Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Een (nog) niet gelovige bezoeker zei: 'die versie begrijp ik beter' en een oudere zuster van boven de tachtig leert regelmatig een vers van een psalm uit De Nieuwe Psalmberijming uit het hoofd. Meer 'bewijs' van de aansprekendheid lijkt me niet nodig. Lees meer »

Ds. B. Visser | Christelijke Gereformeerde Kerk te Leeuwarden

Ds. B. Visser
Christelijke Gereformeerde Kerk te Leeuwarden

Lees alle quotes

Psalm 66

De nieuwe psalmberijming

1. Barst dankbaar los om God te prijzen;
eer Hem op ieder continent.
Zeg Hem: ‘Uw wonderen bewijzen
hoe ontzagwekkend groot U bent.
De hele wereld is getuige;
uw vijand knielt zelfs voor U neer.
Laat alle mensen voor U buigen;
uw naam bezingen tot uw eer.’

2. God liet ons steeds zijn macht ervaren.
Kijk vol aanbidding met mij mee:
Hij bracht de golven tot bedaren;
er kwam een pad dwars door de zee.
Zijn volk kon veilig oversteken.
Wij zonden blij ons lied omhoog:
de Heer laat zich niet tegenspreken;
Hij houdt de volken in het oog.

3. Dank onze God, Hij geeft ons leven.
Zing, alle volken, prijs Hem luid.
Hij heeft ons nieuw houvast gegeven;
wij glijden niet meer onderuit.
U louterde ons door het lijden;
door vuur en water moest het gaan.
Maar toen U ons daarna bevrijdde,
bood U een land vol rijkdom aan.

4. Ik houd mijn woord, in nood gesproken:
ik zal uw woning binnengaan.
Daar laat ik offers voor U roken,
omdat U mij hebt bijgestaan.
De geur van schapen, rammen, stieren
stijgt op naar U, die mij bevrijdt.
Aanvaard de vetgemeste dieren
als blijk van diepe dankbaarheid.

5. De Heer deed schitterende dingen;
wie God dient, luister goed naar mij.
Hij gaf mij reden om te zingen:
zodra ik riep, verhoorde Hij.
Als ik zou streven naar het kwade,
dan had de Heer mij niet verhoord.
Maar Hij is trouw en vol genade:
Hij luisterde naar ieder woord.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Barst dankbaar los om God te prijzen;
eer Hem op ieder continent.
Zeg Hem: ‘Uw wonderen bewijzen
hoe ontzagwekkend groot U bent.
De hele wereld is getuige;
uw vijand knielt zelfs voor U neer.
Laat alle mensen voor U buigen;
uw naam bezingen tot uw eer.’

2. God liet ons steeds zijn macht ervaren.
Kijk vol aanbidding met mij mee:
Hij bracht de golven tot bedaren;
er kwam een pad dwars door de zee.
Zijn volk kon veilig oversteken.
Wij zonden blij ons lied omhoog:
de Heer laat zich niet tegenspreken;
Hij houdt de volken in het oog.

3. Dank onze God, Hij geeft ons leven.
Zing, alle volken, prijs Hem luid.
Hij heeft ons nieuw houvast gegeven;
wij glijden niet meer onderuit.
U louterde ons door het lijden;
door vuur en water moest het gaan.
Maar toen U ons daarna bevrijdde,
bood U een land vol rijkdom aan.

4. Ik houd mijn woord, in nood gesproken:
ik zal uw woning binnengaan.
Daar laat ik offers voor U roken,
omdat U mij hebt bijgestaan.
De geur van schapen, rammen, stieren
stijgt op naar U, die mij bevrijdt.
Aanvaard de vetgemeste dieren
als blijk van diepe dankbaarheid.

5. De Heer deed schitterende dingen;
wie God dient, luister goed naar mij.
Hij gaf mij reden om te zingen:
zodra ik riep, verhoorde Hij.
Als ik zou streven naar het kwade,
dan had de Heer mij niet verhoord.
Maar Hij is trouw en vol genade:
Hij luisterde naar ieder woord.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Geef feedback op deze psalm (opent in nieuw venster)

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de psalmen van De Nieuwe Psalmberijming binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren.

Wij verwachten wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux. Gebruik voor deze psalm liednummer 7133404 bij uw rapportage aan CCLi.

