Bundel De NieuwepsalmberijmingNu verkrijgbaar:

BUNDEL DE NIEUWE PSALMBERIJMING

De Nieuwe Psalmberijming bevat een nieuwe, eigentijdse berijming van alle 150 psalmen op de Geneefse melodieën.

Prijs: € 22,50

(gratis verzending binnen Nederland)

Ga direct naar psalm

Zoek op tekst:

Zoek op gelegenheid:

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

presentatie bundel

De presentatie van de bundel van De Nieuwe Psalmberijming vond plaats op dinsdag 16 maart om 16.00 uur en is hieronder te bekijken. De bundel is vanaf nu verkrijgbaar in de boekhandels of hier online te bestellen (gratis verzending).

Wat een prachtige psalmberijming! Ik heb al diverse positieve reacties gehad vanuit de gemeente. Hopelijk draagt deze eigentijdse vertaling van het mooiste liedboek uit de geschiedenis bij aan diepe verbinding tussen christenen met een evangelische geloofsbeleving en christenen met een gereformee... Lees meer »

Ds. T. Schakel | Vrije Evangelische Gemeente te Yerseke

Ds. T. Schakel
Vrije Evangelische Gemeente te Yerseke

Lees alle quotes

1. De dwazen denken dat God niet bestaat,
terwijl ze zijn gebod met voeten treden.
De HEER kijkt uit de hemel naar beneden
en zoekt of er een mens is die het kwaad
hartgrondig haat.

2. Maar iedereen is bij Hem weggegaan.
Waar is het inzicht van de goddelozen?
Zij gaan, zonder verblikken of verblozen,
hun eigen gang en trekken zich niets aan
van Gods bestaan.

3. Angst maakt al snel een einde aan hun spot:
de HEER is met hen die rechtvaardig leven.
Jij dwaas, jouw lach om zwakken duurt maar even;
Hij redt hen en verijdelt je complot.
Hij is hun God.

4. Ach, keerde toch voor Israël het tij,
zodat de mensen weer in vrede leven.
Als God uit Sion eerherstel zal geven,
is Israëls gevangenschap voorbij,
juicht Jakob blij.

1. Ik loof U, HEER, met hart en ziel.
Terwijl ik kniel zal ik U eren.
Mijn loflied hef ik dankbaar aan
ten overstaan van wie regeren.
Ik buig mij richting uw paleis.
Uitbundig prijs ik al uw werken.
Toen ik U riep, hebt U verhoord.
U hield uw woord door mij te sterken.

2. Laat vorsten zien, HEER, wie U bent;
maak U bekend op heel de aarde.
Wie eens uw stem gehoord heeft, kan
niet anders dan uw macht aanvaarden.
Laat leiders zingen, wereldwijd:
‘Zijn majesteit is hoogverheven.
Hij is dichtbij voor wie Hem eert,
maar Hij negeert wie koppig leven.’

3. Als ik in groot gevaar verkeer
helpt U mij, HEER, te overleven.
U redt mij van de tegenstand;
uw rechterhand zal redding geven.
Bij U is rust en veiligheid.
U laat altijd uw liefde blijken.
Uw werk voor mij, HEER, wordt voltooid.
Ik bid dat nooit uw trouw zal wijken.

1. Waarom, o God, verstoot U voor altijd?
Waarom blijft U op ons uw woede koelen?
Laat ons, uw schapen, weer uw liefde voelen.
Denk aan het volk dat U ooit hebt bevrijd.

2. Denk aan uw berg, de woonplaats van uw eer.
Kom naar uw huis, waar wij U mochten dienen.
Bezoek uw stad, al zolang een ruïne:
verwoestend ging de vijand er tekeer.

3. Hun vlag stond midden op het tempelplein,
waar zij hun overwinning luid bezongen.
Diep zijn ze in uw woning doorgedrongen.
Ze sloegen al het snijwerk kort en klein.

4. Uw heiligdom werd schaamteloos ontwijd;
uw woning hebben ze in brand gestoken.
Al heel lang heeft er geen profeet gesproken;
geef ons een teken, spreek na lange tijd.

5. Hoelang nog, God, houdt de bespotting aan?
Hoelang nog blijft de vijand U verachten?
Waarom bedwingt U zich? Laat ons niet wachten!
Verhef uw rechterhand om toe te slaan.

6. Ik ken U als mijn koning en mijn God.
U sloeg met kracht de watervloed in tweeën.
De monsters die regeerden in de zeeën
hebt U gedood; U brak hun kop kapot.

7. U was het die vers water stromen liet.
Vanuit een rots ontsprongen frisse beken.
U maakte, door een enkel woord te spreken,
van de rivieren dor en droog gebied.

