Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Psalmen liggen ons na aan het hart, ze zijn levensecht. Graag zing ik ze uit de oude berijming omdat ik ze bijna allemaal uit mijn hoofd ken. Maar dat gun ik de jeugd ook en wanneer komen zij aan bod als ik wil volhouden? Ik vind deze berijming een heel goed alternatief. Lees meer »

Dhr. H.J. Sok | Christelijke Gereformeerd Kerk te Ulrum

Dhr. H.J. Sok
Christelijke Gereformeerd Kerk te Ulrum

Lees alle quotes

Psalm 24

De nieuwe psalmberijming

1. De aarde is met al wat leeft,
met alles wat Hij adem geeft
van Hem, de HEER, de hoogste koning.
Hij laat het land onwrikbaar staan,
oprijzend uit de oceaan.
Zijn macht geeft mens en dier een woning.

2. Wie mag Gods tempel binnengaan?
Wie kan er op zijn hoogte staan?
Wie zal Hem op zijn berg vereren?
Hij die een zuiver leven leidt,
die leugens en bedrog vermijdt
en nooit een valse eed zal zweren.

3. Aan hen die eerlijk zijn en echt
doet God, hun redder, altijd recht.
Zijn zegen zullen ze ontvangen.
Dit is het volk dat Hem verwacht;
zij vormen Jakobs nageslacht,
de mensen die naar Hem verlangen.

4. Kom, poorten, hef je oude boog!
Maak nu de doorgang wijd en hoog:
de hoogste koning rijdt naar binnen.
Wie is die vorst vol majesteit?
De HEER, de held die in de strijd
met grote macht zal overwinnen.

5. Kom, poorten, hef je oude boog!
Maak nu de doorgang wijd en hoog
om onze koning eer te geven.
Wie is die vorst vol majesteit?
De HEER die hemellegers leidt.
Glansrijk is Hij en hoog verheven.

Tekst: Adriaan Molenaar

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. De aarde is met al wat leeft,
met alles wat Hij adem geeft
van Hem, de HEER, de hoogste koning.
Hij laat het land onwrikbaar staan,
oprijzend uit de oceaan.
Zijn macht geeft mens en dier een woning.

2. Wie mag Gods tempel binnengaan?
Wie kan er op zijn hoogte staan?
Wie zal Hem op zijn berg vereren?
Hij die een zuiver leven leidt,
die leugens en bedrog vermijdt
en nooit een valse eed zal zweren.

3. Aan hen die eerlijk zijn en echt
doet God, hun redder, altijd recht.
Zijn zegen zullen ze ontvangen.
Dit is het volk dat Hem verwacht;
zij vormen Jakobs nageslacht,
de mensen die naar Hem verlangen.

4. Kom, poorten, hef je oude boog!
Maak nu de doorgang wijd en hoog:
de hoogste koning rijdt naar binnen.
Wie is die vorst vol majesteit?
De HEER, de held die in de strijd
met grote macht zal overwinnen.

5. Kom, poorten, hef je oude boog!
Maak nu de doorgang wijd en hoog
om onze koning eer te geven.
Wie is die vorst vol majesteit?
De HEER die hemellegers leidt.
Glansrijk is Hij en hoog verheven.

Tekst: Adriaan Molenaar

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm (opent in nieuw venster)

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de psalmen van De Nieuwe Psalmberijming binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren.

Wij verwachten wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux. Gebruik voor deze psalm liednummer 7101738 bij uw rapportage aan CCLi.

Melodie

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

Alternatieve melodieën

Deze psalm heeft dezelfde melodie als Psalm 62, 95 en 111

Deze psalm kan ook gezongen worden op de melodie van:
- Psalm 113
- LvdK 302 'God zij geloofd om Kanaän'

1. Al d' aard' en alles wat zij geeft,
Met al wat zich beweegt en leeft,
Zijn 't wettig eigendom des HEEREN.
Hij heeft z', in haren ochtendstond,
Op ongemeten zeen gegrond,
Doorsneden met rivier en meren.

2. Wie klimt den berg des HEEREN op?
Wie zal dien Godgewijden top,
Voor 't oog van Sions God, betreden?
De man, die, rein van hart en hand,
Zich niet aan ijdelheid verpandt,
En geen bedrog pleegt in zijn eden.

3. Die zal, door 's HEEREN gunst geleid,
En zegen en gerechtigheid
Van God, den God zijns heils ontvangen.
Dit 's Jakob, dit is 't vroom geslacht,
Dat naar God vraagt, Zijn wet betracht
En zoekt Zijn aanschijn met verlangen.