Beamsheets

Van alle psalmen zijn beamsheets beschikbaar, zie de downloadlink hieronder. De beamsheets hebben een transparante achtergrond. U kunt uw eigen achtergrond gebruiken.
Wij raden u af om van de beamsheets een eigen database op te bouwen, omdat er op detail nog wel eens een wijziging wordt doorgevoerd in de tekst. Download dus bij de voorbereidingen van uw beamerpresentatie altijd de meest recente sheets van onze website.

Download hier de beamsheets

Melodie

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

Alternatieve melodieën

Deze psalm heeft dezelfde melodie als Psalm 98 en 118

Deze psalm kan ook gezongen worden op de melodie van:
- LvdK 26 'Daar is uit 's werelds duistre wolken'
- LvdK 390 ''k wil u, o God mijn dank betalen'
- LvdK 118 'Op u, mijn Heiland, blijf ik hopen'
- LvdK 330 'Heb dank, o God van alle leven'
- NLB 91a 'Wie in de schaduw Gods mag wonen'
- NLB 601 'Licht dat ons aanstoot in de morgen'

1. Juich, aarde, juich met blijde galmen
Den groten Schepper van 't heelal;
Zing d' eer Zijns Naams met dankb're psalmen;
Verhef Zijn roem met lofgeschal.
Zeg:"O hoe vrees'lijk zijn Uw werken!
Gij doet Uw wijdgeduchte kracht,
O God, aan al Uw haters merken,
Die veinzend buigen voor Uw macht."

2. Al 't aardrijk smeek' U, neergebogen,
Het heff' de schoonste psalmen aan;
Gezangen, die Uw Naam verhogen,
De glorie van Uw wonderdaan.
Komt, allen, ziet Gods wijze wegen;
Wat is Zijn werking hoog geducht,
Hetzij Hij 't mensdom met Zijn zegen
Bezoekt, of met Zijn strenge tucht!

3. God baande door de woeste baren
En brede stromen ons een pad;
Daar rees Zijn lof op stem en snaren,
Nadat Hij ons beveiligd had.
Hij zal eeuw uit eeuw in regeren;
Zijn oog bewaakt het heidendom;
Hij zal d' afvalligen verneren;
Hij keert hun trots' ontwerpen om.

4. Looft, looft den HEER' der legerscharen,
O volken, heft een lofzang aan;
Hij wil ons in het leven sparen,
Ons hoeden op de steilste paan,
Voor wank'len onzen voet bevrijden.
Gij hebt ons voor een tijd bedroefd,
En ons gelouterd door het lijden,
Gelijk het zilver wordt beproefd.

5. Een net belemmerd' onze schreden,
Een enge band hield ons bekneld.
Gij liet door heerszucht ons vertreden;
Gij gaaft ons over aan 't geweld;
Hier scheen ons 't water t' overstromen
Daar werden wij bedreigd door 't vuur,
Maar Gij deedt ons 't gevaar ontkomen,
Verkwikkend ons ter goeder uur.

6. Door 's Hoogsten arm 't geweld onttogen,
Zal ik, genoopt tot dankbaarheid,
Verschijnen voor Zijn heilig' ogen
Met offers, aan Hem toegezeid.
Ik zal, nu ik mag ademhalen,
Na zoveel bangen tegenspoed,
Al mijn geloften U betalen,
U, Die in nood mij hebt behoed.

7. Ik zal het brandaltaar doen roken
Van 't edelst' vee uit kooi en stal;
Zo worden vet en merg ontstoken,
Bij 't lieflijk rijzend lofgeschal.
Het reukwerk zal zijn geur verspreiden,
Daar ram bij ram wordt aangebracht.
'k Zal bok en rund ten offer leiden,
Opdat men z' U ter ere slacht'.

8. Komt, luistert toe, gij Godgezinden,
Gij, die den HEER' van harte vreest,
Hoort, wat mij God deed ondervinden,
Wat Hij gedaan heeft aan mijn geest.
'k Sloeg heilbegerig 't oog naar boven,
Ik riep den HEER' ootmoedig aan;
Ik mocht met mond en hart Hem loven,
Hem, Die alleen mij bij kon staan.

9. Waar' ik door ongerechtigheden
En haar aanlokselen bekoord;
Dan had de HEER' naar mijn gebeden
En jammerklachten niet gehoord.
Maar nu, nu heeft, met gunstig' oren,
Mijn God op mijnen wens gelet;
Hij, die het al kan zien en horen,
Merkt' op de stem van mijn gebed.