8. De dag en nacht zijn, HEER, in uw bezit.
Aan zon en maan hebt U een plek gegeven.
U schiep het vasteland om op te leven.
Na zomerzon verschijnt er winterwit.

9. Denk aan uw trouw, nu men U zo bespot.
HEER, voer uw tortelduif niet aan de gieren.
Geef toch uw volk niet prijs aan wilde dieren,
maar breng een wending in hun trieste lot.

10. Bescherm ons, HEER, neem uw verbond in acht.
Het land is vol geweld en doodsgevaren.
Wil zwakken voor een nederlaag bewaren;
dan wordt uw naam de hoogste eer gebracht.

11. Grijp krachtig in, verdedig nu uw zaak.
Stop het getier, het spotten van de dwazen.
Vergeet niet hoe uw tegenstanders razen.
Maak er een einde aan, o God, ontwaak!

1. In Babel treurden wij bij de rivieren.
Aan wilgentakken hingen onze lieren.
Bewakers vroegen met een stem vol spot:
‘Bezing nog eens die stad van jullie God.’
Hoe konden zij een lied van ons verlangen?
We zaten daar op vreemde grond gevangen.

2. Als ik van jou, mijn stad, niets meer wil weten,
laat dan mijn hand de snaren maar vergeten.
Laat mij maar verder leven zonder stem,
als ik niet denk aan jou, Jeruzalem.
Ik ben bereid om alles op te geven
voor jou, de grote liefde van mijn leven.

3. Bedenk toch, HEER, hoe eens de Edomieten
uw stad als een ruïne achterlieten.
Jouw einde, Babel, komt ook snel in zicht.
Geprezen hij die jou te gronde richt,
die jou laat boeten voor je wrede daden;
zelfs voor de kleinsten is er geen genade.

1. HEER, denk er toch voortdurend aan
hoe David zwoegde, hoe hij leed
om zich te houden aan de eed
die hij U plechtig had gedaan.
Vergeet niet wat hij voor U deed.

2. Hij nam zich vastberaden voor:
‘Ik keer niet naar mijn woning weer,
ik leg me op mijn bed niet neer,
ik zoek bezield aan één stuk door,
tot ik een plek vind voor de HEER.

3. De ark werd eindelijk ontdekt.
Zij stond in Jaär voor ons klaar.
Wij haastten ons en haalden haar.
Ga met ons mee en toon respect;
kniel in Gods huis, aanbid Hem daar.

4. Trek op, HEER, om naar huis te gaan.
Uw priesters zijn met recht bekleed.
Uw volk staat jubelend gereed.’
Zie uw gezalfde koning aan
om wat uw dienaar David deed.

5. Tot David kwam het woord van God:
‘Jouw kind ontvangt de koningskroon,
daarna zijn zoon en dan diens zoon.
Leeft elk van hen naar mijn gebod,
dan houdt je koningshuis de troon.’

6. Gods liefde gaat naar Sion uit.
Hij koos als koning soeverein
die plaats uit om daar thuis te zijn.
De stad is, volgens zijn besluit,
zijn rustplaats in zijn rijksdomein.

7. ‘Mijn zegen daalt op Sion neer.
Ik maak de stad van honger vrij;
de armen krijgen brood van Mij.
Ik kleed de priesters met mijn eer
en mijn getrouwen juichen blij.

8. Groot aanzien geef Ik Davids rijk.
Ik heb zijn zoon de macht beloofd;
zijn lamp wordt nooit meer uitgedoofd.
Ik zet zijn vijanden te kijk:
een kroon siert zijn gezalfde hoofd.’

1. Juich, applaudisseer
voor de hoogste HEER.
Volken, zing voor Hem,
zing met hart en stem:
vol van majesteit
heerst Hij wereldwijd.
God kiest onze kant:
onze aartsvijand
buigt nu voor ons neer;
niemand biedt verweer.
Krachtig geeft zijn hand
ons een prachtig land.

2. Juich, want God stijgt op;
vreugde klimt ten top.
Luid trompetgeschal
schettert overal.
Prijs de koning, zing
vol bewondering.
Wat een machtsvertoon:
God zit op zijn troon.
Heersers treden aan
om voor Hem te staan.
Wat een erewacht;
God heeft alle macht!

1. De HEER is groot, verheerlijk Hem.
Prijs Hem vanuit Jeruzalem,
vanuit zijn schitterende woning,
waar Hij regeert als grote koning.
Sions berg is mooi en hoog
en een lust voor ieders oog.
Op de hellingen verrijzen
indrukwekkende paleizen.
God zal zijn bescherming geven
aan wie in zijn vesting leven.

2. De volken rukten samen op;
hun leger trok naar Sions top
om deze stad, zo mooi gelegen,
volledig van de kaart te vegen.
Maar verslagen en ontdaan
zijn ze ervandoor gegaan.
Huiver overviel hen allen
als bij vrouwen die bevallen.
Wij zien wat ze ons al zeiden:
God zal steeds voor Sion strijden.

