Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Een (nog) niet gelovige bezoeker zei: 'die versie begrijp ik beter' en een oudere zuster van boven de tachtig leert regelmatig een vers van een psalm uit De Nieuwe Psalmberijming uit het hoofd. Meer 'bewijs' van de aansprekendheid lijkt me niet nodig. Lees meer »

Ds. B. Visser | Christelijke Gereformeerde Kerk te Leeuwarden

Ds. B. Visser
Christelijke Gereformeerde Kerk te Leeuwarden

Lees alle quotes

Psalm 12

De nieuwe psalmberijming

1. Help HEER, de liefde en de trouw ontbreken!
Oprechte mensen zijn een zeldzaamheid.
Het lijkt normaal om leugentaal te spreken;
misleiding en bedrog zijn wijdverbreid.

2. HEER, wil die huichelaars de mond toch snoeren.
Ze roepen boordevol met eigenwaan:
‘Wij winnen door het hoogste woord te voeren.
Wij zijn de sterkste, niemand kan ons aan.’

3. ‘Ik hoor de kreten van de armen klinken.
Nu sta Ik op en red wie onrecht lijdt’,
zo spreekt de HEER. Als zuiver zilver blinken
zijn woorden in een trouweloze tijd.

4. Laat leugenaars het laatste woord niet krijgen.
Bescherm wie arm en zwak zijn, trouwe HEER.
Het onrecht blijft aan alle kanten dreigen.
Verdorvenheid verspreidt zich meer en meer.

Tekst: Adriaan Molenaar

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Help HEER, de liefde en de trouw ontbreken!
Oprechte mensen zijn een zeldzaamheid.
Het lijkt normaal om leugentaal te spreken;
misleiding en bedrog zijn wijdverbreid.

2. HEER, wil die huichelaars de mond toch snoeren.
Ze roepen boordevol met eigenwaan:
‘Wij winnen door het hoogste woord te voeren.
Wij zijn de sterkste, niemand kan ons aan.’

3. ‘Ik hoor de kreten van de armen klinken.
Nu sta Ik op en red wie onrecht lijdt’,
zo spreekt de HEER. Als zuiver zilver blinken
zijn woorden in een trouweloze tijd.

4. Laat leugenaars het laatste woord niet krijgen.
Bescherm wie arm en zwak zijn, trouwe HEER.
Het onrecht blijft aan alle kanten dreigen.
Verdorvenheid verspreidt zich meer en meer.

Tekst: Adriaan Molenaar

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm (opent in nieuw venster)

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de psalmen van De Nieuwe Psalmberijming binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren.

Wij verwachten wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux. Gebruik voor deze psalm liednummer 7071251 bij uw rapportage aan CCLi.

Melodie

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

1. Behoud, o HEER', wil ons te hulpe komen;
Daar 't volk ontbreekt, dat liefd' en vree betracht.
De trouw bezwijkt, en 't klein getal der vromen,
Nog kleiner wordt in 't menselijk geslacht.

2. 't Is al bedrog en valsheid, wat zij spreken.
De vleierij, een bron van bitt're smart,
Glijdt van de tong als vloeiend, oliebeken.
Zij spreken niet dan met een dubbel hart.

3. De HEER', Die 't waar, van 't vals, kan onderscheien,
En 's mensen hart, hoe listig ook, doorziet.
Snij, spoedig af de lippen, die ons vleien,
De trotse tong, wier grootspraak elk verdriet.

4. Die zeggen: "Wij, wij zullen zegepralen,
Met onze tong, zij staat in ons geweld.
Wat oppermacht zet onze lippen palen ?
Wie is de HEER', die ons de wetten stelt?"

5. "Omdat Mijn volk verwoest wordt en verdreven,
Omdat het kermt, nooddruftig treurt, en zucht,
Zal Ik ", zegt God, "Mij nu ter hulp begeven;
En drijven, die hen aanblaast, op de vlucht."

6. Des HEEREN woord is rein, en al Zijn spreken
Is zuiver, als het allerfijnst metaal;
Nooit is het schuim van 't zilver zo geweken;
Schoon in den kroes gelouterd zevenmaal.

7. Gij zult Uw volk, in bange tegenspoeden,
Hoe 't ga, o HEER', bewaren door Uw kracht;
Uw arm zal hen in eeuwigheid behoeden,
Voor dit verdraaid en wrevelig geslacht.