10. God zij altoos op 't hoogst geprezen;
Lof zij Gods goedertierenheid,
Die nimmer mij heeft afgewezen,
Noch mijn gebed gehoor ontzeid.

1. Zingt den Heer in den gansen lande,
Met gezang looft nu Zijnen Naam;
Prijst Hem met mond en met verstande,
Roemt Zijn goedheid allen te zaam.
Spreekt: Hoe wonderlijk zijt Gij, Heere,
In al Uw werken groot en klein;
Uwe vijanden, beschaamd zere,
Bidden om vreed' allen gemein.

2. Dat u dan, o mijn God geprezen,
De wereld roeme met ootmoed;
Uw lof moet ook gezongen wezen,
Alzins met stemmen klaar en zoet.
Komt hier en wilt toch wel aanmerken
De daden Gods des Heeren mijn;
Hoe wonderlijk dat ook Zijn werken
Bij der mensen kinderen zijn.

3. Hij verdroogt dat grote meer krachtig;
Dat men droogvoets kan gaan daardoor;
Dies wij Zijn volk, in liefd' eendrachtig
Hem zeer vrolijk danken daarvoor.
Zijn heerschappij zal eeuwig blijven,
Zijn oge de volken aanziet;
Wie van Hem wijkt, zal niet beklijven,
Maar vernederd worden tot niet.

4. Gij volkeren, wilt U begeven
Om God te prijzen bovenal;
Dat Zijn Naam zeer hoog zij verheven
Van allen in dit aardse dal,
Hij is 't, Die ons bewaart ons leven,
Die voor ons zorgt tot ons behoed,
Opdat wij niet vallen noch beven,
Ja dat niet slibb're onze voet.

5. Gij hebt ons doorzocht, Heer genadig!
Ende beproefd allen gelijk.
Alzo men door dat vuur gestadig
Dat zilver loutert van den slijk.
Gij hebt ons van de onbekenden
Vijanden laten zijn gevaan,
En hebt ons, Heer! om onze lenden
Met groten last zwaarlijk belaan.

6. Men heeft op onz' hoofden geklommen,
Zo men beklimt een kemeldier;
Als beesten werden wij alommen
Gedreven door water en vier.
Daarna hebt Gij ons, Heere goedig!
Vertroost; dies ik tot Uw huis rein
Wil brengen mijn off'randen bloedig,
En mijn beloften groot en klein.

7. Mijn beloften zal ik betalen.
Die mijn lippen hebben gedaan,
Die in mijn nood en in mijn kwalen
Uit mijnen monde zijn gegaan.
Ik wil U, Heer! veel vett' off'randen
Der rammen op Uwen altaar
En der bokken met vuur verbranden
Daartoe ook veel runderen zwaar.

8. Gij all' die God vreest, weest toch stille,
Komt tot mij, hoort en wilt verstaan.
Want te verhalen heb ik wille,
Dat goed, dat mij God heeft gedaan.
Als ik Hem heb gebeden klachtig,
Hij heeft mij haast verhoord voorwaar;
Dies heeft mijn tong oorzaak waarachtig
Hem te loven vrij openbaar.

9. Waar 't, dat ik had genomen voren
In mijn gemoed enig onrecht,
Zo hadde God niet willen horen
Dat gebed van mij, Zijnen knecht.
Maar ik mag met rechte wel spreken,
Dat mij God altijd verhoord heeft.
Mijn smeken heeft Hij nooit versteken.
Zo lang als ik hebbe geleefd.

10. Geloofd zij mijn God vol genaden,
Die mijn gebeden niet verstoot,
Die van mij (met ellend' beladen)
Niet afwendt Zijn goedigheid groot.

1. Breek, aarde, uit in jubelzangen,
Gods glorierijke naam ter eer.
Laat van alom Hem lof ontvangen.
Geducht zijn uwe daden, Heer.
Uw tegenstanders, diep gebogen,
aanvaarden veinzend uw beleid.
Heel d' aarde moet uw naam verhogen,
psalmzingen uwe majesteit.

