Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Ga direct naar psalm

Zoek op tekst:

Zoek op gelegenheid:

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

 

Psalm 57

De nieuwe psalmberijming

1. Genade, God, genade nu ik zucht.
Geef mij genade nu ik tot U vlucht.
Ik kruip onder uw vleugels met mijn zorgen;
daar vind ik rust, daar schuil ik opgelucht.
In doodsgevaar verwacht ik toch de morgen.

2. Ik smeek de Allerhoogste om gehoor,
Hem die mij helpt en vasthoudt in zijn spoor.
Vanuit de hemel zal Hij mij bewaren.
Wie mij bedreigen gaan er laf vandoor,
terwijl Hij mij zijn liefde laat ervaren.

3. Een leeuwentroep valt mij venijnig aan.
Hun tong is als een zwaard waarmee ze slaan.
Ze komen met schandalige verhalen.
Vervul de hemel, Heer, door op te staan.
Laat heel de aarde van uw glorie stralen.

4. Ze hadden een gemene strik gezet.
Ik raakte vastgebonden in hun net –
maar God verloste mij, ik kon weer zingen.
Vanuit hun valkuil heeft Hij mij gered,
terwijl zij jammerlijk te gronde gingen.

5. Ik ben gerust: God biedt mij veiligheid.
Ik ben gerust en meer dan graag bereid
om Hem te prijzen, om mijn hart te delen.
Kom ziel, en zing! Kom harp, speel toegewijd!
Ik zal de nieuwe morgen wakker spelen.

6. Voor U, mijn God, hef ik een loflied aan:
uw trouw en liefde zullen nooit vergaan.
Laat alle volken vol ontzag herhalen:
Vervul de hemel, Heer, door op te staan.
Laat heel de aarde van uw glorie stralen.

Tekst: Arie Maasland

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Genade, God, genade nu ik zucht.
Geef mij genade nu ik tot U vlucht.
Ik kruip onder uw vleugels met mijn zorgen;
daar vind ik rust, daar schuil ik opgelucht.
In doodsgevaar verwacht ik toch de morgen.

2. Ik smeek de Allerhoogste om gehoor,
Hem die mij helpt en vasthoudt in zijn spoor.
Vanuit de hemel zal Hij mij bewaren.
Wie mij bedreigen gaan er laf vandoor,
terwijl Hij mij zijn liefde laat ervaren.

3. Een leeuwentroep valt mij venijnig aan.
Hun tong is als een zwaard waarmee ze slaan.
Ze komen met schandalige verhalen.
Vervul de hemel, Heer, door op te staan.
Laat heel de aarde van uw glorie stralen.

4. Ze hadden een gemene strik gezet.
Ik raakte vastgebonden in hun net –
maar God verloste mij, ik kon weer zingen.
Vanuit hun valkuil heeft Hij mij gered,
terwijl zij jammerlijk te gronde gingen.

5. Ik ben gerust: God biedt mij veiligheid.
Ik ben gerust en meer dan graag bereid
om Hem te prijzen, om mijn hart te delen.
Kom ziel, en zing! Kom harp, speel toegewijd!
Ik zal de nieuwe morgen wakker spelen.

6. Voor U, mijn God, hef ik een loflied aan:
uw trouw en liefde zullen nooit vergaan.
Laat alle volken vol ontzag herhalen:
Vervul de hemel, Heer, door op te staan.
Laat heel de aarde van uw glorie stralen.

Tekst: Arie Maasland

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de psalmen van De Nieuwe Psalmberijming binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren.

Wij verwachten wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux. Gebruik voor deze psalm liednummer 7124304 bij uw rapportage aan CCLi.

Beamsheets

Download hieronder de beamsheets van deze psalm.

Beamsheets witte achtergrond
Beamsheets zwarte achtergrond

Melodie

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

1. Gena, o God, gena, hoor mijn gebeen;
Want mijne ziel betrouwt op U alleen.
Mijn toevlucht is de schaduw Uwer vleug'len.
Ik berg mij daar voor alle tegenheen,
Totdat Uw macht den vijand zal beteug'len.

2. Ik roep tot God, den Koning van 't heelal;
Tot God, die 't werk aan mij voleinden zal,
Die van omhoog mij redt uit mijn ellenden,
En, hoe men woed', mijn vijand brengt ten val.
God zal Zijn gunst en waarheid nederzenden.

3. Door Gods gena wordt mijne ziel gered,
Schoon zij rondom van leeuwen is bezet.
Ik lig, gedrukt door felle stokebranden;
Hun tongen zijn, als zwaarden, scherp gewet;
Als spiesen en als pijlen zijn hun tanden.

4. Verhef, o God, verhef U hemelhoog,
Uw ere straal' op aard' in ieders oog.
Zij, die een net bereidden voor mijn gangen,
Zijn zelf, terwijl mijn ziel zich nederboog,
In enen kuil, voor mij bereid, gevangen.

5. Uw hand, o God, heeft veilig mij geleid.
Ik ben gered; nu is mijn hart bereid,
Het is bereid, om U, mijn God, te loven.
Nu wordt Uw Naam door mij met vreugd verbreid,
Mijn psalmgezang klimm' tot Uw roem, naar boven.

6. Waak op, mijn eer, waakt op, mijn harp en luit.
Mijn zanglust streeft den dageraad vooruit;
'k Zal onder al de volken, HEER', U prijzen.
Mijn psalmgezang zal, bij cimbaal en fluit,
Uw Naam alom de plechtigst' eer bewijzen.

