensen in mijn woning.
Ik haat gedraai, verafschuw sluw gepraat.
Ik mijd het kwaad.

3. Wie roddelt over vrienden laat ik zwijgen,
wie arrogant is zal geen ruimte krijgen.
Zij worden zonder uitstel weggestuurd,
ver uit mijn buurt.

4. Voor wie in eerlijkheid zijn weg wil lopen,
zet ik de deuren van mijn huis wijd open.
Ik wil dat wie mij eer en trouw betoont
dicht bij mij woont.

5. Bedrog kan ik niet in mijn huis gedogen.
Een leugenaar komt mij niet onder ogen.
Ik deel mijn maaltijd niet met wie bedriegt
en glashard liegt.

6. De schuldigen die trouw en recht bedreigen,
breng ik wanneer de morgen komt tot zwijgen.
Zo heerst er in de stad van onze HEER
geen onrecht meer.

1. Doe recht, HEER, spreek mij vrij.
U vindt geen kwaad in mij;
altijd heb ik op U vertrouwd.
Doorzoek mijn hart zorgvuldig,
toets mij: ik ben onschuldig,
omdat ik U voor ogen houd.

2. Ik eet niet met wie liegt,
hoor niet bij wie bedriegt;
ik laat het kwaad niet in mijn huis.
Ik wil integer leven,
U, HEER, mijn liefde geven.
In uw nabijheid ben ik thuis.

3. Straf schuldigen, niet mij.
Ik ben niet zoals zij:
zij moorden, kopen mensen om.
Maar ik ga op uw paden;
leef enkel van genade.
Ik prijs U als ik bij U kom.

1. Groot koning is de HEER!
Aarde, bewijs Hem eer.
Klap juichend in je handen;
vier feest in alle landen.
Een wolk is zijn gewaad.
Zijn koningszetel staat
rotsvast op recht en wet.
Een vuur rondom Hem zet
in brand wie Hem verlaat.

2. Hij stuurt zijn bliksemschicht;
de aarde wordt verlicht.
De HEER is zo verheven
dat bergen voor Hem beven.
De hemelboog verspreidt
zijn grootheid wereldwijd.
Zijn goedheid wordt verteld.
De volken staan versteld:
ze zien zijn majesteit.

3. Vereer de HEER alleen!
Wie aan een god van steen
zichzelf wil toevertrouwen,
zal dat daarna berouwen.
Sion is blij en zegt:
Hij is een God van recht.
Geen tweede is als Hij,
zo machtig en zo vrij,
die ieder pleit beslecht.

4. Jij die God liefhebt, haat
hartgrondig al het kwaad.
Wie zoeken naar het goede
zal Hij altijd behoeden.
Op vrienden van de HEER
daalt licht en vreugde neer.
Wees blij, jij die Hem kent,
die graag rechtvaardig bent;
bewijs Hem vrolijk eer.

1. Juich, heel de aarde, voor de HEER.
Dien Hem met vreugde, geef Hem eer.
Zing opgewekt met hart en stem.
Kom met een vrolijk lied bij Hem.

2. Stem met ons in: ‘Ja, God is Hij!
Hij maakte ons, zijn volk zijn wij,
zijn kudde die Hij zorgzaam weidt.
Hij is de herder die ons leidt.’

3. Trek jubelend zijn poorten door,
zijn voorhof in en zing in koor.
De HEER is goed en Hij verbindt
zijn naam aan ons van kind op kind.

1. Hoe lief heb ik uw woning, HEER!
Verlangend vraag ik telkens weer
daar uw nabijheid te ervaren.
In de beschutting van uw huis
zijn zelfs de mus en zwaluw thuis:
zij nestelen bij uw altaren.
Gelukkig wie daar dag aan dag
bij U woont en U prijzen mag.

2. Gelukkig wie gesterkt in U
als pelgrims door het hier en nu
blijven verlangen naar uw wegen.
Zij weten wie hen helpen zal:
zelfs in het uitgedroogde dal
daalt zegen op hen neer als regen.
Verfrist mogen zij verder gaan;
straks komen zij in Sion aan.

3. Wij smeken U, o God, ons schild,
of U de koning helpen wilt
door Hem uw aangezicht te tonen.
Mijn God, ik zou gelukkig zijn
met één dag op uw tempelplein!
Veel liever wil ik bij U wonen
dan duizend dagen in een tent
waar niemand uw gezag erkent.