8. De boze keurt zich vrij van alle banden,
En draaft rondom, terwijl hij 't land beroert.
Daar 't snoodste volk de teugels krijgt in handen,
En tot den top van eer wordt opgevoerd.

1. Doe ons bijstand, 't is meer dan tijd, o Heere!
Want der vromen getal is worden kleen;
Zij hebben afgenomen zo gaar zere,
Dat der oprechten niet en is tot ‚‚n.

2. Een ieder spreekt leugens en ijdel dingen
Met zijnen naasten, daarmee hij hem krenkt;
Haar lippen niet dan smekingen voortbringen:
De mond spreekt eens maar 't hart wat anders denkt.

3. De Heere wil toch de vleiende tongen
Gans afsnijden tot in der eeuwigheid;
Ook de lippen, die stout en onbedwongen
In hoogmoed niet spreken dan ijdelheid.

4. Die stoutelijk dit durven geven voren:
Wij worden groot door onz' tong vol venijn,
Onz' lippen vrij ons alleen toebehoren,
Laat ons liegen; wie zal ons meester zijn?

5. Om der bedrukten wille, die zeer klagen,
Zal ik (spreekt de Heer) nu opmaken mij;
De valse tongen werden al verslagen,
Van haar geweld werd mijn volk gemaakt vrij.

6. Onzes Heeren woord is altijd bevonden
Zuiver en rein, gelijk dat zilver klaar,
Dat gelouterd is, tot verscheiden stonden;
Ja zevenmaal gelouterd is voorwaar.

7. Dies wil, o Heer! Uw volk nu voort bevrijden,
En bewaren naar Uwe goedigheid,
Van dit boze volk, dat ons t' allen tijden
Zo kwelt ende benauwt met tegenheid.

8. Want de bozen rondom gaan en zweven,
Hier ende daar onvriendelijk en fel;
Dewijl dat d' ergste schalken zijn verheven,
En hier hebben geweld, macht en bevel.

1. Breng redding, Heer, de vroomheid is geweken.
Geen mens is trouw; elk is een leugenaar.
Met gladde tong hoort men ze leugens spreken,
met vleierij bedriegen ze elkaar.

2. Laat God de lippen van de vleiers treffen,
de grootspraak doen verstommen van wie zegt:
"Wie waagt het tegen ons zich te verheffen?
Ons woord is wet, wij zijn van niemand knecht".

3. "Nu zal Ik opstaan", spreekt de Heer der heren,
"om wat zij armen hebben aangedaan.
Ik zal het lot van de verdrukten keren.
Ik red hen uit. Hun klacht heb Ik verstaan".

4. Gods mond alleen spreekt woorden die niet falen,
zuivere woorden, onvervalst en klaar,
als zilver dat de smeltkroes zeven malen
gelouterd heeft. Al wat God spreekt is waar.

5. Laat de geweldenaars op aarde woeden.
Al neemt steeds meer hun valsheid overhand,
Gij Heer, houdt ons voor immer in uw hoede.
Gij zijt trouw, uw woord doet Gij gestand.

1. Breng redding, Heer, de vroomheid is geweken.
Geen mens is trouw; elk is een leugenaar.
Met gladde tong hoort men ze leugens spreken,
met vleierij bedriegen ze elkaar.

2. Laat God de lippen van de vleiers treffen,
de grootspraak doen verstommen van wie zegt:
"Wie waagt het tegen ons zich te verheffen?
Ons woord is wet, wij zijn van niemand knecht".

3. "Nu zal Ik opstaan", spreekt de Heer der heren,
"om wat zij armen hebben aangedaan.
Ik zal het lot van de verdrukten keren.
Ik red hen uit. Hun klacht heb Ik verstaan".

4. Gods mond alleen spreekt woorden die niet falen,
zuivere woorden, onvervalst en klaar,
als zilver dat de smeltkroes zeven malen
gelouterd heeft. Al wat God spreekt is waar.

5. Laat de geweldenaars op aarde woeden.
Al neemt steeds meer hun valsheid overhand,
Gij Heer, houdt ons voor immer in uw hoede.
Gij zijt trouw, uw woord doet Gij gestand.

Bijbelteksten

Het uitgangspunt van De Nieuwe Psalmberijming is de Hebreeuwse grondtekst, niet een specifieke vertaling.

Ter referentie vindt u hieronder de links naar de tekst van de psalm in diverse Nederlandse vertalingen.