4. Verhoogt, o poorten, nu den boog!
Rijst, eeuw'ge deuren, rijst omhoog!
Opdat de Koning in moog' rijden.
Wie is die Vorst, zo groot in eer?
't Is God, d' almachtig, Opperheer.
't Is God, geweldig in het strijden.

5. Verhoogt, o poorten, nu den boog!
Rijst, eeuw'ge deuren, rijst omhoog!
Opdat g' uw Koning moogt ontvangen.
Wie is die Vorst, zo groot in kracht?
't Is 't Hoofd van 's hemels legermacht;
Hem eren wij met lofgezangen.

1. De aard is onzes God voorwaar,
En wat zij begrijpt ver en naar,
Met de mensen daarin woonachtig.
Hij heeft die op 't meer vast gegrond;
Hij verrijkt die alzins in 't rond
Met veel schone rivieren krachtig.

2. Zijnen berg is een heilig oord;
Wie zal daarop komen nu voort?
Wie zal daar wonen ende blijven?
Die zijn hart en handen heeft rein,
Die de leugens haat groot en klein,
Noch geen meineed en zoekt te drijven.

3. Die mense zal zegen ontvaan;
God zal hem ook wel gadeslaan,
En door Zijn goedigheid bevrijden.
Zulks is 't geslachte t' aller tijd,
Dat God zoekt met harten verblijd,
O God Jakobs aan alle zijden.

4. Verhoogt u, grote poorten! nu,
Eeuwige deuren! verheft u,
Dat inga de Koning vol eren.
Wie is de Koning zo geacht?
't Is God, d' Overwinnaar met kracht
Wiens macht niet en is om vermeren.

5. Verhoogt u, grote poorten! nu,
Eeuwige deuren! verheft u,
Dat inga de Koning vol eren.
Wie is de Koning zo geacht?
't Is God der heirkrachten vol macht,
Die groot is, ja een Heer der heeren.

1. De aarde en haar volheid zijn
des Heren koninklijk domein,
de wereld en die daarin wonen.
Het land rijst uit de oceaan,
rivieren breken zich ruim baan
om Gods volmaakte macht te tonen.

2. Wie is de mens die op zal gaan
en voor Gods heilig aanschijn staan?
Wie mag de tempel binnentreden?
Wie niet op loze wijsheid bouwt,
zijn hart en handen zuiver houdt
van kwade trouw en valse eden.

3. God is hem zegenrijk nabij,
in 't recht des Heren wandelt hij,
de God des heils zal hem verblijden.
Een nieuw geslacht gaat op in 't licht
en zoekt des Heren aangezicht,
Jakob, het volk dat Hij zal leiden.

4. Gij poorten, heft uw hoofd omhoog,
aloude deur, maak wijd uw boog,
ruim baan voor de verheven koning.
Wie is die vorst zo groot in kracht?
Het hoofd van 's hemels legermacht!
Hij komt, Hij maakt bij ons zijn woning.

1. De aarde is, met al wat leeft,
met al wat zij aan schatten heeft,
het wettig eigendom des Heren.
Want door het machtwoord van zijn mond
heeft Hij de aarde hecht gegrond,
haar vastgezet op zee en meren.

2. Wie klimt de berg des Heren op?
Wie mag op die gewijde top
het heiligdom van God betreden?
De mens die rein van hart en hand,
de leugen uit zijn leven bant
en geen bedrog pleegt in zijn eden.

3. De Here heeft hem heil bereid,
Hij schenkt aan hem gerechtigheid,
zijn zegen doet Hij hem ontvangen.
Dit is 't geslacht dat naar Hem vraagt,
't is Jakobs volk dat God behaagt.
Uw aanschijn zoekt het met verlangen.

4. Omhoog, o poorten, nu omhoog!
Maak hoog en wijd uw oude boog,
de Vorst der eer wil binnenrijden.
Wie is die Vorst, zo groot in eer?
Die sterke Koning is de Heer,
de Heer, geweldig in het strijden.

5. Omhoog, o poorten, nu omhoog!
Maak hoog en wijd uw oude boog,
want zie, Hij komt, de Vorst der ere.
Wie is die Vorst, zo groot in kracht?
Het hoofd van 's hemels legermacht!
Hij is die Vorst, de Vorst der ere.

Bijbelteksten

Het uitgangspunt van De Nieuwe Psalmberijming is de Hebreeuwse grondtekst, niet een specifieke vertaling.

Ter referentie vindt u hieronder de links naar de tekst van de psalm in diverse Nederlandse vertalingen.