7. Uw goedheid, HEER', is groot en hemelhoog;
Uw waarheid reikt tot aan den wolkenboog.
Verhef U dan ver boven 's hemels kringen;
Uw eer versprei' haar luister in elks oog;
Laat ieder die door heel de wereld zingen.

1. Ontferm U, Heer, ontferm U over mij;
Want ik betrouw op U met harte blij;
Totdat de bozen vergaan zullen wezen,
Zal ik altijd mijn toevlucht nemen vrij
Onder Uwe vleugelen, Heer geprezen!

2. Tot den hoogsten God mijn stem komen zal,
Tot Hem, Die een eind maakt mijns lijdens al.
Gods goedheid en waarheid zullen hen t' zamen
Verbinden tot mijn hulp in dit misval;
En hen die mij verslinden, wil beschamen.

3. Mijn ziel is in 't midden der leeuwen snel;
Mij hebben omringet moordbranders fel;
Scherp als spiesen en pijlen zijn haar tanden,
Haar tonge gelijkt den zwaarde zeer wel;
Want ze scherp snijdt en maakt alles tot schanden.

4. Verhef U boven den hemel, o Heer!
Laat overal verbreid wezen Uw eer.
Zij stellen strikken allen mijnen gangen,
En zij verdrukken mijn ziele gaar zeer;
Zij graven enen kuil, om mij te vangen.

5. Maar zij zijn in den kuil nu ter tijd
Gevallen; dies is mijn hart zeer verblijd
En lacht, zijnde bereid tot dezen stonden,
Om Uwen lof te zingen breed en wijd,
En deez' verlossing alzins te verkonden.

6. Dies zijt wakker mijn tong en mijn gemoed,
Staat haast op, psalter en mijn harpe zoet:
Des morgens zeer vroeg wil ik mij opmaken,
Heer, om te verbreiden Uw ere goed,
In alle landen en in alle spraken.

7. Tot den hemel strekt haar Uwe waarheid,
En tot de wolken Uwe getrouwheid.
Verhef U, Heer! laat Uw kracht zien op d' aerde;
Toon, dat in d' hemel woont Uw Majesteit,
Doe dat Uw eer overal gemerkt werde.

1. Wees mij genadig, Heer, wees mij nabij,
want bij U schuil ik, sta mij toch terzij,
alleen bij U weet ik mijn ziel geborgen.
In uwer vleug'len schaduw berg ik mij,
tot d' onheilsnacht wijkt voor de nieuwe morgen.

2. Ik roep tot God, de heerser van 't heelal,
de Here, die 't voor mij voleinden zal;
Hij zal zijn redding zenden, mij bevrijden
van allen die bedacht zijn op mijn val.
Zijn waarheid en zijn trouw staan mij terzijde.

3. Te midden van de leeuwen lig ik neer.
Geweldenaars gaan tegen mij tekeer,
vuurspuwend en met tongen scherp als zwaarden.
Verhef U boven alle heem'len, Heer,
uw heerlijkheid zij over heel de aarde.

4. Zij hebben mij een valstrik uitgezet,
maar God bevrijdt mijn voeten uit het net.
Zij hebben mij arglistig met hun allen
een kuil gegraven, maar ik ben gered
en zij zijn reddeloos erin gevallen.

5. In U, Heer, heeft mijn hart zijn zekerheid,
U wil ik loven, die mij hebt bevrijd.
Ziel, maak u op, den Here groot te maken,
gij harp en lier, toon dat gij vrolijk zijt,
doe met uw lied het morgenlicht ontwaken.

6. Ik breng, o Heer, voor heel de wereld eer
aan U, van wien ik zingend profeteer.
Uw gunst en trouw zijn hemelhoog verheven.
Verhef U boven alle heem'len, Heer,
uw heerlijkheid zij over alle leven!

1. Wees mij genadig, Heer, wees mij nabij,
want bij U schuil ik, sta mij toch terzij,
alleen bij U weet ik mijn ziel geborgen.
In uwer vleug'len schaduw berg ik mij,
tot d' onheilsnacht wijkt voor de nieuwe morgen.

2. Ik roep tot God, de heerser van 't heelal,
de Here, die 't voor mij voleinden zal;
Hij zal zijn redding zenden, mij bevrijden
van allen die bedacht zijn op mijn val.
Zijn waarheid en zijn trouw staan mij terzijde.

3. Te midden van de leeuwen lig ik neer.
Geweldenaars gaan tegen mij tekeer,
vuurspuwend en met tongen scherp als zwaarden.
Verhef U boven alle heem'len, Heer,
uw heerlijkheid zij over heel de aarde.

4. Zij hebben mij een valstrik uitgezet,
maar God bevrijdt mijn voeten uit het net.
Zij hebben mij arglistig met hun allen
een kuil gegraven, maar ik ben gered
en zij zijn reddeloos erin gevallen.

5. In U, Heer, heeft mijn hart zijn zekerheid,
U wil ik loven, die mij hebt bevrijd.
Ziel, maak u op, den Here groot te maken,
gij harp en lier, toon dat gij vrolijk zijt,
doe met uw lied het morgenlicht ontwaken.

6. Ik breng, o Heer, voor heel de wereld eer
aan U, van wien ik zingend profeteer.
Uw gunst en trouw zijn hemelhoog verheven.
Verhef U boven alle heem'len, Heer,
uw heerlijkheid zij over alle leven!

Bijbelteksten

Het uitgangspunt van De Nieuwe Psalmberijming is de Hebreeuwse grondtekst, niet een specifieke vertaling.

Ter referentie vindt u hieronder de links naar de tekst van de psalm in diverse Nederlandse vertalingen.