3. God, in uw tempel is het feest.
Wat bent U liefdevol geweest!
Uw naam, uw goede reputatie
verheerlijkt men in elke natie.
Ieder koninkrijk erkent
dat U trouw en machtig bent.
Sions berg is in de wolken
met U, rechter van de volken.
Vrolijk juichen Juda’s steden
om gerechtigheid en vrede.

4. Trek met elkaar om Sion heen
en tel haar torens, één voor één.
Bewonder alle vestingwerken,
de muren die de stad versterken.
Breng de grootheid van haar macht
over aan het nageslacht.
Zeg hun: ‘God zal ons omringen
met een muur van zegeningen.
Onze God wil ons bevrijden;
Hij zal ons voor altijd leiden.’

1. God, onze burcht, blijft voor ons zorgen;
in nood zijn wij bij Hem geborgen.
Wij krimpen niet van angst ineen
al wankelt alles om ons heen,
al worden door de woeste golven
de hoge bergen haast bedolven:
de God van Jakob staat ons bij,
in zijn bescherming schuilen wij.

2. De stad waar God verblijft is heilig.
Fris water ruist, hier is het veilig.
Wanneer een vijand haar belaagt
helpt God zodra de morgen daagt.
Woedende volken, wereldrijken –
één woord van Hem en zij bezwijken.
De God van Jakob staat ons bij,
in zijn bescherming schuilen wij.

3. Zie hoe de HEER in alle landen
de wapens wegslaat uit de handen:
Hij breekt de boog, slaat stuk de speer,
brandt wagens weg – geen oorlog meer!
God spreekt: ‘Houd op! Ik ben verheven
hoog boven wie op aarde leven.’
De God van Jakob staat ons bij,
in zijn bescherming schuilen wij.

1. Hoelang nog kijkt U mij niet aan,
vergeet U wat ik moet doorstaan?
Hoelang nog, HEER, blijft U verborgen?
Hoelang nog kwellen mij de zorgen
en kan mijn vijand vrijuit gaan?

2. Verhoor mij, HEER, toon uw gezicht.
Verdrijf de nacht, kom met uw licht.
Laat hen die op mijn leven jagen
niet vieren dat ik ben verslagen,
niet juichen dat ik ben gezwicht.

3. HEER, U staat mij vol liefde bij.
Ik bouw op U, U maakt mij vrij.
Mijn hart zal juichen, vrolijk zingen
als dank voor al uw zegeningen,
want U bent goed geweest voor mij.

1. Gelukkig wie aan arme mensen denkt
en zwakken helpt in nood.
Weet dat de HEER je dan zijn zegen schenkt:
Hij redt je van de dood.
Al ben je ziek, de vijand heeft geen macht;
de HEER is om je heen.
Hij ondersteunt, Hij geeft je nieuwe kracht
en helpt je op de been.

2. Ik riep: ‘Genees mij, wees genadig, HEER!
Ik deed wat U verbood.’
Mijn vijanden gaan tegen mij tekeer,
verlangend naar mijn dood.
Ze komen langs en vragen voor de schijn
meelevend hoe het gaat.
Hun hart spreekt pas als ze de deur uit zijn:
hun spotlach klinkt op straat.

3. Hoor hoe mijn vijand fluistert en vertelt:
‘Die komt niet meer uit bed.
Een dodelijke kwaal heeft hem geveld;
geen kans dat hij het redt!’
Zelfs hij in wie ik veel vertrouwen had,
mijn steun en toeverlaat,
mijn vriend met wie ik aan één tafel at,
heeft nu een hart vol haat.

4. HEER, wees genadig, maak mij weer gezond,
laat mij uw liefde zien.
Wie nu nog juichen, snoer ik dan de mond.
U weet dat ik U dien.
Omdat ik mij laat leiden door uw wet
zal ik niet ondergaan.
Ik ben er zeker van dat U mij redt;
eens mag ik voor U staan.

5. Geprezen zij in alle eeuwigheid
Israëls God, de HEER.
Zing mee en laat het klinken voor altijd:
amen, aan Hem de eer!

Laatste nieuws

Over een wandtekst, binnenrijm en collegialiteit

Lees meer »

Nieuwsbrief 1 april 2021

Lees meer »

Te grote beloften – gedachten bij het berijmen van een psalm

Lees meer »

Ds. Frederikus G. aan het Rot: Psalter21

Lees meer »

Steun onze missie

Steun ons met een eenmalige bijdrage,

Betaal met iDEAL

of word vriend van Stichting Dicht bij de Bijbel voor € 37,50 per jaar en ontvang een uniek welkomstgeschenk.