Bundel De NieuwepsalmberijmingDe steun van een vrienden- kring die elk jaar een be- scheiden steentje bijdraagt is onmisbaar voor ons.

Word daarom vriend van stichting Dicht bij de Bijbel en ontvang het boek 'Alleen Uw liefde laat mij leven' t.w.v. € 18,99 geheel gratis!

Ga direct naar psalm

Zoek op tekst:

Zoek op gelegenheid:

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

 

Psalm 138

De nieuwe psalmberijming

1. Ik loof U, HEER, met hart en ziel.
Terwijl ik kniel zal ik U eren.
Mijn loflied hef ik dankbaar aan
ten overstaan van wie regeren.
Ik buig mij richting uw paleis.
Uitbundig prijs ik al uw werken.
Toen ik U riep, hebt U verhoord.
U hield uw woord door mij te sterken.

2. Laat vorsten zien, HEER, wie U bent;
maak U bekend op heel de aarde.
Wie eens uw stem gehoord heeft, kan
niet anders dan uw macht aanvaarden.
Laat leiders zingen, wereldwijd:
‘Zijn majesteit is hoogverheven.
Hij is dichtbij voor wie Hem eert,
maar Hij negeert wie koppig leven.’

3. Als ik in groot gevaar verkeer
helpt U mij, HEER, te overleven.
U redt mij van de tegenstand;
uw rechterhand zal redding geven.
Bij U ben ik in veiligheid.
U laat altijd uw liefde blijken.
Uw werk voor mij, HEER, wordt voltooid.
Ik bid dat nooit uw trouw zal wijken.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

De nieuwe psalmberijming

1. Ik loof U, HEER, met hart en ziel.
Terwijl ik kniel zal ik U eren.
Mijn loflied hef ik dankbaar aan
ten overstaan van wie regeren.
Ik buig mij richting uw paleis.
Uitbundig prijs ik al uw werken.
Toen ik U riep, hebt U verhoord.
U hield uw woord door mij te sterken.

2. Laat vorsten zien, HEER, wie U bent;
maak U bekend op heel de aarde.
Wie eens uw stem gehoord heeft, kan
niet anders dan uw macht aanvaarden.
Laat leiders zingen, wereldwijd:
‘Zijn majesteit is hoogverheven.
Hij is dichtbij voor wie Hem eert,
maar Hij negeert wie koppig leven.’

3. Als ik in groot gevaar verkeer
helpt U mij, HEER, te overleven.
U redt mij van de tegenstand;
uw rechterhand zal redding geven.
Bij U ben ik in veiligheid.
U laat altijd uw liefde blijken.
Uw werk voor mij, HEER, wordt voltooid.
Ik bid dat nooit uw trouw zal wijken.

Tekst: Jan Pieter Kuijper

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Gebruik in diensten

Wij willen u aanmoedigen de psalmen van De Nieuwe Psalmberijming binnen uw kerkelijke gemeenschap te zingen, uit te voeren, teksten af te drukken en/of liedteksten te projecteren.

Wij verwachten wel dat u een CCLi Licentie heeft afgesloten. Voor meer informatie CCLi Benelux. Gebruik voor deze psalm liednummer 7066977 bij uw rapportage aan CCLi.

Beamsheets

Download hieronder de beamsheets van deze psalm.

Beamsheets witte achtergrond
Beamsheets zwarte achtergrond

Melodie

Gespeeld door Dick Sanderman (via: PCorgel.nl)

1. 'k Zal met mijn ganse hart Uw eer
Vermelden, HEER', U dank bewijzen.
'k Zal U in 't midden van de goon,
Op hogen toon met psalmen prijzen;
Ik zal mij buigen, op Uw eis,
Naar Uw paleis, het hof der hoven,
En, om Uw gunst en waarheid saam,
Uw groten Naam eerbiedig loven.

2. Door al Uw deugden aangespoord,
Hebt Gij Uw woord en trouw verheven.
Gij hebt mijn ziel op haar gebed,
Verhoord, gered, haar kracht gegeven.
Al 's aardrijks vorsten zullen, HEER',
Uw lof en eer alom doen horen,
Wanneer de rede van Uw mond ,
Op 't wereldrond hun klinkt in d' oren.

3. Dan zingen zij, in God verblijd,
Aan Hem gewijd van 's HEEREN wegen;
Want groot is 's HEEREN heerlijkheid,
Zijn Majesteit ten top gestegen.
Hij slaat toch, schoon oneindig hoog,
Op hen het oog die need'rig knielen;
Maar ziet van ver met gramschap aan
Den ijd'len waan der trotse zielen.

4. Als ik, omringd door tegenspoed,
Bezwijken moet, schenkt Gij mij leven.
Is 't, dat mijns vijands gramschap brandt,
Uw rechterhand zal redding geven.
De HEER' is zo getrouw als sterk,
Hij zal Zijn werk voor mij volenden,
Verlaat niet wat Uw hand begon,
O Levensbron, wil bijstand zenden.