2. Komt, ziet nu de geduchte werken
die God aan mensen heeft gedaan;
Hij stelde aan de waat'ren perken,
droogvoets zijn zij erdoor gegaan.
Laat zich ons hart in Hem verblijden:
God houdt de volken in het oog.
Zijn rijk is over alle tijden.
Gij trotsen, draagt het hart niet hoog.

3. Doe onze God uw loflied horen,
gij volken, zingt alom op aard,
looft Hem door wie wij zijn herboren,
die ons voor wank'len heeft bewaard.
Gij toetst ons, Gij beproeft ons leven,
zoals men erts tot zilver smelt.
Gij die ons, aan het vuur ontheven,
gelouterd voor uw ogen stelt.

4. Gij bracht ons in des vijands netten.
Hij heeft het tuig ons aangelegd
om in het zadel zich te zetten,
en als een rijdier ons geknecht.
Hij heeft ons in het vuur gedreven
en door de wateren gejaagd.
Toen hebt Gij 't leven ons hergeven
en alles wat ons hart behaagt.

5. Ik kom met gaven in mijn handen.
Zie, tot uw tempel treedt uw knecht
en brengt U, Heer, de offeranden,
U in benauwdheid toegezegd.
Brandoffers wil ik U bereiden
en zoete geuren op doen gaan.
Ik wil U heel mijn leven wijden:
aanvaard het, neem mijn offer aan.

6. Gij die God vreest, ik zal u spreken
van al wat aan mij is geschied.
Nauw richtte ik tot Hem mijn smeken,
of in mijn hart was reeds een lied.
Zou God mij hebben willen horen,
wanneer ik onrecht had beraamd?
Maar Hij nam mijn gebed ter ore,
Hij heeft mijn bidden niet beschaamd.

7. De naam des Heren zij geprezen!
Hij, die getrouw is en nabij,
heeft mijn gebed niet afgewezen.
De Heer is goed geweest voor mij.

1. Breek, aarde, uit in jubelzangen,
Gods glorierijke naam ter eer.
Laat van alom Hem lof ontvangen.
Geducht zijn uwe daden, Heer.
Uw tegenstanders, diep gebogen,
aanvaarden veinzend uw beleid.
Heel d' aarde moet uw naam verhogen,
psalmzingen uwe majesteit.

2. Komt, ziet nu de geduchte werken
die God aan mensen heeft gedaan;
Hij stelde aan de waat'ren perken,
droogvoets zijn zij erdoor gegaan.
Laat zich ons hart in Hem verblijden:
God houdt de volken in het oog.
Zijn rijk is over alle tijden.
Gij trotsen, draagt het hart niet hoog.

3. Doe onze God uw loflied horen,
gij volken, zingt alom op aard,
looft Hem door wie wij zijn herboren,
die ons voor wank'len heeft bewaard.
Gij toetst ons, Gij beproeft ons leven,
zoals men erts tot zilver smelt.
Gij die ons, aan het vuur ontheven,
gelouterd voor uw ogen stelt.

4. Gij bracht ons in des vijands netten.
Hij heeft het tuig ons aangelegd
om in het zadel zich te zetten,
en als een rijdier ons geknecht.
Hij heeft ons in het vuur gedreven
en door de wateren gejaagd.
Toen hebt Gij 't leven ons hergeven
en alles wat ons hart behaagt.

5. Ik kom met gaven in mijn handen.
Zie, tot uw tempel treedt uw knecht
en brengt U, Heer, de offeranden,
U in benauwdheid toegezegd.
Brandoffers wil ik U bereiden
en zoete geuren op doen gaan.
Ik wil U heel mijn leven wijden:
aanvaard het, neem mijn offer aan.

6. Gij die God vreest, ik zal u spreken
van al wat aan mij is geschied.
Nauw richtte ik tot Hem mijn smeken,
of in mijn hart was reeds een lied.
Zou God mij hebben willen horen,
wanneer ik onrecht had beraamd?
Maar Hij nam mijn gebed ter ore,
Hij heeft mijn bidden niet beschaamd.

7. De naam des Heren zij geprezen!
Hij, die getrouw is en nabij,
heeft mijn gebed niet afgewezen.
De Heer is goed geweest voor mij.

Bijbelteksten

Het uitgangspunt van De Nieuwe Psalmberijming is de Hebreeuwse grondtekst, niet een specifieke vertaling.

Ter referentie vindt u hieronder de links naar de tekst van de psalm in diverse Nederlandse vertalingen.