4. De HEER, die ons bescherming biedt,
ontzegt zijn goede gaven niet
aan wie op Hem hun leven richten.
Genade geeft Hij hun altijd;
zij delen in zijn heerlijkheid.
Hij zal hen als een zon verlichten.
Heer van de hoogste legermacht,
gelukkig is wie U verwacht.

1. Lof aan de HEER, elk volk moet weten
hoe groot Hij is, hoe Hij wil heten!
Zing voor zijn naam en maak muziek;
zijn werk is groot, zijn naam uniek.
Wie hulp verwachten van de HEER,
wees blij van hart en geef Hem eer.

2. Vraag naar de HEER te allen tijde;
zoek Hem en blijf dicht aan zijn zijde.
Hij toonde Jakobs nageslacht
zijn wonderen, zijn grote macht.
Volk door de HEER apart gezet,
denk aan de woorden van zijn wet.

3. God, die ons als zijn volk aanvaardde,
is rechter van de hele aarde.
Voor altijd blijft zijn woord van kracht,
voor ons en voor ons nageslacht.
De God van Abraham verbindt
zich liefdevol aan ieder kind.

4. Aan Isaak heeft de HEER gezworen
dat hij altijd bij Hem mocht horen.
Met Jakob deelde Hij zijn plan:
‘Je erfenis is Kanaän;
dat hele land is straks van jou,
als teken van mijn grote trouw.’

5. Toen zij, een handvol vreemdelingen,
door onbekende landen gingen,
stond God hen als hun redder bij.
Wie aan zijn volk kwam, strafte Hij:
‘Laat mijn gezalfden veilig gaan
en raak hen met geen vinger aan!’

6. Al gaf de HEER geen kruimel eten,
zijn volk was Hij toch niet vergeten.
Hij stuurde één van hen vooruit.
Als slaaf werd Jozef uitgebuit;
die kwam toen in de cel terecht
tot waar bleek wat hem was gezegd.

7. Nadat de koning hem bevrijdde
mocht Jozef heel het land gaan leiden.
Hij kreeg de schatkist in beheer.
De mensen bogen voor hem neer.
Ministers deden wat hij zei,
geleerden adviseerde hij.

8. Toen kwamen Jakob en zijn zonen
bij Jozef in Egypte wonen.
De HEER heeft daar hun nageslacht
tot ongekende bloei gebracht.
Maar daarna kwam een zware tijd
van haat en harde dwangarbeid.

9. God droeg, toen Hij zijn volk zag lijden,
aan Mozes op hen te bevrijden.
Aäron vroeg Hij mee te gaan.
Zij kondigden Gods straffen aan.
Een tiental rampen overkwam
de mensen in het land van Cham.

10. God liet de lucht geheel betrekken;
er viel geen licht meer te ontdekken.
Rivieren kleurden bloedig rood
en alle vissen gingen dood.
Een leger kikkers kwam brutaal
tot in de koninklijke zaal.

11. God liet een horde muggen komen,
verwoestte land en vijgenbomen.
Zwaar noodweer richtte schade aan.
De sprinkhaan liet geen plantje staan.
God doodde met zijn eigen hand
de oudste zonen van het land.

12. Het was de HEER die hen bevrijdde,
met schatten uit Egypte leidde.
Egypte zag het volk graag gaan
na wat God hun had aangedaan.
De HEER trok mee en hield de wacht:
een wolk bij dag, een vuur bij nacht.

13. Nooit heeft de HEER zijn volk vergeten.
Als zij het vroegen, gaf Hij eten.
Zijn hand bracht in het dorre oord
vanuit een rots fris water voort.
Hij dacht aan Abraham, zijn knecht,
aan wat Hij hem had toegezegd.

14. Blij mochten zij het land verlaten
waar zij zolang gevangen zaten.
God gaf hun bouw- en weidegrond
en akkers waar al graan op stond –
om daar te leven tot zijn eer,
om Hem te dienen. Prijs de HEER!

Laatste nieuws

Ambtelijk Contact: De Nieuwe Psalmberijming (DNP)

Lees meer »

Nieuwsbrief oktober 2021

Lees meer »

De Waarheidsvriend: Betekenisvol zingen

Lees meer »

Steun onze missie

Steun ons met een eenmalige bijdrage,

Betaal met iDEAL

of word vriend van Stichting Dicht bij de Bijbel voor € 37,50 per jaar en ontvang een uniek welkomstgeschenk.