1. Ik dank U, Heer, uit 's harten grond; 
Lippen en mond Uw eer voortbringen; 
Voor de vorsten wil ik, o Heer, 
Uw lof en eer gestadig zingen. 
Ik wil in Uwen tempel zaan
U bidden aan, en eer bewijzen, 
En U danken om Uw goedheid
En getrouwheid, Niet om volprijzen.
 
2. Gij hebt Uwen Naam gemaakt groot,
Als Gij in nood U toont waarachtig. 
Als ik U aanroepe, Heer, Gij 
Verhoret mij en troost mij krachtig. 
Dies moeten de koningen al, 
In dezen val, U zeer vereren, 
Als zij verstaan, dat steeds Uw woord 
Vast blijft nu voort, O Heer der heren!
 
3. Zij moeten gedenken verheugd, 
In grote vreugd, Heer, Uwe werken, 
En bekennen dat Gods lof fijn
Eeuwig zal zijn, waardig t' aanmerken. 
Want Gij zeer hoog zit en aanziet,
Dat hier is niet geacht deemoedig: 
Van verre Gij de stouten kent,
Waarvan Gij wendt Uw ogen goedig.
 
4.  Als ik door angst en tegenspoed 
Ben in kleinmoed, Gij mij verkwikket; 
Ook tegen mijn wreedsten vijand 
Uw rechterhand mij hulp beschikket. 
Gij zult mijn kruis eindigen hier; 
Want goedertier zijt Gij gestadig; 
Het werk Uwer handen zult Gij
Volvoeren vrij, o Heer genadig.

1. U loof ik, Heer, met hart en ziel,
in eerbied kniel ik voor U neder.
Ja, in de tegenwoordigheid
der goden wijd ik U mijn beden.
Naar 't heiligdom waar Gij vertoeft
hef ik het hoofd, ik zal U prijzen.
Gij zult, o Here, wijd en zijd
uw heerlijkheid en trouw bewijzen.

2. Ten dage dat ik riep hebt Gij
gehoord naar mij en kracht gegeven.
Als ik welhaast ten offer viel,
hebt Gij mijn ziel weer doen herleven.
Al wat op aarde macht bezit,
eenmaal aanbidt het U, o Here!
Als Gij hun 't woord van uw verbond
met eigen mond hebt willen leren.

3. Dan zingen zij, in God verblijd,
aan Hem gewijd, van 's Heren wegen.
Groot is des Heren heerlijkheid,
zijn majesteit ten top gestegen.
Hij slaat, ofschoon oneindig hoog,
op hem het oog die need'rig knielen.
Maar ziet van ver met gramschap aan
de eigenwaan van trotse zielen.

4. Als, ik omringd door tegenspoed,
bezwijken moet, schenkt Gij mij leven.
Wanneer mijn vijands toorn ontbrandt,
uw rechterhand zal redding geven.
De Heer is zo getrouw als sterk,
Hij zal zijn werk voor mij voleinden.
Verlaat niet wat uw hand begon,
o Levensbron, wil bijstand zenden.

1. Ik zal met heel mijn hart uw eer
bezingen, Heer, U dank bewijzen.
Al staan de goden om mij heen,
Heer, U alleen, U blijf ik prijzen.
Ik buig mij naar uw tempel neer,
uw naam en eer zal ik verhogen.
Uw trouw en goedertierenheid
zal ik verblijd met psalmen loven.

2. Want U hebt om uw grote naam
gestand gedaan wat stond geschreven.
U hebt mijn ziel op haar gebed
verhoord, gered, haar kracht gegeven.
De koningen der aarde, Heer,
gaan U hun eer en lof bewijzen,
en om de waarheid van uw woord,
door hen gehoord, uw grootheid prijzen.

3. Zij breken in gejubel uit
en roemen luid des Heren wegen,
want groot is 's Heren Heerlijkheid,
zijn majesteit, zijn trouw en zegen.
Hij slaat, al troont Hij nog zo hoog,
op hen het oog, die needrig knielen,
maar uit de verte ziet Hij aan
de dwaze waan van trotse zielen.

4. Als ik, omringd door tegenspoed,
bezwijken moet, schenkt U mij leven.
Hoe ook de toorn mijns vijands brandt,
uw rechterhand zal redding geven.
De Here is getrouw en sterk,
Hij zal zijn werk voor mij voleinden.
Verlaat niet wat uw hand begon,
o levensbron, wil bijstand zenden.

Bijbelteksten

Het uitgangspunt van De Nieuwe Psalmberijming is de Hebreeuwse grondtekst, niet een specifieke vertaling.

Ter referentie vindt u hieronder de links naar de tekst van de psalm in diverse Nederlandse vertalingen.